Uitgesproken tijdens de eucharistieviering in de abdijkerk van Averbode op zondag 20 april 2008.
Lezingen:
Hand. 6,1-7
1 Petr. 2,4-9
Joh. 14,1-12
Regelmatig krijg ik bij rondleidingen of gesprekken met jongeren de vraag hoe ik mij God voorstel. Welk beeld heb ik van God? Hoe zou ik hem kunnen beschrijven? Een nogal moeilijke vraag, waar ik in het begin niet meteen een pasklaar antwoord op had. Hoe kon ik in woorden vertellen wat ik in mijn geloof beleefde? Het evangelie van deze zondag heeft me op weg geholpen om deze vraag een beetje te beantwoorden.
“Wie mij ziet, ziet de Vader” zegt Jezus. “Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij.” Wie naar Jezus kijkt met een open blik, zal in zijn spreken, doen en laten God ontdekken. In een lofzang in de brief aan de christenen van Filippi staat het zo: Jezus Christus is het beeld van God. Wie God wil zien, moet naar Jezus Christus kijken. Want de woorden die Jezus spreekt, spreekt Hij niet uit zichzelf, maar het is de Vader die, blijvend in Hem, zijn werk verricht. In Jezus toont God wie Hij wil zijn voor mensen: zorgzaam voor armen, zieken en zwakken, barmhartig voor zondaars, streng voor huichelaars, …
Mijn eerste antwoord op zulke vragen is dus: God kan ik niet zien, maar ik kan luisteren naar wat verteld wordt over Jezus, de woorden die van Hem zijn overgeleverd. Meer nog: als ik naar de gemeenschap van de volgelingen van Jezus kijk, naar de Kerk, dan zie ik daar nog steeds Jezus aan het werk: zorgzaam voor armen, zieken en zwakken, barmhartig voor zondaars, streng voor huichelaars, … met vallen en opstaan proberen gelovigen de eeuwen door de boodschap en de werken van Jezus gestalte te geven in deze wereld. Zo worden ze levende stenen van Gods geestelijk bouwwerk, een uitverkoren geslacht, Gods eigen volk, bestemd om de roemruchte daden te verkondigen van Hem die ons uit de duisternis heeft geroepen tot zijn wonderbaar licht. Of zoals het elders staat: wij worden ledematen van het Lichaam van Christus dat de Kerk is.
Levende stenen en ledematen… het is duidelijk genoeg dat hier elke passiviteit wordt uitgesloten. Christenen worden geroepen om de gemeenschap actief op te bouwen. Mee aan de kar trekken, in plaats van er achter te hangen.
Maar, zo hebben de apostelen zelf ervaren, je kan niet alles en overal tegelijk doen. Beter is het het dienstwerk te verdelen onder de leden van de gemeenschap, ieder naargelang hij of zij gaven en talenten heeft gekregen. De apostelen wilden zich vooral wijden aan de verkondiging van het evangelie, een opdracht die ze van Jezus zelf gekregen hebben. Maar ze willen niet voorbijgaan aan de nood van hun medemensen. Ze kiezen zeven mensen uit, aan wie het dienstwerk van de armenzorg wordt toevertrouwd. Dit dienstwerk is uitgegroeid tot het diaconaat. Daarmee wordt het zorgen voor armen en noodlijdenden niet minder de roeping van elke gelovige. Al in de eerste christengemeenschappen kwamen de verschillende bouwstenen van het geloofsleven tot uitdrukking: bidden, verkondigen en zorgen. Misschien herinnert u zich nog wel dat, in de voorbije jaren de Belgische bisschoppen een jaar van het gebed, van de verkondiging en van de dienstbaarheid hebben uitgeroepen. Ook vandaag blijven deze drie de grote aandachtspunten van ons christelijk leven. Wie één van deze pijlers verwaarloost, wordt uitgedaagd een nieuwe wind, Gods Geest, te laten waaien om wat verdord is in ons geloofsleven weer op te laten bloeien.
Misschien is de maar traag op gang gekomen lente van dit jaar wel een teken van onze eigen traagheid om ons als levende stenen in Gods bouwwerk te laten voegen. Wanneer we straks met “Gaat nu allen heen in vrede” worden weggezonden uit deze samenkomst, worden we uitgenodigd om, zoals we in de tweede lezing hoorden, Gods roemruchte daden te verkondigen. Het ligt niet echt in mijn stijl – en mogelijk ook niet in de uwe – om op de hoeken van de straten luidkeels over de Verrezen Heer te staan prediken. Maar ik hoop door mijn spreken en handelen wel voor mensen zichtbaar te maken wat geloven voor mij betekent, welke plaats ik God wil geven in mijn leven, vanuit welke inspiratie ik tracht te leven. Als christenen iets met Christus te maken hebben, dan kunnen we hopelijk ook beeld van God zijn: zorgzaam, barmhartig, gastvrij, liefdevol, vredelievend. Ook al hebben wij geen patent op deze houdingen, als ze door gelovigen in de praktijk worden gebracht, zijn ze een verkondiging van het Rijk Gods, dat al een aanvang neemt midden onder ons. Zo wordt ons menselijk leven, dat de Zoon van God met ons is komen delen, al een teken van hoe wij opgenomen zijn in het goddelijke leven. Jezus heeft voor ons gebeden, dat wij met Hem verbonden zouden zijn, zoals Hij in de Vader is en de Vader in Hem, een heilige gemeenschap waarin we onuitsprekelijke liefde en vreugde mogen ontdekken. Zo neemt Hij ons in de heilige Geest op in die mysterievolle relatie met de Vader. Daarom zijn wij hier op deze paaszondag samengekomen: om God te danken en te loven voor de grote dingen die Hij aan ons gedaan heeft en gesterkt door zijn Woord en zijn Brood een levend teken te zijn van zijn liefde, alle dagen van ons leven. Amen.
Heel mooie homilie…