Posts Tagged 'huwelijk'

Homilie voor de huwelijksviering van Steven De Smet en Katrijn Peeters


Op zaterdag 13 oktober 2012 huwden Katrijn en Steven in de kerk van de Sint-Jozef-werkman-parochie te Veerle-Heide. Deze homilie sprak ik er uit:

lezingen:
over de eekhoorn en de mier (Toon Tellegen)
1 Korintiërs 12,31-13,8a
Matteüs 6,24-34

We dromen er wellicht allemaal wel eens van: een leven zonder zorgen. Zonder de moeilijkheden van vandaag, de kwetsuren van gisteren, de twijfels over morgen. Het kan zo’n deugd doen dat allemaal eens opzij te zetten en gewoon te genieten van een moment, zonder dat er veel speciaals moet gebeuren. Gewoon genieten. Wie Jezus’ woorden in het evangelie op die manier beluistert, hoort waarschijnlijk een boodschap als “maak je niet druk, geniet gewoon van het moment en alles komt wel in orde”. Dat klinkt positief, maar ik vrees dat heel wat mensen, die zulk een levenshouding hebben geprobeerd, van een kale reis zijn teruggekomen. Want ook al maken we ons over bepaalde dingen niet druk, vroeg of laat worden we er toch mee geconfronteerd. En als je daar niet op voorbereid bent, kan zo’n confrontatie hard aankomen. “Leven zonder zorgen“ betekent dus niet per se “leven als een kip zonder kop”.

Wat bedoelde Jezus dan wel? Ik denk dat het antwoord te vinden is op het einde van zijn toespraak: “Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.” Het koninkrijk van God zoeken… dat klinkt nogal moeilijk, maar dat hoeft het niet te zijn. Elke keer als we het Onze Vader bidden, zeggen we toch: “uw koninkrijk kome, uw wil geschiede”. Het koninkrijk God gebeurt daar, waar mensen proberen te leven zoals God het wil. Het is daar waar God echt de koning mag zijn, Degene die de richting bepaalt. En Gods wil is helemaal al niet zo moeilijk. We konden het in de lezing uit de brief van Paulus horen: je mag nog alle gaven, talenten en verdienste hebben, als je geen liefde hebt, baat het je niets. Gods wil is dus: liefde. Dat klinkt al een heel stuk eenvoudiger, niet?

Op zich hoeft de liefde inderdaad niet ingewikkeld te zijn… maar onze ervaring leert dat het toch ook weer niet vanzelfsprekend is. Denk maar aan de eekhoorn en de mier uit het verhaal daarnet. Als je van elkaar houdt, is het belangrijk om ook de grenzen en mogelijkheden van je relatie te verkennen. Je moet er mee leren omgaan dat je elkaar op sommige momenten zult moeten missen, ook al kan je er op vertrouwen dat de ander wel weer terug zal komen en ondertussen ook aan jou denkt.

De grote kerkvader Augustinus schreef het al: “Bemin, en doe dan wat je wil.” Dat is niet hetzelfde als: doe je goesting maar. Eerst is er een voorwaarde, een grondbeginsel dat aanwezig moet zijn, een fundament voor het huis van ons leven: de liefde. Als je werkelijk liefhebt, als je werkelijk het goede met de ander voorhebt, en ook met jezelf, als je God de ruimte geeft om die liefde in jou te versterken en tot leven te wekken, dan komt de rest vanzelf. Dan zal alles wat je doet door die liefde gekleurd worden.

Beste Steven en Katrijn, het is omwille van die liefde, jullie liefde, dat we hier vandaag zijn samengekomen. Jullie willen samen met ons voor God gaan staan en jullie leven en toekomst aan elkaar verbinden voor altijd. Daar is heel wat liefde voor nodig. Er zullen dagen komen dat je je zorgen maakt, om elkaar, om jullie familie of vrienden, om jullie kinderen. Dat hoort nu eenmaal bij het leven. Trouwens, in hoeveel gezinnen is de vraag “wat gaan we eten vandaag?” niet de oorzaak van heel wat zuchten en spanning… Toch durf ik jullie, in navolging van Jezus zeggen: maak je niet ongerust over de dag van morgen. Vandaag mogen jullie volop genieten van jullie trouwdag, van de verbondenheid die doorheen zoveel tekens en woorden vandaag zichtbaar, tastbaar en hoorbaar zal zijn. Want Paulus geeft ons een houvast mee, die jullie heel jullie leven mogen koesteren: echte liefde vergaat nooit. Maak van jullie gezin een plek waar het koninkrijk van God mag groeien en het zal jullie nooit ontbreken aan wat jullie nodig hebben. Amen.

Homilie voor de huwelijksviering van Valentijn Crynen en Isabelle Audenaerdt


Op zaterdag 17 september 2011 mocht ik het huwelijk van Valentijn Crynen en Isabelle Audenaerdt inzegenen in de Sint-Jan Baptistkerk te Berendrecht. Dit is de homilie die ik er uitsprak:

Lezingen:
Galaten 1,13-14.16-18.22-25
Johannes 2,1-11

Laten we even kijken of alles klopt:
een dorpje in de buurt van een grote stad – check
er is feest – check
er is een bruiloft – check
er zijn heel wat mensen uitgenodigd – check
de sfeer zit er goed in – check
er wordt blijkbaar stevig gedronken – stop! – zo ver zijn we nog niet…

We zouden ons natuurlijk kunnen concentreren op die zeshonderd liter wijn die er nog eens bovenop de oorspronkelijke voorraad wordt geschonken, maar daarmee gaan we wellicht voorbij aan de eigenlijke bedoeling van de evangelist Johannes om dit verhaal aan het begin van zijn evangelie te vertellen. Dit is niet het relaas van een bijbelse braspartij. We zouden in dezelfde val trappen als Jezus’ tijdgenoten, die wel geïnteresseerd waren in de wonderlijke tekenen die Jezus deed, maar niet altijd naar de betekenis ervan keken. Trouwens… er was zonet eerst nog de lezing uit de Galatenbrief. Laten we die eerst nader beluisteren om het evangelie goed te kunnen begrijpen.

“Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn”, schrijft Paulus. Die vrijheid is niet enkel een gave en een waardigheid, maar ook een roeping en een verantwoordelijkheid. Vrijheid wordt vaak hoog geprezen en nagestreefd, maar evenzeer overschat en verkeerd begrepen. Vrijheid geeft een mens inderdaad de ruimte om keuzes te maken. Maar er bestaat geen vrijheid zonder grenzen. Vrijheid betekent iets anders dan “uw goesting doen”. Natuurlijk is het een teken van vrijheid wanneer je je verlangens kan volgen. Maar als je door de druk van de samenleving of door verslaving naar iets gaat verlangen, kan je dat moeilijk ware vrijheid noemen, integendeel.

Als we in de christelijke theologie leren dat Jezus Christus gekomen, op het kruis gestorven en verrezen is om ons te bevrijden, dan gaat het om een vrijheid die een heel ander perspectief biedt. Het verhaal van het wijnwonder te Kana geeft ons een sleutel om te begrijpen waar het om gaat. Wanneer Jezus door zijn moeder wordt aangesproken over het feit dat “ze geen wijn meer hebben”, reageert Hij enigszins bizar. “Mijn tijd is nog niet gekomen.” In het Grieks staat er: “Mijn uur is nog niet gekomen.” Dat uur, dat tijdsstip waarop alles duidelijk wordt, is in het Johannesevangelie de kruisiging van Jezus. Pas daar vallen alle puzzelstukken van Jezus’ leven in elkaar en krijgen zijn woorden en daden hun volle betekenis.

Pas wanneer de Zoon tot het alleruiterste is gegaan in vernedering, lijden en sterven, zien mensen in waar het voor God om gaat. “Geen groter liefde kan iemand hebben dan de mens die zijn leven geeft voor zijn vrienden.”
Jezus heeft in alle vrijheid tot de uiterste consequenties zijn boodschap verkondigd en voorgeleefd. Hij wist dat de radicale verkondiging van Gods liefde mensen tegen de borst zou stoten. Hij wist dat Hij daarmee het religieuze systeem van zijn volksgenoten door elkaar zou schudden. Zozeer heeft Hij de mensen liefgehad, dat zelfs de dood Hem er niet van kon weerhouden de liefde te verkondigen.

De vrijheid die Jezus’ leven tekende, was er één die Hem in staat stelde te kiezen voor het goede, te kiezen voor God, ook al betekende dit onvermijdelijk het offer van zijn leven. Liefde gestalte geven in vrijheid, vraagt soms dat je jezelf helemaal inzet om te leven naar Gods Geest. Hij roept ons op om te breken met zelfzucht en egocentrisme. Hij daagt ons uit om niet onszelf, maar God in het middelpunt van onze werkelijkheid te plaatsen en niets boven Hem te stellen.

Jezus’ uur was nog niet gekomen… en toch geeft Hij aan de dienaren de opdracht om die enorme kruiken voor de voetwassing weer met water te vullen en ervan aan de gasten te schenken. Hij laat zich oproepen door de nood van de anderen en volgt niet zijn eigen zin. Misschien besefte Hij pas toen, aan het begin van zijn optreden, dat de Geest van God Hem zou leiden op andere wegen dan de platgetreden paden van de profeten.

De overvloedige wijn is trouwens een ondubbelzinnige verwijzing naar de profeten, die overvloed van gaven aankondigden als het begin van Gods Rijk en de komst van de Gezalfde, de Redder. Met dit eerste teken te Kana wordt dus duidelijk dat met Jezus iets heel bijzonders begonnen is.

De uitspraak over de mindere en de betere wijn heeft in die context trouwens een ingenieuze dubbele bodem: ze staan symbool voor het oude en het nieuwe verbond. In Jezus’ tijd, en lang daarna, vond men dat iets ouds altijd beter, eerbiedwaardiger en belangrijker was dan het nieuwe. Door dit beeld wordt aangegeven dat in Jezus het nieuwe, ultieme en definitieve verbond tussen God en de mensen wordt aangegaan.

Het christelijke huwelijk is op een bijzondere manier een levend teken en een concretisering van dat verbond van liefde dat God met ons wil aangaan. Hij openbaarde zich aan Mozes met de naam “Ik zal er zijn”. God heeft zich aan de mensen getoond als Iemand die er voor ons wil zijn, als een God van liefde. Als we in het Oude Testament lezen dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis, kunnen we dat begrijpen als een roeping om ook zelf er voor elkaar te zijn, als mensen van liefde.

Beste Valentijn en Isabelle, jullie kiezen vandaag om jullie vrijheid aan elkaar toe te vertrouwen en een levensverbond met elkaar aan te gaan. Net zoals de geschiedenis van God met de mensen ups en downs kent, zal ook jullie liefde beproevingen en hoogtepunten kennen. Moge deze gedachte jullie steunen en inspireren om telkens weer te kiezen voor trouw, barmhartigheid en verbondenheid. Wees levende stenen van Gods bouwwerk, vurige bakens van hoop en warmte in deze wereld die soms door kille berekening en egoïsme wordt ontsierd. Moge de Geest, die ons beloofd is als helper wonen in jullie harten, zodat Hij jullie kan leiden op de wegen van onbeschrijfelijk geluk. Amen.

Homilie huwelijksviering Steffi en Nick


Op vrijdag 20 augustus 2010 mocht ik in een zonovergoten Zittaart het huwelijk inzegenen van Steffi Cuyvers en Nick Van Mol.

Tijdens de viering sprak ik deze homilie uit:

lezingen:
bezinning: Gisteren heb ik een echtpaar gezien
1 Johannes 4,7-12
Marcus 10,6-9

Broeders en zusters,

wat is het dat mensen samenbrengt en in staat stelt om zichzelf aan een ander te geven? Wat is toch die wonderlijke kracht die mensen zo ver brengt dat ze hun levens aan elkaar willen verbinden om samen een toekomst uit te bouwen, over alle grenzen van berekening en redeneren heen? Wat moet er gebeuren opdat twee jonge mensen het over hun lippen krijgen “ik wil je man zijn”, “ik wil je vrouw zijn”? Dat ze elkaar aanvaarden met al hun grote en kleine kanten, in hun gebrokenheid en waardigheid? De lezingen van deze viering geven maar één antwoord: het is de liefde.

Een huwelijk is de viering van wat liefde vermag in het leven van mensen. Deze viering brengt ons samen in het huis van de liefde. Want, zo hoorden we de apostel Johannes het stellen: God is liefde. En wie liefheeft kent God. Maar met zowel God als de liefde hebben we vaak dit probleem: hoe meer we er over zouden willen zeggen, hoe minder we het gevoel hebben dat onze woorden vertellen wat we eigenlijk bedoelen.
Augustinus, een grote kerkvader uit de vierde eeuw zei het al: als je een idee hebt en je zegt “dat is God”, dan is het Hem niét. Dan is het maar een hersenspinsel, kleiner dan onszelf. Dus kan het God zeker niet zijn. En zo is het ook met de liefde. Stel u voor dat ik aan Steffi en Nick zou vragen waarom ze van elkaar houden. Ze hebben zeker en vast duizend goede redenen. En te zien aan al die mensen die er vandaag bij zijn, hebben ze nog gelijk ook… en toch zouden ze na elk antwoord een beetje pijnlijk kijken en denken, da’s wel juist, maar dat is niet alles. Je kan nooit alles over de liefde zeggen.
Maar als ik zou vragen aan Steffi en Nick òf ze van elkaar houden… dan denk ik dat het antwoord boekdelen zou spreken.

Zo kan je het ook zien in het verhaal over die twee oude mensen. Niemand begrijpt goed waarom, maar iedereen kan zien dàt ze van elkaar houden. Ze hebben voor elkaar gekozen en hebben elkaar heel hun leven lang gedragen en verdragen. En tegelijk hebben ze de machteloosheid ervaren die zelfs de liefde maar met veel geduld kan overwinnen. Je probeert wel, maar soms gaat het ook fout. Je kan dingen doen of zeggen, die je geliefde krenken. Er kunnen zoveel dingen gebeuren die je nooit zou willen, die je niet kan kiezen, maar die je overkomen. Gebeurtenissen en feiten die keihard en ijskoud grenzen stellen, waar de liefde grenzeloos zou willen zijn.
Door met elkaar te trouwen, willen Nick en Steffi duidelijk maken aan elkaar en aan iedereen: wij staan samen sterk. We gaan ervoor.

Er is nog iets dat de liefde doet, of misschien beter gezegd niet doet. De liefde sluit niets uit, maar sluit alleen maar in. Je blijft namelijk gewoon wie je was. De liefde van de andere maakt van jou geen beter mens. Maar misschien leert de liefde van de andere wel dat je niet volmaakt hoeft te zijn om bemind te mogen worden. Dat is zo mooi aan een huwelijk: elkaars man en vrouw worden wil zeggen dat je elkaar aanvaardt, en natuurlijk ook dat je jezelf aan elkaar wil schenken. Dat aannemen van elkaars geschenk, van elkaars heden en toekomst, is het mooiste antwoord dat er op de liefde bestaat. Dat is het antwoord dat Steffi en Nick met heel hun leven willen geven: ja, ik wil dat jij voor mij de liefste bent, zoals ik voor jou de liefste wil zijn, alle dagen van mijn leven.

Trouwen is, zoals het in het lied gezongen werd, een begin zonder einde. Het is een “van nu af aan”. Een woord, een gebaar, dat de horizon openbreekt naar een glimlach van het hart, die nooit voorbij zal gaan. Voor liefde moet je tijd nemen, ze schenkt haar mooiste schatten pas op lange termijn, hoe heerlijk de vroege vruchten ook kunnen zijn. Liefde daagt je uit de tijd te nemen om naar elkaar toe te blijven groeien, in elkaar te blijven geloven en voor elkaar te blijven kiezen.

Moge God, die liefde is en liefde geeft, jullie in dat alles altijd bijstaan en inspireren, in jullie eigen hart en door de verbondenheid met de mensen die jullie omringen. Amen.

Homilie huwelijksviering Kevin Celen en Kelly Saenen


Op vrijdag 30 april 2010 mocht ik het huwelijk inzegenen van Kevin Celen en Kelly Saenen te Meerhout-Gestel. Ondanks een stroompanne werd het een mooie viering. Tijdens die viering sprak ik deze homilie uit:

lezingen:
Wijsheid van Jezus Sirach 26,1-4.13-16
Lucas 24,13-35

Broeders en zusters, wanneer twee mensen, zoals Kelly en Kevin vandaag, zich met heel hun leven aan elkaar willen verbinden, mag ons hart vervuld zijn met vreugde en dankbaarheid. Door hun huwelijk tonen deze twee mensen dat liefde de moeite waard is om ‘ja’ te zeggen. Een ‘ja’ dat doorklinkt tot in de toekomst, die niemand kennen kan.

Op de drempel van deze grootse gebeurtenis, mogen we ons even bezinnen over de betekenis ervan, zowel voor het leven van het bruidspaar als voor dat van onszelf. De lezingen, gebeden en liederen van deze viering willen ons daarbij inspireren. Bij het voorbereiden van deze huwelijksviering hebben Kelly en Kevin gekozen voor de teksten die uitdrukking brengen aan wat zij voelen en beleven en ook wat ze hopen en wensen.

In de poëzie van eerste lezing mogen we de dankbaarheid en fierheid beluisteren die er is om de liefde tussen twee mensen. De schrijver ervan bekeek het door de ogen van de bruidegom, maar evengoed kan je de kijkrichting omdraaien. De kern van de boodschap van deze tekst is: hoe mooi is het te zien hoe man en vrouw van elkaar houden, elkaar aanvullen en bijstaan. Niet elke dag schijnt de zon, ook niet in het huwelijk. Maar momenten als vandaag kunnen ons helpen om het goede, mooie en sprankelende van de liefde telkens opnieuw te ontdekken.

Voor deze viering hebben Kelly en Kevin een heel bijzondere evangelielezing gekozen. Ze is heel passend om verschillende redenen. De meest voor de hand liggende reden is dat we vandaag in de Paastijd zijn, de tijd tussen Pasen en Pinksteren, de tijd waarin de Kerk met grote vreugde de verrijzenis van Jezus viert. Het verhaal van de twee mannen onderweg naar Emmaüs is één van de oudste en rijkste verschijningsverhalen in onze geloofstraditie. En als je kijkt naar hoe het verhaal wordt opgebouwd, dan zie je daar een symbool in van het levensverhaal en het huwelijk van Kevin en Kelly. Er zijn twee wegen die bij elkaar komen: de weg van Kleopas en zijn kameraad en de weg van Jezus.

Op een bepaald moment beginnen ze samen op weg te gaan. Er wordt ernstig gepraat, eerlijk van gedachten gewisseld. De ene leert van de andere bij.

Dan, als ze op de plaats van bestemming aankomen, dringt de ene partij er bij de andere op aan: blijf hier, blijf bij ons. En Jezus, zo staat er, ging mee naar binnen om bij hen te blijven. Dat kleine zinnetje geeft aan dat Hij niet alleen maar voor dat ene moment ingaat op hun uitnodiging, maar dat het teken dat Jezus geeft, zal blijven doorwerken in heel hun leven.

Dan breken en delen ze hetzelfde brood, een gebaar dat christenen de eeuwen door hebben herhaald, een gebaar waarbij we Jezus zelf herkennen.

En als deze mannen Jezus herkend hebben, zien ze hem niet meer… de twee partijen zijn verdwenen en er blijft nog maar één werkelijkheid over. Zo worden ook Kelly en Kevin door hun huwelijksverbond één gezin. Wanneer de Emmaüsgangers er met elkaar en met de leerlingen in Jeruzalem over spreken, krijgt plots alles wat voorheen gebeurd is een nieuwe betekenis. “Was het niet hartverwarmend, zoals Hij onderweg met ons sprak?” Je zou het kunnen vertalen als: “als we nu terugkijken naar de weg die achter ons ligt, dan kan je toch niet anders dan inzien dat we bij elkaar horen…”

In dat ene kleine gebaar, het breken van het brood, herkennen de leerlingen Jezus. Zo zien wij vandaag in de trouwbelofte van dit bruidspaar hun engagement, maar ook een beeld van God, die zichzelf door de liefde helemaal aan ons wil geven. Hun trouwringen zullen het teken zijn van oneindige liefde.

Die liefde is de moeite waard om voor te leven, om door te geven. Zo is Warre in jullie leven al een teken dat jullie liefde verder gaat dan de grenzen van wie je bent. Jullie liefde en zorg voor hem tonen ons dat liefde een oproep in zich heeft om te geven, zonder maat (hoewel er natuurlijk opvoedkundige grenzen zijn).

Samen met alle mensen die hier samen zijn, samen met de hele kerkgemeenschap herhalen we die tocht naar Emmaüs: we luisterden naar de woorden uit de Schriften en zullen na jullie jawoord als dankzegging aan God het brood en de beker delen. Jullie jarenlange liefde krijgt vandaag een nieuwe betekenis voor ons allemaal. Moge de Heer jullie altijd nabij zijn en inspireren op jullie levensweg, ook doorheen de mensen die met jullie verbonden zijn.

Homilie huwelijksviering Kevin Celen en Kelly Saenen

Meerhout-Gestel – vrijdag 30 april 2010

lezingen:

Wijsheid van Jezus Sirach 26,1-4.13-16

Lucas 24,13-35

Broeders en zusters, wanneer twee mensen, zoals Kelly en Kevin vandaag, zich met heel hun leven aan elkaar willen verbinden, mag ons hart vervuld zijn met vreugde en dankbaarheid. Door hun huwelijk tonen deze twee mensen dat liefde de moeite waard is om ‘ja’ te zeggen. Een ‘ja’ dat doorklinkt tot in de toekomst, die niemand kennen kan.

Op de drempel van deze grootse gebeurtenis, mogen we ons even bezinnen over de betekenis ervan, zowel voor het leven van het bruidspaar als voor dat van onszelf. De lezingen, gebeden en liederen van deze viering willen ons daarbij inspireren. Bij het voorbereiden van deze huwelijksviering hebben Kelly en Kevin gekozen voor de teksten die uitdrukking brengen aan wat zij voelen en beleven en ook wat ze hopen en wensen.

In de poëzie van eerste lezing mogen we de dankbaarheid en fierheid beluisteren die er is om de liefde tussen twee mensen. De schrijver ervan bekeek het door de ogen van de bruidegom, maar evengoed kan je de kijkrichting omdraaien. De kern van de boodschap van deze tekst is: hoe mooi is het te zien hoe man en vrouw van elkaar houden, elkaar aanvullen en bijstaan.

Niet elke dag schijnt de zon, ook niet in het huwelijk. Maar momenten als vandaag kunnen ons helpen om het goede, mooie en sprankelende van de liefde telkens opnieuw te ontdekken.

Voor deze viering hebben Kelly en Kevin een heel bijzondere evangelielezing gekozen. Ze is heel passend om verschillende redenen. De meest voor de hand liggende reden is dat we vandaag in de Paastijd zijn, de tijd tussen Pasen en Pinksteren, de tijd waarin de Kerk met grote vreugde de verrijzenis van Jezus viert. Het verhaal van de twee mannen onderweg naar Emmaüs is één van de oudste en rijkste verschijningsverhalen in onze geloofstraditie.

En als je kijkt naar hoe het verhaal wordt opgebouwd, dan zie je daar een symbool in van het levensverhaal en het huwelijk van Kevin en Kelly.

Er zijn twee wegen die bij elkaar komen: de weg van Kleopas en zijn kameraad en de weg van Jezus.


Op een bepaald moment beginnen ze samen op weg te gaan. Er wordt ernstig gepraat, eerlijk van gedachten gewisseld. De ene leert van de andere bij.

Dan, als ze op de plaats van bestemming aankomen, dringt de ene partij er bij de andere op aan: blijf hier, blijf bij ons. En Jezus, zo staat er, ging mee naar binnen om bij hen te blijven. Dat kleine zinnetje geeft aan dat Hij niet alleen maar voor dat ene moment ingaat op hun uitnodiging, maar dat het teken dat Jezus geeft, zal blijven doorwerken in heel hun leven.

Dan breken en delen ze hetzelfde brood, een gebaar dat christenen de eeuwen door hebben herhaald, een gebaar waarbij we Jezus zelf herkennen.

En als deze mannen Jezus herkend hebben, zien ze hem niet meer… de twee partijen zijn verdwenen en er blijft nog maar één werkelijkheid over. Zo worden ook Kelly en Kevin door hun huwelijksverbond één gezin. Wanneer de Emmaüsgangers er met elkaar en met de leerlingen in Jeruzalem over spreken, krijgt plots alles wat voorheen gebeurd is een nieuwe betekenis. “Was het niet hartverwarmend, zoals Hij onderweg met ons sprak?” Je zou het kunnen vertalen als: “als we nu terugkijken naar de weg die achter ons ligt, dan kan je toch niet anders dan inzien dat we bij elkaar horen…”

In dat ene kleine gebaar, het breken van het brood, herkennen de leerlingen Jezus. Zo zien wij vandaag in de trouwbelofte van dit bruidspaar hun engagement, maar ook een beeld van God, die zichzelf door de liefde helemaal aan ons wil geven. Hun trouwringen zullen het teken zijn van oneindige liefde.

Die liefde is de moeite waard om voor te leven, om door te geven. Zo is Warre in jullie leven al een teken dat jullie liefde verder gaat dan de grenzen van wie je bent. Jullie liefde en zorg voor hem tonen ons dat liefde een oproep in zich heeft om te geven, zonder maat (hoewel er natuurlijk opvoedkundige grenzen zijn).

Samen met alle mensen die hier samen zijn, samen met de hele kerkgemeenschap herhalen we die tocht naar Emmaüs: we luisterden naar de woorden uit de Schriften en zullen na jullie jawoord als dankzegging aan God het brood en de beker delen. Jullie jarenlange liefde krijgt vandaag een nieuwe betekenis voor ons allemaal. Moge de Heer jullie altijd nabij zijn en inspireren op jullie levensweg, ook doorheen de mensen die met jullie verbonden zijn.

Jaaroverzicht 2009


2009 begon erg ongewoon. Voor het eerst sinds mijn intrede in de abdijgemeenschap bracht ik de jaarovergang niet in mijn geliefde abdij door, maar elders. Op het einde van 2008 vond in Brussel de jaarlijkse internationale Taizé-ontmoeting “Pelgrimage van vertrouwen” plaats. Ruim 40.000 jonge mensen kwamen naar Expo Brussels (Heizel) om er elkaar te ontmoeten, samen te bidden en over hun geloof uit te wisselen. Om zoveel mensen te onthalen, hadden honderden gastgezinnen plaats gemaakt voor welkome onbekenden. Ook onze gemeenschap te Bois-Seigneur-Isaac had haar deuren geopend en met enkele jonge medebroeders mocht ik helpen hen te onthalen. In de nasleep van wat gezondheidsproblemen (de ontdekking van mijn lactose-intolerantie) beleefde ik de meeste dagen vanuit Bois-Seigneur mee in plaats van naar Brussel te gaan. Een heel rustige, maar niet minder sfeervolle jaarovergang, samen met nog twee medebroeders sloot een bewogen jaar 2008 af. Door mijn afwezigheid vond ik geen geschikt moment meer om van dat jaar een overzicht te schrijven. Dat zal u dus tevergeefs op de blog zoeken. Van 2007 en 2006 is er wel een jaaroverzicht… maar dat bent u nu niet aan het lezen.

Toen was het januari. Mijn belangrijkste activiteiten die maand hielden verband met de klasbezinningen voor de leerlingen van het Sint-Michielscollege van Schoten en het Sint-Janscollege te Meldert. Aan het einde van de maand mochten we de (door een perslekje een beetje “valse”) start van de jongerenblog van onze abdijgemeenschap aankondigen. Sindsdien mag ik mezelf  “tevens webmaster van de jongerenblog” noemen. Met zo’n 400 à 500 bezoekers per week mogen we zeker niet klagen…

In februari gingen de eerste voorbereidende werkzaamheden voor de nieuwe CD-opname van de abdijgemeenschap van start. Het muzikale voorjaar werd voor ons ingezet met het verzorgen van de radio-eucharistieviering op VRT Radio 1. Dan ging de veertigdagentijd van start, maar niet voordat ik me met enkele moedige medebroeders zich in de Hoge Venen in het adembenemende, uitgestrekte, maar soms verraderlijk gladde landschap waagde. De misdienaars van Zemst kwamen daags voor aswoensdag ook nog even op bezoek in de abdij en dat hebben we naar traditie met een zangstonde gevierd.
De kroon op de maand was voor mij de huwelijksviering van Veerle en Daan te Aarschot. We (en zij) hebben elkaar tijdens een jongerenweekend in de abdij leren kennen… het werd een sfeervolle en hoogst originele feestdag, waar nog lang van nagenoten is. Daarmee zette ik mijn rijtje huwelijksvieringen voor 2009 in… uiteindelijk mocht ik dit jaar 10 koppels elkaar het ja-woord horen geven.

Ook maart was een maand met klasbezinningen: 2 klassen van Maris Stella Oostmalle en de meeleefdagen voor de leerlingen van het Don Bosco-instituut te Haacht. Op 19 maart vierden we (op het naamfeest van onze abt) het prelaatsfeest. Een cultureel hoogtepunt was voor mij die maand het bijwonen van het concert met muziek van één van mijn lievelingscomponisten, John Rutter, te Aartselaar. Op de laatste zondag van de maand mocht ik Tibo gaan dopen in het Klina-ziekenhuis te Brasschaat, omdat hij na maanden nog steeds niet naar huis kon. Intussen is hij gelukkig thuis bij zijn ouders.

Op 1 april stond mijn eerste ziekenzalvingsviering in het RVT te Rillaar op m’n agenda. Een medebroeder die daar jaarlijks het triduüm gaat begeleiden had gehoord dat ik zoiets als priester nog nooit had meegedaan en nodigde me prompt uit. Het werd een intense ervaring. Intussen stond ook m’n KLJ-activiteit niet stil… op de vooravond van Palmzondag mocht ik samen met de collega’s van de Werkgroep ‘K’ een gebedsviering begeleiden in Malle. Daags nadien waren er naar jaarlijkse traditie de Passievespers met het koor Wodan Skalden in de abdijkerk, waarmee de Goede Week stevig van start kon gaan. Samen met medebroeder Jos begeleidde ik Op Weg naar Pasen voor jongeren rond het thema “Ik geef me over”. Elk jaar weer ben ik diep geraakt door de intensiteit waarmee jongeren samen met ons die centrale dagen van het kerkelijk jaar met ons mee komen vieren. Intussen stond ook Thagaste niet leeg: een groepje jongeren van JNM kwam werken in de bossen rond de abdij. Zoals steeds ging dat gepaard met hartelijke, en soms heel diepzinnige gesprekken. Op Beloken Pasen mocht ik Rik, Zeth en Siem dopen te Gestel en was er ‘s avonds de ontmoeting met de Deense scholieren die in het Bezinningscentrum logeerden. En dan “was de gas op”, zoals mijn directeur dat pleegt te zeggen… tijd voor vakantie. Dit jaar was mijn paasvakantie een hartelijk weerzien van de Salesiaanse gemeenschap te Farnières. Om niet helemaal met een schuldgevoel terug te moeten keren naar de abdij, ben ik aan het einde van m’n vakantie nog een studiedag gaan volgen aan de Universiteit van Leuven over geloof en humor. Meteen een goede inspiratiebron voor ons jongerenweekend in het voorjaar 2010.
Doopsel, ziekenzalving, huwelijk, eucharistie… welk sacrament was nog niet onder de aandacht gekomen? Juist: het sacrament van boete en verzoening. Dat mocht ik samen met de vormelingen van Eindhout gaan vieren, als voorbereiding op hun vormsel. Een genadevol moment in vele opzichten. M’n familie werd ook niet uit het oog verloren. Naar intussen jaarlijkse traditie werd er verzamelen geblazen in Averbode om tijdens de eucharistieviering met de abdijgemeenschap te bidden voor m’n overleden grootvader en voor elkaar. Dan ging de karavaan richting Mol voor een goede maaltijd en een stevig potje bowling. Als afsluiter van de maand werd ik verwelkomd in het KTA te Brasschaat om in enkele klassen te vertellen over mijn levenskeuze en het leven in onze abdij. Een spervuur van vragen zorgde ervoor dat de tijd “in no time” voorbij vloog. Tijdens de middagpauze “ontsnapte” ik even uit de school om aan de overkant van de straat terug in Klina aan te komen… deze keer niet voor Tibo, maar om Ibe te gaan bezoeken. Dit sympathieke kereltje is het zoontje van David en Elke, twee oud-klasgenoten wier huwelijk in 2008 mocht inzegenen. (ook al zo’n onvergetelijke dag) Zo werd een stevig gevulde maand afgerond.

Ook in mei mocht ik enkele kindjes dopen: Anouk en Milan in Meerhout, Luca in Zittaart en Mathéo in Ekeren (Leugenberg). Maar mei 2009 zal me toch vooral bijblijven als dé trouwmaand: op 9 mei was het dubbel feest: in de voormiddag zegende ik het huwelijk van Hans en Evelien in te Ekeren (Bunt), in het kerkje waar ik ooit nog gedoopt werd. Dan ging het in vliegende vaart (maar toch nog netjes binnen de toegelaten snelheden) naar Lochristi om te Hijfte de huwelijksviering voor te gaan waarin Nathalie en Wouter (beide KLJ-leden) elkaar het ja-woord gaven. Op twee plaatsen kan je niet tegelijk zijn, maar na elkaar wel, dat heb ik bij deze uitgeprobeerd…
De week nadien: opnieuw een KLJ-huwelijk: Ward en Katleen stapten te Lint in het huwelijksbootje, in een viering waarin de KLJ-afdelingen van Lier (Noord en Zuid) voor de opluistering zorgden.
Maar voor het zover was, stonden er nog twee grote events op het programma: in diezelfde week vonden de opnames van “Klanken van stilte”, de nieuwe cd van onze abdijgemeenschap plaats en reed ik helemaal naar Berkel en Rodenrijs (ten noorden van Rotterdam) om professor Paul van Geest te interviewen voor ons abdijtijdschrift ‘Averbode’ over de inspiratie die Augustinus met zijn kloosterregel kan bieden voor het huwelijksleven. (jawel, u leest dat goed: een kloosterregel als huwelijksinspiratie)
Het werd een lange, maar toch vrij vlotte autorit, een hartelijk weerzien (professor Paul kwam al enkele keren in onze abdij een retraite begeleiden), besloten met een gezellige maaltijd in hét restaurant van Berkel (;-) ). Een reisje waar ik lang van heb nagenoten.
Was dat al voldoende qua mega-events? Nee hoor. Mei had nog enkele pareltjes in petto: de KLJ-bedevaart naar Scherpenheuvel met de ochtendlijke (6u30!) gebedsviering en de eucharistieviering met ruim 1000 deelnemers (toegegeven, vooral niet-KLJ-ers) en de opening van het nieuwe provinciale KLJ-secretariaat te Herentals (waar ik eventjes op bezoek kwam) mogen zeker niet onvermeld blijven.

Juni was iets rustiger… hoewel… op Pinkstermaandag ging ik voor de voorlaatste keer mee op bedevaart naar Bois-Seigneur-Isaac. Op 6 juni vierden we het hoogfeest van onze ordesstichter Norbertus en ‘s avonds presenteerde ik de internationale taptoe op het voorplein van de abdij. Stressen! Maar de stress was er natuurlijk vooral voor de studenten die in het bezinningscentrum kwamen studeren: de Zalige Blokbeesten. Gelukkig mocht de meerderheid zich met succes door de examens wringen. Ook voor mij was er een proclamatie: in het provincialaat van de Broeders van Liefde te Gent werd ik samen met mijn medestudenten gecertifieerd als “Jeugdcoach”. Deze praktijkgerichte opleiding volgde ik om met nog wat extra bagage als bezinningsbegeleider in onze abdij aan het werk te kunnen. Het werd een intense en boeiende ontdekkingsreis, waar ik nog veel mee zal kunnen doen. Dat een groot deel van de opleiding in de abdij van Zevenkerken plaatsvond, was nog eens een extra voordeel.
De jaarlijkse conventsbarbecue liet ik voor was hij was, om met mijn familie in Merelbeke op weekend te gaan. Vooral de sfeervolle eucharistieviering in openlucht, in een stralend zonnetje en de spannende “De slimste mens van de familie” zinderden nog lang na.

En zo begon de zomer… en hoe kan een zomer in Averbode nu beginnen zonder JOVADA? Juist. Met de apostel Paulus als gids genoten we van een weekje bezinnend, ontspannend en inspannend samenzijn. De dagtocht naar Langdorp, Aarschot en Testelt was steviger dan gedacht, de Israëlische volksdans nog leuker (en veel vermoeiender) dan gedacht, de inspiratie die Paulus ons bood rijker dan gedacht… een JOVADA die heel wat verwachtingen overtrof.

In juli stapten Kris en Tinne te Eindhout in een smoorheet huwelijksbootje… de kerk werd door een genadeloze zon haast tot een sauna herschapen. Maar dat lieten we niet over onze kant gaan. Een ruime week later trouwden Davy en Kristel te Zittaart in een iets draaglijker temperatuur (en vervoerd met een mooie koets). Maar hét huwelijk van juli was ongetwijfeld dat van mijn nicht Marjolein met Glenn te Stabroek. Een prachtig kerkje, een smaakvolle en sfeervolle viering, de receptie met de rubber laarzen (“katsjoewe botten”) van de bruid (verhaal te lang om hier uit de doeken te doen), … moet er meer commentaar bij?
Een warme maand is ideaal om wat met water te spelen, dus ook doopsels stonden op het menu, en niet weinig: Bo, Louise, Nathan, (Zittaart) Axelle en Wenke (Klein-Vorst), Rein, Bente, Dora, Nathalina en Yarne (Gestel) werden door het doopsel opgenomen in de gemeenschap van Jezus Christus.
Dan was het tijd voor mijn eigen vakantie in twee delen: eerst een weekje de laatste kans grijpen om m’n zomervakantie in Bois-Seigneur-Isaac in een norbertijnse gemeenschap door te brengen (in 2010 geven we die abdijgebouwen door aan de Libische Maronieten), waarna ik me thuis mocht voelen bij mijn broer en toekomstige schoonzus in het oud-ouderlijke huis te Ekeren. Een daguitstap naar Zeeland met een goede vriend behoorde, naast de kasteeltuinen van Edingen, tot de ontdekkingen van de zomer. Je moet het niet ver gaan zoeken, dicht bij huis zijn heel wat mooie dingen te ontdekken. Dreischor maakte op mij een heel pittoreske indruk. Nooit van gehoord? Googlen maar!
Omdat ik de Israëlische dansmicrobe maar niet kwijtraakte, kon het niet laten met één van de deelnemers van JOVADA naar het Nachtegalenpark te gaan om daar de wekelijkse internationale volksdansinstuif mee te maken. Een aanrader voor al wie van muziek houdt en eens iets nieuws wil proberen. (Bedankt, Rik, voor de gouden tip!) Zo sloot ik m’n vakantie muzikaal af.

En zo was ik in augustus beland. Tijd voor het eerste Tel18-huwelijk dat ik mocht meemaken: Koen en Ilse trouwden te Kapellen.
Augustus was de maand van feestgedruis in de abdij: met 1134 als stichtingsjaar, konden we 875 jaar op de teller zien staan. Een goede gelegenheid om dankbaar achteruit en vooruit te blikken. De feestelijkheden bestonden uit een vesperdienst, een academische zitting, een verrukkelijk Monteverdi-concert en een gezellige familiedag. Honderden mensen konden op die manier meevieren met de medebroeders. Maar daarmee was de feesttrein nog niet uitgereden: op 28 augustus verbond fr. Philippe zich door plechtige geloften voor het leven aan onze abdijgemeenschap, na zich samen met ons tijdens de conventsretraite daarop voorbereid te hebben. Voor het eerst in heel wat jaren konden we dit jaar geen nieuwe novicen inkleden… maar gezien het leven in onze abdij voor mij en voor velen een bron van geluk is, ben ik er gerust in dat we de komende jaren nog kandidaten zullen mogen verwelkomen.

En toen viel er als een bliksemschicht bij heldere hemel onverwacht iets in mijn korf. In het begin van september kondigde de prelaat me aan dat hij me in het huiskapittel van 8 september zou benoemen tot cantor (voorzanger) van de abdijgemeenschap. Een taak die ik in dienstbaarheid en trouw zal proberen te vervullen. Dankbaar om de goede akker die ik van mijn voorganger Marc Fierens mag overnemen, heb ik toch ook geleerd dat er heel wat tijd en energie achter de schermen geïnvesteerd moet worden om de gebedsdiensten van de abdijgemeenschap tot een evenwichtig, inhoudsvol en afwisselend resultaat te helpen. Met Jan en Bart als succentores (assistent-voorzangers), Jos als organist en enkele medebroeders als “reserveploeg” weet ik me omringd door welwillende en enthousiaste medewerkers. ‘k Zal m’n best doen…
September was ook de maand waarin Maarten en Vicky in de Magdalenakerk te Reet in een doorleefde viering in het huwelijksbootje stapten. Nooit eerder had ik een bruid zien wimpelen… maar KLJ-tradities zijn er om te respecteren. Indrukwekkend! Twee weken later trouwden Leen en Joris te Gestel. Een mooi einde van het “trouwjaar 2009″.
Maar september was ook het begin van een jaar: dat van de klasbezinningen 2009-2010: twee klassen van het Scheppersinstituut te Antwerpen en één  van het Drievuldigheidscollege te Leuven mocht ik onder m’n hoede nemen. Ook de eerste meeleefdagen, voor de leerlingen van COLOMAplus te Mechelen, luidden het nieuwe werkjaar in.
Tussendoor doopte ik Ferre, Noor en Thorvald te Gestel en mocht ik (mijn stiekeme favoriet van het jaar) Ibe dopen te Kalmthout, gevolgd door één van de gezelligste doopfeesten die ik al mocht beleven. (Maar hoe kon het ook anders met zo’n mooi huwelijksfeest van zijn ouders het jaar daarvoor?)
Tenslotte kwamen de VOLL’ers van Rijmenam nog een dagje op bezoek om zich te bezinnen rond vergeving en verzoening, besloten met een verzoeningsviering, als ultieme voorbereiding op hun vormselviering begin oktober. Zo besloten ze een jarenlange groeiweg met een onvergetelijke viering, gevolgd door een gemeenschappelijk feest, opgeluisterd met de knotsgekke videofragmenten van hun avonturen.

Begin oktober was er één van mijn preekbeurten in de abdijkerk over… het huwelijk. Huwelijkspreek 11 van 2009 ging dus in de steigers. (Als ik het tegen dan nog niet begrepen zou hebben… hoewel het toch ook altijd een mysterie zal blijven waar ik nooit het laatste woord over gezegd zal hebben…)
In Meerhout werd ik uitgenodigd om op de ouderavond voor de vormelingen te vertellen over de betekenis van het vormsel en de rol die de ouders bij de voorbereiding ervan kunnen spelen. Op zondag 11 oktober hebben we met (bescheiden) tromgeroffel onze nieuwe CD+boek voorgesteld. “Klanken van stilte” blijkt bij bijzonder veel mensen in de smaak te vallen. Iemand vertrouwde me toe dat sinds 11 oktober onze gezangen al zijn autoritten begeleiden… en dat zijn er heel wat.H. Hartcollege van Waregem, de meeleefdagen van het Onze Lieve Vrouwecollege te Assebroek, Sint-Godelieve Lennik (die er zo van genoten hebben dat ze in december al terug naar Averbode kwamen om na hun examens in Thagaste te logeren) en de  leerlingen van de Sint-Martinusscholen van Herk-de-Stad.
Op 18 oktober werden Liam en Witse door mij in Gestel gedoopt.

Na het Allerheiligenweekend hielden we met onze abdijgemeenschap canoniekapittel, onze jaarlijkse grote vergaderdag. Wat klasbezinningen betreft stond november helemaal in het teken van de Sint-Bavohumaniora te Gent. De zondag daarop was Antwerpen mijn bestemming, meer bepaald de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal: daar mocht ik Livia dopen in de eeuwenoude doopvont in een straalkapel. Als je de toeristen meerekent was dat met ruime voorsprong het doopsel met de meeste aanwezigen. De dopelinge gedroeg zich waardig en ingetogen.
Op 14 november nam ik voor het eerst deel aan een Elia-avond. Dat zijn gespreksavonden voor jongvolwassen gelovigen. Die eerste avond rond ziekenhuispastoraal heeft me de smaak te pakken doen krijgen. Als ik kan, kom ik elke volgende keer meedoen…
Aan het einde van november werd ik enkele dagen gevolgd door twee studenten journalistiek, die me met camera en “Samson” bestookten voor hun portret-project. Heel wat uurtjes en talloze vragen, maar misschien nog meer one-liners later hadden ze genoeg materiaal bij elkaar. Het eindresultaat heb ik nog niet gezien… maar na die dagen was ik mezelf wel beu-gehoord.
Tenslotte wil ik niet onvermeld laten (hoe irrelevant dit ook mag klinken voor u, bloglezer): in november at ik voor het eerst in anderhalf jaar nog eens pannenkoeken, dankzij mijn lieve moeder, die de moeite deed een stapel lactosevrije exemplaren voor mij uit haar pan te toveren… en ze smaakten naar méér! Een kinderhand/mond is gauw gevuld…

En zo liep het jaar op z’n einde: december is een examenmaand voor humaniorastudenten, dus geen klasbezinningen te begeleiden. En dat kwam prima uit, want ik kreeg het signaal dat ik naar een andere kamer mocht verhuizen. Die verandering had voordeel voor verschillende personen, maar ook voor mezelf: ‘k heb nu een beetje meer plaats, zodat ik in m’n zithoek niet langer met opgetrokken knieën een boek moet lezen, maar zelfs plaats heb om een kop thee naast me op een tafeltje te plaatsen. Kwatongen beweerden dat “meer plaats” bij mij alleen maar “meer rommel” zou betekenen. Ruim 3 weken later kan ik alleen maar het tegendeel laten vaststellen: zowel mijn nieuwe werkruimte (in het bezinningscentrum, betrokken in november) als mijn nieuwe kamer staan er netjes tot zeer netjes bij. De dagen voor kerstmis kwamen enkele Nederlandse jongeren van Woesteland in Thagaste logeren om in de (sneeuwwitte) bossen rond de abdij vrijwilligerswerk te doen voor Natuurpunt. Een vrolijke en gezellige bende, waarvan er uiteindelijk 4 ook de kerstnacht doorbrachten in het jongerenverblijf. Enig! ;)
Kerstavond en Kerstmis werden naar goede gewoonte ook muzikaal luisterrijk gevierd. Tijdens de kerstwake brachten enkele medebroeders, waaronder ik, enkele Engelse en Duitse kerstliederen ten gehore, afgewisseld met het betere orgelwerk door medebroeder Jos  om de sfeer op te bouwen naar de middernachtmis toe, die dit jaar iets minder druk werd bijgewoond als de voorbije jaren, door de aanhoudende winterse wegensituatie. Dat belette ons niet om na de eucharistieviering chocomelk en soep uit te delen aan de vrij snel natgeregende kerkgangers.

En zo is weer een jaar voorbijgesneld. Met 2010 beginnen enkele medebroeders aan een nieuwe functie als overste of verantwoordelijke voor enkele afdelingen in de abdij. In januari hopen we ook te weten te komen wie de nieuwe aartsbisschop voor Mechelen-Brussel zal worden. (en eventueel wie dan diens huidige bisschopszetel zal toegewezen krijgen) Maar waar ik vooral naar uitkijk is het huwelijk van mijn jongere broer. Dan wordt definitief het “eerste generatie”-hoofdstuk afgesloten en begin ik samen met mijn leeftijdsgenoten tot de tweede generatie (die van ouders-met-jonge-kinderen) te horen… en de generatie van mijn ouders stilaan tot de grootouder-generatie. (jaja, wen er maar aan!)

De cijferfreaks krijgen hun zin op het einde van dit jaaroverzicht:
dit jaar 10 huwelijk (dus totaal: 17 sinds mijn diakenwijding) en 26 doopsels (totaal: 63 sinds mijn diakenwijding).
De voorbije dagen is mijn blogteller over de 60.000 pageviews gegaan.
Met een gemiddelde van zo’n 1500 bezoekers per maand, voel ik me zeker niet ongelezen.

Aan jullie allemaal, beste bloglezers, en aan allen die jullie nabij zijn of die jullie in het hart dragen: een gezegend 2010 met minstens één vervulde droom, één uitgevoerd creatief idee en één knotsgek moment!

Homilie 27e zondag door het jaar B


lezingen:
Genesis 2,18-24
Hebreeën 2,9-11
Marcus 10,2-16

In het begin, bij de schepping, heeft God de mensen als man en vrouw gemaakt. Daarom verlaat een man zijn vader en moeder om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen volkomen één worden.

Zusters en broeders, als we ons de vraag stellen waarom Jezus het huwelijk zo belangrijk vindt, ligt een belangrijke aanzet van het antwoord vervat in die twee zinnen. We zongen het ook in het openingslied: God die in het begin uit aarde, naar zijn beeld, de mensen voor elkaars geluk geschapen heeft.(ZJ 666)

De mens werd geschapen naar het beeld van God, op Hem gelijkend, lezen we in het eerste hoofdstuk van de bijbel. Man en vrouw schiep Hij de mens. God wilde dat de mens een relationeel wezen werd. In de eerste lezing werd dit op een meer verhalende manier uitgedrukt: tussen de andere levende wezens op aarde vond de mens niemand die bij hem paste. Pas wanneer twee mensen bij elkaar kwamen, werd het mogelijk gelukkig te zijn. Pas dan was Gods schepping van de mens voltooid.
Omdat God ons geluk wil en met ons een verbond, een relatie wil aangaan, zijn man en vrouw door hun verbond, door hun relatie, een beeld van God. De diepste grond van ons bestaan is elkaars geluk te zijn.

