Homilie voor de huwelijksviering van Jeroen Lannoeye en Hanne Peeters


Op zaterdag 26 augustus 2017 mocht ik het huwelijk van Jeroen Lannoeye en Hanne Peters inzegenen in de Sint-Bavokerk te Zittaart. De eerste lezing uit het boek Ruth was vooral de inspiratie voor mijn homilie.

lezingen:
Ruth 1,1-9.16-17b.18-19 BGT
Matteüs 5,1-9 NBV

homilie:

Beminde broeders en zusters, met de keuze van een fragment uit het boek Ruth als eerste lezing voor hun huwelijksviering bieden Hanne en Jeroen ons een bijzondere en betekenisvolle invalshoek om over het christelijk huwelijk na te denken. Als je er even bij stil staat, is deze lezing bijzonder toepasselijk. Voor je met elkaar getrouwd bent, ben je immers geen familie van elkaar, geen verwanten in enge zin. Je kent elkaar al enkele of meerdere jaren, maar de echte band, die het huwelijk tot stand brengt, ontbreekt nog. Ruth en Noömi zijn door de band van het huwelijk van Noömi’s zoon met elkaar verbonden. Toen de man van Ruth gestorven was, leek het alsof die band weer verbroken was. Maar dat bekijkt Ruth anders. Zij volgt haar schoonmoeder naar het land van Gods belofte. Op dezelfde manier is Jeroen de liefde gevolgd van West-Vlaanderen naar Zittaart, of all places.
In 2010 schreef Stef Bos enkele prachtige liederen vanuit Bijbelfiguren. Eén ervan was het Lied van Ruth. Hij schreef dit lied in het Afrikaans, misschien omdat de vreemde klanken dan extra zouden opvallen en benadrukken dat Ruth een Moabitische (een vreemde) en dus geen Israëlitische vrouw was. Sta me toe de een stuk uit de tekst van dat lied even voor te lezen. Ik denk wel dat u hem zonder vertaling zult begrijpen.

Ek is ‘n vreemde hier
Ek het my land gelos
Ek het jou pad gekruis
Ek het jou spoor gevolg

Jy het gese gaan terug
Moe nie op my vertrou
Maar jy ‘s ‘n deel van my
Wat doen ek sonder jou

En ek weet die toekoms is onseker
En die donker is digby
En ek weet ons wag n lang reis
Reg deur die woestyn

Maar jou land is my land
Jou volk is my volk
Jou taal is my taal
Jouw God is my God
Jou droom is my droom
Jou pad is my pad
Jou toekoms my toekoms
Jou hart is my hart

My deel is jou deel
My brood is jou brood
Jou lewe is my lewe
Jou dood is my dood

Veel mooier kan ik de lotsverbondenheid tussen gehuwden nauwelijks uitdrukken. Hanne en Jeroen, jullie kiezen voor een toekomst samen. Jullie willen lief en leed delen. Maar door jullie huwelijk verbinden jullie ook jullie families en vriendenkringen met elkaar. Het volk van de ene wordt ook het volk van de andere. En net zoals jullie in deze eucharistieviering het Brood met elkaar zullen delen, delen jullie ook thuis het brood.
Vandaag krijgen jullie bagage voor onderweg. Behalve Gods zegen over jullie huwelijksverbond en de verbondenheid met de mensen die vandaag samen met jullie deze feestelijke dag vieren, krijgen jullie in het Evangelie van Jezus zelf een wegwijzer. De zaligsprekingen behoren tot de mooiste, maar ook de moeilijkste woorden uit Jezus’ verkondiging. Want deze raadgevingen staan nogal haaks op wat wij in onze maatschappij ingelepeld krijgen als waardevol of belangrijk: nederig van hart zijn, zachtmoedig, hongeren en dorsten naar gerechtigheid, barmhartig en zuiver van hart zijn, vrede stichten. En dan nog helemaal raar: de treurenden worden door Jezus ook gelukkig genoemd. Niet omdat het leuk is om verdriet te hebben, maar omdat God zelf hen troost zal bieden. Het is alsof de watjes en de dromers door Jezus gelukkig genoemd worden. Alsof Hij de harde realiteit van het leven totaal negeert. En toch… Je zou die uitspraak “gelukkig” ook kunnen vertalen als “het echte geluk is voor”. En dan kan ik vanuit de rest van het evangelie heel Jezus’ toespraak samenvatten met deze woorden: “Gelukkig die liefhebben, want zij zijn kinderen van God, die liefde is.”
Noömi vroeg aan Ruth om weg te gaan. Het antwoord van Ruth is dat dit voor haar ondenkbaar is. Zij voelt zich immers met heel haar leven aan Noömi verbonden. Zulk een verbondenheid zien wij wanneer mensen met elkaar willen trouwen. Zulk een verbondenheid biedt God ons telkens weer aan.
Jeroen en Hanne, vandaag smeden jullie jullie harten, jullie levens tot één geheel, één gezin. Moge Gods licht en warmte altijd weer jullie harten verruimen en openen voor elkaar en voor alle mensen die Hij op jullie weg zendt. Amen.

Advertenties

Homilie voor de huwelijksviering van Glenn Goovaerts en Lara Op de Beke


Op vrijdag 4 augustus 2017 trouwden Glenn Govaerts en Lara Op de Beke tijdens een swingende viering in de Sint-Bavokerk te Zittaart. Dit sympathieke koppel en hun genodigden gaf ik deze woorden mee in de homilie.

Lezingen:
1 Korintiërs 12,31-13,8a
Johannes 2,1-11

Homilie:

Laten we eens goed gek doen… dat moet Glenn gedacht hebben toen hij het moment voorbereidde waarop hij Lara ten huwelijk vroeg. Laten we eens goed gek doen, om te tonen dat liefde onvoorstelbaar ver wil gaan om te laten zien dat je het meent. Hoe het juist gelopen is, zullen ze zelf wel eens vertellen.
Laten we eens goed gek doen… dat lijkt ook de insteek van de bruidegom op het feest te Kana geweest zijn: eerst een grote hoeveelheid wijn van tweede keus laten drinken, en dan zeshonderd liter uitstekende wijn op het bruiloftsfeest tevoorschijn laten toveren.
Wij kennen het verhaal niet van de kant van de tafelmeester en de andere gasten, die het zo hebben beleefd. Wij kennen het verhaal van de bruiloft te Kana van de kant van Maria en de leerlingen, en van de bedienden, die de zes enorme kruiken met water gevuld hebben.
‘k Weet niet hoe veel liter wijn of andere drank er vandaag nog ter ere van jullie gedronken gaat worden, Lara en Glenn, maar ‘k hoop dat er toch met gezonde grenzen en verantwoordelijkheid rekening gehouden wordt…
Maar ‘k wil niet bij die getallen blijven stil staan. Er worden een aantal dingen gezegd, die door de evangelist Johannes opzettelijk een dubbele bodem hebben. Misschien heb je dit verhaal al tientallen keren gehoord, maar dit over het hoofd gezien. Het antwoord van Jezus (Vrouw, is dat soms uw zaak?) klinkt in onze moderne oren ongemeen korzelig en niet vrouw- en al helemaal niet moedervriendelijk. Maar wat Hij daar direct aan toevoegt is belangrijk: ‘Nog is mijn uur niet gekomen.’ Daarmee bedoelt Jezus het moment waarop de wereld zal begrijpen wie Hij is. Dat moment zal er pas zijn, wanneer Hij aan het kruis hangt en heel zijn liefde en leven samenvat door zichzelf aan ons te geven.
En toch vertrouwt Maria er op dat Jezus wel zal helpen. En dat doet Hij op een bijzondere manier.

Het is eigenlijk de tafelmeester die benoemt wat er gebeurt, wanneer hij aan de bruidegom zegt: “U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.” Eigenlijk zou je dit als een uitspraak van de christenen tot God kunnen zien, over Jezus: de geschiedenis tot nu toe was al wijn… maar déze wijn overtreft alle verwachtingen. Déze Jezus geeft meer vreugde, meer smaak, meer leven dan ooit tevoren.
Wat zegt dit nu over jullie huwelijk, Glenn en Lara? Volgens mij kan je er heel wat verschillende betekenissen uit halen. Maar deze sprong me in het oog: denk nooit dat de wijn van jullie huwelijk helemaal op is. Durf gerust eens bij wijze van spreken water in een kruik doen en proef er van zonder al op voorhand te oordelen: want God, die liefde is, kan er wijn van maken.
En ook: als de Heer op jullie bruiloftsfeest welkom is, zal er altijd vreugde zijn.
Straks horen we, wanneer we het huwelijksregister en de oorkonde ondertekenen, het lied Ain’t no mountain high enough. Daarin klinken de woorden: Now if you need me, call me. No matter where you are, no matter how far. Don’t worry baby, just call out my name. I’ll be there in a hurry, you don’t have to worry. Dat vertaal ik even: Als je me nodig hebt, roep me maar. Het maakt niet uit waar je bent, hoe ver ook. Maak je niet ongerust, roep gewoon Mijn Naam. Ik zal me haasten om er te zijn, je hoeft je geen zorgen te maken.
Je kan dat beluisteren als iets wat jullie tegen elkaar zeggen. Maar ook iets dat God aan jullie zegt: roep zijn Naam aan, en Hij haast zich tot bij jullie om te helpen.
Laten we eens goed gek doen… en gewoon keihard genieten van deze dag. Laten we allemaal dankbaar en trots zijn dat we de kans krijgen om deze huwelijksviering mee te beleven. Laten we samen bidden voor het geluk en de toekomst van Lara en Glenn. Want de liefde is de hoogste gave, die nooit vergaat. Zonder de liefde heeft alles zijn betekenis verloren. Amen.

Homilie voor de huwelijksviering van Kevin Verbeeck en Vicky Van Woensel


Op zaterdag 1 juli 2017 stapten Kevin Verbeeck en Vicky Van Woensel in het huwelijksbootje. Tijdens de plechtigheid van hun kerkelijk huwelijk in de Heilig Hartkerk te Schoten, waarin ik mocht voorgaan, hield ik deze homilie.

Lezingen
Hooglied 2,8 10.14.16a;8,6 7a
Mattheüs 5,13 16

Homilie

God is liefde en liefde is God. In ieder van ons is liefde.
Broeders en zusters, deze woorden, die we kunnen terugvoeren naar de heilige apostel Johannes en de heilige kerkvader Augustinus, brengen ons tot de kern van de christelijke geloofbelijdenis. Hiermee staat of valt het christelijke mensbeeld. Hierin is onze hoop gevestigd en hieraan kunnen we onze ideeën en ons gedrag toetsen. Alles wat de liefde mist, mist ook het goddelijke. Overal waar we liefde ontmoeten, kunnen we God op het spoor komen. Want God is liefde, radicale, allesomvattende en alles doordringende liefde.
Op een andere plaats in zijn brieven schrijft diezelfde apostel Johannes: God is licht, er is in Hem geen spoor van duisternis. Zoals ik daarstraks vertelde, hebben Vicky en Kevin het licht van de liefde heel bewust als kernthema voor deze viering en voor deze feestelijke dag gekozen. De gele kleur van jullie boekjes, van de uitnodiging die jullie ontvingen om er vandaag bij te zijn, verwijst naar dit licht, naar deze liefde. Zowel tijdens de tussenzang als in het evangelie wordt het licht genoemd en als voorbeeld gesteld voor ons allemaal.
Jezus gaat zelfs nog een stap verder door heel stellig te zeggen aan zijn leerlingen: júllie zijn het licht van de wereld. En jullie hebben een taak: stralen voor het oog van de mensen, zodat zij uw goede werken zien en uw Vader verheelijken die in de hemel is.
Vandaag zijn er in ons midden twee mensen die in het bijzonder stralen: Vicky en Kevin. En dan heb ik het niet in de eerste plaats over hun stralende gezichten, over het geluk dat uit hun ogen straalt. In de eerste plaats heb ik het wel over de betekenis die dit bruidspaar vandaag en voortaan heeft voor de hele kerkgemeenschap, ja voor heel de mensengemeenschap. Zij worden het beeld van de eenheid die God met ons wil vormen, de eenheid van Christus en de kerkgemeenschap. Wij worden door de liefde en het engagement van deze twee mensen uitgenodigd, geroepen, om zelf ook lief te hebben en ons te engageren voor het welzijn en het geluk van alles wat op deze aarde leeft, mensen, dieren en planten.
Het licht van Kevin en Vicky straalt vandaag voor het oog van ons allen, opdat wij hun goede bedoelingen en hun goede daden zien en God verheerlijken.
Op de uitnodiging vertelde Toon Hermans ons dat als je echt van iemand houdt, dat je dan pas voelt wat leven is en dat liefde geven is. Dat is de basishouding waarmee Kevin en Vicky voor dit huwelijk willen kiezen: geven. Niet alleen aan elkaar, maar ook om onze wereld mee op te bouwen. Liefde wil niet zeggen dat je jezelf vergeet, maar dat je in een gezond evenwicht tussen liefdevolle aandacht voor anderen ook liefdevolle aandacht voor jezelf weet te beoefenen. Als liefde geven is, dan is liefde in haar puurste zin aandacht. Echt luisteren en kijken naar de ander. De diepe wens koesteren om te weten wat de ander drijft of nodig heeft. Het is een boeiende ontdekkingstocht in een wereld waar elk antwoord duizend nieuwe vragen oproept.
Beste Vicky en Kevin, vandaag neemt jullie tocht een nieuwe gedaante aan: jullie worden definitief tochtgenoten, jullie leggen straks jullie lot en jullie leven in elkaars handen. Koester dit overvloedige geschenk en laat het licht van de liefde, Gods licht, er altijd over schijnen. Dan zal er nooit een schaduw in staat zijn jullie bestaan te verduisteren.
God is liefde en liefde is God. Wie in de liefde woont, woont in God. En wie in God woont, wordt ook een licht voor de wereld. Moge dit altijd jullie leidraad zijn onderweg. Amen.

Homilie voor de eucharistieviering ter gelegenheid van het gouden huwelijksjubilium van Jozef Van Dyck en Yvonne Schurmans


Op zaterdag 10 juni 2017 ging ik in de Onze Lieve Vrouw van Lourdeskerk te Lochtenberg, Sint-Job-in-‘t-Goor voor in de eucharistieviering waarin we God dankten voor het gouden huwelijksjubileum van Jozef Van Dyck en Yvonne Schurmans. Ik sprak er deze homilie uit.

lezingen:
Kolossenzen 3,12-17 BGT
Marcus 10,6-9 BGT

homilie:

Beste Yvonne en Jozef,
Beminde broeders en zusters,
“Als liefde zo veel jaar kan duren, dan moet het echt wel liefde zijn.” Deze woorden van Herman van Veen, een vertaling van een prachtig lied van Jacques Brel, vatten voor mij voor een groot stuk samen, waarom we vandaag zijn samen gekomen. Een vijftigste huwelijksverjaardag is helemaal geen vanzelfsprekendheid. Dat is het ook nooit geweest. Vroeger omdat de meeste mensen hun gouden jubileum niet konden beleven omdat één van de partners, of zelfs beide, overleden was. Tegenwoordig omdat huwelijken brozer blijken te zijn en door meer innerlijke en uiterlijke invloeden bedreigd worden. Het is niet vanzelfsprekend. Het vraagt moeite, geduld, soms ook dat je vecht voor de keuze die je gemaakt hebt, voorbij je krachten en principes, voorbij wat je zelf mogelijk achtte. Gelukkig is voor de meesten een terugblik vooral een positief gebeuren, waarbij ze opnieuw kunnen genieten van prachtige en intense momenten, verbonden met elkaar, met hun kinderen en kleinkinderen, met vrienden en collega’s. Vijftig jaar. Het klinkt zo veel en tegelijk zo kort.
En zo vaak wanneer ik mensen spreek die zo’n gouden jubileum kunnen vieren, klinkt het woord dankbaarheid. We openden er deze viering mee: tijdens deze eucharistieviering gaat in de eerste plaats onze dank uit naar God, die de liefde van Jozef en Yvonne steeds weer gezegend en verdiept heeft. Hem, die ons al vanaf de moederschoot zijn trouwe liefde heeft geboden, die ons vrolijkheid en vrede wil schenken, willen we danken en eren, loven en prijzen.

De eerste lezing, uit de brief van Paulus aan de Kolossenzen geeft ons enkele belangrijke raadgevingen mee, niet enkel voor ons gouden echtpaar, maar ons allemaal: van harte meeleven met anderen, vriendelijk en geduldig zijn, vergevingsgezind. Maar het allerbelangrijkste is: houd van elkaar. De onderlinge liefde is het waarmerk bij uitstek voor een geslaagd huwelijk, voor een geslaagd christelijk leven. En de laatste raad die Paulus tot twee keer toe mee geeft is: wees dankbaar. Dankbaarheid is misschien wel de belangrijkste en sterkste motor om een huwelijksrelatie gaande te houden. Veel mensen denken dat het de liefde is. Ik ga hen geen ongelijk geven. Maar uit talloze gesprekken heb ik geleerd dat in gezinnen waar dankbaarheid uitgesproken en beleefd wordt, er een meer geluk en vrede te vinden is. “Dank u” zeggen is niet zo moeilijk, het kost niks, maar het tovert een schijnbare vanzelfsprekendheid om in een erkend geschenk. Wat wij voor elkaar doen in een gezin is niet vanzelfsprekend, maar een geschenk aan elkaar, aan het hele gezin. Daar onze dankbaarheid voor tonen, is een sfeer mogelijk maken waarin mensen zich gerespecteerd, gewaardeerd en bemind voelen. Volgens mij is dat één van de belangrijkste recepten voor een goed huwelijk, voor een gelukkig leven.
Beste Yvonne en Jozef, vijftig jaar geleden hebben jullie jullie handen in elkaar gelegd en elkaar tegenover God en de mensen trouw beloofd. Toen wisten jullie niet welke goede of kwade dagen er in het verschiet lagen. Vandaag willen wij jullie vooral wensen dat jullie nog lang en intens mogen genieten van wat jullie samen hebben opgebouwd. Namens heel de kerkgemeenschap bevestig ik ook dat wij jullie nabij willen blijven, in ons gebed, in onze steun en aandacht waar jullie dat nodig hebben. Want jullie zijn voor ons al vijftig jaar een beeld van hoe veel God van mensen houdt, van hoe groot liefde kan zijn, van wat het betekent jezelf weg te geven en een ander te aanvaarden, een leven lang.
Onze dankbaarheid gaat daarom ook naar jullie, die voor ons een voorbeeld en een teken zijn geweest en nog zullen zijn. Moge God, die liefde is, jullie altijd merkbaar nabij zijn en zegenen. Amen.

Homilie voor de huwelijksviering van Toon Janssens en Annelies Van Looveren


Met een toch nog redelijk enthousiast zonnetje en vooral heel wat enthousiaste mensen (en op ’t einde paarden) mocht ik vandaag in de Sint-Bavokerk te Zittaart het huwelijk inzegenen van Toon Janssens en Annelies Van Looveren. Met heel poëtische lezingen, een lach en een traan, werd het een onvergetelijke viering.

lezingen:
Hooglied 2,8-10.14.16a;8,6-7a
Johannes 15,9-27

Beste mensen, de liefdespoëzie van de eerste lezing, uit het Bijbelboek Hooglied, geeft ons een staaltje van de Oosterse romantiek van de tijd. Er wordt met beelden gewerkt om gevoelens uit te drukken. Heel schilderachtig wordt de komst van de geliefde aangekondigd: als een gazel snelt hij over de heuvels, als het jong van een hert: dartel en gezwind.
En het meisje, dat in deze tekst aan het woord is, wordt vergeleken met een duif: een sierlijk, onschuldig wezen.
En dan wordt de liefde beschreven met een beeld dat voor ons wat vreemd kan lijken: in plaats van lieflijke en zoete taferelen, wordt de liefde vergeleken met de dood. Ze is onverbiddelijk en duidelijk: de liefde sluit ieder ander buiten zodra zij haar keuze heeft gemaakt. Zo is het met het christelijk huwelijk ook: mensen maken één duidelijke partnerkeuze: ik wil joúw man zijn, ik wil joúw vrouw zijn. Ik wil je liefhebben en waarderen, alle dagen van mijn leven.
Vandaag mogen wij getuige zijn van dit ja-woord van Annelies en Toon. We mogen delen in de vreugde en de hoop die hun levensengagement aan hen geeft. Ze hebben er erg naar uitgekeken. En nu zitten zij hier, in ons midden. Hun gedeelde passie, de paardensport, heeft hen samengebracht. Misschien vraagt u zich dan af, waarom er bij al die dieren in de eerste lezing geen paard zat. Wel, ‘k ben het even gaan natellen en, van de ongeveer 130 keer dat een paard in de Bijbel vermeld wordt, gaat het vooral om een paard als rijdier in de strijd. In het oude Israël kende men het gebruik van paarden eigenlijk niet. Als er al paarden vermeld staan, dan zijn het die van de hen omringende volkeren. De Bijbelse boeken beschouwen paardrijden als iets dat bij soldaten hoort. Buiten oorlogstijd werd er op ezels en muildieren gereden. En zo is de ezel in de Bijbel een symbool van vrede geworden, terwijl een paard vereenzelvigd wordt met strijd, maar ook met dapperheid. Meer dan een weetje is het niet, maar het leek me wel toepasselijk om dit met u te delen vandaag.
Maar nu terug naar de reden van onze samenkomst. Jezus’ woorden geven aan Annelies en Toon bagage mee voor onderweg, maar ook aan ons allemaal een opdracht: houden van elkaar, zoals Jezus van ons houdt. Het grootste bewijs van liefde is dat iemand wil sterven voor zijn vrienden, zegt Jezus. En dat heeft Hij ook tot in de uiterste consequentie waargemaakt. Zelfs tot ver daarover: Jezus heeft zijn leven gegeven opdat alle mensen, ook jullie, ook ik, zouden inzien hoe groot Gods liefde is voor ons. Om ons hart altijd weer naar en met de liefde te bewegen. Om in de dierenwereld te blijven: wanneer we Jezus aan het kruis zien hangen, zou dat op ons hetzelfde effect moeten hebben alsof God met puppy-oogjes naar ons kijkt en zegt “toe, houd van elkaar, van alle mensen, zoals ik van alle mensen houd, oneindig en onnoemelijk veel”.
De grote kerkvader Augustinus vatte alle leefregels binnen het christendom samen in één zeer korte leidraad: “Bemin, en doe dan wat je wil.” Want als je de ander werkelijk bemint, dan wil je alleen nog maar het goede voor je naaste. Als je de ander werkelijk bemint, dan heb je niet de neiging om van jezelf het middelpunt van het heelal te maken, maar maak je ruimte voor elkaars geluk. Wie bemint, doet goede dingen. Ok, soms doen liefhebbende mensen ook stommiteiten. Maar wie echt liefheeft, kan niet het kwade wensen voor wie men bemint. Hoogstens gaat het goedbedoelend fout.
Jezus toonde in woord en daad hoe wij onze naaste kunnen liefhebben. Ons engagement naar elkaar toe, liefst en vooral naar wie onze hulp het meeste nodig hebben, is een teken dat we Jezus’ boodschap begrepen hebben. Wanneer we, al is het maar een klein beetje, snappen wat het betekent dat een ander ons bemint, dat God ons bemint, voelen we de oproep om die liefde te beantwoorden. Zo heeft God in Jezus getoond wat ‘liefde tot het uiterste’ betekent.
En vandaag geeft God ons er nog een teken bij: de liefde tussen Annelies en Toon wordt door het sacrament van het huwelijk een levend teken van Gods liefde voor ons. Als wij zien hoeveel deze twee huwenden van elkaar houden, mogen we dat ook zien als een manier waarop God ons herinnert aan alle liefde die er te vinden is, waarvan Hij de bron is.
Beste Annelies en Toon, samen met de hele kerkgemeenschap wensen we jullie een gelukkige en mooie toekomst toe. Moge de liefde altijd de hoogste waarde zijn in jullie gezin, de bron en de maatstaf van jullie handelen en spreken. En dat jullie altijd de verbondenheid en steun mogen voelen van de zovelen die jullie in het hart dragen. Dat is onze wens voor jullie op deze mijlpaaldag in jullie leven. Amen.

Homilie voor de 2e zondag van Pasen A


Precies 10 liturgische jaren na mijn priesterwijding (en 10 jaar en 7 dagen na diezelfde gebeurtenis) mocht ik voorgaan in de eucharistieviering in onze abdijkerk op Beloken Pasen, 23 april 2017. Om het eens niet enkel over geloof en twijfel bij Thomas te hebben, nam ik de eerste en tweede lezing als kapstok voor mij homilie.

 

Lezingen:   Handelingen 2,42-47
1 Petrus 1, 3-9
Johannes 20, 19-31

inleidingswoord:

Broeders en zusters, hartelijk welkom om samen de tweede zondag van Pasen te vieren. De vreugde om de verrijzenis van Jezus Christus en de barmhartigheid van God brengen ons hier vandaag samen. Deze zondag draagt namelijk naast “Beloken Pasen” ook te naam van “Zondag van de goddelijke barmhartigheid”. We zetten de viering van Pasen verder. De lezingen van deze zondag tonen ons de weg naar het geloof in de Verrezen Heer en hoe we dit in ons leven gestalte kunnen geven. In ons midden staan de Paaskaars en de doopvont de verwijzing naar het moment dat we zelf deel kregen aan het Paasmysterie van Christus. In deze Paastijd worden we door de besprenkeling met doopwater herinnerd aan dat doopsel, het moment waarop we herboren werden als Gods geliefde kinderen. Moge deze besprenkeling ons helpen om met groeiende geestdrift en een hernieuwd engagement onze levensweg op God te richten.

 

homilie:

Zusters en broeders, de beschrijving van de eerste christengemeenschap, die we zonet hoorden voorlezen uit de Handelingen van de Apostelen, is wellicht wat geïdealiseerd. En toch is ze in al haar eenvoud ook te lezen als de eerste leefregel van onze christelijke gemeenschap: trouw blijven aan het gemeenschappelijk leven, ijverig het brood breken (dat is: de eucharistie vieren), eensgezind zijn, onze bezittingen delen zodat er geen armoede is in onze gemeenschap, dagelijks trouw en eensgezind de tempel bezoeken, samen maaltijd houden in blijdschap en eenvoud van hart en God loven. In de kloosterregel van onze orde komen uitgerekend deze elementen ook naar voren als belangrijke steunpunten van het kloosterleven. In de loop van de eeuwen lijkt dit ideaal voor heel de christelijke gemeenschap doorgeschoven te zijn naar de “specialisten”. Deze Paastijd kan een mooie en zinvolle aanleiding zijn om onze eigenheid als christelijke geloofsgemeenschap opnieuw te ontdekken of uit te diepen.

Misschien zetten sommigen onder u zich al een beetje schrap met als gedachte “daar komt er weer één die zegt dat we meer moeten weggeven en uitdelen”. Mocht dat bij u het geval zijn, dan zou het overbodig zijn om die boodschap nog eens te herhalen. Dat laat ik dus voor uw eigen inzicht. Tenzij het delen over iets anders gaat dan geld of goederen. Mag ik u naar aanleiding van de lezing uit de Handelingen uitnodigen om in de komende week eens na te denken over op welke manier u uw geloof en uw leven deelt met uw medegelovigen en de andere medemensen? Mogen zij delen in uw vreugde, omdat Christus is opgestaan uit de doden en ook ons, door ons doopsel, nieuw en eeuwig leven schenkt? En als die vreugde een beetje onder het stof is geraakt: laat u het toe dat anderen die blijde boodschap in u weer tot leven wekken? Al was het maar door, zoals ik vandaag, met een paar gedachten de frisheid van dit alles in herinnering te brengen? Het is lente: alles in de natuur jubelt het uit in kleuren en geuren, want de doodse winter is overwonnen. Ook wij mogen jubelen, want de dood is overwonnen!

