lezingen:
Genesis 2,18-24
Hebreeën 2,9-11
Marcus 10,2-16
In het begin, bij de schepping, heeft God de mensen als man en vrouw gemaakt. Daarom verlaat een man zijn vader en moeder om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen volkomen één worden.
Zusters en broeders, als we ons de vraag stellen waarom Jezus het huwelijk zo belangrijk vindt, ligt een belangrijke aanzet van het antwoord vervat in die twee zinnen. We zongen het ook in het openingslied: God die in het begin uit aarde, naar zijn beeld, de mensen voor elkaars geluk geschapen heeft.(ZJ 666)
De mens werd geschapen naar het beeld van God, op Hem gelijkend, lezen we in het eerste hoofdstuk van de bijbel. Man en vrouw schiep Hij de mens. God wilde dat de mens een relationeel wezen werd. In de eerste lezing werd dit op een meer verhalende manier uitgedrukt: tussen de andere levende wezens op aarde vond de mens niemand die bij hem paste. Pas wanneer twee mensen bij elkaar kwamen, werd het mogelijk gelukkig te zijn. Pas dan was Gods schepping van de mens voltooid.
Omdat God ons geluk wil en met ons een verbond, een relatie wil aangaan, zijn man en vrouw door hun verbond, door hun relatie, een beeld van God. De diepste grond van ons bestaan is elkaars geluk te zijn.
Pas als we helemaal doordrongen zijn van die diepe betekenis van het huwelijk, kunnen we begrijpen waarom Jezus zo rechtlijnig reageert op de vraag van zijn volksgenoten of het toegestaan is je echtgenoot weg te zenden of in de steek te laten. Wie huwen, maken van hun relatie een teken van Gods liefdesverbond met de mensen. Ze schenken elkaar hun toekomst, ze gaan een grenzeloos engagement aan, zoals Gods liefde voor ons grenzeloos is. Dat verbond verbreken of ontkennen, maakt dan ook dat het teken geschonden wordt. Ons beeld-van-God-zijn wordt vertroebeld.
“Wat God heeft verbonden, zal een mens niet scheiden,” zegt Jezus. Daarom houdt onze geloofsgemeenschap er aan dat een huwelijk onverbreekbaar is. Het is een band die mensen levenslang met elkaar verbindt.
Maar de realiteit van een huwelijk kan veel minder ideaal zijn dan wat verloofden elkaar en zichzelf toewensen wanneer ze trouwen. Jezus wist ook wel dat het tussen mensen niet altijd rozengeur en maneschijn is. Misschien daarom dat Hij op deze moeilijke vraag met een tikkeltje meer spitsvondigheid antwoordde dan we van Hem gewend zijn. Hij vult de vraag van de Farizeeën aan voordat Hij er krachtig op antwoordt: wie zijn vrouw verlaat om een ander te huwen begaat echtbreuk, en wie haar man verlaat om een andere te huwen, maakt zich schuldig aan echtbreuk. Blijkbaar erkende Jezus wel dat het soms nodig is dat gehuwden afstand van elkaar nemen. Maar als dat gebeurt om met een ander te huwen, dan ontkennen ze hun eerste (en volgens Jezus enige) levensverbond. Zo kan ook de Kerkgemeenschap het aanvaarden dat mensen besluiten dat samenleven onmogelijk geworden is, hoewel ze er ook altijd op zal aandringen dat we geroepen worden tot verzoening en dialoog. Maar het gegeven ja-woord, waardoor mensen door God verbonden worden, kan je niet uit de geschiedenis wegknippen.
Ook tussen God en zijn volk is het dikwijls tot moeilijke en pijnlijke conflicten gekomen. Al bij de verbondssluiting moest Mozes vaststellen dat zijn volgelingen een afgod hadden gemaakt van goud. Maar God berust niet in de breuksituatie. Hij blijft zijn volk telkens weer opzoeken en oproepen. Zelfs de ballingschap, die eigenlijk het einde van het volk Israël had moeten betekenen, bleek het begin te worden van een heropleving, een vernieuwde beleving van de relatie met God. Zo kan ook een huwelijksrelatie vele stormen doormaken, door dorre periodes heen moeten worstelen, soms tot de grootste wanhoop toe. Het openingslied bezong het: Zoals ten einde toe de mensen twee aan twee hun lange wegen gaan en God gaat met hen mee, zo zal Hij met u zijn in leven en in dood.
Een passend antwoord op alle relatieproblemen kunnen we als kerkgemeenschap niet geven, hoe graag ik dat ook zou willen. Het zou ook verkeerd zijn om vanuit veralgemeningen of principes de concrete situatie van twee gehuwden te beoordelen of te veroordelen.
Door het huwelijk verbindt de geloofsgemeenschap zich er wel toe de gehuwden te steunen door dik en dun, in gebed en medeleven, met grote sympathie en dankbaarheid dat zij er voor gekozen hebben om hun beeld-van-God-zijn op zo’n mooie en edele manier gestalte te geven in deze wereld. Laten we dan op deze zondag speciaal bidden voor alle gehuwden, voor alle verloofden en vooral voor hen, wiens huwelijk, net zoals het verbond tussen God en de mensen, beproefd wordt. Mogen zij ervaren dat God hen niet in de steek laat en dat zijn liefde voor hen onverbrekelijk is, een teken van eeuwige trouw aan zijn gegeven Woord.
Op zondag 4 oktober 2009 mocht ik de homilie houden tijdens de eucharistieviering in de abdijkerk.
Homilie 27e zondag door het jaar B
Abdijkerk – zondag 4 oktober 2009
lezingen:
Genesis 2,18-24
Hebreeën 2,9-11
Marcus 10,2-16
homilie:
In het begin, bij de schepping, heeft God de mensen als man en vrouw gemaakt. Daarom verlaat een man zijn vader en moeder om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen volkomen één worden.
Zusters en broeders, als we ons de vraag stellen waarom Jezus het huwelijk zo belangrijk vindt, ligt een belangrijke aanzet van het antwoord vervat in die twee zinnen. We zongen het ook in het openingslied: God die in het begin uit aarde, naar zijn beeld, de mensen voor elkaars geluk geschapen heeft.(ZJ 666)
De mens werd geschapen naar het beeld van God, op Hem gelijkend, lezen we in het eerste hoofdstuk van de bijbel. Man en vrouw schiep Hij de mens. God wilde dat de mens een relationeel wezen werd. In de eerste lezing werd dit op een meer verhalende manier uitgedrukt: tussen de andere levende wezens op aarde vond de mens niemand die bij hem paste. Pas wanneer twee mensen bij elkaar kwamen, werd het mogelijk gelukkig te zijn. Pas dan was Gods schepping van de mens voltooid.
Omdat God ons geluk wil en met ons een verbond, een relatie wil aangaan, zijn man en vrouw door hun verbond, door hun relatie, een beeld van God. De diepste grond van ons bestaan is elkaars geluk te zijn.
Pas als we helemaal doordrongen zijn van die diepe betekenis van het huwelijk, kunnen we begrijpen waarom Jezus zo rechtlijnig reageert op de vraag van zijn volksgenoten of het toegestaan is je echtgenoot weg te zenden of in de steek te laten. Wie huwen, maken van hun relatie een teken van Gods liefdesverbond met de mensen. Ze schenken elkaar hun toekomst, ze gaan een grenzeloos engagement aan, zoals Gods liefde voor ons grenzeloos is.
Dat verbond verbreken of ontkennen, maakt dan ook dat het teken geschonden wordt. Ons beeld-van-God-zijn wordt vertroebeld.
“Wat God heeft verbonden, zal een mens niet scheiden,” zegt Jezus. Daarom houdt onze geloofsgemeenschap er aan dat een huwelijk onverbreekbaar is. Het is een band die mensen levenslang met elkaar verbindt.
Maar de realiteit van een huwelijk kan veel minder ideaal zijn dan wat verloofden elkaar en zichzelf toewensen wanneer ze trouwen. Jezus wist ook wel dat het tussen mensen niet altijd rozengeur en maneschijn is. Misschien daarom dat Hij op deze moeilijke vraag met een tikkeltje meer spitsvondigheid antwoordde dan we van Hem gewend zijn. Hij vult de vraag van de Farizeeën aan voordat Hij er krachtig op antwoordt: wie zijn vrouw verlaat om een ander te huwen begaat echtbreuk, en wie haar man verlaat om andere te huwen, maakt zich schuldig aan echtbreuk. Blijkbaar erkende Jezus wel dat het soms nodig is dat gehuwden afstand van elkaar nemen. Maar als dat gebeurt om met een ander te huwen, dan ontkennen ze hun eerste (en volgens Jezus enige) levensverbond.
Zo kan ook de Kerkgemeenschap het aanvaarden dat mensen besluiten dat samenleven onmogelijk geworden is, hoewel ze er ook altijd op zal aandringen dat we geroepen worden tot verzoening en dialoog. Maar het gegeven ja-woord, waardoor mensen door God verbonden worden, kan je niet uit de geschiedenis wegknippen.
Ook tussen God en zijn volk is het dikwijls tot moeilijke en pijnlijke conflicten gekomen. Al bij de verbondssluiting moest Mozes vaststellen dat zijn volgelingen een afgod hadden gemaakt van goud. Maar God berust niet in de breuksituatie. Hij blijft zijn volk telkens weer opzoeken en oproepen. Zelfs de ballingschap, die eigenlijk het einde van het volk Israël had moeten betekenen, bleek het begin te worden van een heropleving, een vernieuwde beleving van de relatie met God.
Zo kan ook een huwelijksrelatie vele stormen doormaken, door dorre periodes heen moeten worstelen, soms tot de grootste wanhoop toe.
Het openingslied bezong het: Zoals ten einde toe de mensen twee aan twee hun lange wegen gaan en God gaat met hen mee, zo zal Hij met u zijn in leven en in dood.
Een passend antwoord op alle relatieproblemen kunnen we als kerkgemeenschap niet geven, hoe graag ik dat ook zou willen. Het zou ook verkeerd zijn om vanuit veralgemeningen of principes de concrete situatie van twee gehuwden te beoordelen of te veroordelen.
Door het huwelijk verbindt de geloofsgemeenschap zich er wel toe de gehuwden te steunen door dik en dun, in gebed en medeleven, met grote sympathie en dankbaarheid dat zij er voor gekozen hebben om hun beeld-van-God-zijn op zo’n mooie en edele manier gestalte te geven in deze wereld. Laten we dan op deze zondag speciaal bidden voor alle gehuwden, voor alle verloofden en vooral voor hen, wiens huwelijk, net zoals het verbond tussen God en de mensen, beproefd wordt. Mogen zij ervaren dat God hen niet in de steek laat en dat zijn liefde voor hen onverbrekelijk is, een teken van eeuwige trouw aan zijn gegeven Woord.
Jaaroverzicht 2009
Gepubliceerd op woensdag 30 december 2009 Commentaar Leave a CommentTags: 2009, abdijgemeenschap, bezinning, Commentaar, doopsel, huwelijk, jaaroverzicht, klasbezinning, samenvatting
2009 begon erg ongewoon. Voor het eerst sinds mijn intrede in de abdijgemeenschap bracht ik de jaarovergang niet in mijn geliefde abdij door, maar elders. Op het einde van 2008 vond in Brussel de jaarlijkse internationale Taizé-ontmoeting “Pelgrimage van vertrouwen” plaats. Ruim 40.000 jonge mensen kwamen naar Expo Brussels (Heizel) om er elkaar te ontmoeten, samen te bidden en over hun geloof uit te wisselen. Om zoveel mensen te onthalen, hadden honderden gastgezinnen plaats gemaakt voor welkome onbekenden. Ook onze gemeenschap te Bois-Seigneur-Isaac had haar deuren geopend en met enkele jonge medebroeders mocht ik helpen hen te onthalen. In de nasleep van wat gezondheidsproblemen (de ontdekking van mijn lactose-intolerantie) beleefde ik de meeste dagen vanuit Bois-Seigneur mee in plaats van naar Brussel te gaan. Een heel rustige, maar niet minder sfeervolle jaarovergang, samen met nog twee medebroeders sloot een bewogen jaar 2008 af. Door mijn afwezigheid vond ik geen geschikt moment meer om van dat jaar een overzicht te schrijven. Dat zal u dus tevergeefs op de blog zoeken. Van 2007 en 2006 is er wel een jaaroverzicht… maar dat bent u nu niet aan het lezen.
Toen was het januari. Mijn belangrijkste activiteiten die maand hielden verband met de klasbezinningen voor de leerlingen van het Sint-Michielscollege van Schoten en het Sint-Janscollege te Meldert. Aan het einde van de maand mochten we de (door een perslekje een beetje “valse”) start van de jongerenblog van onze abdijgemeenschap aankondigen. Sindsdien mag ik mezelf “tevens webmaster van de jongerenblog” noemen. Met zo’n 400 à 500 bezoekers per week mogen we zeker niet klagen…
In februari gingen de eerste voorbereidende werkzaamheden voor de nieuwe CD-opname van de abdijgemeenschap van start. Het muzikale voorjaar werd voor ons ingezet met het verzorgen van de radio-eucharistieviering op VRT Radio 1. Dan ging de veertigdagentijd van start, maar niet voordat ik me met enkele moedige medebroeders zich in de Hoge Venen in het adembenemende, uitgestrekte, maar soms verraderlijk gladde landschap waagde. De misdienaars van Zemst kwamen daags voor aswoensdag ook nog even op bezoek in de abdij en dat hebben we naar traditie met een zangstonde gevierd.
De kroon op de maand was voor mij de huwelijksviering van Veerle en Daan te Aarschot. We (en zij) hebben elkaar tijdens een jongerenweekend in de abdij leren kennen… het werd een sfeervolle en hoogst originele feestdag, waar nog lang van nagenoten is. Daarmee zette ik mijn rijtje huwelijksvieringen voor 2009 in… uiteindelijk mocht ik dit jaar 10 koppels elkaar het ja-woord horen geven.
Ook maart was een maand met klasbezinningen: 2 klassen van Maris Stella Oostmalle en de meeleefdagen voor de leerlingen van het Don Bosco-instituut te Haacht. Op 19 maart vierden we (op het naamfeest van onze abt) het prelaatsfeest. Een cultureel hoogtepunt was voor mij die maand het bijwonen van het concert met muziek van één van mijn lievelingscomponisten, John Rutter, te Aartselaar. Op de laatste zondag van de maand mocht ik Tibo gaan dopen in het Klina-ziekenhuis te Brasschaat, omdat hij na maanden nog steeds niet naar huis kon. Intussen is hij gelukkig thuis bij zijn ouders.
Op 1 april stond mijn eerste ziekenzalvingsviering in het RVT te Rillaar op m’n agenda. Een medebroeder die daar jaarlijks het triduüm gaat begeleiden had gehoord dat ik zoiets als priester nog nooit had meegedaan en nodigde me prompt uit. Het werd een intense ervaring. Intussen stond ook m’n KLJ-activiteit niet stil… op de vooravond van Palmzondag mocht ik samen met de collega’s van de Werkgroep ‘K’ een gebedsviering begeleiden in Malle. Daags nadien waren er naar jaarlijkse traditie de Passievespers met het koor Wodan Skalden in de abdijkerk, waarmee de Goede Week stevig van start kon gaan. Samen met medebroeder Jos begeleidde ik Op Weg naar Pasen voor jongeren rond het thema “Ik geef me over”. Elk jaar weer ben ik diep geraakt door de intensiteit waarmee jongeren samen met ons die centrale dagen van het kerkelijk jaar met ons mee komen vieren. Intussen stond ook Thagaste niet leeg: een groepje jongeren van JNM kwam werken in de bossen rond de abdij. Zoals steeds ging dat gepaard met hartelijke, en soms heel diepzinnige gesprekken. Op Beloken Pasen mocht ik Rik, Zeth en Siem dopen te Gestel en was er ’s avonds de ontmoeting met de Deense scholieren die in het Bezinningscentrum logeerden. En dan “was de gas op”, zoals mijn directeur dat pleegt te zeggen… tijd voor vakantie. Dit jaar was mijn paasvakantie een hartelijk weerzien van de Salesiaanse gemeenschap te Farnières. Om niet helemaal met een schuldgevoel terug te moeten keren naar de abdij, ben ik aan het einde van m’n vakantie nog een studiedag gaan volgen aan de Universiteit van Leuven over geloof en humor. Meteen een goede inspiratiebron voor ons jongerenweekend in het voorjaar 2010.
Doopsel, ziekenzalving, huwelijk, eucharistie… welk sacrament was nog niet onder de aandacht gekomen? Juist: het sacrament van boete en verzoening. Dat mocht ik samen met de vormelingen van Eindhout gaan vieren, als voorbereiding op hun vormsel. Een genadevol moment in vele opzichten. M’n familie werd ook niet uit het oog verloren. Naar intussen jaarlijkse traditie werd er verzamelen geblazen in Averbode om tijdens de eucharistieviering met de abdijgemeenschap te bidden voor m’n overleden grootvader en voor elkaar. Dan ging de karavaan richting Mol voor een goede maaltijd en een stevig potje bowling. Als afsluiter van de maand werd ik verwelkomd in het KTA te Brasschaat om in enkele klassen te vertellen over mijn levenskeuze en het leven in onze abdij. Een spervuur van vragen zorgde ervoor dat de tijd “in no time” voorbij vloog. Tijdens de middagpauze “ontsnapte” ik even uit de school om aan de overkant van de straat terug in Klina aan te komen… deze keer niet voor Tibo, maar om Ibe te gaan bezoeken. Dit sympathieke kereltje is het zoontje van David en Elke, twee oud-klasgenoten wier huwelijk in 2008 mocht inzegenen. (ook al zo’n onvergetelijke dag) Zo werd een stevig gevulde maand afgerond.
Ook in mei mocht ik enkele kindjes dopen: Anouk en Milan in Meerhout, Luca in Zittaart en Mathéo in Ekeren (Leugenberg). Maar mei 2009 zal me toch vooral bijblijven als dé trouwmaand: op 9 mei was het dubbel feest: in de voormiddag zegende ik het huwelijk van Hans en Evelien in te Ekeren (Bunt), in het kerkje waar ik ooit nog gedoopt werd. Dan ging het in vliegende vaart (maar toch nog netjes binnen de toegelaten snelheden) naar Lochristi om te Hijfte de huwelijksviering voor te gaan waarin Nathalie en Wouter (beide KLJ-leden) elkaar het ja-woord gaven. Op twee plaatsen kan je niet tegelijk zijn, maar na elkaar wel, dat heb ik bij deze uitgeprobeerd…
De week nadien: opnieuw een KLJ-huwelijk: Ward en Katleen stapten te Lint in het huwelijksbootje, in een viering waarin de KLJ-afdelingen van Lier (Noord en Zuid) voor de opluistering zorgden.
Maar voor het zover was, stonden er nog twee grote events op het programma: in diezelfde week vonden de opnames van “Klanken van stilte”, de nieuwe cd van onze abdijgemeenschap plaats en reed ik helemaal naar Berkel en Rodenrijs (ten noorden van Rotterdam) om professor Paul van Geest te interviewen voor ons abdijtijdschrift ‘Averbode’ over de inspiratie die Augustinus met zijn kloosterregel kan bieden voor het huwelijksleven. (jawel, u leest dat goed: een kloosterregel als huwelijksinspiratie)
Het werd een lange, maar toch vrij vlotte autorit, een hartelijk weerzien (professor Paul kwam al enkele keren in onze abdij een retraite begeleiden), besloten met een gezellige maaltijd in hét restaurant van Berkel (;-) ). Een reisje waar ik lang van heb nagenoten.
Was dat al voldoende qua mega-events? Nee hoor. Mei had nog enkele pareltjes in petto: de KLJ-bedevaart naar Scherpenheuvel met de ochtendlijke (6u30!) gebedsviering en de eucharistieviering met ruim 1000 deelnemers (toegegeven, vooral niet-KLJ-ers) en de opening van het nieuwe provinciale KLJ-secretariaat te Herentals (waar ik eventjes op bezoek kwam) mogen zeker niet onvermeld blijven.
Juni was iets rustiger… hoewel… op Pinkstermaandag ging ik voor de voorlaatste keer mee op bedevaart naar Bois-Seigneur-Isaac. Op 6 juni vierden we het hoogfeest van onze ordesstichter Norbertus en ’s avonds presenteerde ik de internationale taptoe op het voorplein van de abdij. Stressen! Maar de stress was er natuurlijk vooral voor de studenten die in het bezinningscentrum kwamen studeren: de Zalige Blokbeesten. Gelukkig mocht de meerderheid zich met succes door de examens wringen. Ook voor mij was er een proclamatie: in het provincialaat van de Broeders van Liefde te Gent werd ik samen met mijn medestudenten gecertifieerd als “Jeugdcoach”. Deze praktijkgerichte opleiding volgde ik om met nog wat extra bagage als bezinningsbegeleider in onze abdij aan het werk te kunnen. Het werd een intense en boeiende ontdekkingsreis, waar ik nog veel mee zal kunnen doen. Dat een groot deel van de opleiding in de abdij van Zevenkerken plaatsvond, was nog eens een extra voordeel.
