Jaaroverzicht 2009

2009 begon erg ongewoon. Voor het eerst sinds mijn intrede in de abdijgemeenschap bracht ik de jaarovergang niet in mijn geliefde abdij door, maar elders. Op het einde van 2008 vond in Brussel de jaarlijkse internationale Taizé-ontmoeting “Pelgrimage van vertrouwen” plaats. Ruim 40.000 jonge mensen kwamen naar Expo Brussels (Heizel) om er elkaar te ontmoeten, samen te bidden en over hun geloof uit te wisselen. Om zoveel mensen te onthalen, hadden honderden gastgezinnen plaats gemaakt voor welkome onbekenden. Ook onze gemeenschap te Bois-Seigneur-Isaac had haar deuren geopend en met enkele jonge medebroeders mocht ik helpen hen te onthalen. In de nasleep van wat gezondheidsproblemen (de ontdekking van mijn lactose-intolerantie) beleefde ik de meeste dagen vanuit Bois-Seigneur mee in plaats van naar Brussel te gaan. Een heel rustige, maar niet minder sfeervolle jaarovergang, samen met nog twee medebroeders sloot een bewogen jaar 2008 af. Door mijn afwezigheid vond ik geen geschikt moment meer om van dat jaar een overzicht te schrijven. Dat zal u dus tevergeefs op de blog zoeken. Van 2007 en 2006 is er wel een jaaroverzicht… maar dat bent u nu niet aan het lezen.

Toen was het januari. Mijn belangrijkste activiteiten die maand hielden verband met de klasbezinningen voor de leerlingen van het Sint-Michielscollege van Schoten en het Sint-Janscollege te Meldert. Aan het einde van de maand mochten we de (door een perslekje een beetje “valse”) start van de jongerenblog van onze abdijgemeenschap aankondigen. Sindsdien mag ik mezelf  “tevens webmaster van de jongerenblog” noemen. Met zo’n 400 à 500 bezoekers per week mogen we zeker niet klagen…

In februari gingen de eerste voorbereidende werkzaamheden voor de nieuwe CD-opname van de abdijgemeenschap van start. Het muzikale voorjaar werd voor ons ingezet met het verzorgen van de radio-eucharistieviering op VRT Radio 1. Dan ging de veertigdagentijd van start, maar niet voordat ik me met enkele moedige medebroeders zich in de Hoge Venen in het adembenemende, uitgestrekte, maar soms verraderlijk gladde landschap waagde. De misdienaars van Zemst kwamen daags voor aswoensdag ook nog even op bezoek in de abdij en dat hebben we naar traditie met een zangstonde gevierd.
De kroon op de maand was voor mij de huwelijksviering van Veerle en Daan te Aarschot. We (en zij) hebben elkaar tijdens een jongerenweekend in de abdij leren kennen… het werd een sfeervolle en hoogst originele feestdag, waar nog lang van nagenoten is. Daarmee zette ik mijn rijtje huwelijksvieringen voor 2009 in… uiteindelijk mocht ik dit jaar 10 koppels elkaar het ja-woord horen geven.

Ook maart was een maand met klasbezinningen: 2 klassen van Maris Stella Oostmalle en de meeleefdagen voor de leerlingen van het Don Bosco-instituut te Haacht. Op 19 maart vierden we (op het naamfeest van onze abt) het prelaatsfeest. Een cultureel hoogtepunt was voor mij die maand het bijwonen van het concert met muziek van één van mijn lievelingscomponisten, John Rutter, te Aartselaar. Op de laatste zondag van de maand mocht ik Tibo gaan dopen in het Klina-ziekenhuis te Brasschaat, omdat hij na maanden nog steeds niet naar huis kon. Intussen is hij gelukkig thuis bij zijn ouders.

Op 1 april stond mijn eerste ziekenzalvingsviering in het RVT te Rillaar op m’n agenda. Een medebroeder die daar jaarlijks het triduüm gaat begeleiden had gehoord dat ik zoiets als priester nog nooit had meegedaan en nodigde me prompt uit. Het werd een intense ervaring. Intussen stond ook m’n KLJ-activiteit niet stil… op de vooravond van Palmzondag mocht ik samen met de collega’s van de Werkgroep ‘K’ een gebedsviering begeleiden in Malle. Daags nadien waren er naar jaarlijkse traditie de Passievespers met het koor Wodan Skalden in de abdijkerk, waarmee de Goede Week stevig van start kon gaan. Samen met medebroeder Jos begeleidde ik Op Weg naar Pasen voor jongeren rond het thema “Ik geef me over”. Elk jaar weer ben ik diep geraakt door de intensiteit waarmee jongeren samen met ons die centrale dagen van het kerkelijk jaar met ons mee komen vieren. Intussen stond ook Thagaste niet leeg: een groepje jongeren van JNM kwam werken in de bossen rond de abdij. Zoals steeds ging dat gepaard met hartelijke, en soms heel diepzinnige gesprekken. Op Beloken Pasen mocht ik Rik, Zeth en Siem dopen te Gestel en was er ’s avonds de ontmoeting met de Deense scholieren die in het Bezinningscentrum logeerden. En dan “was de gas op”, zoals mijn directeur dat pleegt te zeggen… tijd voor vakantie. Dit jaar was mijn paasvakantie een hartelijk weerzien van de Salesiaanse gemeenschap te Farnières. Om niet helemaal met een schuldgevoel terug te moeten keren naar de abdij, ben ik aan het einde van m’n vakantie nog een studiedag gaan volgen aan de Universiteit van Leuven over geloof en humor. Meteen een goede inspiratiebron voor ons jongerenweekend in het voorjaar 2010.
Doopsel, ziekenzalving, huwelijk, eucharistie… welk sacrament was nog niet onder de aandacht gekomen? Juist: het sacrament van boete en verzoening. Dat mocht ik samen met de vormelingen van Eindhout gaan vieren, als voorbereiding op hun vormsel. Een genadevol moment in vele opzichten. M’n familie werd ook niet uit het oog verloren. Naar intussen jaarlijkse traditie werd er verzamelen geblazen in Averbode om tijdens de eucharistieviering met de abdijgemeenschap te bidden voor m’n overleden grootvader en voor elkaar. Dan ging de karavaan richting Mol voor een goede maaltijd en een stevig potje bowling. Als afsluiter van de maand werd ik verwelkomd in het KTA te Brasschaat om in enkele klassen te vertellen over mijn levenskeuze en het leven in onze abdij. Een spervuur van vragen zorgde ervoor dat de tijd “in no time” voorbij vloog. Tijdens de middagpauze “ontsnapte” ik even uit de school om aan de overkant van de straat terug in Klina aan te komen… deze keer niet voor Tibo, maar om Ibe te gaan bezoeken. Dit sympathieke kereltje is het zoontje van David en Elke, twee oud-klasgenoten wier huwelijk in 2008 mocht inzegenen. (ook al zo’n onvergetelijke dag) Zo werd een stevig gevulde maand afgerond.

Ook in mei mocht ik enkele kindjes dopen: Anouk en Milan in Meerhout, Luca in Zittaart en Mathéo in Ekeren (Leugenberg). Maar mei 2009 zal me toch vooral bijblijven als dé trouwmaand: op 9 mei was het dubbel feest: in de voormiddag zegende ik het huwelijk van Hans en Evelien in te Ekeren (Bunt), in het kerkje waar ik ooit nog gedoopt werd. Dan ging het in vliegende vaart (maar toch nog netjes binnen de toegelaten snelheden) naar Lochristi om te Hijfte de huwelijksviering voor te gaan waarin Nathalie en Wouter (beide KLJ-leden) elkaar het ja-woord gaven. Op twee plaatsen kan je niet tegelijk zijn, maar na elkaar wel, dat heb ik bij deze uitgeprobeerd…
De week nadien: opnieuw een KLJ-huwelijk: Ward en Katleen stapten te Lint in het huwelijksbootje, in een viering waarin de KLJ-afdelingen van Lier (Noord en Zuid) voor de opluistering zorgden.
Maar voor het zover was, stonden er nog twee grote events op het programma: in diezelfde week vonden de opnames van “Klanken van stilte”, de nieuwe cd van onze abdijgemeenschap plaats en reed ik helemaal naar Berkel en Rodenrijs (ten noorden van Rotterdam) om professor Paul van Geest te interviewen voor ons abdijtijdschrift ‘Averbode’ over de inspiratie die Augustinus met zijn kloosterregel kan bieden voor het huwelijksleven. (jawel, u leest dat goed: een kloosterregel als huwelijksinspiratie)
Het werd een lange, maar toch vrij vlotte autorit, een hartelijk weerzien (professor Paul kwam al enkele keren in onze abdij een retraite begeleiden), besloten met een gezellige maaltijd in hét restaurant van Berkel (;-) ). Een reisje waar ik lang van heb nagenoten.
Was dat al voldoende qua mega-events? Nee hoor. Mei had nog enkele pareltjes in petto: de KLJ-bedevaart naar Scherpenheuvel met de ochtendlijke (6u30!) gebedsviering en de eucharistieviering met ruim 1000 deelnemers (toegegeven, vooral niet-KLJ-ers) en de opening van het nieuwe provinciale KLJ-secretariaat te Herentals (waar ik eventjes op bezoek kwam) mogen zeker niet onvermeld blijven.

Juni was iets rustiger… hoewel… op Pinkstermaandag ging ik voor de voorlaatste keer mee op bedevaart naar Bois-Seigneur-Isaac. Op 6 juni vierden we het hoogfeest van onze ordesstichter Norbertus en ’s avonds presenteerde ik de internationale taptoe op het voorplein van de abdij. Stressen! Maar de stress was er natuurlijk vooral voor de studenten die in het bezinningscentrum kwamen studeren: de Zalige Blokbeesten. Gelukkig mocht de meerderheid zich met succes door de examens wringen. Ook voor mij was er een proclamatie: in het provincialaat van de Broeders van Liefde te Gent werd ik samen met mijn medestudenten gecertifieerd als “Jeugdcoach”. Deze praktijkgerichte opleiding volgde ik om met nog wat extra bagage als bezinningsbegeleider in onze abdij aan het werk te kunnen. Het werd een intense en boeiende ontdekkingsreis, waar ik nog veel mee zal kunnen doen. Dat een groot deel van de opleiding in de abdij van Zevenkerken plaatsvond, was nog eens een extra voordeel.
De jaarlijkse conventsbarbecue liet ik voor was hij was, om met mijn familie in Merelbeke op weekend te gaan. Vooral de sfeervolle eucharistieviering in openlucht, in een stralend zonnetje en de spannende “De slimste mens van de familie” zinderden nog lang na.

En zo begon de zomer… en hoe kan een zomer in Averbode nu beginnen zonder JOVADA? Juist. Met de apostel Paulus als gids genoten we van een weekje bezinnend, ontspannend en inspannend samenzijn. De dagtocht naar Langdorp, Aarschot en Testelt was steviger dan gedacht, de Israëlische volksdans nog leuker (en veel vermoeiender) dan gedacht, de inspiratie die Paulus ons bood rijker dan gedacht… een JOVADA die heel wat verwachtingen overtrof.

In juli stapten Kris en Tinne te Eindhout in een smoorheet huwelijksbootje… de kerk werd door een genadeloze zon haast tot een sauna herschapen. Maar dat lieten we niet over onze kant gaan. Een ruime week later trouwden Davy en Kristel te Zittaart in een iets draaglijker temperatuur (en vervoerd met een mooie koets). Maar hét huwelijk van juli was ongetwijfeld dat van mijn nicht Marjolein met Glenn te Stabroek. Een prachtig kerkje, een smaakvolle en sfeervolle viering, de receptie met de rubber laarzen (“katsjoewe botten”) van de bruid (verhaal te lang om hier uit de doeken te doen), … moet er meer commentaar bij?
Een warme maand is ideaal om wat met water te spelen, dus ook doopsels stonden op het menu, en niet weinig: Bo, Louise, Nathan, (Zittaart) Axelle en Wenke (Klein-Vorst), Rein, Bente, Dora, Nathalina en Yarne (Gestel) werden door het doopsel opgenomen in de gemeenschap van Jezus Christus.
Dan was het tijd voor mijn eigen vakantie in twee delen: eerst een weekje de laatste kans grijpen om m’n zomervakantie in Bois-Seigneur-Isaac in een norbertijnse gemeenschap door te brengen (in 2010 geven we die abdijgebouwen door aan de Libische Maronieten), waarna ik me thuis mocht voelen bij mijn broer en toekomstige schoonzus in het oud-ouderlijke huis te Ekeren. Een daguitstap naar Zeeland met een goede vriend behoorde, naast de kasteeltuinen van Edingen, tot de ontdekkingen van de zomer. Je moet het niet ver gaan zoeken, dicht bij huis zijn heel wat mooie dingen te ontdekken. Dreischor maakte op mij een heel pittoreske indruk. Nooit van gehoord? Googlen maar!
Omdat ik de Israëlische dansmicrobe maar niet kwijtraakte, kon het niet laten met één van de deelnemers van JOVADA naar het Nachtegalenpark te gaan om daar de wekelijkse internationale volksdansinstuif mee te maken. Een aanrader voor al wie van muziek houdt en eens iets nieuws wil proberen. (Bedankt, Rik, voor de gouden tip!) Zo sloot ik m’n vakantie muzikaal af.

En zo was ik in augustus beland. Tijd voor het eerste Tel18-huwelijk dat ik mocht meemaken: Koen en Ilse trouwden te Kapellen.
Augustus was de maand van feestgedruis in de abdij: met 1134 als stichtingsjaar, konden we 875 jaar op de teller zien staan. Een goede gelegenheid om dankbaar achteruit en vooruit te blikken. De feestelijkheden bestonden uit een vesperdienst, een academische zitting, een verrukkelijk Monteverdi-concert en een gezellige familiedag. Honderden mensen konden op die manier meevieren met de medebroeders. Maar daarmee was de feesttrein nog niet uitgereden: op 28 augustus verbond fr. Philippe zich door plechtige geloften voor het leven aan onze abdijgemeenschap, na zich samen met ons tijdens de conventsretraite daarop voorbereid te hebben. Voor het eerst in heel wat jaren konden we dit jaar geen nieuwe novicen inkleden… maar gezien het leven in onze abdij voor mij en voor velen een bron van geluk is, ben ik er gerust in dat we de komende jaren nog kandidaten zullen mogen verwelkomen.

En toen viel er als een bliksemschicht bij heldere hemel onverwacht iets in mijn korf. In het begin van september kondigde de prelaat me aan dat hij me in het huiskapittel van 8 september zou benoemen tot cantor (voorzanger) van de abdijgemeenschap. Een taak die ik in dienstbaarheid en trouw zal proberen te vervullen. Dankbaar om de goede akker die ik van mijn voorganger Marc Fierens mag overnemen, heb ik toch ook geleerd dat er heel wat tijd en energie achter de schermen geïnvesteerd moet worden om de gebedsdiensten van de abdijgemeenschap tot een evenwichtig, inhoudsvol en afwisselend resultaat te helpen. Met Jan en Bart als succentores (assistent-voorzangers), Jos als organist en enkele medebroeders als “reserveploeg” weet ik me omringd door welwillende en enthousiaste medewerkers. ‘k Zal m’n best doen…
September was ook de maand waarin Maarten en Vicky in de Magdalenakerk te Reet in een doorleefde viering in het huwelijksbootje stapten. Nooit eerder had ik een bruid zien wimpelen… maar KLJ-tradities zijn er om te respecteren. Indrukwekkend! Twee weken later trouwden Leen en Joris te Gestel. Een mooi einde van het “trouwjaar 2009″.
Maar september was ook het begin van een jaar: dat van de klasbezinningen 2009-2010: twee klassen van het Scheppersinstituut te Antwerpen en één  van het Drievuldigheidscollege te Leuven mocht ik onder m’n hoede nemen. Ook de eerste meeleefdagen, voor de leerlingen van COLOMAplus te Mechelen, luidden het nieuwe werkjaar in.
Tussendoor doopte ik Ferre, Noor en Thorvald te Gestel en mocht ik (mijn stiekeme favoriet van het jaar) Ibe dopen te Kalmthout, gevolgd door één van de gezelligste doopfeesten die ik al mocht beleven. (Maar hoe kon het ook anders met zo’n mooi huwelijksfeest van zijn ouders het jaar daarvoor?)
Tenslotte kwamen de VOLL’ers van Rijmenam nog een dagje op bezoek om zich te bezinnen rond vergeving en verzoening, besloten met een verzoeningsviering, als ultieme voorbereiding op hun vormselviering begin oktober. Zo besloten ze een jarenlange groeiweg met een onvergetelijke viering, gevolgd door een gemeenschappelijk feest, opgeluisterd met de knotsgekke videofragmenten van hun avonturen.

Begin oktober was er één van mijn preekbeurten in de abdijkerk over… het huwelijk. Huwelijkspreek 11 van 2009 ging dus in de steigers. (Als ik het tegen dan nog niet begrepen zou hebben… hoewel het toch ook altijd een mysterie zal blijven waar ik nooit het laatste woord over gezegd zal hebben…)
In Meerhout werd ik uitgenodigd om op de ouderavond voor de vormelingen te vertellen over de betekenis van het vormsel en de rol die de ouders bij de voorbereiding ervan kunnen spelen. Op zondag 11 oktober hebben we met (bescheiden) tromgeroffel onze nieuwe CD+boek voorgesteld. “Klanken van stilte” blijkt bij bijzonder veel mensen in de smaak te vallen. Iemand vertrouwde me toe dat sinds 11 oktober onze gezangen al zijn autoritten begeleiden… en dat zijn er heel wat.H. Hartcollege van Waregem, de meeleefdagen van het Onze Lieve Vrouwecollege te Assebroek, Sint-Godelieve Lennik (die er zo van genoten hebben dat ze in december al terug naar Averbode kwamen om na hun examens in Thagaste te logeren) en de  leerlingen van de Sint-Martinusscholen van Herk-de-Stad.
Op 18 oktober werden Liam en Witse door mij in Gestel gedoopt.

Na het Allerheiligenweekend hielden we met onze abdijgemeenschap canoniekapittel, onze jaarlijkse grote vergaderdag. Wat klasbezinningen betreft stond november helemaal in het teken van de Sint-Bavohumaniora te Gent. De zondag daarop was Antwerpen mijn bestemming, meer bepaald de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal: daar mocht ik Livia dopen in de eeuwenoude doopvont in een straalkapel. Als je de toeristen meerekent was dat met ruime voorsprong het doopsel met de meeste aanwezigen. De dopelinge gedroeg zich waardig en ingetogen.
Op 14 november nam ik voor het eerst deel aan een Elia-avond. Dat zijn gespreksavonden voor jongvolwassen gelovigen. Die eerste avond rond ziekenhuispastoraal heeft me de smaak te pakken doen krijgen. Als ik kan, kom ik elke volgende keer meedoen…
Aan het einde van november werd ik enkele dagen gevolgd door twee studenten journalistiek, die me met camera en “Samson” bestookten voor hun portret-project. Heel wat uurtjes en talloze vragen, maar misschien nog meer one-liners later hadden ze genoeg materiaal bij elkaar. Het eindresultaat heb ik nog niet gezien… maar na die dagen was ik mezelf wel beu-gehoord.
Tenslotte wil ik niet onvermeld laten (hoe irrelevant dit ook mag klinken voor u, bloglezer): in november at ik voor het eerst in anderhalf jaar nog eens pannenkoeken, dankzij mijn lieve moeder, die de moeite deed een stapel lactosevrije exemplaren voor mij uit haar pan te toveren… en ze smaakten naar méér! Een kinderhand/mond is gauw gevuld…

En zo liep het jaar op z’n einde: december is een examenmaand voor humaniorastudenten, dus geen klasbezinningen te begeleiden. En dat kwam prima uit, want ik kreeg het signaal dat ik naar een andere kamer mocht verhuizen. Die verandering had voordeel voor verschillende personen, maar ook voor mezelf: ‘k heb nu een beetje meer plaats, zodat ik in m’n zithoek niet langer met opgetrokken knieën een boek moet lezen, maar zelfs plaats heb om een kop thee naast me op een tafeltje te plaatsen. Kwatongen beweerden dat “meer plaats” bij mij alleen maar “meer rommel” zou betekenen. Ruim 3 weken later kan ik alleen maar het tegendeel laten vaststellen: zowel mijn nieuwe werkruimte (in het bezinningscentrum, betrokken in november) als mijn nieuwe kamer staan er netjes tot zeer netjes bij. De dagen voor kerstmis kwamen enkele Nederlandse jongeren van Woesteland in Thagaste logeren om in de (sneeuwwitte) bossen rond de abdij vrijwilligerswerk te doen voor Natuurpunt. Een vrolijke en gezellige bende, waarvan er uiteindelijk 4 ook de kerstnacht doorbrachten in het jongerenverblijf. Enig! ;)
Kerstavond en Kerstmis werden naar goede gewoonte ook muzikaal luisterrijk gevierd. Tijdens de kerstwake brachten enkele medebroeders, waaronder ik, enkele Engelse en Duitse kerstliederen ten gehore, afgewisseld met het betere orgelwerk door medebroeder Jos  om de sfeer op te bouwen naar de middernachtmis toe, die dit jaar iets minder druk werd bijgewoond als de voorbije jaren, door de aanhoudende winterse wegensituatie. Dat belette ons niet om na de eucharistieviering chocomelk en soep uit te delen aan de vrij snel natgeregende kerkgangers.

En zo is weer een jaar voorbijgesneld. Met 2010 beginnen enkele medebroeders aan een nieuwe functie als overste of verantwoordelijke voor enkele afdelingen in de abdij. In januari hopen we ook te weten te komen wie de nieuwe aartsbisschop voor Mechelen-Brussel zal worden. (en eventueel wie dan diens huidige bisschopszetel zal toegewezen krijgen) Maar waar ik vooral naar uitkijk is het huwelijk van mijn jongere broer. Dan wordt definitief het “eerste generatie”-hoofdstuk afgesloten en begin ik samen met mijn leeftijdsgenoten tot de tweede generatie (die van ouders-met-jonge-kinderen) te horen… en de generatie van mijn ouders stilaan tot de grootouder-generatie. (jaja, wen er maar aan!)

De cijferfreaks krijgen hun zin op het einde van dit jaaroverzicht:
dit jaar 10 huwelijk (dus totaal: 17 sinds mijn diakenwijding) en 26 doopsels (totaal: 63 sinds mijn diakenwijding).
De voorbije dagen is mijn blogteller over de 60.000 pageviews gegaan.
Met een gemiddelde van zo’n 1500 bezoekers per maand, voel ik me zeker niet ongelezen.

Aan jullie allemaal, beste bloglezers, en aan allen die jullie nabij zijn of die jullie in het hart dragen: een gezegend 2010 met minstens één vervulde droom, één uitgevoerd creatief idee en één knotsgek moment!

Homilie LBK-kerstviering 2009

Op woensdagavond 16 december 2009 was ik voor de derde keer als voorganger te gast in de kerstviering van de Landbouwkring, de studentenkring voor landbouw- en bio-ingenieurs, die met hun medestudenten, ouders, professoren, buurtbewoners en sympathisanten er een jaarlijkse traditie van maken eucharistie te vieren, waarna er verbroederd wordt met een hapje en een drankje in hun facbar “De Gnorgl”, tegenover de Sint-Lambertuskerk te Heverlee.

Elk jaar zingt een groepje vrijwillige studenten als geledenheidskoor. Elk jaar weer bezorgen ze me kippenvel met wat ze (op vaak heel korte termijn) gerepeteerd hebben. Een streling voor het oor, waarvoor dank en proficiat.

Tijdens de viering sprak ik deze homilie uit:

lezingen:
Filippenzen 4,4-7 Verheug u in de Heer.
Lucas 1, 39-45 Bezoek van Maria aan Elisabeth.

Vorig jaar vierden we rond deze tijd ook de kerstviering van de Landbouwkring, velen onder u waren er toen bij in deze kerk. Het evangelie van deze avond is het vervolg op dat van vorig jaar. Je zou kunnen zeggen dat dit de volgende aflevering is van de Kerst-soap.

Lucas beschreef toen hoe een engel plots aan Maria verscheen, waardoor ze schrok, – hoe zou u zelf zijn? – en die haar als eerste woorden zei: “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u!”
Daarna kondigde de engel Maria aan dat ze een kind zou krijgen, dat ze Jezus moest noemen.
En tenslotte vernam Maria dat haar oudere nicht, Elisabeth, al zes maanden zwanger was.

In de evangelielezing van deze viering mochten we haar haastig naar Elisabeth zien gaan, om haar te gaan helpen en wellicht om haar geluk te wensen. En ook daar is vreugde de hoofdtoon: het gaat immers niet alleen om de ontmoeting van deze twee zwangere dames. Het is ook de eerste keer dat Johannes de Doper en Jezus bij elkaar in hetzelfde huis zijn. En dat de vreugde groot is, blijkt uit wat de evangelist Lucas vertelt: Zodra de groet van Maria de oren van Elisabeth bereikte, sprong het kind in haar schoot op van vreugde. Of we dit nu als een historisch verslag lezen of niet (zo was het wellicht ook niet bedoeld), de boodschap is dat het leven van Johannes en dat van Jezus innig met elkaar verbonden zijn, al van in het vroegste begin. Hun levens vertellen het verhaal van de vrijmoedige verkondiging van het evangelie, van de blijde boodschap dat God mensen nabij komt.

En dat evangelie, die boodschap, moet volgens de eerste lezing in de eerste plaats een bron van vreugde en hoop zijn. Paulus vindt het zo belangrijk dat hij het twee keer achter elkaar zet: verheugt u! Wees blij! En een beetje verder: Wees onbezorgd. De Heer is nabij, Hij houdt zich niet ver van ons, Hij verstopt zich niet voor ons.

De vreugde die het geloof ons schenkt, mag ons tot hulp zijn om onze zorgen te boven te komen. Paulus spoort ons aan om al onze verzuchtingen bij God bekend te maken in ons gebed, met aandacht voor wat ons dwars zit of ontbreekt, maar nooit zonder dankzegging voor het goede dat er al in ons leven bestaat.

Wie zelf vervuld is van die werkelijkheid, dat het geloof mensen blij maakt, zal dat ook uitstralen naar anderen. Vandaar staat er ook: uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. Gelovigen zullen maar ernstig genomen worden, als hun geloof ook een zichtbaar positief effect heeft op hun leven. Het is, volgens Paulus en ook volgens mij, aan de christenen om aan de wereld te tonen dat ons geloof ons gelukkig maakt en ook anderen, wat hun overtuiging ook zij, in dat geluk te laten delen. Zo worden we een aanstekelijke gemeenschap die niet in de eerste plaats bezig is met dalende cijfers, maar wel met de kern van het geloof.

In deze donkere tijd van het jaar, die voor velen onder u ook de voorbode is van een zware blokperiode, nodig ik u uit om de woorden van Paulus te overwegen als tegengewicht tegen de duisternis en de stress:

De Heer is nabij. Weest onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking; en nooit zonder dankzegging. En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat zal uw harten en gedachten behoeden in Christus Jezus.

Moge God, hoe Hij voor u ook is, welke plaats Hij ook in uw leven heeft, u altijd, maar vooral in deze tijd, zijn vrede schenken. Amen.

Herfstbladeren met kippevel

Dit nummer (Autumn Leaves) en deze zangeres, Eva Cassidy, bezorgen me kippevel… elke keer, bij elke noot.

Een herfstsnoepje op de brug naar de winter.

Twee banden maken nog geen fiets

Op zaterdag 7 november 2009 mocht  ik in De Brink te Herentals voorgaan in de eucharistieviering tijdens Trainingsdagen I, een opleidingsinitiatief voor nieuwe KLJ-leiding. De werkgroep K van provincie Antwerpen, waar ik lid van ben, had een mooie en sfeervolle viering voorbereid. Dit is de homilie van die viering.

lezingen:
1 Kor 12, 12-27          ‘Eenheid in verscheidenheid’
Joh 17, 20-…              ‘Mogen zij één zijn’

homilie:

Hine(y) ma tov u’manayim

Shevet akh-im gam ya-khad

Je krijgt niet elke dag Hebreeuws te beluisteren, zeker niet op popmuziek… en dan nog te denken dat deze tekst al meer dan 2400 jaar oud is. En toch heeft die oude tekst gelijk:

het is mooi en het doet deugd om samen te zijn als broers en zussen.

Daar gaat het in deze viering over, eigenlijk in elke eucharistieviering: we vormen samen een geheel. We horen bij elkaar. Mensen zijn niet gemaakt om alleen te blijven, maar om het geluk te vinden bij elkaar.

 

Maar natuurlijk is het niet altijd koek en ei. Waar mensen samen zijn wordt er “gemenst”: ergernis, jaloezie, uitlachen, pesten, maar ook onhandigheid en gebrek aan medemenselijkheid… allemaal heel gewone, menselijke, maar vervelende en vaak kwetsende situaties.

En dan heb je ook nog de karakters die botsen: de ene is ijverig, de andere wat passiever, de ene voert graag het woord, de ander zegt liever niet teveel, de ene kan je goed vertrouwen, de andere speelt graag roddelblad van dienst.
Je hebt mensen die snel actie ondernemen, die niet graag te lang over dingen nadenken. Anderen proberen vanuit hun intuïtie, hun gevoel, met de werkelijkheid om te gaan. En dan heb je nog de denkers, die het liefst alles zorgvuldig overpeinzen of graag filosoferen. Die zijn allemaal nodig. Wij zijn allemaal nodig. Ook al denk je wel eens: “die is eigenlijk nutteloos”, of misschien zelfs “ik ben eigenlijk nutteloos”: je bent er, je hebt een rol in deze wereld. Om te beginnen in de KLJ, anders zou je hier deze avond niet zijn.

In elke afdeling zou je de oefening van de fiets kunnen maken: wie zijn de trappers, diegenen die zorgen dat de boel in gang blijft? Wie is de rem? Dat is de voorzichtige, ofwel de passieve. Wie is de bel? Wie maakt er het meeste lawaai? Of wie waarschuwt voor risico’s? Wie zijn de lichten? Wie denkt nog eens goed na over wat er besloten moet worden en probeert alles vanuit een nieuw perspectief te zien? Wie is het zadel? Bij wie kan je terecht om eens te gaan zitten en je hart te luchten? Wie is de bagagedrager? Wie zorgt dat niemand iets te kort komt? Of wie komt er op voor de zwakkere?

 

Zo doen we zoals Paulus, die de christengemeenschap vergelijkt met een lichaam, waar Jezus Christus het hoofd is en wij allemaal de verschillende ledematen.

De avond voor zijn kruisdood heeft Jezus volgens de evangelist Johannes intens voor zijn leerlingen gebeden, voor alle mensen die in hem geloven, dat ze één zouden zijn. Hij heeft voor ons gebeden dat wij zo’n hechte band met Hem en met elkaar zouden hebben als Hijzelf met God, zijn Vader heeft. Die band bestaat uit een liefde die zich aan geen enkele grens stoort, zelfs niet aan de dood. Dat is wat wij vieren als we eucharistie vieren: we gedenken hoe Jezus ons, in zijn leven, zijn dood en zijn verrijzenis, heeft willen tonen hoezeer God met ons verbonden wil zijn.

 

Vandaag vragen veel mensen zich af waar ze God moeten zoeken. In het christendom wordt die vraag omgedraaid: God is naar ons op zoek. Laten wij ons vinden? Zorgen we voor een gemeenschap, een KLJ, waar ruimte is voor God, waar Hij ons kan vinden? Dat kunnen we maar doen door ieder deeltje van het geheel naar waarde te schatten.

Misschien blinkt een remblokje van een fiets niet zo mooi als de bel… maar zonder dat blokje is de fiets niet meer veilig.
Ook God houdt van ons, mensen, zonder onderscheid. Hij wil elk van ons een plaats gunnen in deze wereld en zal ons ook na dit leven verwelkomen in zijn liefde.

Als Hij al zo van ons houdt… dan is het ook onze opdracht van onszelf en van elkaar te leren houden. Met vallen en opstaan, in lief en leed. Laat deze viering daarvan al een teken zijn, door het delen van het zelfde brood en door nu samen ons geloof te belijden.

Doe eens iets anders…

Wat wij niet zien, maar toch leuk kan zijn.

Homilie 27e zondag door het jaar B

lezingen:
Genesis 2,18-24
Hebreeën 2,9-11
Marcus 10,2-16

In het begin, bij de schepping, heeft God de mensen als man en vrouw gemaakt. Daarom verlaat een man zijn vader en moeder om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen volkomen één worden.

Zusters en broeders, als we ons de vraag stellen waarom Jezus het huwelijk zo belangrijk vindt, ligt een belangrijke aanzet van het antwoord vervat in die twee zinnen. We zongen het ook in het openingslied: God die in het begin uit aarde, naar zijn beeld, de mensen voor elkaars geluk geschapen heeft.(ZJ 666)

De mens werd geschapen naar het beeld van God, op Hem gelijkend, lezen we in het eerste hoofdstuk van de bijbel. Man en vrouw schiep Hij de mens. God wilde dat de mens een relationeel wezen werd. In de eerste lezing werd dit op een meer verhalende manier uitgedrukt: tussen de andere levende wezens op aarde vond de mens niemand die bij hem paste. Pas wanneer twee mensen bij elkaar kwamen, werd het mogelijk gelukkig te zijn. Pas dan was Gods schepping van de mens voltooid.
Omdat God ons geluk wil en met ons een verbond, een relatie wil aangaan, zijn man en vrouw door hun verbond, door hun relatie, een beeld van God. De diepste grond van ons bestaan is elkaars geluk te zijn.