Over de evangelielezing hebt u in de voorbije jaren al heel wat boeiende en inspirerende gedachten gehoord. Dit jaar ga ik die bewust links laten liggen om nog eventjes stil te staan bij de tweede lezing uit de Eerste brief van Petrus. Want wat daar staat is geen klein bier. Eerst zegent Petrus God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid deed herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood.

Daar staat het: misschien is dit wel één van de meest kernachtige samenvattingen van de band tussen Pasen en ons doopsel. In één zin. Petrus verzekert ons dat er voor ons een erfenis is weggelegd, die onvergankelijk, onbederfelijk en onaantastbaar is. Wat God ons geven wil, leven in overvloed, kan ons door niets afgenomen worden. Niets kan er iets af snijden of het bederven. Het is het puurste leven dat bestaat: het leven met en in God zelf. En daarom, schrijft Petrus, mogen we nu al juichen, ook al is het nu zo dat er lijden in ons leven is, beproevingen. Petrus beschouwt die beproevingen als een manier om ons geloof te bewijzen. Persoonlijk weet ik niet of ik er ooit in zal slagen om het lijden dat mijn medemensen en mij overkomt te zien als een soort examen, een test voor mijn geloof. Want juist in die beproevingen heb ik God zelf het hardst nodig. Net wanneer mijn geloof het kleinst en het zwakst is, heb ik het harder nodig.

Aan het einde van de lezing, hoorden we drie zinnetjes die naar mijn gevoel de band leggen met wat Thomas en Jezus uit te klaren hadden in het evangelie. Christus hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk, hoe hemels zal uw vreugde zijn, als gij het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt. Ook al is ons geloof nu soms een onzeker tasten in het duister, we mogen hopen en vertrouwen op de belofte dat onze vreugde ‘hemels’ zal zijn. Door ons geloof en door ons doopsel zijn wij een verbond binnengegaan met God, die altijd zijn beloften houdt. Moge die bron van vreugde, vertrouwen, hoop en liefde onze kracht zijn, alle dagen van ons leven. Amen.

Homilie voor de 3e zondag van de advent A


Deze zondag ging ik in onze abdijkerk voor in de eucharistieviering. Deze woorden sprak ik er uit:

lezingen:
Jesaja 35,1-6a.10
Jakobus 5,7-10
Matteüs 11,2-11

gezangen:
Introitus: Gaudete
Alleluia: Excita Domine potentiam tuam
Ber. gaven: Rorate Coeli

openingswoord:

Broeders en zusters, welkom in deze eucharistieviering. Zoals de kaarsen op de adventskrans aangeven is het de derde zondag van de advent. Het licht begint te groeien, de verwachtingen stijgen. Het beeld van de vervulling van Gods beloften wordt steeds duidelijker. Dit is de tijd om ons daarvan bewust te zijn en aan de kant te zetten wat de komst van de Heer in ons leven belemmert. Daarom willen we ook aan het begin van deze viering vragen om barmhartigheid.

homilie:

Broeders en zusters, in het openingslied zongen we ‘De Heer is nabij. Wees onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking.’ Dit citaat uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen in Filippi werd vorig jaar nog op de derde adventszondag voorgelezen. Vandaag kregen we als tweede lezing een stukje uit de Jakobusbrief aangereikt: ‘Heb geduld tot de komst van de Heer’.

Wat zal de Heer ons brengen met zijn komst? De profeet Jesaja zegt het in prachtige woorden: ‘Woestijn en steppe zullen zich verheugen, jubelen en bloeien de dorre vlakte. Pronken zal zij met lelies, van blijdschap jubelen en juichen.’ Je kan zulke woorden natuurlijk letterlijk nemen, de woestijn in trekken en hopen dat daar op een dag bloemen zullen staan. De onheilspellende berichten over de opwarming van de aarde en de verwoestijning van de continenten lijken dat echter behoorlijk tegen te spreken.

Misschien hebt u, net zoals ik zelf trouwens, wel eens de ervaring gehad dat u zich zelf een woestijn, een steppe of een dorre vlakte voelde. Wie een tijd lang geen bloemen meer ziet bloeien in haar of zijn eigen leven, of er blind voor is geworden, stelt op de duur alles in vraag. De donkere schaduwen van de zwaarmoedigheid en de wanhoop verdringen het licht van het geloof, van de hoop, ja zelfs van de liefde uit je leven en zoals een door en door dorre grond snak je naar water, naar een teken van leven en toekomstperspectief.

Jesaja schrijft deze woorden aan de ballingen die naar Babylon weggevoerd zijn. Ook zij hadden het gevoel dat ze totaal uitgedroogd waren, als het op Gods liefdevolle ontferming aan kwam. Wat God door de profeet aan zijn volk belooft, is niet min: het ondenkbare zal gebeuren: wat woestijn was, zal een bloeiende tuin worden, blinden zullen weer zien, doven zullen horen, de stomme zal weer spreken, de lamme zal rondhuppelen als een hert. En vooral: er zal vreugde zijn. Intense, onstuitbare vreugde, die doet jubelen en juichen. Niet zomaar een beleefd applausje, of een gelukzalige glimlach. Nee: jubelen en juichen. Het uitroepen van geluk. Niet meer stil kunnen zitten van opperste vreugde. Dat is wat Jesaja belooft.

Kunnen we ons nog voorstellen dat God zoiets in ons leven teweeg brengt? Of misschien nog veel fundamenteler: zouden we het aanvaarden wanneer Hij zoiets probeert te realiseren? Wat staat er allemaal niet in de weg? Johannes de Doper kan voor ons een inspirerende figuur zijn om daar af en toe, maar vooral heel bewust mee bezig te zijn. Zijn rauwe en ruwe optreden schudde mensen wakker. Maar ook hij durfde twijfelen en vragen stellen. Wanneer Jezus aan Johannes’ leerlingen bijna dezelfde woorden meestuurt als de profeet Jesaja, is de boodschap niet mis te verstaan: het is begonnen! God heeft een begin gemaakt met de vervulling van zijn beloften.

Durven wij dat nog zien? Durven en kunnen wij in de komst en het optreden van Jezus ook iets zien aanbreken van de dageraad van onze eigen vreugde? Horen wij vanuit onze eigen situatie, die misschien ook een woestijnperiode doormaakt, in de verte de malse voorjaarsregens al aankomen? Kunnen wij het geduld opbrengen om dit te laten gebeuren zonder dat ons vertrouwen en onze hoop vervliegen?

Broeders en zusters, ik denk dat we elk jaar weer die opdracht mee krijgen van Jezus: ‘Gaat zeggen wat ge hoort en ziet.’ We praten vooral en graag over de negatieve dingen die er in deze wereld gebeuren. En die zijn talrijk en mogen nooit ontkend of geminimaliseerd worden. Maar we komen op die manier in een negatieve spiraal terecht, waarin geen plaats meer is voor goed nieuws, voor hoopvolle boodschappen. Net zoals Jesaja, Johannes de Doper, Jakobus en Jezus, worden wij allemaal geroepen om boodschappers te zijn van hoop, van Gods belofte dat zelfs de dorste vlakte weer bloemen kan dragen. We mogen vertrouwen, geduldig vertrouwen. En trouwens… niets verbiedt ons om af en toe zelf een gieter boven te halen en God een handje toe te steken.

In het Engels is er de uitdrukking ‘count your blessings’, tel je zegeningen. Je kan het ook hertalen als: ‘Tel de bloemen in je leven en vertel er over aan al wie oren heeft.’ De steppe zàl bloeien. Er zal blijdschap, gejuich en gejubel zijn. De Heer is nabij. Amen.
voorbede:

Zusters en broeders, laten we onze gebeden richten tot onze Heer, die komen zal om zijn volk te bevrijden uit de duisternis.

Om licht voor wie geen perspectief meer zien in hun leven
Om woorden van hoop voor wie doof zijn geworden voor het goede nieuws.
Om kracht voor wie moedeloos in zak en as is neergezeten.
Dat de Heer zijn beloften in vervulling brengt voor al onze medemensen in nood.
Laat ons bidden.

Om inspiratie en daadkracht voor onze medemensen die zich inzetten voor een wereld waarin armoede en kansarmoede verdreven worden.
In het bijzonder bidden we voor de medewerkers van Welzijnszorg.
Voor hulpverleners en vrijwilligers die zich inzetten voor daklozen, vluchtelingen en slachtoffers van geweld of discriminatie.
Laat ons bidden.

Om profetische durf, die ons aanzet tot een getuigenis van hoop en dankbaarheid.
Om waardigheid en fijngevoeligheid in ons handelen en spreken in de geest van Jezus, onze Heer. Laat ons bidden.

Om vrede en barmhartigheid voor onze dierbare overledenen.
Om steun en bemoediging voor onze zieken.
Om verhoring voor de intenties die ons werden toevertrouwd.
Laat ons bidden.

Heer, onze God, altijd zijt Gij bezorgd om ons geluk. Geduldig en getrouw bereidt Gij uw volk voor op de komst van de Heiland. Doorbreek onze onmacht, ontsluit ons hart. Dat wij onbevangen Hem herkennen die midden onder ons zal komen: Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Amen.

 


Bezoekers:

  • 112,243 pageviews

Archief

Follow De blog van Vincent on WordPress.com

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 2.215 andere volgers


%d bloggers liken dit: