Homilie voor de 28e zondag door het jaar C


Op zondag 9 oktober 2016 ging ik in onze abdijkerk voor in de eucharistieviering. Deze viering was voor mijn familie ook de jaarlijkse herdenkingsdag voor mijn overleden grootouders.

lezingen:
1 Koningen 17,17-24
Psalm 30
Galaten 1,11-19
Lucas 7,11-17

Gezangen:
int. Si iniquitates
al. Qui timent Dominum
ZJ 712 Jezus wand’lend langs de wegen

 

inleidingswoord:

Broeders en zusters, welkom op deze zondag om samen met ons eucharistie te vieren. We komen samen om Gods liefde te vieren. Hij is bezorgd om ons en wil ons genezen van alles waar wij onder gebukt gaan. Laten wij in dankbaarheid samen zijn en gedenken hoe God zich in de Schrift, maar ook in ons leven toont als een God van barmhartigheid.

Laten wij alle onreinheid achter ons laten, ons tot God bekeren en Hem smeken om zijn ontferming, zodat we deze eucharistie met een zuiver en oprecht hart kunnen vieren.

 

[…]

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven, onze harten genezen en ons geleiden tot het eeuwig leven. Amen.

homilie:

Broeders en zusters, hebben wij het wel nodig dat God ons geneest? Waarschijnlijk zal de meerderheid onder u bijna meteen en misschien zelfs een beetje verontwaardigd denken “ja, natuurlijk. Weet je wel niet hoe zwaar en moeilijk ik het heb?” En misschien ook nog iets als “en hoe veel ik ook bid, het lijkt wel alsof God me helemaal niet hoort en er niets aan wil doen.” Anderen dan weer zullen zeggen: “Daar heb ik dokters of andere mensen voor, dat is niet iets dat ik van God verwacht.”

Vaak zijn mensen tot heel buitenissige dingen bereid om genezing te bereiken. Zeker wanneer een ziektebeeld maar niet verbetert, wanneer de klassieke geneeskunde weinig antwoorden biedt of de ene na de andere mislukte poging doet om genezing te bewerken, durven radeloze patiënten zich wenden tot allerlei alternatieven. Sommige daarvan lijken te helpen, bij andere alternatieven kunnen we in alle eerlijkheid niet anders dan spreken over kwakzalvers en geldwolven. In het ergste geval raden die zelfs aan om de medische wetenschap volledig overboord te gooien, geen medicatie te nemen en enkel te vertrouwen op vreemde rituelen, amuletten, mengsels en verdunningen, zogenaamd oude oosterse of Afrikaanse tradities enzovoort.

Ook in het christendom bestaan er, bijvoorbeeld in de Amerikaanse staat Texas, gemeenschappen rond gebedsgenezers die duizelingwekkende bedragen ophalen tijdens zogenaamde genezingsdiensten waarin mensen door allerhande slimme trucs en illusies bedrogen worden en met de valse indruk weer naar huis gaan dat ze genezen zijn. En wanneer ze tot de conclusie moeten komen dat ze niet genezen zijn, hebben ze een schuldgevoel “omdat hun geloof niet sterk genoeg zou zijn”. Dit soort bedrog begint ook hier en daar in Europa voet aan de grond te krijgen, vooral in bepaalde evangelicale gereformeerde kringen. Gelukkig zijn er af en toe initiatieven die het bedrog van deze zogenaamde gebedsgenezers doorprikken en de gelovigen sensibiliseren om kritisch en voorzichtig met dit soort fenomenen om te gaan.

Als we naar de twee genezingsverhalen in de lezingen van deze zondag kijken, dan merken we dat zowel de profeet Elisa als Jezus helemaal geen grote offers vragen voor een genezing: Naäman moet zich maar gaan wassen in de rivier en de tien melaatsen hoeven zich zelfs maar aan de priesters te laten zien en worden onderweg genezen. Van Naäman staat in de langere versie van deze lezing beschreven hoe hij eerst tegenstribbelt: “zoiets simpels? Dat is toch wel wat te minnetjes. Dat gaat nooit werken.”

Toch blijken het juist die twee kleine gebaren te zijn die in hun leven genezing brengen. Vergelijk het met het mosterdzaadje uit het evangelie van vorige zondag. Met iets heel kleins kan iets heel groots beginnen. Met een kleine daad van vertrouwen begint een proces van reiniging, van genezing.

