Homilie 23e zondag door het jaar C

Uitgesproken in de abdijkerk van Averbode tijdens de eucharistieviering van zondag 9 september 2007.

proprium: Iustus es, Domine

lezingen:
Wijsheid 9, 13-19
Filemon 9b-10.12-17
Lucas 14, 25-33

inleidingswoord

Broeders en zusters,
op deze zondag komen wij samen om het mysterie van ons geloof te vieren, omdat wij zijn ingegaan op de roepstem van de Heer. Als we naar Hem luisteren, zullen we met zijn wijsheid vervuld worden. We verwelkomen in het bijzonder de leden van KVG Zoutleeuw, die dit weekend in onze abdij te gast zijn alsook de familie van Genechten die vandaag met ons bidt voor haar overledenen.

In het gezang bij de intrede zongen we Gij zijt rechtvaardig Heer, en uw oordeel is recht. Handel met uw dienaar volgens uw barmhartigheid. Want ook al zijn we zondige mensen, de Heer komt ons tegemoet in liefde en erbarmen. Laten we ons tot Hem bekeren en onze zondigheid belijden om met een nederig hart de eucharistie waardig te kunnen vieren.

homilie

Broeders en zusters,
voordat we onze ergernis loslaten over de woorden van Jezus die we gehoord hebben, is het goed nog eens te luisteren naar wat Hij precies zegt. “Als iemand naar Mij toekomt die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn.” en “Niemand van u kan mijn leerling zijn als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit.”
Jezus zegt “hij kan het niet”, niet “hij mag het niet”.
Wie Jezus wil volgen, moet stevig op zijn benen staan en niet wankelmoedig van hart zijn. Geen twijfelaars of onbezonnen enthousiastelingen. Geen steekvlamengagement of kortetermijnplanning. En geen flauweriken. Wie de Heer wil volgen, moet zelf zijn eigen kruis dragen, zoals Jezus dat ook heeft gedaan.

De voorbije zondagen werden we regelmatig geconfronteerd met uitspraken van Jezus, die eerder ontmoedigend dan bemoedigend klinken: wees waakzaam, denk maar niet dat je vanzelf bij de uitverkorenen hoort, kies de minste plaats, Ik ben geen vrede maar verdeeldheid komen brengen, van wie veel gegeven is, zal veel geëist worden.
Jezus besefte dat de boodschap die Hij verkondigde niet eenvoudig was, meer nog: dat mensen in de problemen kunnen raken wanneer ze radicaal voor zijn weg kiezen. Het is mogelijk dat je alles zal moeten loslaten om Jezus te volgen. Wie dat niet ziet zitten, zal het niet aankunnen. Wie zijn familie niet kan loslaten omwille van de Heer, zal, net zoals de torenbouwer, in het midden van het werk –het werk van de bekering- op zwart zaad zitten. Jezus eist niet dat zijn leerlingen hun familie niét liefhebben. Haten betekent hier: beseffen dat je familiebanden minder belangrijk zijn dan je relatie met God. In families waar niet iedereen christen is, zal dit wellicht feller voelbaar zijn. Als je geloof je leven echt mag beïnvloeden en kleuren, zal je soms botsen op onbegrip of tegenstand.
Zelfs je eigen leven (in het Grieks staat er psychè, wat ook geest of ziel kan betekenen) moet je op de helling kunnen zetten als het er om gaat te kiezen voor God. Wie zichzelf meer bemint dan God, legt de prioriteit bij de verkeerde. Bovenal moeten we God beminnen, dat is het eerste gebod. Wie zijn eigen wil en mening vooropstelt, minacht Gods bedoelingen.
Jezus waarschuwt de menigte die met Hem meetrekt, dat je de nodige zelfkennis moet bezitten om oprecht en consequent zijn leerling te kunnen worden. Wie er alleen maar vanuit een droombeeld of een spontane opwelling aan begint, zou onderweg wel eens flink teleurgesteld kunnen worden of zichzelf belachelijk maken. Dan sta je daar met een onafgewerkte geloofstoren of met een verschrikkelijke bekeringsnederlaag.
Als volgeling van Jezus kan het je overkomen dat vanzelfsprekendheden op hun kop worden gezet. Paulus dringt er bij Filémon op aan dat hij Onésimus, een slaaf die bij hem weggelopen was, als een broeder in het geloof zou verwelkomen in plaats van hem te straffen. Zo kan het ook met ons gebeuren: ook al zegt ons rechtvaardigheidsgevoel misschien dat wij alleen recht hebben op wat we bezitten, omdat we er hard voor gewerkt hebben, omwille van de liefde in de christengemeenschap moeten we bereid zijn om er van te delen aan wie niets heeft. Ook al zijn we boos op deze of die medemens, toch vraagt Jezus dat we haar of hem vergeven. Het gaat er niet om of wij gelijk of ongelijk hebben. Gods wijsheid, zo hoorden we in de eerste lezing, verschilt van onze menselijke bespiegelingen. Wij tobben onszelf af met berekenen en plannen, en zelfs daarin schieten we nog zo vaak te kort. Hoe kunnen we dan begrijpen wat Gods gedachten zijn, tenzij Hij ons daartoe zijn Geest van wijsheid zendt?
En die wijsheid helpt ons de moeilijke woorden van Jezus beter te verstaan. We mogen met een vertrouwvol hart doorgaan met het van harte beminnen van onze familie, van onze medemensen, als we maar goed beseffen dat onze liefde voor God nóg belangrijker is.
Laten we dan, bezonnen en doordacht, kiezen voor Jezus, die de Weg, de Waarheid en het Leven is. Want als we zoals Hij ons kruis dragen, zullen we met Hem verrijzen tot eeuwig geluk. Amen.

0 Reacties tot “Homilie 23e zondag door het jaar C”



  1. No Comments Yet

Reageer




c

Bezoekers:

  • 51,633 pageviews

Archief