Op zaterdag 12 april 2008 was ik even te gast te Langdorp, waar de Paulusgroep van VOLL (vormsel op latere leeftijd) uit Rijmenam een weekend doorbracht. We vierden samen eucharistie, een sfeervolle viering die uitliep op een gezellig samenzijn.
Lezingen:
Handelingen 9
1 Petrus 2
Johannes 10
Inleidingswoord
Wie aan feesten denkt, zal misschien niet direct denken aan wat wij nu samen begonnen zijn. Toch komen christenen al bijna tweeduizend jaar op deze manier samen om de kern van hun geloof te vieren: dat Jezus gestorven is en verrezen uit de doden.
Ook deze avond willen we dat vieren, met oude en nieuwe woorden.
We nemen de tijd om een serieus stuk uit de bijbel te beluisteren en er over na te denken en we doen wat Jezus en zijn leerlingen deden: het brood breken en delen.
Het lijkt misschien niet op een fuif of een feestje… toch kunnen we er samen een echte viering van maken, waar we deugd aan hebben, waar we geluk en vreugde mogen beleven, in de herinneringen aan wat Jezus deed en nog voor mensen betekent, maar ook dankbaar voor wat ons eigen leven aan kansen heeft en wat we voor elkaar kunnen doen en betekenen.
Homilie
Misschien heb jij dat ook wel, zo’n film die je al meer dan drie keer gezien hebt. Elke keer opnieuw kijk je er naar, ook al ken je hem al bijna van buiten. Want elke keer ontdek je iets nieuws, of ben je blij met de stukken die je weer herkent. Met liedjes is dat ook zo. Waarschijnlijk heb jij ook wel zo’n lievelings-cd, die je al ontelbare keren hebt beluisterd.
Zo is het ook met de bijbel: elke keer dat hij wordt voorgelezen of gelezen, ontdekken gelovigen nieuwe dingen, of zijn ze blij dat ze een vertrouwd stukje nog eens mogen beluisteren.
Het bekeringsverhaal van Paulus heb je misschien ooit al wel eens gehoord, als Paulusgroep. Zelf heb ik het al tientallen keren gelezen en voorgelezen. En deze keer viel mij dit stukje op: Wanneer Ananias bij Paulus komt, zegt hij: “De Heer heeft mij gestuurd, Jezus, die je onderweg hierheen is verschenen, opdat je weer kunt zien en vervuld wordt van de heilige Geest.” Blijkbaar was de verschijning van Jezus aan Paulus nog niet sterk genoeg om hem in te doen zien wat dit voor zijn leven zou betekenen.
En terwijl ik daarover nadacht, ontdekte ik dat dit voor veel gelovigen ook ongeveer zo is: de meeste mensen in onze maatschappij leren vroeg of laat wel wie Jezus is, thuis, op school, bij de vormselcatechese, door in het nieuws een bericht te zien over de kerkgemeenschap. Heel veel van die mensen zijn ook zelf gedoopt en kunnen we dus christen noemen.
Maar blijkbaar is die eerste stap niet genoeg om er in hun leven ook echt iets van te maken. Aan de meeste christenen kan je niet zien dat ze christen zijn. Hun geloof speelt weinig of geen rol in hun leven. Als we kijken naar wat met Paulus gebeurd is, kunnen we zijn blindheid als een symbool zien, als een teken dat hij nog niet inziet wat hij ermee moet doen. Daarvoor heeft hij andere mensen nodig: Ananias. Ananias gaat stevig tegen zijn zin naar Paulus toe. Maar hij luistert toch naar de Heer, die tegen hem zei dat dit belangrijk was. Pas na de ontmoeting met Ananias laat Paulus zich dopen en begint hij te verkondigen. Gelovigen hebben andere gelovigen nodig om in te zien dat ze met dat geloof in hun leven ook iets kunnen doen.
De tweede lezing vond je misschien nogal moeilijk. Petrus hield er bij het schrijven van zijn brief geen rekening mee dat ze er tweeduizend jaar later nog uit zouden voorlezen. Hij schrijft over de kern van het christelijke geloof. Ik haal er drie stukjes uit.
In Gods kracht geborgen door het geloof, wacht u op de redding die al gereed ligt om op het einde van de tijd geopenbaard te worden. Daarom bent u vol vreugde, ook al hebt u nu, als het zo moet zijn, voor een korte tijd te lijden onder allerlei beproevingen.
Ook hier weer ligt in het begin de nadruk op het gegeven dat geloven niet iets is dat alleen maar van jezelf afhangt. Niet alleen andere gelovigen hebben er mee te maken, maar vooral God. Het is zijn Geest, die ons hart van geloof, hoop en liefde doet branden. Want de boodschap die Jezus verkondigde was er een van hoop: wij worden door God niet in de steek gelaten, maar gered. Ook al zien we daar misschien in ons leven nog niet zoveel van, de verrijzenis van Jezus is voor gelovigen een teken dat Jezus’ boodschap waarheid was.
Het tweede stukje: Hem hebt u lief, zonder Hem ooit gezien te hebben. U gelooft in Hem, hoewel u Hem ook nu niet ziet, en u zult vervuld zijn van een onuitsprekelijke en hemelse vreugde, wanneer u het einddoel van uw geloof, uw redding bereikt.
Daarnet merkten we dat Paulus, die Jezus in een verschijning zag, toch niet in actie kwam. Voor ons, die Jezus nooit gezien hebben, is het misschien nog moeilijker om te geloven. Petrus schrijft aan de christenen dat hij hoopt dat ze hun geloof niet zouden laten vallen omdat ze er geen bewijzen voor hebben. Ook in onze tijd, in ons eigen leven, zijn we meestal pas gerustgesteld als we iets zelf gezien hebben. Petrus probeert onze hoop aan te wakkeren: wees gerust: je kan je nu nog niet voorstellen hoe groot je vreugde zal zijn, ja hemels, wanneer je bij God thuisgekomen zal zijn.
Het derde stukje zegt hetzelfde nog eens op een andere manier: Door Jezus gelooft u in God, die Hem uit de doden heeft opgewekt en Hem de heerlijkheid gegeven heeft; daarom is uw geloof in God tevens hoop op God. De verrijzenis is voor Petrus het belangrijkste argument om op God te hopen en in Hem te geloven. Eigenlijk had het christendom helemaal moeten ophouden toen Jezus gestorven is aan het kruis. De leerlingen waren gevlucht, de leraar, Jezus, was vermoord… voor de Joodse en Romeinse overheden leek hun probleem opgelost: dat lastige groepje apostelen en leerlingen van Jezus was gestopt. Nu zou ’t wel weer rustig worden in Palestina. Niemand had durven verwachten dat Jezus’ uitspraken over zijn verrijzenis ook waar zouden zijn. Maar alle evangelisten vertellen het: op de derde dag was het graf leeg. De leerlingen vertellen dat ze Hem gezien en ervaren hebben. Dat ze hem hebben herkend bij het breken van het brood. Dat is het grote mysterie van het christendom: een klein groepje volgelingen van Jezus is uitgegroeid tot een wereldwijde beweging, de Kerk, die na honderden jaren (nu al bijna tweeduizend jaar) nog altijd bestaat en levendig is.
Uit het evangelie haal ik ook nog één stukje: Ik ben de goede herder, zegt Jezus, Ik geef mijn leven voor mijn schapen. Ik heb nog andere schapen dan die uit deze hof. Ook voor hen moet ik een herder zijn: ze zullen luisteren naar mijn stem. Zo wordt het: één kudde met één herder.
In zijn typische stijl van gelijkenissen en beelden vertelt Jezus wat er met de gemeenschap van de christenen zou gebeuren: niet alleen mensen uit Jezus’ eigen volk, de joden, worden geroepen tot het geloof, maar ook de schapen van buiten de hof, de heidenen of niet-joden. En al die mensen worden geroepen om één gemeenschap te zijn, één kudde, met Jezus als herder. Jezus roept ons om in verbondenheid met alle mensen te leven, niet alleen met de mensen die we om ons heen hebben, de mensen van ons eigen volk, maar met àlle mensen. Daarom is het christendom ook een godsdienst die over de hele wereld beleefd en verkondigd wordt. Alle mensen worden uitgenodigd om te delen in de vreugde die Jezus is komen brengen, door de blijde boodschap dat God van mensen houdt, zonder grenzen, zonder onderscheid en dat Hij niemand in de steek zal laten.
Beste Vincent,
Hartelijk dank voor je bijdrage aan ons weekend,
niet alleen ter plaatse, maar ook voor je hulp tijdens de voorbereiding !
Christophe