Maar als ik de vraag van zonet opnieuw stel “Hebben wij het wel nodig dat God ons geneest?”, dan gaat het niet alleen en misschien zelfs in de eerste plaats niet om onze lichamelijke of psychische kwalen. God is in de eerste plaats bekommerd om onze diepste spirituele, geestelijke of zielenpijn en gebrokenheid. De woorden en daden van Jezus waren voor zijn tijdgenoten deugddoende balsem op hun gekwetste geloofswonden. De leerlingen van Jezus leefden in een tijd van bezetting, uitbuiting en onzekerheid. Omdat ze in hun geloof het lot van Israël als een teken van Gods handelen in hun midden zagen, trokken ze uit die conclusie dat de Heer hen verlaten had, achtergelaten, gedumpt. De geboorte en het optreden van Gods Zoon onder de mensen heeft radicaal het tegendeel getoond.

Heeft niet ieder van ons zulke zielenwonden? Teleurstelling en vervlogen hoop is voor heel veel gelovigen een thema in hun relatie met God. Bidden lijkt meer dan eens op roepen in de woestijn. Ook de profeet Habakuk riep vorige week nog uit: “Hoe lang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert?”. In het openingsgezang zongen we met de psalmist “Als Gij zonden blijft gedenken, Heer, wie houdt dan stand? Maar bij U is vergeving, God van Israël.” en “Uit de diepte roep ik, Heer, luister naar mijn stem.” Kreten van vertwijfeling, van onmacht. Maar ook van vertrouwen, hoe klein ook, dat het uiteindelijk God is die ons kan redden en genezen.

En toch pasklaar antwoord op zulke vragen krijgen we niet. Maar we krijgen van Paulus wel een hint in zijn tweede brief aan Timoteüs: Als wij met Christus gestorven zijn, zullen wij met Hem leven. Als wij ontrouw zijn blijft Hij trouw, zichzelf verloochenen kan Hij niet.” Daarmee worden we op het spoor van het vertrouwen gezet dat de Vader, die zijn Zoon uit de doden heeft opgewekt, ook ons ten leven zal wekken. Want onze God is een trouwe God, die zijn geliefde kinderen niet in de steek laat. Zo werd het ook in de antwoordpsalm gezongen: “De Heer bleef zijn erbarmen indachtig, zijn trouw jegens Israëls huis.”

Laten wij dan de Heer in deze eucharistieviering oprecht danken voor de genezing die Hij ons belooft, ook al lijkt ze op zich te laten wachten. Want deze dankbaarheid zelf is al een stap naar een gelukkiger leven.

voorbede:

De Heer is een trouwe en barmhartige God, die zich ontfermt over wie zich in vertrouwen tot Hem wenden. Bidden wij vanuit dit geloof tot Hem.

Voor wie door ziekte of beperkingen aan de rand van de samenleving     komt te staan. Om mensen die door hun aandacht en zorg de barmhartigheid van God in hun leven zichtbaar maken. Laat ons bidden.

Voor wie door wanhoop of angst het vertrouwen in God en de medemensen verloren hebben. Om trouwe tochtgenoten die vrede en hoop brengen. Laat ons bidden.

Voor onze dierbaren die we in ons hart koesteren en voor de overledenen die wij aan Gods liefde hebben toevertrouwd. In deze eucharistieviering bidden we voor de intenties van de abdijgemeenschap, voor Robert en Irène Ceulemans (en …eventueel intenties op apart blad) Laat ons bidden.

Voor ons allen. Om de gave van nederige dankbaarheid die ons hart kan openen voor Gods genezende aanwezigheid. Laat ons bidden.

Almachtige God, uw goedheid is groter dan wij durven dromen. Aan wie nederig van hart zijn, schenkt Gij de volle maat van uw menslievendheid. Bevrijd ons van de hoogmoed die ons ongenaakbaar en zelfgenoegzaam maakt. Raak ons met uw reddende barmhartigheid. Door Christus, onze Heer.

 

Advertenties

0 Responses to “Homilie voor de 28e zondag door het jaar C”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Bezoekers:

  • 111,541 pageviews

Archief

Follow De blog van Vincent on WordPress.com

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 2.191 andere volgers


%d bloggers liken dit: