Homilie voor de 3e zondag van de advent A


Deze zondag ging ik in onze abdijkerk voor in de eucharistieviering. Deze woorden sprak ik er uit:

lezingen:
Jesaja 35,1-6a.10
Jakobus 5,7-10
Matteüs 11,2-11

gezangen:
Introitus: Gaudete
Alleluia: Excita Domine potentiam tuam
Ber. gaven: Rorate Coeli

openingswoord:

Broeders en zusters, welkom in deze eucharistieviering. Zoals de kaarsen op de adventskrans aangeven is het de derde zondag van de advent. Het licht begint te groeien, de verwachtingen stijgen. Het beeld van de vervulling van Gods beloften wordt steeds duidelijker. Dit is de tijd om ons daarvan bewust te zijn en aan de kant te zetten wat de komst van de Heer in ons leven belemmert. Daarom willen we ook aan het begin van deze viering vragen om barmhartigheid.

homilie:

Broeders en zusters, in het openingslied zongen we ‘De Heer is nabij. Wees onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking.’ Dit citaat uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen in Filippi werd vorig jaar nog op de derde adventszondag voorgelezen. Vandaag kregen we als tweede lezing een stukje uit de Jakobusbrief aangereikt: ‘Heb geduld tot de komst van de Heer’.

Wat zal de Heer ons brengen met zijn komst? De profeet Jesaja zegt het in prachtige woorden: ‘Woestijn en steppe zullen zich verheugen, jubelen en bloeien de dorre vlakte. Pronken zal zij met lelies, van blijdschap jubelen en juichen.’ Je kan zulke woorden natuurlijk letterlijk nemen, de woestijn in trekken en hopen dat daar op een dag bloemen zullen staan. De onheilspellende berichten over de opwarming van de aarde en de verwoestijning van de continenten lijken dat echter behoorlijk tegen te spreken.

Misschien hebt u, net zoals ik zelf trouwens, wel eens de ervaring gehad dat u zich zelf een woestijn, een steppe of een dorre vlakte voelde. Wie een tijd lang geen bloemen meer ziet bloeien in haar of zijn eigen leven, of er blind voor is geworden, stelt op de duur alles in vraag. De donkere schaduwen van de zwaarmoedigheid en de wanhoop verdringen het licht van het geloof, van de hoop, ja zelfs van de liefde uit je leven en zoals een door en door dorre grond snak je naar water, naar een teken van leven en toekomstperspectief.

Jesaja schrijft deze woorden aan de ballingen die naar Babylon weggevoerd zijn. Ook zij hadden het gevoel dat ze totaal uitgedroogd waren, als het op Gods liefdevolle ontferming aan kwam. Wat God door de profeet aan zijn volk belooft, is niet min: het ondenkbare zal gebeuren: wat woestijn was, zal een bloeiende tuin worden, blinden zullen weer zien, doven zullen horen, de stomme zal weer spreken, de lamme zal rondhuppelen als een hert. En vooral: er zal vreugde zijn. Intense, onstuitbare vreugde, die doet jubelen en juichen. Niet zomaar een beleefd applausje, of een gelukzalige glimlach. Nee: jubelen en juichen. Het uitroepen van geluk. Niet meer stil kunnen zitten van opperste vreugde. Dat is wat Jesaja belooft.

Kunnen we ons nog voorstellen dat God zoiets in ons leven teweeg brengt? Of misschien nog veel fundamenteler: zouden we het aanvaarden wanneer Hij zoiets probeert te realiseren? Wat staat er allemaal niet in de weg? Johannes de Doper kan voor ons een inspirerende figuur zijn om daar af en toe, maar vooral heel bewust mee bezig te zijn. Zijn rauwe en ruwe optreden schudde mensen wakker. Maar ook hij durfde twijfelen en vragen stellen. Wanneer Jezus aan Johannes’ leerlingen bijna dezelfde woorden meestuurt als de profeet Jesaja, is de boodschap niet mis te verstaan: het is begonnen! God heeft een begin gemaakt met de vervulling van zijn beloften.

Durven wij dat nog zien? Durven en kunnen wij in de komst en het optreden van Jezus ook iets zien aanbreken van de dageraad van onze eigen vreugde? Horen wij vanuit onze eigen situatie, die misschien ook een woestijnperiode doormaakt, in de verte de malse voorjaarsregens al aankomen? Kunnen wij het geduld opbrengen om dit te laten gebeuren zonder dat ons vertrouwen en onze hoop vervliegen?

Broeders en zusters, ik denk dat we elk jaar weer die opdracht mee krijgen van Jezus: ‘Gaat zeggen wat ge hoort en ziet.’ We praten vooral en graag over de negatieve dingen die er in deze wereld gebeuren. En die zijn talrijk en mogen nooit ontkend of geminimaliseerd worden. Maar we komen op die manier in een negatieve spiraal terecht, waarin geen plaats meer is voor goed nieuws, voor hoopvolle boodschappen. Net zoals Jesaja, Johannes de Doper, Jakobus en Jezus, worden wij allemaal geroepen om boodschappers te zijn van hoop, van Gods belofte dat zelfs de dorste vlakte weer bloemen kan dragen. We mogen vertrouwen, geduldig vertrouwen. En trouwens… niets verbiedt ons om af en toe zelf een gieter boven te halen en God een handje toe te steken.

In het Engels is er de uitdrukking ‘count your blessings’, tel je zegeningen. Je kan het ook hertalen als: ‘Tel de bloemen in je leven en vertel er over aan al wie oren heeft.’ De steppe zàl bloeien. Er zal blijdschap, gejuich en gejubel zijn. De Heer is nabij. Amen.
voorbede:

Zusters en broeders, laten we onze gebeden richten tot onze Heer, die komen zal om zijn volk te bevrijden uit de duisternis.

Om licht voor wie geen perspectief meer zien in hun leven
Om woorden van hoop voor wie doof zijn geworden voor het goede nieuws.
Om kracht voor wie moedeloos in zak en as is neergezeten.
Dat de Heer zijn beloften in vervulling brengt voor al onze medemensen in nood.
Laat ons bidden.

Om inspiratie en daadkracht voor onze medemensen die zich inzetten voor een wereld waarin armoede en kansarmoede verdreven worden.
In het bijzonder bidden we voor de medewerkers van Welzijnszorg.
Voor hulpverleners en vrijwilligers die zich inzetten voor daklozen, vluchtelingen en slachtoffers van geweld of discriminatie.
Laat ons bidden.

Om profetische durf, die ons aanzet tot een getuigenis van hoop en dankbaarheid.
Om waardigheid en fijngevoeligheid in ons handelen en spreken in de geest van Jezus, onze Heer. Laat ons bidden.

Om vrede en barmhartigheid voor onze dierbare overledenen.
Om steun en bemoediging voor onze zieken.
Om verhoring voor de intenties die ons werden toevertrouwd.
Laat ons bidden.

Heer, onze God, altijd zijt Gij bezorgd om ons geluk. Geduldig en getrouw bereidt Gij uw volk voor op de komst van de Heiland. Doorbreek onze onmacht, ontsluit ons hart. Dat wij onbevangen Hem herkennen die midden onder ons zal komen: Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Amen.

 

Advertenties

0 Responses to “Homilie voor de 3e zondag van de advent A”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s




Bezoekers:

  • 111,541 pageviews

Archief

Follow De blog van Vincent on WordPress.com

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 2.191 andere volgers


%d bloggers liken dit: