De Oscar voor de beste korte animatiefilm van 1990 werd gewonnen met onderstaand filmpje.
‘k Heb er kippenvel van…
De spreekbuis van Vincent Ceulemans
De Oscar voor de beste korte animatiefilm van 1990 werd gewonnen met onderstaand filmpje.
‘k Heb er kippenvel van…
Voor deze zonnige Pinksterzondag één van mijn lievelingsstukjes voor piano (ook al krijg ik het zelf niet gespeeld, maar da’s met Rach 2 of 3 evengoed het probleem): Energy Flow van Ryuichi Sakamoto, een Japanse muzikant die met de cd Back To The Basics (BTTB) een schitterende verzameling bijna-improvisaties opnam.
Dit is zijn meest bekende nummer, maar er staat nog veel moois op die CD: Energy Flow
En hier volgt “Opus”, eveneens uit BTTB:
Een stukje pianomuziek waarin ik m’n eigen stijl wat herken…
Dat zou ik die man (Stephan Moccio) wel eens op onze Steinway willen horen spelen. Die Yamaha klinkt leuk, maar mist toch nog een héél klein beetje articulatiemogelijkheden… enfin, een kniesoor die er van wakker ligt. Gewoon genieten is de boodschap!
Op de lagere school waar ik mijn jongste jaren heb doorgebracht, was één van de slagzinnen: “Een goede school is er één die kan leeglopen wanneer er een regenboog boven gespannen staat.” Ik had toen veel bewondering voor de keuzes die men daar maakte. Nadat ik er “afgestudeerd” was, is de sfeer er erg veranderd. Naast duizend andere herinneringen, is dit één van mijn dierbaarste. Ze gaf ons ruimte voor verwondering en flexibiliteit. Een regenboog staat nooit lang aan de hemel. Na het bewonderen van dit prachtige verschijnsel, zouden we zonder morren weer naar binnen gegaan zijn. Zowel letterlijk als figuurlijk. De tijden zijn jachtiger geworden. Nu kan ik me niet voorstellen dat dit principe nog in de praktijk gebracht zou worden. (toegegeven: in de letterlijke zin is het me in die 10 jaar op die school evenmin overkomen, toch niet dat ik het me herinner)
Na het zondvloedverhaal lezen we in de Schrift dat de HEER met Noach een verbond sluit, dat Hij de aarde nooit meer zal doen verdrinken in de vloed van de wateren. Als teken van dat verbond zal de Heer zijn boog in de wolken zetten. Zo zullen God en mens steeds aan hun verbond herinnerd worden.
Wanneer ik enigszins de kans zie, zal ik niet nalaten alles wat ik doe opzij te leggen om die regenboog te bewonderen. Uiteindelijk duurt dat toch niet zo lang. Maar ik zal met hernieuwde levenslust verder kunnen gaan waarmee ik bezig was.
Wanneer er boven ons huis in Ekeren een regenboog te zien was, lieten we dit aan elkaar weten, zodat wie wilde kon kijken.
Dankzij een attente medebroeder, Alois, mocht ik vanavond, 30 april, genieten van een dubbele regenboog boven Averbode. Dankzij de wonderen van de technologie kan ik met u dit wonder delen. U ziet de tweede regenboog op de laatste foto’s in de reeks boven de eerste, maar dan heel wat vager. De eerste was ongewoon helder zichtbaar. Misschien waren er wel twee regenbogen, omdat iemand zo goed was de eerste met een ander te delen…
Zo wens ik al mijn bloglezers een zalig hoogfeest van Ons Heer Hemelvaart.
![]() |
| 2008-04-30 regenbogen boven Averbode |
Ergert u zich er soms aan dat er weinig plaats is in de trein?
Dit filmpje leert dat alles relatief is… en dat de medewerkers van het openbaar vervoer u graag een handje helpen.
Goede reis!
Op donderdag 24 april 2008 was een groep van 10 zesdejaarsleerlingen en een leerkracht van Regina Pacis Hove te gast in de abdij om te ontdekken hoe het leven in een abdij vandaag gestalte krijgt. Een (volgens henzelf onverwacht) rustige en gemotiveerde groep, die ik met veel genoegen wat mocht inleiden in ons leven. Hopelijk was de terugkeer naar de rest van jullie collega’s geen koude lawaai-douche en hebben jullie wat van de rust en de stilte die jullie hier ontdekt en zo gewaardeerd hebben, kunnen meenemen in jullie hart.
Uitgesproken tijdens de eucharistieviering in de abdijkerk van Averbode op zondag 20 april 2008.
Lezingen:
Hand. 6,1-7
1 Petr. 2,4-9
Joh. 14,1-12
Regelmatig krijg ik bij rondleidingen of gesprekken met jongeren de vraag hoe ik mij God voorstel. Welk beeld heb ik van God? Hoe zou ik hem kunnen beschrijven? Een nogal moeilijke vraag, waar ik in het begin niet meteen een pasklaar antwoord op had. Hoe kon ik in woorden vertellen wat ik in mijn geloof beleefde? Het evangelie van deze zondag heeft me op weg geholpen om deze vraag een beetje te beantwoorden.
“Wie mij ziet, ziet de Vader” zegt Jezus. “Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij.” Wie naar Jezus kijkt met een open blik, zal in zijn spreken, doen en laten God ontdekken. In een lofzang in de brief aan de christenen van Filippi staat het zo: Jezus Christus is het beeld van God. Wie God wil zien, moet naar Jezus Christus kijken. Want de woorden die Jezus spreekt, spreekt Hij niet uit zichzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Hem, zijn werk verricht. In Jezus toont God wie Hij wil zijn voor mensen: zorgzaam voor armen, zieken en zwakken, barmhartig voor zondaars, streng voor huichelaars, …
Mijn eerste antwoord op zulke vragen is dus: God kan ik niet zien, maar ik kan luisteren naar wat verteld wordt over Jezus, de woorden die van Hem zijn overgeleverd. Meer nog: als ik naar de gemeenschap van de volgelingen van Jezus kijk, naar de Kerk, dan zie ik daar nog steeds Jezus aan het werk: zorgzaam voor armen, zieken en zwakken, barmhartig voor zondaars, streng voor huichelaars, … met vallen en opstaan proberen gelovigen de eeuwen door de boodschap en de werken van Jezus gestalte te geven in deze wereld. Zo worden ze levende stenen van Gods geestelijk bouwwerk, een uitverkoren geslacht, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem die ons uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht. Of zoals het elders staat: wij worden ledematen van het Lichaam van Christus dat de Kerk is.
Levende stenen en ledematen… het is duidelijk genoeg dat hier elke passiviteit wordt uitgesloten. Christenen worden geroepen om de gemeenschap actief op te bouwen. Mee aan de kar trekken, in plaats van er achter te hangen.
Maar, zo hebben de apostelen zelf ervaren, je kan niet alles en overal tegelijk doen. Beter is het het dienstwerk te verdelen onder de leden van de gemeenschap, ieder naargelang hij of zij gaven en talenten heeft gekregen. De apostelen wilden zich vooral wijden aan de verkondiging van het evangelie, een opdracht die ze van Jezus zelf gekregen hebben. Maar ze willen niet voorbijgaan aan de nood van hun medemensen. Ze kiezen zeven mensen uit, aan wie het dienstwerk van de armenzorg wordt toevertrouwd. Dit dienstwerk is uitgegroeid tot het diaconaat. Daarmee wordt het zorgen voor armen en noodlijdenden niet minder de roeping van elke gelovige. Al in de eerste christengemeenschappen kwamen de verschillende bouwstenen van het geloofsleven tot uitdrukking: bidden, verkondigen en zorgen. Misschien herinnert u zich nog wel dat, in de voorbije jaren de Belgische bisschoppen een jaar van het gebed, van de verkondiging en van de dienstbaarheid hebben uitgeroepen. Ook vandaag blijven deze drie de grote aandachtspunten van ons christelijk leven. Wie één van deze pijlers verwaarloost, wordt uitgedaagd een nieuwe wind, Gods Geest, te laten waaien om wat verdord is in ons geloofsleven weer op te laten bloeien.
Misschien is de maar traag op gang gekomen lente van dit jaar wel een teken van onze eigen traagheid om ons als levende stenen in Gods bouwwerk te laten voegen. Wanneer we straks met “Gaat nu allen heen in vrede” worden weggezonden uit deze samenkomst, worden we uitgenodigd om, zoals we in de tweede lezing hoorden, Gods roemruchte daden te verkondigen. Het ligt niet echt in mijn stijl – en mogelijk ook niet in de uwe – om op de hoeken van de straten luidkeels over de Verrezen Heer te staan prediken. Maar ik hoop door mijn spreken en handelen wel voor mensen zichtbaar te maken wat geloven voor mij betekent, welke plaats ik God wil geven in mijn leven, vanuit welke inspiratie ik tracht te leven. Als christenen iets met Christus te maken hebben, dan kunnen we hopelijk ook beeld van God zijn: zorgzaam, barmhartig, gastvrij, liefdevol, vredelievend. Ook al hebben wij geen patent op deze houdingen, als ze door gelovigen in de praktijk worden gebracht, zijn ze een verkondiging van het Rijk Gods, dat al een aanvang neemt midden onder ons. Zo wordt ons menselijk leven, dat de Zoon van God met ons is komen delen, al een teken van hoe wij opgenomen zijn in het goddelijke leven. Jezus heeft voor ons gebeden, dat wij met Hem verbonden zouden zijn, zoals Hij in de Vader is en de Vader in Hem, een heilige gemeenschap waarin we onuitsprekelijke liefde en vreugde mogen ontdekken. Zo neemt Hij ons in de heilige Geest op in die mysterievolle relatie met de Vader. Daarom zijn wij hier op deze paaszondag samengekomen: om God te danken en te loven voor de grote dingen die Hij aan ons gedaan heeft en gesterkt door zijn Woord en zijn Brood een levend teken te zijn van zijn liefde, alle dagen van ons leven. Amen.
Zonet begroette de lente zon me, wanneer ik na het ontbijt m’n kamer binnenkwam.
‘k Beantwoordde haar glimlach met een stukje muziek: It’s Springtime
http://www.megaupload.com/nl/?d=YOIN8Q2T
(enfin, zo lang het mooie weer wil duren hé)
Op zaterdag 12 april 2008 was ik even te gast te Langdorp, waar de Paulusgroep van VOLL (vormsel op latere leeftijd) uit Rijmenam een weekend doorbracht. We vierden samen eucharistie, een sfeervolle viering die uitliep op een gezellig samenzijn.
Lezingen:
Handelingen 9
1 Petrus 2
Johannes 10
Inleidingswoord
Wie aan feesten denkt, zal misschien niet direct denken aan wat wij nu samen begonnen zijn. Toch komen christenen al bijna tweeduizend jaar op deze manier samen om de kern van hun geloof te vieren: dat Jezus gestorven is en verrezen uit de doden.
Ook deze avond willen we dat vieren, met oude en nieuwe woorden.
We nemen de tijd om een serieus stuk uit de bijbel te beluisteren en er over na te denken en we doen wat Jezus en zijn leerlingen deden: het brood breken en delen.
Het lijkt misschien niet op een fuif of een feestje… toch kunnen we er samen een echte viering van maken, waar we deugd aan hebben, waar we geluk en vreugde mogen beleven, in de herinneringen aan wat Jezus deed en nog voor mensen betekent, maar ook dankbaar voor wat ons eigen leven aan kansen heeft en wat we voor elkaar kunnen doen en betekenen.
Homilie
Misschien heb jij dat ook wel, zo’n film die je al meer dan drie keer gezien hebt. Elke keer opnieuw kijk je er naar, ook al ken je hem al bijna van buiten. Want elke keer ontdek je iets nieuws, of ben je blij met de stukken die je weer herkent. Met liedjes is dat ook zo. Waarschijnlijk heb jij ook wel zo’n lievelings-cd, die je al ontelbare keren hebt beluisterd.
Zo is het ook met de bijbel: elke keer dat hij wordt voorgelezen of gelezen, ontdekken gelovigen nieuwe dingen, of zijn ze blij dat ze een vertrouwd stukje nog eens mogen beluisteren.
Het bekeringsverhaal van Paulus heb je misschien ooit al wel eens gehoord, als Paulusgroep. Zelf heb ik het al tientallen keren gelezen en voorgelezen. En deze keer viel mij dit stukje op: Wanneer Ananias bij Paulus komt, zegt hij: “De Heer heeft mij gestuurd, Jezus, die je onderweg hierheen is verschenen, opdat je weer kunt zien en vervuld wordt van de heilige Geest.” Blijkbaar was de verschijning van Jezus aan Paulus nog niet sterk genoeg om hem in te doen zien wat dit voor zijn leven zou betekenen.
En terwijl ik daarover nadacht, ontdekte ik dat dit voor veel gelovigen ook ongeveer zo is: de meeste mensen in onze maatschappij leren vroeg of laat wel wie Jezus is, thuis, op school, bij de vormselcatechese, door in het nieuws een bericht te zien over de kerkgemeenschap. Heel veel van die mensen zijn ook zelf gedoopt en kunnen we dus christen noemen.
Maar blijkbaar is die eerste stap niet genoeg om er in hun leven ook echt iets van te maken. Aan de meeste christenen kan je niet zien dat ze christen zijn. Hun geloof speelt weinig of geen rol in hun leven. Als we kijken naar wat met Paulus gebeurd is, kunnen we zijn blindheid als een symbool zien, als een teken dat hij nog niet inziet wat hij ermee moet doen. Daarvoor heeft hij andere mensen nodig: Ananias. Ananias gaat stevig tegen zijn zin naar Paulus toe. Maar hij luistert toch naar de Heer, die tegen hem zei dat dit belangrijk was. Pas na de ontmoeting met Ananias laat Paulus zich dopen en begint hij te verkondigen. Gelovigen hebben andere gelovigen nodig om in te zien dat ze met dat geloof in hun leven ook iets kunnen doen.