De jaarlijkse conventsbarbecue liet ik voor was hij was, om met mijn familie in Merelbeke op weekend te gaan. Vooral de sfeervolle eucharistieviering in openlucht, in een stralend zonnetje en de spannende “De slimste mens van de familie” zinderden nog lang na.
En zo begon de zomer… en hoe kan een zomer in Averbode nu beginnen zonder JOVADA? Juist. Met de apostel Paulus als gids genoten we van een weekje bezinnend, ontspannend en inspannend samenzijn. De dagtocht naar Langdorp, Aarschot en Testelt was steviger dan gedacht, de Israëlische volksdans nog leuker (en veel vermoeiender) dan gedacht, de inspiratie die Paulus ons bood rijker dan gedacht… een JOVADA die heel wat verwachtingen overtrof.
In juli stapten Kris en Tinne te Eindhout in een smoorheet huwelijksbootje… de kerk werd door een genadeloze zon haast tot een sauna herschapen. Maar dat lieten we niet over onze kant gaan. Een ruime week later trouwden Davy en Kristel te Zittaart in een iets draaglijker temperatuur (en vervoerd met een mooie koets). Maar hét huwelijk van juli was ongetwijfeld dat van mijn nicht Marjolein met Glenn te Stabroek. Een prachtig kerkje, een smaakvolle en sfeervolle viering, de receptie met de rubber laarzen (“katsjoewe botten”) van de bruid (verhaal te lang om hier uit de doeken te doen), … moet er meer commentaar bij?
Een warme maand is ideaal om wat met water te spelen, dus ook doopsels stonden op het menu, en niet weinig: Bo, Louise, Nathan, (Zittaart) Axelle en Wenke (Klein-Vorst), Rein, Bente, Dora, Nathalina en Yarne (Gestel) werden door het doopsel opgenomen in de gemeenschap van Jezus Christus.
Dan was het tijd voor mijn eigen vakantie in twee delen: eerst een weekje de laatste kans grijpen om m’n zomervakantie in Bois-Seigneur-Isaac in een norbertijnse gemeenschap door te brengen (in 2010 geven we die abdijgebouwen door aan de Libische Maronieten), waarna ik me thuis mocht voelen bij mijn broer en toekomstige schoonzus in het oud-ouderlijke huis te Ekeren. Een daguitstap naar Zeeland met een goede vriend behoorde, naast de kasteeltuinen van Edingen, tot de ontdekkingen van de zomer. Je moet het niet ver gaan zoeken, dicht bij huis zijn heel wat mooie dingen te ontdekken. Dreischor maakte op mij een heel pittoreske indruk. Nooit van gehoord? Googlen maar!
Omdat ik de Israëlische dansmicrobe maar niet kwijtraakte, kon het niet laten met één van de deelnemers van JOVADA naar het Nachtegalenpark te gaan om daar de wekelijkse internationale volksdansinstuif mee te maken. Een aanrader voor al wie van muziek houdt en eens iets nieuws wil proberen. (Bedankt, Rik, voor de gouden tip!) Zo sloot ik m’n vakantie muzikaal af.
En zo was ik in augustus beland. Tijd voor het eerste Tel18-huwelijk dat ik mocht meemaken: Koen en Ilse trouwden te Kapellen.
Augustus was de maand van feestgedruis in de abdij: met 1134 als stichtingsjaar, konden we 875 jaar op de teller zien staan. Een goede gelegenheid om dankbaar achteruit en vooruit te blikken. De feestelijkheden bestonden uit een vesperdienst, een academische zitting, een verrukkelijk Monteverdi-concert en een gezellige familiedag. Honderden mensen konden op die manier meevieren met de medebroeders. Maar daarmee was de feesttrein nog niet uitgereden: op 28 augustus verbond fr. Philippe zich door plechtige geloften voor het leven aan onze abdijgemeenschap, na zich samen met ons tijdens de conventsretraite daarop voorbereid te hebben. Voor het eerst in heel wat jaren konden we dit jaar geen nieuwe novicen inkleden… maar gezien het leven in onze abdij voor mij en voor velen een bron van geluk is, ben ik er gerust in dat we de komende jaren nog kandidaten zullen mogen verwelkomen.
