Op zaterdag 17 september 2011 mocht ik het huwelijk van Valentijn Crynen en Isabelle Audenaerdt inzegenen in de Sint-Jan Baptistkerk te Berendrecht. Dit is de homilie die ik er uitsprak:
Lezingen:
Galaten 1,13-14.16-18.22-25
Johannes 2,1-11
Laten we even kijken of alles klopt:
een dorpje in de buurt van een grote stad – check
er is feest – check
er is een bruiloft – check
er zijn heel wat mensen uitgenodigd – check
de sfeer zit er goed in – check
er wordt blijkbaar stevig gedronken – stop! – zo ver zijn we nog niet…
We zouden ons natuurlijk kunnen concentreren op die zeshonderd liter wijn die er nog eens bovenop de oorspronkelijke voorraad wordt geschonken, maar daarmee gaan we wellicht voorbij aan de eigenlijke bedoeling van de evangelist Johannes om dit verhaal aan het begin van zijn evangelie te vertellen. Dit is niet het relaas van een bijbelse braspartij. We zouden in dezelfde val trappen als Jezus’ tijdgenoten, die wel geïnteresseerd waren in de wonderlijke tekenen die Jezus deed, maar niet altijd naar de betekenis ervan keken. Trouwens… er was zonet eerst nog de lezing uit de Galatenbrief. Laten we die eerst nader beluisteren om het evangelie goed te kunnen begrijpen.
“Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn”, schrijft Paulus. Die vrijheid is niet enkel een gave en een waardigheid, maar ook een roeping en een verantwoordelijkheid. Vrijheid wordt vaak hoog geprezen en nagestreefd, maar evenzeer overschat en verkeerd begrepen. Vrijheid geeft een mens inderdaad de ruimte om keuzes te maken. Maar er bestaat geen vrijheid zonder grenzen. Vrijheid betekent iets anders dan “uw goesting doen”. Natuurlijk is het een teken van vrijheid wanneer je je verlangens kan volgen. Maar als je door de druk van de samenleving of door verslaving naar iets gaat verlangen, kan je dat moeilijk ware vrijheid noemen, integendeel.
Als we in de christelijke theologie leren dat Jezus Christus gekomen, op het kruis gestorven en verrezen is om ons te bevrijden, dan gaat het om een vrijheid die een heel ander perspectief biedt. Het verhaal van het wijnwonder te Kana geeft ons een sleutel om te begrijpen waar het om gaat. Wanneer Jezus door zijn moeder wordt aangesproken over het feit dat “ze geen wijn meer hebben”, reageert Hij enigszins bizar. “Mijn tijd is nog niet gekomen.” In het Grieks staat er: “Mijn uur is nog niet gekomen.” Dat uur, dat tijdsstip waarop alles duidelijk wordt, is in het Johannesevangelie de kruisiging van Jezus. Pas daar vallen alle puzzelstukken van Jezus’ leven in elkaar en krijgen zijn woorden en daden hun volle betekenis.
Pas wanneer de Zoon tot het alleruiterste is gegaan in vernedering, lijden en sterven, zien mensen in waar het voor God om gaat. “Geen groter liefde kan iemand hebben dan de mens die zijn leven geeft voor zijn vrienden.”
Jezus heeft in alle vrijheid tot de uiterste consequenties zijn boodschap verkondigd en voorgeleefd. Hij wist dat de radicale verkondiging van Gods liefde mensen tegen de borst zou stoten. Hij wist dat Hij daarmee het religieuze systeem van zijn volksgenoten door elkaar zou schudden. Zozeer heeft Hij de mensen liefgehad, dat zelfs de dood Hem er niet van kon weerhouden de liefde te verkondigen.
De vrijheid die Jezus’ leven tekende, was er één die Hem in staat stelde te kiezen voor het goede, te kiezen voor God, ook al betekende dit onvermijdelijk het offer van zijn leven. Liefde gestalte geven in vrijheid, vraagt soms dat je jezelf helemaal inzet om te leven naar Gods Geest. Hij roept ons op om te breken met zelfzucht en egocentrisme. Hij daagt ons uit om niet onszelf, maar God in het middelpunt van onze werkelijkheid te plaatsen en niets boven Hem te stellen.
Jezus’ uur was nog niet gekomen… en toch geeft Hij aan de dienaren de opdracht om die enorme kruiken voor de voetwassing weer met water te vullen en ervan aan de gasten te schenken. Hij laat zich oproepen door de nood van de anderen en volgt niet zijn eigen zin. Misschien besefte Hij pas toen, aan het begin van zijn optreden, dat de Geest van God Hem zou leiden op andere wegen dan de platgetreden paden van de profeten.
De overvloedige wijn is trouwens een ondubbelzinnige verwijzing naar de profeten, die overvloed van gaven aankondigden als het begin van Gods Rijk en de komst van de Gezalfde, de Redder. Met dit eerste teken te Kana wordt dus duidelijk dat met Jezus iets heel bijzonders begonnen is.
De uitspraak over de mindere en de betere wijn heeft in die context trouwens een ingenieuze dubbele bodem: ze staan symbool voor het oude en het nieuwe verbond. In Jezus’ tijd, en lang daarna, vond men dat iets ouds altijd beter, eerbiedwaardiger en belangrijker was dan het nieuwe. Door dit beeld wordt aangegeven dat in Jezus het nieuwe, ultieme en definitieve verbond tussen God en de mensen wordt aangegaan.
Het christelijke huwelijk is op een bijzondere manier een levend teken en een concretisering van dat verbond van liefde dat God met ons wil aangaan. Hij openbaarde zich aan Mozes met de naam “Ik zal er zijn”. God heeft zich aan de mensen getoond als Iemand die er voor ons wil zijn, als een God van liefde. Als we in het Oude Testament lezen dat de mens geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis, kunnen we dat begrijpen als een roeping om ook zelf er voor elkaar te zijn, als mensen van liefde.
Beste Valentijn en Isabelle, jullie kiezen vandaag om jullie vrijheid aan elkaar toe te vertrouwen en een levensverbond met elkaar aan te gaan. Net zoals de geschiedenis van God met de mensen ups en downs kent, zal ook jullie liefde beproevingen en hoogtepunten kennen. Moge deze gedachte jullie steunen en inspireren om telkens weer te kiezen voor trouw, barmhartigheid en verbondenheid. Wees levende stenen van Gods bouwwerk, vurige bakens van hoop en warmte in deze wereld die soms door kille berekening en egoïsme wordt ontsierd. Moge de Geest, die ons beloofd is als helper wonen in jullie harten, zodat Hij jullie kan leiden op de wegen van onbeschrijfelijk geluk. Amen.