Pas als we helemaal doordrongen zijn van die diepe betekenis van het huwelijk, kunnen we begrijpen waarom Jezus zo rechtlijnig reageert op de vraag van zijn volksgenoten of het toegestaan is je echtgenoot weg te zenden of in de steek te laten. Wie huwen, maken van  hun relatie een teken van Gods liefdesverbond met de mensen. Ze schenken elkaar hun toekomst, ze gaan een grenzeloos engagement aan, zoals Gods liefde voor ons grenzeloos is. Dat verbond verbreken of ontkennen, maakt dan ook dat het teken geschonden wordt. Ons beeld-van-God-zijn wordt vertroebeld.

“Wat God heeft verbonden, zal een mens niet scheiden,” zegt Jezus. Daarom houdt onze geloofsgemeenschap er aan dat een huwelijk onverbreekbaar is. Het is een band die mensen levenslang met elkaar verbindt.

Maar de realiteit van een huwelijk kan veel minder ideaal zijn dan wat verloofden elkaar en zichzelf toewensen wanneer ze trouwen. Jezus wist ook wel dat het tussen mensen niet altijd rozengeur en maneschijn is. Misschien daarom dat Hij op deze moeilijke vraag met een tikkeltje meer spitsvondigheid antwoordde dan we van Hem gewend zijn. Hij vult de vraag van de Farizeeën aan voordat Hij er krachtig op antwoordt: wie zijn vrouw verlaat om een ander te huwen begaat echtbreuk, en wie haar man verlaat om een andere te huwen, maakt zich schuldig aan echtbreuk. Blijkbaar erkende Jezus wel dat het soms nodig is dat gehuwden afstand van elkaar nemen. Maar als dat gebeurt om met een ander te huwen, dan ontkennen ze hun eerste (en volgens Jezus enige) levensverbond. Zo kan ook de Kerkgemeenschap het aanvaarden dat mensen besluiten dat samenleven onmogelijk geworden is, hoewel ze er ook altijd op zal aandringen dat we geroepen worden tot verzoening en dialoog. Maar het gegeven ja-woord, waardoor mensen door God verbonden worden, kan je niet uit de geschiedenis wegknippen.

Ook tussen God en zijn volk is het dikwijls tot moeilijke en pijnlijke conflicten gekomen. Al bij de verbondssluiting moest Mozes vaststellen dat zijn volgelingen een afgod hadden gemaakt van goud. Maar God berust niet in de breuksituatie. Hij blijft zijn volk telkens weer opzoeken en oproepen. Zelfs de ballingschap, die eigenlijk het einde van het volk Israël had moeten betekenen, bleek het begin te worden van een heropleving, een vernieuwde beleving van de relatie met God. Zo kan ook een huwelijksrelatie vele stormen doormaken, door dorre periodes heen moeten worstelen, soms tot de grootste wanhoop toe. Het openingslied bezong het: Zoals ten einde toe de mensen twee aan twee hun lange wegen gaan en God gaat met hen mee, zo zal Hij met u zijn in leven en in dood.

Een passend antwoord op alle relatieproblemen kunnen we als kerkgemeenschap niet geven, hoe graag ik dat ook zou willen. Het zou ook verkeerd zijn om vanuit veralgemeningen of principes de concrete situatie van twee gehuwden te beoordelen of te veroordelen.

Door het huwelijk verbindt de geloofsgemeenschap zich er wel toe de gehuwden te steunen door dik en dun, in gebed en medeleven, met grote sympathie en dankbaarheid dat zij er voor gekozen hebben om hun beeld-van-God-zijn op zo’n mooie en edele manier gestalte te geven in deze wereld. Laten we dan op deze zondag speciaal bidden voor alle gehuwden, voor alle verloofden en vooral voor hen, wiens huwelijk, net zoals het verbond tussen God en de mensen, beproefd wordt. Mogen zij ervaren dat God hen niet in de steek laat en dat zijn liefde voor hen onverbrekelijk is, een teken van eeuwige trouw aan zijn gegeven Woord.

Op zondag 4 oktober 2009 mocht ik de homilie houden tijdens de eucharistieviering in de abdijkerk.


Homilie 27e zondag door het jaar B

Abdijkerk – zondag 4 oktober 2009

lezingen:

Genesis 2,18-24

Hebreeën 2,9-11

Marcus 10,2-16

homilie:

In het begin, bij de schepping, heeft God de mensen als man en vrouw gemaakt. Daarom verlaat een man zijn vader en moeder om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen volkomen één worden.

Zusters en broeders, als we ons de vraag stellen waarom Jezus het huwelijk zo belangrijk vindt, ligt een belangrijke aanzet van het antwoord vervat in die twee zinnen. We zongen het ook in het openingslied: God die in het begin uit aarde, naar zijn beeld, de mensen voor elkaars geluk geschapen heeft.(ZJ 666)

De mens werd geschapen naar het beeld van God, op Hem gelijkend, lezen we in het eerste hoofdstuk van de bijbel. Man en vrouw schiep Hij de mens. God wilde dat de mens een relationeel wezen werd. In de eerste lezing werd dit op een meer verhalende manier uitgedrukt: tussen de andere levende wezens op aarde vond de mens niemand die bij hem paste. Pas wanneer twee mensen bij elkaar kwamen, werd het mogelijk gelukkig te zijn. Pas dan was Gods schepping van de mens voltooid.

Omdat God ons geluk wil en met ons een verbond, een relatie wil aangaan, zijn man en vrouw door hun verbond, door hun relatie, een beeld van God. De diepste grond van ons bestaan is elkaars geluk te zijn.

Pas als we helemaal doordrongen zijn van die diepe betekenis van het huwelijk, kunnen we begrijpen waarom Jezus zo rechtlijnig reageert op de vraag van zijn volksgenoten of het toegestaan is je echtgenoot weg te zenden of in de steek te laten. Wie huwen, maken van  hun relatie een teken van Gods liefdesverbond met de mensen. Ze schenken elkaar hun toekomst, ze gaan een grenzeloos engagement aan, zoals Gods liefde voor ons grenzeloos is.

Dat verbond verbreken of ontkennen, maakt dan ook dat het teken geschonden wordt. Ons beeld-van-God-zijn wordt vertroebeld.

“Wat God heeft verbonden, zal een mens niet scheiden,” zegt Jezus. Daarom houdt onze geloofsgemeenschap er aan dat een huwelijk onverbreekbaar is. Het is een band die mensen levenslang met elkaar verbindt.

Maar de realiteit van een huwelijk kan veel minder ideaal zijn dan wat verloofden elkaar en zichzelf toewensen wanneer ze trouwen. Jezus wist ook wel dat het tussen mensen niet altijd rozengeur en maneschijn is. Misschien daarom dat Hij op deze moeilijke vraag met een tikkeltje meer spitsvondigheid antwoordde dan we van Hem gewend zijn. Hij vult de vraag van de Farizeeën aan voordat Hij er krachtig op antwoordt: wie zijn vrouw verlaat om een ander te huwen begaat echtbreuk, en wie haar man verlaat om andere te huwen, maakt zich schuldig aan echtbreuk. Blijkbaar erkende Jezus wel dat het soms nodig is dat gehuwden afstand van elkaar nemen. Maar als dat gebeurt om met een ander te huwen, dan ontkennen ze hun eerste (en volgens Jezus enige) levensverbond.

Zo kan ook de Kerkgemeenschap het aanvaarden dat mensen besluiten dat samenleven onmogelijk geworden is, hoewel ze er ook altijd op zal aandringen dat we geroepen worden tot verzoening en dialoog. Maar het gegeven ja-woord, waardoor mensen door God verbonden worden, kan je niet uit de geschiedenis wegknippen.

Ook tussen God en zijn volk is het dikwijls tot moeilijke en pijnlijke conflicten gekomen. Al bij de verbondssluiting moest Mozes vaststellen dat zijn volgelingen een afgod hadden gemaakt van goud. Maar God berust niet in de breuksituatie. Hij blijft zijn volk telkens weer opzoeken en oproepen. Zelfs de ballingschap, die eigenlijk het einde van het volk Israël had moeten betekenen, bleek het begin te worden van een heropleving, een vernieuwde beleving van de relatie met God.

Zo kan ook een huwelijksrelatie vele stormen doormaken, door dorre periodes heen moeten worstelen, soms tot de grootste wanhoop toe.

Het openingslied bezong het: Zoals ten einde toe de mensen twee aan twee hun lange wegen gaan en God gaat met hen mee, zo zal Hij met u zijn in leven en in dood.


Een passend antwoord op alle relatieproblemen kunnen we als kerkgemeenschap niet geven, hoe graag ik dat ook zou willen. Het zou ook verkeerd zijn om vanuit veralgemeningen of principes de concrete situatie van twee gehuwden te beoordelen of te veroordelen.

Door het huwelijk verbindt de geloofsgemeenschap zich er wel toe de gehuwden te steunen door dik en dun, in gebed en medeleven, met grote sympathie en dankbaarheid dat zij er voor gekozen hebben om hun beeld-van-God-zijn op zo’n mooie en edele manier gestalte te geven in deze wereld. Laten we dan op deze zondag speciaal bidden voor alle gehuwden, voor alle verloofden en vooral voor hen, wiens huwelijk, net zoals het verbond tussen God en de mensen, beproefd wordt. Mogen zij ervaren dat God hen niet in de steek laat en dat zijn liefde voor hen onverbrekelijk is, een teken van eeuwige trouw aan zijn gegeven Woord.

Homilie voor de huwelijksviering van Joris en Leen


Op zaterdag 19 september 2009 trouwden Joris Maes en Leen De Doncker te Meerhout-Gestel. Tijdens deze sfeervolle viering sprak ik deze homilie uit:

lezingen:
1 Korintiërs 12,31-13,8a
Johannes 15, 12-17

Beste Leen en Joris,

bestaat er een recept voor een perfect huwelijk? Is er zoiets als een “methode” om te garanderen dat er, wanneer je trouwt, alleen nog maar goede, rijke en gezonde dagen zijn en zo min mogelijk kwade, arme en zieke dagen?Als ik die formule zou hebben, dan zou ik geen seconde aarzelen om ze hier te verklappen. Maar de hele formule heb ik niet… ‘k heb wel een paar stukjes die er zeker bij horen. Die geef ik jullie dus mee. We maken tijd voor een geestelijke kookles.

Het eerste ingrediënt, en wellicht het belangrijkste, vind je in de twee lezingen die we hebben gehoord: de liefde. Het moet pure liefde zijn, geen wit product. Liefde die zichzelf niet zoekt, die vriendelijk en vrijgevig is, vergevingsgezind en vredelievend. Liefde die ruimte geeft aan de ander, maar ook je zelfrespect niet wegdrukt.

Het gaat om liefde die in drie richtingen werkt. In de eerste plaats is het de liefde van en voor God. Hij staat aan de oorsprong en is de bezieler van alle liefde. Hij is liefde.
Vervolgens gaat de liefde uit naar je naasten. In het huwelijk is dat in de eerste plaats je partner en als de tijd rijp is horen ook jullie kinderen tot die eerste liefdeskring. Daarna kan je cirkels ontdekken van liefdevolle verbondenheid met je familie, je vrienden, je collega’s, je streekgenoten, je landgenoten, je geloofsgenoten, ja met alle mensen.

En tenslotte is er de liefde waarmee je ook naar jezelf mag kijken. Geen egocentrische schijnliefde, waarmee iemand zichzelf in het middelpunt van het heelal plaatst, maar het respectvol en eerlijk omgaan met je talenten en je gebreken. Een mens kan maar echt gelukkig zijn, als hij of zij ook echt lief kan zijn voor zichzelf, als je jezelf iets kan gunnen en ergens van kan genieten. Die liefde behaalt haar hoogste kwaliteit, zegt Jezus, als ze zover zou gaan dat iemand zijn leven zou geven voor zijn vrienden. Een liefde die zich van de grenzen van het leven niets aantrekt en door alles heen blijft beminnen. Daarmee vullen we het grootste deel van de huwelijkskom.

Maar er moeten nog dingen bij. Hier komt het tweede ingrediënt. Dat is misschien wel een afgeleide van liefde, maar ook los verkrijgbaar, zoals je ook eiwit apart aan iets zou kunnen toevoegen, ook al hoort het ei toch bij mekaar. De verdraagzaamheid is als een heel bijzonder kruid. Het brengt een mensenleven op smaak. ’t Is zoals laurier bij de aardappelen. Als ’t er niet is, heb je ’t gevoel dat het wel in orde is, maar alles blijft nogal flets. (Als je dat nog nooit geprobeerd hebt: ‘t is een aanrader.) Verdraagzaamheid betekent niet dat alles goed is, of dat je alles goed moet vinden. Het heeft er mee te maken dat je beseft, vaak vanuit je zelfkennis, dat mensen niet volmaakt zijn, en dat je dat niet van hen mag verwachten. Stap voor stap leer je geduld hebben met de minder leuke kanten aan de ander en aan jezelf. Je blijft ze jammer vinden, maar soms worden het ook juist die kantjes die iemand vertederen of prikkelen. Christenen zijn geroepen om zich telkens opnieuw te richten op het ideaal van het evangelie, waarin Jezus zachtmoedig en nederig met de mensen omgaat. Verdraagzaamheid is een teken van grote wijsheid. Maar net zoals bij kruiden geldt hier: als het teveel wordt, is de soep niet te eten.

Wat gieten we er nog bij? Een ferme scheut humor. Die geeft een toets aan het geheel, helpt om spanningen en teleurstellingen te relativeren of zelfs op te lossen en brengt een tintelende dimensie aan in jullie relatie.

Als je wil dat jullie huwelijk ook voor anderen smaakt, zal er een stevige portie verbondenheid bij moeten, liefst niet te fijn gehakt. Verbondenheid met je ouders en je broer of zussen, met je vrienden, met de mensen om je heen. Solidariteit, medeleven,… allemaal woorden die hier van toepassing zijn. Maar ’t werkt ook in de andere richting: ook die anderen, de mensengemeenschap en in het bijzonder de kerkgemeenschap, zijn vanaf vandaag met jullie verbonden en willen jullie van dichtbij of van iets verder af steunen in jullie stap.

Om het geheel te binden is er geloof nodig. Anders begint vroeg of laat de huwelijkssaus te kabbelen of te klonteren. Het wordt maar een goede mix als je ook aandacht geeft aan God. De eerste stap daarin is diep in je hart vertrouwen dat Hij je niet in de steek laat, dat Hij je bemint, wat er ook gebeurt. Een tweede stap is met dat geloof iets in je leven doen. Zorgen dat jijzelf, maar ook anderen, aan je leven kunnen zien dat God er welkom is, dat Hij niet buiten gezet is: af en toe tijd maken voor bezinning of gebed, je keuzes ook eens in het licht van het evangelie bekijken, bereid zijn tot verzoening als dat nodig is, je kinderen vertellen over Jezus en de belangrijke boodschap die Hij bracht, en die de christelijke gemeenschap nog steeds verkondigt.

En dan moet dat alles nog opgewarmd worden. Daar zorgt de heilige Geest voor. Dat is de Geest van liefde die er tussen de Vader en de Zoon leeft, de Geest die jullie bij het doopsel en het vormsel geschonken is. Vandaag bidden wij dat die Geest jullie leven mag verwarmen, jullie harten met vuur vervullen, met enthousiasme en geluk.

‘k Weet niet of ik voor de keukenprinsen en –prinsessen onder ons een modderfiguur heb geslagen of juist een goede beurt heb gemaakt. Maar ik ben er van overtuigd dat jullie huwelijk een succesnummer wordt op de levensmenukaart als jullie zich aan dit recept houden. Geniet er van!

lezingen:

1 Korintiërs 12,31-13,8a

Johannes 15, 12-17

Homilie voor de huwelijksviering van Vicky en Maarten


Op zaterdag 5 september 2009 traden Vicky Bruggeman en Maarten Michiels met elkaar in het huwelijk in de H. Maria Magdalenakerk te Reet. Het was een stemmige viering, die gevolgd werd door indrukwekkende vendel- en wimpeldemonstraties, waaraan ook de pasgehuwden deelnamen.

Tijdens de viering sprak ik deze homilie uit:

Lezingen:
De droom over de strandwandeling
1 Kor. 13,1-8a              Hooglied van de liefde.
Matteüs 5, 13-16         Jullie zijn het licht van de wereld.

Homilie:

“Liefde is niet | veel vragen stellen | aandringen of uitpluizen”
Deze tekst las u misschien vooraan in het boekje van deze viering.
Beste mensen, de liefde is een mysterie dat we moeilijk in woorden kunnen vatten, een gebeuren waar grenzen ontoereikend, ja zelfs ongepast lijken. Net zoals wanneer we over God zouden willen spreken, elk woord een machteloos gevoel achterlaat. We krijgen het niet gezegd. We kunnen het niet eens denken. We kunnen het alleen maar beleven, er met heel ons hart en heel onze ziel in gaan staan, er van leven. Elke analyse maakt liefde, maakt geloof een beetje kapot. Je kan het niet onder de microscoop leggen, je kan er geen jaarresultaten van berekenen.

Moeten we er daarom aan twijfelen of liefde bestaat? Toch niet. De beleving heeft namelijk ook haar rechten. Nu we op deze dag samenkomen om getuige te zijn van het huwelijk van Maarten en Vicky, hebben we eigenlijk geen argumenten meer nodig. Je kan het zien en horen. Het gebeurt hier in ons midden, voor onze ogen en oren. Een dag als deze leert ons dat het belangrijk is om niet doof of blind te worden voor het wonder van de liefde.

Maarten en Vicky, jullie krijgen door jullie huwelijk van de gemeenschap een opdracht mee. Jezus spreekt ons allen, maar vandaag jullie in het bijzonder aan op de verheven taak die wij in deze wereld hebben: zout en licht zijn. Smaak geven aan het leven. Een wegwijzer zijn voor wie in de duisternis dwaalt. Jullie worden geroepen om met heel jullie leven een teken van liefde te zijn, een beeld van Gods liefde voor de mensen.

Het is voor jullie belangrijk om met de voeten op de grond te blijven staan. De werkelijkheid op een rustige en doordachte manier benaderen. Dat is een houding die heel positief en eerlijk de gebeurtenissen en de dingen beschouwt en een betekenis geeft. Een houding van mensen die van het leven houden, er van kunnen genieten, er aan kunnen werken. Een houding van mensen die de liefde een plaats geven in hun leven. In de passage uit de brief van de heilige apostel Paulus lazen we: “De liefde verheugt zich niet over het onrecht, maar vindt haar vreugde in de waarheid.” De waarheid zoeken, najagen en haar koesteren. Dat is een hoog en edel ideaal, waar onze tijd van banalisering grote nood aan heeft.

Vandaag zetten jullie een belangrijke stap in de waarheid van jullie relatie. Jullie hebben ervoor gekozen om te huwen, om jullie leven en jullie toekomst aan elkaar te verbinden. Daarmee ga je de uitdaging aan elkaar elke dag te willen dragen waar het nodig is, en elke dag van elkaar en over elkaar te leren.

Over de toekomst kan ik niets zeggen. Maar als ik naar het verleden en het heden kijk, ben ik er gerust in dat het goed zal zijn. Niet alle dagen. Opdat er onder de zon bloemen kunnen bloeien, moet het ook af en toe regenen. Op elke zee, ook de huwelijkszee, raast er wel eens een storm over. Ik ben er gerust in, want jullie staan er niet alleen voor. In de eerste plaats engageert God zich om voor jullie zorg te dragen, op zijn eigen mysterievolle manier. En ook de kerkgemeenschap zal jullie minstens door haar gebed steunen.

En dan zijn er jullie families, vrienden en collega’s, de mensen met wie jullie al zo lang op weg zijn. Vanuit de KLJ, waar je elkaar leerde kennen, mag je ongetwijfeld ook op supporters rekenen.

In het lied tussen de twee bijbelse lezingen hoorden we hoe tevreden iemand kan zijn met wie God ons schenkt in het leven. Hoe je ook gelooft, ik kan het me niet voorstellen dat je naar een bruidspaar kan kijken zonder een tinteling te voelen, een intuïtie die zegt: zo is het goed. Daar is een bron van geluk, van duurzame levensvreugde. Een ander soort zekerheid die ons steunt in de overtuiging dat mensen voor elkaar gemaakt kunnen zijn, bij elkaar kunnen passen, met elkaar door het leven kunnen gaan. In dat vertrouwen, dat geloof, beluisteren we vandaag jullie ja-woord.

Homilie voor de huwelijksviering van Ilse en Koen


Op zaterdag 8 augustus 2009 traden Ilse Brants en Koen Fransen met elkaar in het huwelijk te Kapellen. Als oude kennissen vanuit jeugdhuis Tel18 nodigden ze me uit om in hun huwelijksviering voor te gaan. Daar sprak ik deze woorden uit:

lezingen:
1 Korintiërs 12, 31-13,8a
Marcus 10,6-9

Broeders en zusters,

de eerste lezing van zonet begon met een opdracht, die voor ons allemaal bedoeld is: “Streef naar de hoogste gaven.” (1 Kor. 12,31)

Het is een ernstige opdracht, maar geen onmogelijke. Als we naar ons eigen leven kijken, kunnen we ontdekken dat we tal van gaven hebben ontvangen. De ene is goed met dieren (véél dieren), de andere kan goed overweg met licht en techniek. Er zijn mensen die goed kunnen spreken, weer anderen weten uit iemands verhaal de kern te halen en te begrijpen.

Weten wat je zelf wil is ook een gave. En je eigen wil opzij kunnen zetten voor een ander evenzeer. Eén gave is verheven boven alle andere. Zonder die ene gave is al de rest hol en zinloos. De liefde is de grootste gave die we in ons leven kunnen ontvangen. En God zij dank is zij voor ons allemaal bestemd.

Het is de liefde die Ilse en Koen heeft samengebracht. (En ook een beetje de Leentjes, naar ’t schijnt.) En die liefde heeft voor ons, christenen een naam en een gezicht gekregen. In Jezus heeft God zich getoond als oneindige liefde, vriendelijk en vrijgevig, geduldig en bescheiden.

Een leven lang is de mens op zoek naar de liefde, tot ze gevonden wordt in een medemens. En dan gebeurt het wonder van de schepping opnieuw: twee levens worden één. Man en vrouw vormen samen een gezin waarin nieuw leven een plaats kan krijgen. En zo krijgt de mensheid toekomst en hoop.

Koen en Ilse, jullie willen vandaag voor God en de mensen van twee levens één toekomst maken. Door elkaar trouw, liefde en waardering te beloven brengen jullie het verhaal van jullie relatie op een nieuw spoor. Het is geen breukmoment, geen plotse wending, maar een stap waar jullie naartoe zijn gegroeid. Hiermee gaan jullie in het spoor van die ontelbare generaties die het mee mogelijk hebben gemaakt dat wij hier vandaag staan. Want bedenk maar eens. Als er van die honderden voorouders één had ontbroken, dan hadden we hier niet geweest. Dan had de wereld er helemaal anders uit gezien. Toeval? Dat kan ik niet geloven.

Jullie zijn begiftigd met grote gaven, ook met de grootste gave van de liefde. Je weet dat je in het leven niet alles zomaar in je schoot geworpen krijgt. Maar jullie levensverhaal vertelt ook dat er heel wat cadeau gekregen wordt. Het leven kan heel kwetsbaar zijn, maar tegelijk zo rijk en zinvol.

Gisteren nog zei iemand me: zelfkennis is het begin van de ellende. En daar antwoordde ik op: bwoh, volgens mij is zelfkennis eerder het begin van een vorm van humor. Als je je eigen zwakke kanten kent en weet waar je kwetsbaar bent, hoeft dat geen reden tot neerslachtigheid of zo te zijn. Het kan evengoed of zelfs beter het begin zijn van een boeiend avontuur met jezelf en met je medemensen.

Als je dan dat cadeau, dat jullie ook voor elkaar willen zijn, dankbaar aanneemt, wees dan ook dankbaar tegenover God, de gever van alles wat goed is. Wees dankbaar voor het leven dat je toelacht, het eten dat op tafel komt (ook al werk je daar zelf ook hard voor en aan), de kinderen die jullie geschonken zullen worden, de kleine en grote meevallers in het leven.

Dat is ook wat wij hier samen willen doen nadat jullie ja-woord heeft geklonken: de Heer danken en prijzen. Want we hebben redenen om blij te zijn en dankbaar. Hij zal jullie overstelpen met de hoogste gaven. Hij gaat met jullie op weg, een leven lang.

Homilie huwelijksviering Marjolein en Glenn


Op zaterdag 18 juli 2009 mocht ik het huwelijk van mijn nicht Marjolein Ceulemans met Glenn Dierickx inzegenen in de Sint-Catharinakerk te Stabroek.

lezingen:
Genesis 2,18-24
Johannes 15,9-12

God sprak: “Het is niet goed dat de mens alleen blijft” (Gen. 2,18). Zo begon de zoektocht naar een passende gezel voor de mens. Die zoektocht eindigt met de uitroep “eindelijk!”, met de ontdekking van die andere mens. En zo werden man en vrouw elkaars levensgezellen. Marjolein en Glenn, als ik me dat goed herinner, was het bij jullie op die eerste avond in Schoten niet zo’n kreet. Het was eerder iets dat in de dagen en weken nadien gegroeid is.

Zo is jullie relatie een heel groeiproces geworden. Jullie zijn naar deze dag, naar deze belangrijke stap in jullie leven toe gegroeid.

En ook deze huwelijksviering is geen eindpunt, maar een mijlpaal. Vanaf dit punt zal de weg er anders uitzien. Zoals het lied straks vertelt: een hele nieuwe wereld gaat voor jullie open. Er is meer zekerheid, want jullie willen het vervolg van jullie levensweg aan elkaar verbinden. Daarom zijn we hier samen.

De weg die achter jullie ligt, was boeiend en verrijkend. Eén van de vragen die je aan jezelf en aan elkaar zou kunnen stellen is “Wat hebben we van elkaar al geleerd?”. En als je daarover begint na te denken, zal je merken dat er al zoveel is, maar ook dat er nog zoveel te ontdekken en te koesteren valt. Al die puzzelstukjes die samen je leven vormen worden nu op een bijzondere manier met elkaar verbonden. Met het huwelijk kiezen jullie voor een levensgemeenschap, of anders gezegd: vanaf nu horen jullie bij elkaar, met al wat je bent, al wat je kan, met je dromen en teleurstellingen, met je sterke en zwakke kanten.

Het huwelijk is een heel bijzonder sacrament. Tijdens de voorbereidingsgesprekken hebben we daar over nagedacht en gepraat. Eén van de aspecten ervan leek me bijzonder toepasselijk op hoe jullie naar jullie relatie kijken. Eigenlijk zijn het er drie, die bij elkaar horen. De grote kerkvader Augustinus, onder andere de schrijver van de kloosterregel die ik volg, heeft heel wat over het huwelijk nagedacht.

Hij beschreef ondermeer wat hij beschouwde als de drie vruchten of “goeden” van het huwelijk. Kinderen, trouw en het sacrament. Die drie geven het ritme van jullie toekomst als gehuwden aan, ook al horen ze er altijd wel op een of andere manier bij.

De kinderen, die komen meestal in de eerste periode van het huwelijk. Zo vormen jullie als ouders een dynamische en veilige thuis voor hen. Zij zijn het teken dat jullie het leven mooi genoeg vinden om het door te geven. Door mama en papa te worden verbind je des te sterker je toekomst aan elkaar. Want ook al leert de ervaring soms dat het fout kan gaan: iedereen zal spontaan vinden dat een mama en een papa bij elkaar horen om voor hun kinderen te zorgen.

Dan verstrijken de jaren. Mensen worden wat ouder, de spieren worden wat slapper, er ontstaan buikjes en blinkende hoofden… dan dient de tweede periode zich aan. Daarin staat de huwelijkstrouw centraal. De zekerheid dat je op elkaar kan rekenen, dat je op elkaar kan vertrouwen, dat je steeds bij elkaar terecht kan en op elkaar aan kunt. In die tweede periode, als de kinderen al wat opgegroeid zijn, is dat de rijkste vreugdebron in het huwelijk, schrijft Augustinus.

En wanneer de leeftijd verder vordert, is misschien de grootste vreugde, naast de andere twee die natuurlijk niet ophouden, het sacramentele van het huwelijk. Dat wil zeggen: het huwelijk maakt van jullie een teken van God. Zoals jullie van elkaar houden en een verbond met elkaar aangaan, zo is God met de mensen een verbond begonnen. En in de liefde, de genegenheid en de trouw tussen gehuwden kunnen we die goddelijke liefde ontdekken. Daarom dat onze kerkgemeenschap er ook aan houdt dat zo’n trouwbelofte onherroepelijk is. God neemt immers zijn woord ook niet terug.

Heeft dan dat sacramentele alleen maar betekenis voor wie naar jullie mag opkijken? Gelukkig niet, want er is nog een tweede aspect: het genieten. Hoe langer je met elkaar onderweg bent, hoe meer je zal hebben opgebouwd en naar hoe meer je tevreden en genietend kan terugkijken. En zo is God ook aanwezig in jullie relatie en blijft het belangrijk dat je ook Hem daar af en toe voor dankt. Dat kan je doen door te bidden, maar ook door aan je kinderen en je kleinkinderen af en toe iets te vertellen over hoe God een plaats krijgt in jouw eigen leven, in jullie gezin.

Zo zijn we hier ook vandaag samengekomen, om God te danken voor de groeiweg die jullie al hebben afgelegd en zijn zegen te vragen over de toekomst.

“Eindelijk”, riep de mens uit, “ik heb een tochtgenoot gevonden”. En God zag dat het heel goed was…


Bezoekers:

  • 92,282 pageviews

Archief


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1.316 other followers