Pas als we helemaal doordrongen zijn van die diepe betekenis van het huwelijk, kunnen we begrijpen waarom Jezus zo rechtlijnig reageert op de vraag van zijn volksgenoten of het toegestaan is je echtgenoot weg te zenden of in de steek te laten. Wie huwen, maken van  hun relatie een teken van Gods liefdesverbond met de mensen. Ze schenken elkaar hun toekomst, ze gaan een grenzeloos engagement aan, zoals Gods liefde voor ons grenzeloos is. Dat verbond verbreken of ontkennen, maakt dan ook dat het teken geschonden wordt. Ons beeld-van-God-zijn wordt vertroebeld.

“Wat God heeft verbonden, zal een mens niet scheiden,” zegt Jezus. Daarom houdt onze geloofsgemeenschap er aan dat een huwelijk onverbreekbaar is. Het is een band die mensen levenslang met elkaar verbindt.

Maar de realiteit van een huwelijk kan veel minder ideaal zijn dan wat verloofden elkaar en zichzelf toewensen wanneer ze trouwen. Jezus wist ook wel dat het tussen mensen niet altijd rozengeur en maneschijn is. Misschien daarom dat Hij op deze moeilijke vraag met een tikkeltje meer spitsvondigheid antwoordde dan we van Hem gewend zijn. Hij vult de vraag van de Farizeeën aan voordat Hij er krachtig op antwoordt: wie zijn vrouw verlaat om een ander te huwen begaat echtbreuk, en wie haar man verlaat om een andere te huwen, maakt zich schuldig aan echtbreuk. Blijkbaar erkende Jezus wel dat het soms nodig is dat gehuwden afstand van elkaar nemen. Maar als dat gebeurt om met een ander te huwen, dan ontkennen ze hun eerste (en volgens Jezus enige) levensverbond. Zo kan ook de Kerkgemeenschap het aanvaarden dat mensen besluiten dat samenleven onmogelijk geworden is, hoewel ze er ook altijd op zal aandringen dat we geroepen worden tot verzoening en dialoog. Maar het gegeven ja-woord, waardoor mensen door God verbonden worden, kan je niet uit de geschiedenis wegknippen.

Ook tussen God en zijn volk is het dikwijls tot moeilijke en pijnlijke conflicten gekomen. Al bij de verbondssluiting moest Mozes vaststellen dat zijn volgelingen een afgod hadden gemaakt van goud. Maar God berust niet in de breuksituatie. Hij blijft zijn volk telkens weer opzoeken en oproepen. Zelfs de ballingschap, die eigenlijk het einde van het volk Israël had moeten betekenen, bleek het begin te worden van een heropleving, een vernieuwde beleving van de relatie met God. Zo kan ook een huwelijksrelatie vele stormen doormaken, door dorre periodes heen moeten worstelen, soms tot de grootste wanhoop toe. Het openingslied bezong het: Zoals ten einde toe de mensen twee aan twee hun lange wegen gaan en God gaat met hen mee, zo zal Hij met u zijn in leven en in dood.

Een passend antwoord op alle relatieproblemen kunnen we als kerkgemeenschap niet geven, hoe graag ik dat ook zou willen. Het zou ook verkeerd zijn om vanuit veralgemeningen of principes de concrete situatie van twee gehuwden te beoordelen of te veroordelen.

Door het huwelijk verbindt de geloofsgemeenschap zich er wel toe de gehuwden te steunen door dik en dun, in gebed en medeleven, met grote sympathie en dankbaarheid dat zij er voor gekozen hebben om hun beeld-van-God-zijn op zo’n mooie en edele manier gestalte te geven in deze wereld. Laten we dan op deze zondag speciaal bidden voor alle gehuwden, voor alle verloofden en vooral voor hen, wiens huwelijk, net zoals het verbond tussen God en de mensen, beproefd wordt. Mogen zij ervaren dat God hen niet in de steek laat en dat zijn liefde voor hen onverbrekelijk is, een teken van eeuwige trouw aan zijn gegeven Woord.

Op zondag 4 oktober 2009 mocht ik de homilie houden tijdens de eucharistieviering in de abdijkerk.


Homilie 27e zondag door het jaar B

Abdijkerk – zondag 4 oktober 2009

lezingen:

Genesis 2,18-24

Hebreeën 2,9-11

Marcus 10,2-16

homilie:

In het begin, bij de schepping, heeft God de mensen als man en vrouw gemaakt. Daarom verlaat een man zijn vader en moeder om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen volkomen één worden.

Zusters en broeders, als we ons de vraag stellen waarom Jezus het huwelijk zo belangrijk vindt, ligt een belangrijke aanzet van het antwoord vervat in die twee zinnen. We zongen het ook in het openingslied: God die in het begin uit aarde, naar zijn beeld, de mensen voor elkaars geluk geschapen heeft.(ZJ 666)

De mens werd geschapen naar het beeld van God, op Hem gelijkend, lezen we in het eerste hoofdstuk van de bijbel. Man en vrouw schiep Hij de mens. God wilde dat de mens een relationeel wezen werd. In de eerste lezing werd dit op een meer verhalende manier uitgedrukt: tussen de andere levende wezens op aarde vond de mens niemand die bij hem paste. Pas wanneer twee mensen bij elkaar kwamen, werd het mogelijk gelukkig te zijn. Pas dan was Gods schepping van de mens voltooid.

Omdat God ons geluk wil en met ons een verbond, een relatie wil aangaan, zijn man en vrouw door hun verbond, door hun relatie, een beeld van God. De diepste grond van ons bestaan is elkaars geluk te zijn.

Pas als we helemaal doordrongen zijn van die diepe betekenis van het huwelijk, kunnen we begrijpen waarom Jezus zo rechtlijnig reageert op de vraag van zijn volksgenoten of het toegestaan is je echtgenoot weg te zenden of in de steek te laten. Wie huwen, maken van  hun relatie een teken van Gods liefdesverbond met de mensen. Ze schenken elkaar hun toekomst, ze gaan een grenzeloos engagement aan, zoals Gods liefde voor ons grenzeloos is.

Dat verbond verbreken of ontkennen, maakt dan ook dat het teken geschonden wordt. Ons beeld-van-God-zijn wordt vertroebeld.

“Wat God heeft verbonden, zal een mens niet scheiden,” zegt Jezus. Daarom houdt onze geloofsgemeenschap er aan dat een huwelijk onverbreekbaar is. Het is een band die mensen levenslang met elkaar verbindt.

Maar de realiteit van een huwelijk kan veel minder ideaal zijn dan wat verloofden elkaar en zichzelf toewensen wanneer ze trouwen. Jezus wist ook wel dat het tussen mensen niet altijd rozengeur en maneschijn is. Misschien daarom dat Hij op deze moeilijke vraag met een tikkeltje meer spitsvondigheid antwoordde dan we van Hem gewend zijn. Hij vult de vraag van de Farizeeën aan voordat Hij er krachtig op antwoordt: wie zijn vrouw verlaat om een ander te huwen begaat echtbreuk, en wie haar man verlaat om andere te huwen, maakt zich schuldig aan echtbreuk. Blijkbaar erkende Jezus wel dat het soms nodig is dat gehuwden afstand van elkaar nemen. Maar als dat gebeurt om met een ander te huwen, dan ontkennen ze hun eerste (en volgens Jezus enige) levensverbond.

