Homilie 5e zondag van de veertigdagentijd A

Deze avond, zaterdag 8 maart, kwam een missionarissenkoor uit Boechout de eucharistieviering te Zitaart opluisteren, waarin ik mocht voorgaan en de homilie hield. Het werd een sfeervolle en begeesterende viering met een gezellig samenzijn achteraf.

lezingen:
Ez. 37, 12-14
Joh. 11, 1-45

homilie:

Broeders en zusters,
we zijn in de laatste twee weken van de veertigdagentijd. Deze periode, bedoeld om ons voor te bereiden op de viering van Pasen, brengt heel wat verschillende thema’s naar voren. Zowel vandaag als volgende week worden we geconfronteerd met de dood. Eerst die van Lazarus, later die van Jezus zelf.
Want Pasen gaat niet alleen maar over verrijzenis. Wie de viering van Pasen beperkt tot een herdenken van Jezus’ opstanding, vergeet de helft… Goede Vrijdag is minstens zo belangrijk als Pasen zelf.
Deze zondagen waarin Jezus als Levend Water, Licht en Leven toont, zijn al van in de oudste tijden de zondagen waarop geloofsleerlingen, die gedoopt zouden worden in de Paasnacht, belangrijke catechese ontvingen en ten overstaan van de kerkgemeenschap hun voornemen bevestigden om Jezus te volgen.
Wij, die hier zijn samengekomen, zijn allemaal gedoopt… hebben we die voorbereiding dan nog wel nodig?
Ik denk van wel. Want tijdens de heilige dagen van Pasen, van Witte Donderdag tot Paaszondag doen we méér dan alleen maar een soort verjaardag van gruwelijke feiten vieren. Daarom ook dat Pasen niet op een bepaalde kalenderdag gevierd wordt, maar op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente.
Kerstmis vieren we altijd op 25 december, want we vieren niet zozeer dat Jezus nu geboren wordt, maar wel dat Hij toen, op dat moment in de geschiedenis mens geworden is.
Voor Pasen is het anders. We vieren Pasen op een manier die men in het Grieks – de taal van de evangelisten – anamnesis, noemt. Dat woord betekent tegelijk herinnering en toekomstverwachting. We beleven nu wat we ooit gebeurd is of wat ooit gebeuren zal.
We herinneren ons wat we door de bijbelse traditie hebben geleerd over Jezus, over zijn lijden, dood en verrijzenis. Maar doordat we in het doopsel één zijn geworden met Jezus, gaat het ook over ons eigen lijden, onze dood en onze verrijzenis. Door ons doopsel worden wij opgenomen in die onvoorstelbare beweging die de dood heeft doorbroken: Gods liefde is zo sterk, dat de dood geen macht meer over ons heeft.
Kijk naar Jezus en hoe de mensen van Hem wisten hoeveel hij om Lazarus gaf. Ook de zussen van Lazarus, Martha en Maria, verstoppen niet hoeveel verdriet de dood van Lazarus hun doet. Zelfs Jezus weent. Een volwassen man die weent… daar worden we zelfs vandaag nog ongemakkelijk van. Vier dagen al rust Lazarus in het graf. Een beetje schokkend voegt Johannes de opmerking van Martha er aan toe: hij stinkt al… hij slaapt niet: Lazarus is dood.
En Jezus roept Lazarus weer tot leven. Gods liefde is sterker dan de dood. Jezus hoeft niet de eerste te zijn die opstaat uit de doden om te tonen hoeveel God van mensen houdt. Zelfs die ereplaats laat Hij aan zich voorbijgaan, omdat de boodschap die Hij verkondigt belangrijker is: Jezus is ons leven.
Vandaar dat we in de Paasnacht onze doopbeloften hernieuwen en met nieuw doopwater worden besprenkeld: ons geloof vertelt ons wie die Lazarus is: dat zijn wijzélf!
Vandaag dus, broeders en zusters, hebben wij het verhaal mogen beluisteren van onze eigen verrijzenis, die Jezus voor ons mogelijk maakte in zijn kruisdood en opstanding. De voorspelling van de profeet Ezechiël, uit de eerste lezing, is dus ook ons visioen van hoop geworden: ook al sterven mensen, en zullen ook wijzelf sterven, de dood heeft niet het laatste woord. In Christus zijn we al ten leven gewekt. Wanneer we straks de communie ontvangen, ontvangen we dat gebroken en verheerlijkt lichaam van de Heer, om ondanks onze eigen gebrokenheid ook Gods heerlijkheid te mogen ontvangen. Door ons ‘amen’ belijden we ons geloof en drukken we onze wens uit om zelf te zijn zoals het Lichaam van Christus.
We hebben nog bijna twee weken om ons op de viering van dat grote mysterie voor te bereiden, maar ook vandaag vieren we al eucharistie: we danken God voor zijn grote liefde, voor de verzoening die Christus heeft gebracht.
Zo is het mogelijk dat we tegelijk rouwmoedig zijn en blij. Rouwmoedig, want in de veertigdagentijd willen we vooral aandacht geven aan onze nood aan bekering en verzoening. Daarom dragen we paarse gewaden. Maar ook blij, want elke keer weer mogen we de boodschap van Gods Liefde, het evangelie, beluisteren en erdoor gesterkt weer naar het gewone leven gaan.
Laten we zoals Maria en Martha ons vertrouwen stellen op Jezus, die voor ons het leven en de verrijzenis heeft gebracht. Laten we opstaan uit wat ons dood maakt voor Gods liefde. Laten we ons door de stem van de Heer wekken uit de verdoving van de alledaagsheid, die ook klinkt in de gezangen en de muziek van deze viering. Want de dag waarop Hij ons zal doen delen in de verrijzenis is nabij, ja hij is nu aangebroken. We zullen deelhebben aan zijn liefde en aan zijn eeuwig leven. Amen.
Laten we nu staande voor God ons geloof belijden.

0 Reacties tot “Homilie 5e zondag van de veertigdagentijd A”



  1. No Comments Yet

Reageer




c

Bezoekers:

  • 51,629 pageviews

Archief