Uitgesproken tijdens de eucharistieviering in de abdijkerk van Averbode op zondag 13 juli 2008.
Lezingen:
Jesaja 55,10-11
Romeinen 8,18-23
Matteüs 13,1-23Gezangen:
ZJ 539 Dit lied gaat over Jezus
ZJ 596 Een zaaier ging uit
P 217 Het zaad viel in goede grond en bracht vruchten voort + Ps. 65, 10-14
Als we de zaaier uit de parabel zouden toetsen aan de moderne landbouwtechnieken, dan lijkt het rendement van zijn investering op het eerste gezicht niet erg hoog te liggen. Jezus neemt rustig de tijd om te beschrijven hoe op drie van de vier beschreven soorten ondergrond het zaad vroeg of laat verloren gaat.
Bij nader toezien moeten we dat toch bijstellen: het zaad op de goede grond brengt dertig-, zestig- en honderdvoudig vrucht voort. Zo is het volgens de lezingen van deze zondag ook met het Woord van God. Ook al lijkt het in het begin of er vruchteloos of te kwistig wordt gezaaid, uiteindelijk brengt het Woord overvloedige oogst op. Maar daarvoor moeten we wel geduld hebben. Of beter nog: vertrouwen.
In de tweede lezing hoorden we hoe Paulus het lijden en de zorgen van deze wereld afweegt tegen de heerlijkheid en het geluk dat ons deel zal zijn wanneer Gods heerschappij tot voltooiing komt. Het zaad van het Rijk Gods is al in onze harten gezaaid. Langzaam komt het tot groei. We weten nog niet wanneer het vruchten zal voortbrengen. Soms lijkt het zelfs of het Woord in ons hart verdord en verstikt is. Onze wereld kent zoveel lijden, zoveel verdriet, zoveel pijn. Wij zuchten over ons lot, ja heel de schepping lijdt en kreunt, schrijft Paulus. Maar overgroot zal ons geluk zijn, wanneer we zullen delen in de vrijheid van de kinderen Gods. Voor Paulus is de belofte van God voldoende om er op te vertrouwen dat Hij op de goede tijd de wereld tot haar voltooiing brengt.
Die hoop op geluk is de krachtige uitdaging die de lezingen van deze zondag aan ons stellen. De verleiding is groot om uit de soms magere resultaten van onze verkondiging af te leiden dat er weinig of geen oogst zal te rapen zijn. Hoezeer we ook het goede voorbeeld geven en mensen proberen te tonen dat God van hen houdt, vaak stoten we op een botte onverschilligheid. Of lijkt het alleen maar zo?
Als ik vandaag een zaadje in een pot met aarde stop, moet ik niet verwachten dat ik morgen al tomaten kan plukken. Ik moet geduld hebben. Als ik elke dag het zaadje opgraaf om te zien of het al begint te ontkiemen, zal ik nooit aan tomaten geraken. Ik zal dan hoogstens in het zand kunnen bijten. Jezus leert ons met een andere parabel dat we, net zoals de boer, gerust ’s nachts kunnen gaan slapen. Het zaad zal vanzelf zijn groeikracht wel tonen.
De profeet Jesaja gebruikt een ander beeld in dezelfde context: daar wordt het Woord vergeleken met de regen die de aarde vruchtbaar maakt. Het keert pas terug wanneer het zijn werk gedaan heeft. Ook daarmee kan ik terug naar mijn tomatenplantje: ik zie de groene sprietjes niet boven de oppervlakte komen in de eerste minuten nadat ik met mijn gietertje de aarde heb begoten.
Je ziet het resultaat niet onmiddellijk. God heeft geduld.
Maar dat wil niet zeggen dat Jezus naïef is. In het gesprek tussen de parabel en de uitleg ervan krijgen we die moeilijke uitspraak dat Jezus in gelijkenissen spreekt opdat de menigte niet zou begrijpen waar Hij het over heeft. Niet voor niets zegt Hij: “Wie oren heeft om te horen, hij luistere.” Gods Woord is geen toverwoord, dat mensen buiten hun wil om tot een goede akker maakt voor het Rijk. De mens zelf, wij zelf, hebben de vrijheid om het zaad, om Gods Woord, aan te nemen of te verwerpen. Ook de profeet Jesaja wist dat in mensen met vijandige houding geen plaats is voor Gods Woord. Maar dat weerhield Jezus niet om kwistig en zonder onderscheid zijn boodschap te verkondigen. Wie het horen wilde, zou zich wel bekeren.
Als ik met mensen praat over de Kerk en haar toekomst, ben ik vaak verwonderd over het pessimisme dat er leeft. “De laatste doet het licht uit”, hoor je vaak. Een weinig motiverende boodschap voor de christenen die zich vandaag wél willen inzetten. De ruim tweehonderdduizend jongeren die deze maand in Sydney samenkomen mogen voor de wereldkerk een teken van hoop zijn, want al gaat het niet om duizelingwekkend hoge aantallen, de motivatie en geestdrift van deze jonge mensen kan een opsteker zijn voor wie zich zorgen maakt over de toekomst.
Broeders en zusters, de parabel van de zaaier daagt ons uit om zonder berekening het evangelie in de wereld rond te strooien, maar ook om zelf goede bodem te zijn voor het zaad van het Rijk Gods. De Heer zal op de goede tijd voor een overvloedige oogst zorgen, dertig-, zestig en honderdvoudige vreugde voor de kinderen Gods die hun oren gebruiken om te luisteren naar zijn Woord. Amen.
0 Reacties tot “Homilie 15e zondag door het jaar A”