Op zaterdag 29 maart 2008 mocht ik voorgaan in de eucharistieviering van Opkikker, op het domein De Hoge Rielen. Een bijzondere eer, omdat een uurtje later het nieuwe KLJ-logo gelanceerd werd. Dank aan alle medewerkers en in het bijzonder Griet Peters, nationaal pastoraal consulente, en de andere leden van de voorbereidende werkgroep, voor hun onvermoeibare inzet. Het was een indrukwekkende viering!
thema van de viering: koorddanser
lezingen:
Jak. 2, 14-24.26 (Geen geloof zonder daden)
Matteüs 14, 22-33 (Jezus wandelt over het water)
Als jongere in deze tijd je evenwicht vinden tussen alles wat er je aangeboden wordt, is niet zo gemakkelijk. Van alle kanten worden we bestormd met informatie en keuzemogelijkheden. Elke keer weer worden we uitgedaagd op zoek te gaan naar goede, evenwichtige keuzes in het leven. Elke keuze betekent dat andere mogelijkheden uitgesloten worden…
Ja, het leven is vaak zoals koorddansen: je evenwicht zoeken om heelhuids aan de overkant te raken.
Zo heb ik in deze viering 4 evenwichtsoefeningen ontdekt, waar ik met jullie even over wil nadenken.
De eerste lezing, uit de brief van de apostel Jakobus, doet ons nadenken over een eerste evenwichtsoefening die er in ons leven gemaakt moet worden: welke plaats krijgt je geloof in je leven? Is het een privé-zaak, waar geen andere mensen iets van hoeven te weten of te zien? Of speelt je geloof op één of andere manier een rol in de keuzes die je maakt? Kan iemand aan de manier waarop jij met andere mensen omgaat, merken dat je gelooft in de manier waarop Jezus met mensen omging? Of kies je voor het uiterste, en waag je de sprong naar een leven waarin je geloof centraal staat, zoals priesters en kloosterlingen, maar ook gelovige gezinnen doen?
Jakobus is over één ding in elk geval duidelijk: om jezelf gelovig te kunnen noemen, moet er toch iets van te merken zijn in je leven. Geen geloof zonder daden. Als je werkelijk gelooft in God, als je echt probeert een relatie met Hem op te bouwen – hoe je ook denkt dat Hij is – dan zal zich dat op de ene of de andere manier laten zien in je leven, in je daden. Veel mensen kunnen niet onder woorden brengen wat geloven in hun leven betekent. Jakobus haalt het voorbeeld van Abraham aan, die geloofde dat God het goed met hem voorhad en daarvoor tot het uiterste bereid was. In de hele geschiedenis van de mensheid, tot op de dag van vandaag, zijn er heel wat mensen die misschien niets over hun geloof vertellen of schrijven, maar waar je aan hun daden kan zien dat God een rol speelt in hun leven.
Een tweede evenwichtsoefening vinden we in de evangelielezing van deze viering: Jezus wandelt over het water en nodigt Petrus uit om over het water naar hem toe te komen. In het begin lukt dat, maar van zodra Petrus twijfelt, begint hij te zinken. Of Jezus echt over water kon lopen? Dat weet ik niet. En ik weet ook niet of het voor de evangelist zo belangrijk was. Voor Matteüs, die dit verhaal vertelt, heeft dit verhaal een veel diepere betekenis. Water is in de bijbel tegelijk een symbool van leven en van dood. Water staat symbool voor alles wat de mens onrustig en angstig kan maken, voor alles wat in je leven de harmonie verstoort. Voor alles waar je je evenwicht door verliest, waardoor je van je koord valt. In de evangelielezing van daarjuist wordt dat nog eens benadrukt: de boot komt in moeilijkheden, want er zijn hoge golven en een sterke wind. De leerlingen zijn bang. En Jezus wandelt over het water. Zijn band met God is zo sterk, dat alles waar andere mensen bang voor zijn, hem niet deert. Hij is niet bang, hij vertrouwt erop dat God Hem niet in de steek laat. Zoals een koorddanser erop moet vertrouwen dat hij weet wat hij doet en het lef moet hebben de koord op te stappen, zo gaat Jezus vastberaden over alle moeilijkheden heen door het leven. Petrus ziet iemand naar zich toekomen over het water, iemand die niet bang is. Hij vraagt aan die persoon om hem gerust te stellen dat het Jezus is. “Als Jij het bent, laat me dan naar U toekomen.” En Jezus zegt hem te komen. Daar begint voor Petrus de evenwichtsoefening tussen vertrouwen en angst. Hij stapt op die koord, over het water, naar Jezus toe. En dat gaat in het begin heel goed. Tot Petrus angstig wordt. Hij begint te twijfelen en te zinken. De angst en de verwarring van het leven brengen hem uit zijn evenwicht. Petrus roept Jezus toe: ‘Red mij’. Ergens diep vanbinnen blijft er dus toch een beetje vertrouwen over. En Jezus laat Petrus niet zinken of vallen, maar grijpt hem bij de hand en helpt Petrus weer de boot in. Eigenlijk zijn wij allemaal zoals Petrus: de ene keer hebben we er vertrouwen in dat het leven wel goed gaat en een klein moment van angst of twijfel kan dat vertrouwen in verwarring brengen. En hopelijk is er ook in de moeilijkste momenten van ons leven diep in ons nog een klein vonkje vertrouwen, dat ons de moed niet helemaal doet opgeven. In ons eigen leven blijft het elke dag weer een opdracht om het evenwicht te vinden tussen gezonde voorzichtigheid en vertrouwen dat het wel goed komt. Een spreekwoord zegt “angst is een slechte raadgever”. En het evangelieverhaal van zonet bevestigt dit: wie bang wordt, begint te zinken en wordt overspoeld. Wie op God durft vertrouwen, zal altijd een hand ontdekken om weer boven water geholpen te worden, in de boot.
De derde evenwichtsoefening die ik zie, is een evenwicht tussen drie dingen. Daar werkt het beeld van de koorddanser dus eventjes niet. Onze jeugdbeweging heet KLJ. Drie letters. Drie woorden… drie strofes in het KLJ-lied. En als we er één van vergeten, of als we er één teveel in de verf zetten worden we een beetje minder KLJ. Misschien is dit wel de moeilijkste oefening vandaag. Want katholiek of christelijk zijn is in deze tijd niet meer vanzelfsprekend, zeker niet als jeugdbeweging, als groep jongeren bij elkaar. Maar ook bezig zijn met het landelijke in onze samenleving wordt door verstedelijking en betonnering steeds moeilijker. En jeugdig zijn? Ook al zegt iedereen wel dat het heel belangrijk is dat kinderen en jongeren jong moeten kunnen zijn: er wordt steeds meer van jullie, van ons gevraagd. Kinderen moeten al veel sneller een hoop dingen weten en kunnen. Voor spelen is er vaak tijd tekort. En volwassenen mogen al bijna helemaal niet meer spelen. Als ik hierover nadenk, durf ik geloven dat onze samenleving zoiets als KLJ nodig heeft om die drie belangrijke stukjes in ons leven een plaats te blijven geven.
We kunnen nog een vierde en laatste evenwichtsoefening maken. Als leden en medewerkers van een jeugdbeweging als KLJ, moeten we vaak kiezen tussen KLJ en heel wat andere mogelijkheden om onze tijd en energie aan te besteden: school of werk, familie en vrienden, sport, je allerliefste, je gezin, andere hobby’s… Het is soms heel moeilijk om daar een gezond evenwicht in te vinden. Net zoals de palen, die de koord van de koorddanser aanspannen, is het belangrijk om de juiste verhouding te vinden. Anders breekt de koord, of hangt ze te slap om er op te lopen. ‘k Hoop dat deze viering en heel dit weekend voor jou een Opkikker mag zijn, een extra steun om daarin jouw eigen keuze te maken, in verbondenheid met zoveel andere mensen die net als jij KLJ-er zijn. En God zal ons niet laten wegzinken in die oefening. Hij zal ons niet laten vallen. In dat vertrouwen zijn we hier samengekomen en willen we verdergaan op onze levensweg. Amen.
Proficiat Vincent,
‘t was een schone homilie. Toepasselijk, fris en duidelijk. Al moet ik eerlijk zeggen dat ik ze vandaag nog even herlezen heb ( via de opkikker site) om het helemaal te laten doordringen. Zo’n bezinning op een weekend opkikker is nodig, ongetwijfeld, maar de concentratie is dan niet zo hoog.
Fijn dat je dus een blog hebt. Als ik eraan denk kom ik nog wel eens langs.