En toen viel er als een bliksemschicht bij heldere hemel onverwacht iets in mijn korf. In het begin van september kondigde de prelaat me aan dat hij me in het huiskapittel van 8 september zou benoemen tot cantor (voorzanger) van de abdijgemeenschap. Een taak die ik in dienstbaarheid en trouw zal proberen te vervullen. Dankbaar om de goede akker die ik van mijn voorganger Marc Fierens mag overnemen, heb ik toch ook geleerd dat er heel wat tijd en energie achter de schermen geïnvesteerd moet worden om de gebedsdiensten van de abdijgemeenschap tot een evenwichtig, inhoudsvol en afwisselend resultaat te helpen. Met Jan en Bart als succentores (assistent-voorzangers), Jos als organist en enkele medebroeders als “reserveploeg” weet ik me omringd door welwillende en enthousiaste medewerkers. ‘k Zal m’n best doen…
September was ook de maand waarin Maarten en Vicky in de Magdalenakerk te Reet in een doorleefde viering in het huwelijksbootje stapten. Nooit eerder had ik een bruid zien wimpelen… maar KLJ-tradities zijn er om te respecteren. Indrukwekkend! Twee weken later trouwden Leen en Joris te Gestel. Een mooi einde van het “trouwjaar 2009″.
Maar september was ook het begin van een jaar: dat van de klasbezinningen 2009-2010: twee klassen van het Scheppersinstituut te Antwerpen en één van het Drievuldigheidscollege te Leuven mocht ik onder m’n hoede nemen. Ook de eerste meeleefdagen, voor de leerlingen van COLOMAplus te Mechelen, luidden het nieuwe werkjaar in.
Tussendoor doopte ik Ferre, Noor en Thorvald te Gestel en mocht ik (mijn stiekeme favoriet van het jaar) Ibe dopen te Kalmthout, gevolgd door één van de gezelligste doopfeesten die ik al mocht beleven. (Maar hoe kon het ook anders met zo’n mooi huwelijksfeest van zijn ouders het jaar daarvoor?)
Tenslotte kwamen de VOLL’ers van Rijmenam nog een dagje op bezoek om zich te bezinnen rond vergeving en verzoening, besloten met een verzoeningsviering, als ultieme voorbereiding op hun vormselviering begin oktober. Zo besloten ze een jarenlange groeiweg met een onvergetelijke viering, gevolgd door een gemeenschappelijk feest, opgeluisterd met de knotsgekke videofragmenten van hun avonturen.
Begin oktober was er één van mijn preekbeurten in de abdijkerk over… het huwelijk. Huwelijkspreek 11 van 2009 ging dus in de steigers. (Als ik het tegen dan nog niet begrepen zou hebben… hoewel het toch ook altijd een mysterie zal blijven waar ik nooit het laatste woord over gezegd zal hebben…)
In Meerhout werd ik uitgenodigd om op de ouderavond voor de vormelingen te vertellen over de betekenis van het vormsel en de rol die de ouders bij de voorbereiding ervan kunnen spelen. Op zondag 11 oktober hebben we met (bescheiden) tromgeroffel onze nieuwe CD+boek voorgesteld. “Klanken van stilte” blijkt bij bijzonder veel mensen in de smaak te vallen. Iemand vertrouwde me toe dat sinds 11 oktober onze gezangen al zijn autoritten begeleiden… en dat zijn er heel wat.H. Hartcollege van Waregem, de meeleefdagen van het Onze Lieve Vrouwecollege te Assebroek, Sint-Godelieve Lennik (die er zo van genoten hebben dat ze in december al terug naar Averbode kwamen om na hun examens in Thagaste te logeren) en de leerlingen van de Sint-Martinusscholen van Herk-de-Stad.
Op 18 oktober werden Liam en Witse door mij in Gestel gedoopt.
Na het Allerheiligenweekend hielden we met onze abdijgemeenschap canoniekapittel, onze jaarlijkse grote vergaderdag. Wat klasbezinningen betreft stond november helemaal in het teken van de Sint-Bavohumaniora te Gent. De zondag daarop was Antwerpen mijn bestemming, meer bepaald de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal: daar mocht ik Livia dopen in de eeuwenoude doopvont in een straalkapel. Als je de toeristen meerekent was dat met ruime voorsprong het doopsel met de meeste aanwezigen. De dopelinge gedroeg zich waardig en ingetogen.
Op 14 november nam ik voor het eerst deel aan een Elia-avond. Dat zijn gespreksavonden voor jongvolwassen gelovigen. Die eerste avond rond ziekenhuispastoraal heeft me de smaak te pakken doen krijgen. Als ik kan, kom ik elke volgende keer meedoen…
Aan het einde van november werd ik enkele dagen gevolgd door twee studenten journalistiek, die me met camera en “Samson” bestookten voor hun portret-project. Heel wat uurtjes en talloze vragen, maar misschien nog meer one-liners later hadden ze genoeg materiaal bij elkaar. Het eindresultaat heb ik nog niet gezien… maar na die dagen was ik mezelf wel beu-gehoord.
Tenslotte wil ik niet onvermeld laten (hoe irrelevant dit ook mag klinken voor u, bloglezer): in november at ik voor het eerst in anderhalf jaar nog eens pannenkoeken, dankzij mijn lieve moeder, die de moeite deed een stapel lactosevrije exemplaren voor mij uit haar pan te toveren… en ze smaakten naar méér! Een kinderhand/mond is gauw gevuld…
En zo liep het jaar op z’n einde: december is een examenmaand voor humaniorastudenten, dus geen klasbezinningen te begeleiden. En dat kwam prima uit, want ik kreeg het signaal dat ik naar een andere kamer mocht verhuizen. Die verandering had voordeel voor verschillende personen, maar ook voor mezelf: ‘k heb nu een beetje meer plaats, zodat ik in m’n zithoek niet langer met opgetrokken knieën een boek moet lezen, maar zelfs plaats heb om een kop thee naast me op een tafeltje te plaatsen. Kwatongen beweerden dat “meer plaats” bij mij alleen maar “meer rommel” zou betekenen. Ruim 3 weken later kan ik alleen maar het tegendeel laten vaststellen: zowel mijn nieuwe werkruimte (in het bezinningscentrum, betrokken in november) als mijn nieuwe kamer staan er netjes tot zeer netjes bij. De dagen voor kerstmis kwamen enkele Nederlandse jongeren van Woesteland in Thagaste logeren om in de (sneeuwwitte) bossen rond de abdij vrijwilligerswerk te doen voor Natuurpunt. Een vrolijke en gezellige bende, waarvan er uiteindelijk 4 ook de kerstnacht doorbrachten in het jongerenverblijf. Enig!
Kerstavond en Kerstmis werden naar goede gewoonte ook muzikaal luisterrijk gevierd. Tijdens de kerstwake brachten enkele medebroeders, waaronder ik, enkele Engelse en Duitse kerstliederen ten gehore, afgewisseld met het betere orgelwerk door medebroeder Jos om de sfeer op te bouwen naar de middernachtmis toe, die dit jaar iets minder druk werd bijgewoond als de voorbije jaren, door de aanhoudende winterse wegensituatie. Dat belette ons niet om na de eucharistieviering chocomelk en soep uit te delen aan de vrij snel natgeregende kerkgangers.
En zo is weer een jaar voorbijgesneld. Met 2010 beginnen enkele medebroeders aan een nieuwe functie als overste of verantwoordelijke voor enkele afdelingen in de abdij. In januari hopen we ook te weten te komen wie de nieuwe aartsbisschop voor Mechelen-Brussel zal worden. (en eventueel wie dan diens huidige bisschopszetel zal toegewezen krijgen) Maar waar ik vooral naar uitkijk is het huwelijk van mijn jongere broer. Dan wordt definitief het “eerste generatie”-hoofdstuk afgesloten en begin ik samen met mijn leeftijdsgenoten tot de tweede generatie (die van ouders-met-jonge-kinderen) te horen… en de generatie van mijn ouders stilaan tot de grootouder-generatie. (jaja, wen er maar aan!)
De cijferfreaks krijgen hun zin op het einde van dit jaaroverzicht:
dit jaar 10 huwelijk (dus totaal: 17 sinds mijn diakenwijding) en 26 doopsels (totaal: 63 sinds mijn diakenwijding).
De voorbije dagen is mijn blogteller over de 60.000 pageviews gegaan.
Met een gemiddelde van zo’n 1500 bezoekers per maand, voel ik me zeker niet ongelezen.
Aan jullie allemaal, beste bloglezers, en aan allen die jullie nabij zijn of die jullie in het hart dragen: een gezegend 2010 met minstens één vervulde droom, één uitgevoerd creatief idee en één knotsgek moment!