De tweede lezing vond je misschien nogal moeilijk. Petrus hield er bij het schrijven van zijn brief geen rekening mee dat ze er tweeduizend jaar later nog uit zouden voorlezen. Hij schrijft over de kern van het christelijke geloof. Ik haal er drie stukjes uit.
In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht u op de redding die al gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden. Daarom bent u vol vreugde, ook al hebt u nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen.
Ook hier weer ligt in het begin de nadruk op het gegeven dat geloven niet iets is dat alleen maar van jezelf afhangt. Niet alleen andere gelovigen hebben er mee te maken, maar vooral God. Het is zijn Geest, die ons hart van geloof, hoop en liefde doet branden. Want de boodschap die Jezus verkondigde was er een van hoop: wij worden door God niet in de steek gelaten, maar gered. Ook al zien we daar misschien in ons leven nog niet zoveel van, de verrijzenis van Jezus is voor gelovigen een teken dat Jezus’ boodschap waarheid was.
Het tweede stukje: Hem hebt u lief, zonder Hem ooit gezien te hebben. U gelooft in Hem, hoewel u Hem ook nu niet ziet, en u zult vervuld zijn van een onuitsprekelijke en hemelse vreugde, wanneer u het einddoel van uw geloof, uw redding bereikt.
Daarnet merkten we dat Paulus, die Jezus in een verschijning zag, toch niet in actie kwam. Voor ons, die Jezus nooit gezien hebben, is het misschien nog moeilijker om te geloven. Petrus schrijft aan de christenen dat hij hoopt dat ze hun geloof niet zouden laten vallen omdat ze er geen bewijzen voor hebben. Ook in onze tijd, in ons eigen leven, zijn we meestal pas gerustgesteld als we iets zelf gezien hebben. Petrus probeert onze hoop aan te wakkeren: wees gerust: je kan je nu nog niet voorstellen hoe groot je vreugde zal zijn, ja hemels, wanneer je bij God thuisgekomen zal zijn.
Het derde stukje zegt hetzelfde nog eens op een andere manier: Door Jezus gelooft u in God, die Hem uit de doden heeft opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God. De verrijzenis is voor Petrus het belangrijkste argument om op God te hopen en in Hem te geloven. Eigenlijk had het christendom helemaal moeten ophouden toen Jezus gestorven is aan het kruis. De leerlingen waren gevlucht, de leraar, Jezus, was vermoord… voor de Joodse en Romeinse overheden leek hun probleem opgelost: dat lastige groepje apostelen en leerlingen van Jezus was gestopt. Nu zou ’t wel weer rustig worden in Palestina. Niemand had durven verwachten dat Jezus’ uitspraken over zijn verrijzenis ook waar zouden zijn. Maar alle evangelisten vertellen het: op de derde dag was het graf leeg. De leerlingen vertellen dat ze Hem gezien en ervaren hebben. Dat ze hem hebben herkend bij het breken van het brood. Dat is het grote mysterie van het christendom: een klein groepje volgelingen van Jezus is uitgegroeid tot een wereldwijde beweging, de Kerk, die na honderden jaren (nu al bijna tweeduizend jaar) nog altijd bestaat en levendig is.
Uit het evangelie haal ik ook nog één stukje: Ik ben de goede herder, zegt Jezus, Ik geef mijn leven voor mijn schapen. Ik heb nog andere schapen dan die uit deze hof. Ook voor hen moet ik een herder zijn: ze zullen luisteren naar mijn stem. Zo wordt het: één kudde met één herder.
In zijn typische stijl van gelijkenissen en beelden vertelt Jezus wat er met de gemeenschap van de christenen zou gebeuren: niet alleen mensen uit Jezus’ eigen volk, de joden, worden geroepen tot het geloof, maar ook de schapen van buiten de hof, de heidenen of niet-joden. En al die mensen worden geroepen om één gemeenschap te zijn, één kudde, met Jezus als herder. Jezus roept ons om in verbondenheid met alle mensen te leven, niet alleen met de mensen die we om ons heen hebben, de mensen van ons eigen volk, maar met àlle mensen. Daarom is het christendom ook een godsdienst die over de hele wereld beleefd en verkondigd wordt. Alle mensen worden uitgenodigd om te delen in de vreugde die Jezus is komen brengen, door de blijde boodschap dat God van mensen houdt, zonder grenzen, zonder onderscheid en dat Hij niemand in de steek zal laten.