Zo kan ook de Kerkgemeenschap het aanvaarden dat mensen besluiten dat samenleven onmogelijk geworden is, hoewel ze er ook altijd op zal aandringen dat we geroepen worden tot verzoening en dialoog. Maar het gegeven ja-woord, waardoor mensen door God verbonden worden, kan je niet uit de geschiedenis wegknippen.

Ook tussen God en zijn volk is het dikwijls tot moeilijke en pijnlijke conflicten gekomen. Al bij de verbondssluiting moest Mozes vaststellen dat zijn volgelingen een afgod hadden gemaakt van goud. Maar God berust niet in de breuksituatie. Hij blijft zijn volk telkens weer opzoeken en oproepen. Zelfs de ballingschap, die eigenlijk het einde van het volk Israël had moeten betekenen, bleek het begin te worden van een heropleving, een vernieuwde beleving van de relatie met God.

Zo kan ook een huwelijksrelatie vele stormen doormaken, door dorre periodes heen moeten worstelen, soms tot de grootste wanhoop toe.

Het openingslied bezong het: Zoals ten einde toe de mensen twee aan twee hun lange wegen gaan en God gaat met hen mee, zo zal Hij met u zijn in leven en in dood.


Een passend antwoord op alle relatieproblemen kunnen we als kerkgemeenschap niet geven, hoe graag ik dat ook zou willen. Het zou ook verkeerd zijn om vanuit veralgemeningen of principes de concrete situatie van twee gehuwden te beoordelen of te veroordelen.

Door het huwelijk verbindt de geloofsgemeenschap zich er wel toe de gehuwden te steunen door dik en dun, in gebed en medeleven, met grote sympathie en dankbaarheid dat zij er voor gekozen hebben om hun beeld-van-God-zijn op zo’n mooie en edele manier gestalte te geven in deze wereld. Laten we dan op deze zondag speciaal bidden voor alle gehuwden, voor alle verloofden en vooral voor hen, wiens huwelijk, net zoals het verbond tussen God en de mensen, beproefd wordt. Mogen zij ervaren dat God hen niet in de steek laat en dat zijn liefde voor hen onverbrekelijk is, een teken van eeuwige trouw aan zijn gegeven Woord.

Tijd voor een dansje?

Probeer dan deze maar eens na te doen:

Homilie voor de huwelijksviering van Joris en Leen

Op zaterdag 19 september 2009 trouwden Joris Maes en Leen De Doncker te Meerhout-Gestel. Tijdens deze sfeervolle viering sprak ik deze homilie uit:

lezingen:
1 Korintiërs 12,31-13,8a
Johannes 15, 12-17

Beste Leen en Joris,

bestaat er een recept voor een perfect huwelijk? Is er zoiets als een “methode” om te garanderen dat er, wanneer je trouwt, alleen nog maar goede, rijke en gezonde dagen zijn en zo min mogelijk kwade, arme en zieke dagen?Als ik die formule zou hebben, dan zou ik geen seconde aarzelen om ze hier te verklappen. Maar de hele formule heb ik niet… ‘k heb wel een paar stukjes die er zeker bij horen. Die geef ik jullie dus mee. We maken tijd voor een geestelijke kookles.

Het eerste ingrediënt, en wellicht het belangrijkste, vind je in de twee lezingen die we hebben gehoord: de liefde. Het moet pure liefde zijn, geen wit product. Liefde die zichzelf niet zoekt, die vriendelijk en vrijgevig is, vergevingsgezind en vredelievend. Liefde die ruimte geeft aan de ander, maar ook je zelfrespect niet wegdrukt.

Het gaat om liefde die in drie richtingen werkt. In de eerste plaats is het de liefde van en voor God. Hij staat aan de oorsprong en is de bezieler van alle liefde. Hij is liefde.
Vervolgens gaat de liefde uit naar je naasten. In het huwelijk is dat in de eerste plaats je partner en als de tijd rijp is horen ook jullie kinderen tot die eerste liefdeskring. Daarna kan je cirkels ontdekken van liefdevolle verbondenheid met je familie, je vrienden, je collega’s, je streekgenoten, je landgenoten, je geloofsgenoten, ja met alle mensen.

En tenslotte is er de liefde waarmee je ook naar jezelf mag kijken. Geen egocentrische schijnliefde, waarmee iemand zichzelf in het middelpunt van het heelal plaatst, maar het respectvol en eerlijk omgaan met je talenten en je gebreken. Een mens kan maar echt gelukkig zijn, als hij of zij ook echt lief kan zijn voor zichzelf, als je jezelf iets kan gunnen en ergens van kan genieten. Die liefde behaalt haar hoogste kwaliteit, zegt Jezus, als ze zover zou gaan dat iemand zijn leven zou geven voor zijn vrienden. Een liefde die zich van de grenzen van het leven niets aantrekt en door alles heen blijft beminnen. Daarmee vullen we het grootste deel van de huwelijkskom.

Maar er moeten nog dingen bij. Hier komt het tweede ingrediënt. Dat is misschien wel een afgeleide van liefde, maar ook los verkrijgbaar, zoals je ook eiwit apart aan iets zou kunnen toevoegen, ook al hoort het ei toch bij mekaar. De verdraagzaamheid is als een heel bijzonder kruid. Het brengt een mensenleven op smaak. ’t Is zoals laurier bij de aardappelen. Als ’t er niet is, heb je ’t gevoel dat het wel in orde is, maar alles blijft nogal flets. (Als je dat nog nooit geprobeerd hebt: ‘t is een aanrader.) Verdraagzaamheid betekent niet dat alles goed is, of dat je alles goed moet vinden. Het heeft er mee te maken dat je beseft, vaak vanuit je zelfkennis, dat mensen niet volmaakt zijn, en dat je dat niet van hen mag verwachten. Stap voor stap leer je geduld hebben met de minder leuke kanten aan de ander en aan jezelf. Je blijft ze jammer vinden, maar soms worden het ook juist die kantjes die iemand vertederen of prikkelen. Christenen zijn geroepen om zich telkens opnieuw te richten op het ideaal van het evangelie, waarin Jezus zachtmoedig en nederig met de mensen omgaat. Verdraagzaamheid is een teken van grote wijsheid. Maar net zoals bij kruiden geldt hier: als het teveel wordt, is de soep niet te eten.

Wat gieten we er nog bij? Een ferme scheut humor. Die geeft een toets aan het geheel, helpt om spanningen en teleurstellingen te relativeren of zelfs op te lossen en brengt een tintelende dimensie aan in jullie relatie.

Als je wil dat jullie huwelijk ook voor anderen smaakt, zal er een stevige portie verbondenheid bij moeten, liefst niet te fijn gehakt. Verbondenheid met je ouders en je broer of zussen, met je vrienden, met de mensen om je heen. Solidariteit, medeleven,… allemaal woorden die hier van toepassing zijn. Maar ’t werkt ook in de andere richting: ook die anderen, de mensengemeenschap en in het bijzonder de kerkgemeenschap, zijn vanaf vandaag met jullie verbonden en willen jullie van dichtbij of van iets verder af steunen in jullie stap.

Om het geheel te binden is er geloof nodig. Anders begint vroeg of laat de huwelijkssaus te kabbelen of te klonteren. Het wordt maar een goede mix als je ook aandacht geeft aan God. De eerste stap daarin is diep in je hart vertrouwen dat Hij je niet in de steek laat, dat Hij je bemint, wat er ook gebeurt. Een tweede stap is met dat geloof iets in je leven doen. Zorgen dat jijzelf, maar ook anderen, aan je leven kunnen zien dat God er welkom is, dat Hij niet buiten gezet is: af en toe tijd maken voor bezinning of gebed, je keuzes ook eens in het licht van het evangelie bekijken, bereid zijn tot verzoening als dat nodig is, je kinderen vertellen over Jezus en de belangrijke boodschap die Hij bracht, en die de christelijke gemeenschap nog steeds verkondigt.

En dan moet dat alles nog opgewarmd worden. Daar zorgt de heilige Geest voor. Dat is de Geest van liefde die er tussen de Vader en de Zoon leeft, de Geest die jullie bij het doopsel en het vormsel geschonken is. Vandaag bidden wij dat die Geest jullie leven mag verwarmen, jullie harten met vuur vervullen, met enthousiasme en geluk.

‘k Weet niet of ik voor de keukenprinsen en –prinsessen onder ons een modderfiguur heb geslagen of juist een goede beurt heb gemaakt. Maar ik ben er van overtuigd dat jullie huwelijk een succesnummer wordt op de levensmenukaart als jullie zich aan dit recept houden. Geniet er van!

lezingen:

1 Korintiërs 12,31-13,8a

Johannes 15, 12-17

Een nieuwe uitdaging

“Zingt voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Geest.”

(Brief van Paulus aan de christenen van Kolosse)

Vanavond benoemde abt Jos Wouters mij tot cantor (“voorzanger”) van de abdijgemeenschap. Samen met de succentores (“medevoorzangers”) Jan Vankeirsbilck en Bart Pauwels (pas benoemd) krijg ik als taak de gemeenschap te dienen in het gebed door als voorzanger en zangleider mijn steentje bij te dragen aan de liturgische diensten. In deze taak volg ik dankbaar medebroeder Marc Fierens op.

Verder verandert er voor mij niets: ik blijf ondermeer medewerker op het bezinningscentrum, begeleider van klasbezinningen, huisbaas van Thagaste en moderator van de Jongerenblog.

Homilie 23e zondag door het jaar B

Op zondag 6 september ging ik voor in de eucharistieviering van onze abdijgemeenschap. Daar sprak ik deze homilie uit.

Lezingen:
Jes. 35, 4-7a
Jak. 2, 1-5
Mc. 7,31-37

“Vat moed en vreest niet: Uw God komt om de wraak te voltrekken, God komt om te vergelden en om u te redden.”

Broeders en zusters, bij deze woorden kunnen ons allerlei gruwelijke en schrikwekkende taferelen voor ogen komen. In de middeleeuwen hield men zich graag bezig met het zich voorstellen van hoe het einde der tijden er zou uitzien en hoe de zondaars met de meest verschrikkelijke (maar toegegeven ook originele en toepasselijke) straffen zouden gestraft worden. Zulke beelden gebruikte men om kandidaat-zondaars af te schrikken en tot bekering te bewegen, maar ook (en misschien vooral) om zich te verkneukelen over de eigen vijanden, die men al die gruwelijkheden toewenste.

Maar het visioen van Jesaja geeft een heel andere invulling en wending aan Gods komst. Het betekent niet in de eerste plaats slecht nieuws voor de slechten, maar goed nieuws voor de goeden: “De ogen van de blinden gaan weer open, de oren van de doven zullen geopend worden. De lamme zal springen als een hert en jubelen zal de tong van de stomme.”

God komt leven brengen waar de dood heerst. Hij komt de verdrukte oprichten, de benadeelde in het recht stellen. Hij maakt wie Hem liefhebben tot erfgenamen van het beloofde koninkrijk. Zijn wraak, zijn vergelding gaan niet in de eerste plaats over het bestraffen van de daders, maar om het herstel van de vertrapte waardigheid van de slachtoffers. Gods rechtvaardigheid gaat niet om “wie is de schuldige?”, maar “wie heeft er geleden?”.

De genezingsverhalen in het evangelie willen de link leggen tussen deze profetieën en Jezus. In Hem worden die goddelijke beloften vervuld, in Hem begint het koninkrijk Gods.

Maar het verhaal over de genezing van die doofstomme is er niet alleen maar om ons gerust te stellen en blij te maken. We worden door Marcus aan het denken gezet. Zijn wij zelf op onze eigen manier ook niet doof voor Jezus’ verkondiging of zwijgen we ook niet als het over ons geloof gaat? Worden in onze tijd niet evenzeer mensen doof gehouden voor informatie? Zijn er in onze tijd geen mensen die niet aan het woord mogen komen?

En dan denken we misschien snel en politiek correct dat dit vooral in verre landen gebeurt, waar ze de waarden van het evangelie of de rechten van de mens niet hoog in het vaandel dragen. Als we eerlijk zijn, zullen we toch nog voorbeelden kunnen geven van mensen en groepen in onze eigen samenleving, die geacht worden te zwijgen of aan wie het niet toegestaan wordt te horen.

Ook ik, ook wij, hebben die genezende aanraking van Jezus nodig. Laat ik mij door Hem meenemen buiten de kring om met Hem alleen te zijn? Laat ik toe dat Hij me aanraakt en tot me zegt “Effata”? Eigenlijk is dat waarvoor we op deze zondag samenkomen met de christelijke gemeenschap. We komen om naar de woorden van de Heer te luisteren, om onze oren door Hem te laten openen. En we worden naar de wereld teruggezonden aan het einde van de dienst, niet om te zwijgen, maar om te spreken.

Ja, ik weet ook wel dat het in onze tijd en zeker in onze streken niet gemakkelijk is om over geloof te spreken, om er voor uit te komen dat je een actief lid bent van de kerkgemeenschap, dat je regelmatig of af en toe naar de kerk gaat of tijd maakt om te bidden of om de Bijbel te lezen. Soms zijn het juist de christenen die de mond gesnoerd worden. Maar we mogen ons daar niet door laten ontmoedigen. Jezus wil ons aanraken, onze oren en onze mond openen. Hij spreekt ons aan en verwacht van ons een antwoord. “Effata,” zegt Hij. Ga open. Luister en spreek. Laten we als antwoord daarop niet als verlamden neerzitten en zwijgen, maar zoals Jesaja voorzegd heeft opstaan en spreken over ons geloof in de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Volgende pagina »


c

Bezoekers:

  • 62,340 pageviews

Archief