Homilie 22e zondag door het jaar C


Uitgesproken tijdens de eucharistieviering van zondag 2 september in de Sint-Lambertuskerk te Ekeren.

Nederigheid… een deugd waar doorgaans maar weinig bewondering voor is. Wanneer iemand moedig of standvastig is, vriendelijk of creatief, dan zijn we snel met complimentjes en kijken we naar haar of hem op. Bijna nooit horen we over iemand zeggen: wauw, dat is nu een nederige mens, zeg. Soms wel, maar dan is het vaak achteraf, wanneer de persoon in kwestie overleden is.
Toch wordt nederigheid als een typisch christelijke deugd beschouwd. En terecht, denk ik, want de klassieke filosofen van Jezus’ tijd en kort erna beschouwden nederigheid juist als een ondeugd. Als je ergens goed in was, mocht je daar fier op zijn. Je moet te koop lopen met je prestaties. Ook in onze tijd is het normaal en zelfs gewenst dat je jezelf verkoopt: alle talenten moeten benut worden (denk maar aan de “Idool”-talentenjachten), rijkdom en status moet je tonen met dure huizen, auto’s en accessoires, je moet proberen de slimste, de sterkste, de beste en vooral de knapste te zijn.
De Bijbelse boodschap van deze zondag staat haaks op deze manier van denken en leven. Sterker nog: de christelijke traditie heeft hoogmoed altijd bestempeld als dé moeder van alle zonden. Augustinus schrijft in zijn kloosterregel: terwijl iedere ondeugd tot uiting komt in het stellen van slechte daden, bedreigt de hoogmoed bovendien zelfs goede daden om deze te vernietigen. Ja, het is volgens Augustinus mogelijk te zondigen door een goede daad te plegen met een hoogmoedige bedoeling.
En wat is dan hoogmoed? Het Griekse woord hybris staat voor overdreven trots, hoogmoed, overmoed, grootheidswaanzin, brutaliteit, onbeschaamdheid, vooral dan tegenover het goddelijke en tegenover de wereldorde. Met andere woorden: op een andere plaats gaan staan dan welke jou toekomt. Zo karakteriseren de kerkvaders de houding van Adam en Eva niet zozeer als ongehoorzaamheid, maar zoals de slang het influistert: omdat jullie aan God gelijk zullen zijn door de kennis van goed en kwaad. Hoogmoed is een houding waardoor je jezelf beter acht dan de anderen, beter acht dan je eigenlijk bent.

We hoorden in de eerste lezing: voor de kwaal van de hoogmoedige is er geen genezing, want het kwaad wortelt in zijn hart. Het enige medicijn tegen hoogmoed is in verlegenheid gebracht worden. Daarvoor waarschuwt Jezus ons in het evangelie: denk maar niet te gauw dat jij de eregast zal zijn aan het feestmaal van God. Ga niet te ver vooraan staan, want het is best mogelijk dat er anderen nog meer bij God in de gunst staan dan jij. Hoogmoed komt ten val, noemt men dat… de schaamte om de eigen opgeblazenheid kan de hybris misschien kraken. En – zo hard kan het mensenhart zijn – dan is het maar te hopen dat dit bij de hoogmoedige mag doordringen. Evengoed voelt hij of zij zich in zijn ego gekwetst en gaat hij gewoon door met zijn dikdoenerij.
In plaats van hoogmoed wordt ons bescheidenheid of nederigheid voorgehouden. Maar zelfs daar zit er een addertje onder het gras: er bestaat ook valse bescheidenheid, waarmee je stiekem toch naar complimentjes kan vissen.
Moeten we dan allemaal met ons hoofd tussen onze knieën gaan lopen of wegkruipen in negatieve bespiegelingen over onszelf? Natuurlijk niet.
Echte nederigheid is een diep besef van je eigen waarde, van hoe belangrijk en geliefd je wel bent. Maar dat besef moet realistisch en eerlijk blijven. En vooral: het moet gaan over jezelf, niet over de anderen. Nederigheid begint met een halt toe te roepen aan de neiging om jezelf met anderen te vergelijken. Echte nederigheid kijkt niet naar hoe goed of slecht de medemensen zijn, maar houdt de blik gericht op je eigen kunnen en falen.
God kent onze gedachten en onze daden. We moeten tegenover Hem niet doen alsof we volmaakt zijn, maar evenmin alsof we aartszondaars zijn. We bevinden ons allemaal ergens tussen die twee uitersten in. Hopelijk meer aan de goede dan aan de minder goede kant, natuurlijk. Maar vooral: hopelijk beseffen we goed waar we staan. Echt bidden begint met het voor God plaatsen van dat besef. Zo begonnen we ook daarnet deze eucharistieviering: Heer, ontferm U over ons. Tot zelfs in het Gloria, de lofzang tot God toe: ontferm U over ons. Want wij kunnen God niet hoger duwen dan Hij al is. (ook al hoort het bij ons bidden dat we God loven) We kunnen God wel eren door onze eigen plaats aan te geven tegenover Hem: niet als een nietig en waardeloos wormpje, maar als een geliefd kind van God. We hebben een eigen waardigheid: kinderen van God en broeders en zusters van elkaar. Laten we die waardigheid dan niet besmeuren met gedachten of daden van hoogmoed. God kent ons en zal ons de rechtvaardige plaats geven temidden van zijn heiligen. Want wie zich verheft, zal vernederd, maar wie zich vernedert, zal verheven worden. Amen.

Advertenties

0 Responses to “Homilie 22e zondag door het jaar C”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Bezoekers:

  • 112,224 pageviews

Archief

Follow De blog van Vincent on WordPress.com

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 2.215 andere volgers


%d bloggers liken dit: