Archive Page 2

Homilie voor de huwelijksviering van Karl Ottesen en Sarah De Kok – Sint Teresiakerk Bunt Ekeren – zaterdag 7 juli 2018


Na met veel plezier en inspirerende gesprekken met dit hartelijke koppel op weg te hebben mogen gaan, zijn we na een zinvolle tijd van voorbereiding samengekomen op den Bunt om het huwelijk te vieren van Karl Ottesen en Sarah De Kok. Tijdens de homilie gaf ik hen deze gedachten mee.

Lezingen:
1 Johannes 4,7-12 (BGT)
Lucas 11,5-13 (BGT)

Beminde broeders en zusters, er zijn vier stukjes uit de lezingen van zonet, die me heel toepasselijk leken voor deze viering en waar ik graag even samen met jullie bij stil zou willen staan.

Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.

Als we willen begrijpen waar het evangelie over gaat, wat het doen en spreken van Jezus betekenen, is deze zin van ontzettend groot belang. Je kan het verhaal van God alleen maar lezen, als je de bril van de liefde op zet. Zonder de liefde is wat God wil en doet compleet absurd en vaak zelfs belachelijk. Maar als je vanuit het perspectief van de liefde kijkt naar wat Jezus aan ons is komen vertellen over God, dan valt alles in z’n plaats.
Vandaag zijn Sarah en Karl naar hier gekomen om met elkaar te trouwen. Dat doen ze omdat ze van elkaar houden. Ze willen hier in jullie midden hun liefde voor elkaar uitspreken en door God laten zegenen.
Wie niet echt van andere mensen houdt, kan God niet begrijpen. Wie niet in staat is tot liefde, zal niet begrijpen hoe twee mensen op zo’n manier hun leven en hun toekomst aan elkaar willen verbinden. Alleen de liefde kan dat verklaren.

De tweede zin is deze:
Vrienden, omdat God zo veel van ons houdt, moeten ook wij van elkaar houden.

In het vorige stukje stond: God is liefde. Niet God doet liefde. God doet wat de liefde zou doen omdat Hij één en al liefde is. Zijn liefde voor ons is zo groot, dat Hij ons in het bestaan geroepen heeft. En Hij heeft zijn enige Zoon naar ons gezonden om die liefde zo duidelijk mogelijk te maken. Dat deed Hij niet omdat we indrukwekkend goede dingen hadden gedaan en dus een bezoek van zijn Zoon verdiend hadden. Nee, Hij heeft Jezus naar ons gestuurd toen de mensen de liefde uit het oog leken verloren te hebben.

Alle liefde komt van God. En als God ons zo veel liefde geeft, kunnen we eigenlijk haast niet anders dan ook van onze medemensen te houden. Want God houdt ook van al mijn medemensen. Ja, van jullie allemaal! En véél meer dan u of ik zich ooit zouden kunnen voorstellen.

Ik zou het hier mee kunnen vergelijken: God is als een waterval van liefde. (Denk daarbij aan een echt enorm grote waterval, niet die van Coo…)

En wij zijn als emmertjes onder die waterval: er komt veel te veel liefde op ons neergestroomd dan we voor onszelf kunnen houden. Dus als we de liefde serieus nemen, dan geven we die door aan onze medemensen, die door die liefde onze broers en zussen geworden zijn.

Als je iets vraagt, zul je het krijgen. Als je iets zoekt, zul je het vinden. Als je op de deur klopt, wordt er voor je opengedaan.

Jezus leerde zijn leerlingen dat ze vertrouwen mogen hebben in God. Door met elkaar te trouwen beloven Karl en Sarah dat ze voor elkaar de persoon zullen zijn die hen zal proberen te geven wat ze van elkaar vragen, elkaar zullen helpen zoeken en voor elkaar de deur van hun hart zullen opendoen. (Dat kan ook zonder echt te kloppen… je kan het ook zonder geweld vragen natuurlijk.)

Ook voor Line, Kasper en Anders beloven Karl en Sarah zo iemand te zijn. En vandaag ontvangen ze daarom van God een heel bijzondere zegen. Na het Onze Vader wordt dit bruidspaar door God plechtig gezegend tot een christelijk gezin in onze kerkgemeenschap. Ze willen zo voor elkaar en voor hun kinderen, maar ook voor ons allemaal een teken zijn van Gods liefde, die altijd luisterbereid is, vrijgevig, vergevingsgezind en eerlijk.

Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we van elkaar houden, blijft God in ons. Dan is zijn liefde in ons volmaakt geworden.

Soms zal het in hun leven moeilijk zijn om God te vinden. Dat komt bij alle mensen wel eens voor, ook bij mij. Maar we kunnen God eigenlijk nooit helemaal kwijt raken, en Hij ons al helemaal niet. Want zo lang er ergens een klein vonkje van liefde in onze harten over blijft, zullen we weten dat de liefde alles overwinnen zal. En zo lang we de liefde voor elkaar blijven beleven, mogen we er op vertrouwen dat God in ons aan het werk is. Meer nog: als wij echt van elkaar houden, dan woont God in ons hart. Hij is het vuur van de liefde in ons hart. En de liefde is altijd volmaakt. De grote kerkvader Augustinus schreef ooit: Bemin en doe dan wat je maar wil. Want als je echt bemint, dan kan je het kwade niet willen. Misschien is niet alles wat je vanuit de liefde probeert een succes… we blijven ook maar gewone, kwetsbare en falende mensen. Maar als je je keuzes en daden vanuit de liefde maakt, was de overtuiging van Augustinus, dan zullen je bedoelingen altijd juist zijn.

Dat is dan ook mijn wens aan Karl, Sarah, Anders, Kasper en Line: dat in hun gezin de liefde de hoogste leefregel en het mooiste geschenk is. Dat ze altijd weer naar nieuwe manieren zoeken om die liefde een plaats te geven in hun gezin en in onze wereld. Ik ben er zeker van dan er dan in de Statiestraat een stukje hemel te vinden zal zijn!

 

 

Advertenties

Homilie voor de 13e zondag door het jaar B – zondag 1 juli 2018 – abdijkerk Averbode


lezingen
Wijsheid 1,13-15;2,23-24
2 Korintiërs 8,7.9.13-15
Marcus 5, 21-43

inleidingswoord en kyrie-litanie

Beminde broeders en zusters, hartelijk welkom in deze eucharistieviering. Op deze zondag danken we de Heer van het leven voor het leven dat Hij ons en de hele schepping schenkt. We leren hoe Hij ons gemaakt en geroepen heeft om te leven, ondanks de schaduw van de dood die ons bedreigt en uiteindelijk lijkt te verslinden. Want waar de Heer van de liefde heerst, krijgt de dood nooit het laatste woord. Gisteren nog nam onze gemeenschap in deze abdijkerk afscheid van onze medebroeder Godfried Jos Chantrain in dat vertrouwen. Vandaag worden we opnieuw samengeroepen om ons geloof te belijden en te delen.

Onze sterfelijkheid herinnert er ons voortdurend aan hoe kwetsbaar we zijn, hoezeer we Gods liefdevolle ontferming nodig hebben. Daarom keren we ons aan het begin van deze viering tot de Heer Jezus, die de dood heeft overwonnen en bidden:

Heer, die genezing en leven gebracht hebt voor wie ziek waren ten dode toe, ontferm U over ons.

Christus, Gij waart dood, maar zie, Gij leeft. Wijs ons de weg naar de Vader. Ontferm U over ons.

Heer, die troost schenkt aan wie bedroefd zijn, ontferm U over ons.

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons geleiden naar het eeuwig leven. Amen.

homilie

“Wie heeft mijn kleren aangeraakt?” “Waarom dit misbaar en geween?”

Broeders en zusters, twee keer na elkaar lijkt Jezus niets te begrijpen van wat er gebeurt. De reacties van de omstaanders zijn dan ook honend. Ze lachen Jezus uit. Is dat nu die grote Man Gods, die ons de waarheid komt verkondigen over God en zijn Rijk? Wereldvreemd komt Hij in elk geval wel over. Ik kan me voorstellen dat sommigen prompt afgehaakt zijn bij zo veel naïviteit. Maar die hebben dan het vervolg van het verhaal gemist. En daarmee de bedoeling van Jezus’ vragen. Omdat Hij vanuit een ander perspectief naar de wereld kijkt, begrijpt Hij inderdaad moeilijk dat mensen zo wanhopig kunnen zijn.

Jezus leeft ten volle vanuit wat de eerste lezing ons voorhoudt: God heeft alles geschapen om te leven. Hij schept geen behagen in de ondergang van de levenden. Hij heeft de mens geschapen voor de onsterfelijkheid. Wie vanuit deze overtuiging leeft, leeft vanuit een hoop die nauwelijks kan gebroken worden. Jezus’ vertrouwen in de Vader is zo groot dat Hij haast vanzelfsprekend verwacht dat het wel goed komt.

Was het maar altijd zo gemakkelijk… dat dacht ik tenminste toen ik dit allemaal aan het overwegen was. Was het maar zo gemakkelijk om altijd rotsvast te vertrouwen dat de dood vreemd is aan ons bestaan, dat het leven altijd het laatste woord krijgt. De momenten dat ik in mijn leven een dierbare aan de dood verloren heb, was dit de ene keer moeilijker dan de andere. De confrontatie met rouwende mensen, die het erg moeilijk hebben om die hoop of troost te zien, maakt het zeker niet eenvoudiger. Zoals één van de liederen in Zingt Jubilate het zegt: de dood is ons te machtig. We worden er door overvallen, omvergeblazen, afgeschrikt. Want hoezeer onze eigen dood ook onze grootste zekerheid is in het leven, het is ook een grote onbekende.

Als we voortgaan op het getuigenis van de apostelen en evangelisten, wordt ons de boodschap geschonken dat het leven en de liefde de dood en de haat hebben overwonnen toen Jezus aan het kruis gestorven is en op de derde dag levend aan zijn leerlingen verschenen is. Het graf was leeg. De buit van de dood bestond enkel uit wat doeken.

Misschien is het niet altijd eenvoudig om ons in die vreugdevolle en hoopvolle dynamiek te plaatsen. Maar ik durf u uit te dagen het eens te proberen. Probeer eens om een periode heel bewust te leven vanuit wat de eerste lezing en de evangelielezing ons vandaag aanreiken: God heeft ons gemaakt om gezond en levend in deze wereld te staan. En vanuit die vreugde en rijkdom kunnen we dan ook, zoals Paulus aan de Korintiërs vraagt, solidair zijn met hen die het moeilijk hebben. Paulus zegt dat we gul moeten zijn met onze overvloed, zonder onszelf in de problemen te brengen. Hij bedoelde vooral materiële rijkdom. Maar we kunnen het evengoed toepassen op gezondheid en leven: laten we ons leven en onze vermogens echt delen met wie rondom ons ziek, zwak, eenzaam en bedroefd zijn. Laten we ons leven delen met wie de hoop en de moed dreigen te verliezen, die leven in de schaduw van de dood. De zomerzon kan ons deze vakantiemaanden herinneren aan die opdracht. Als we die op onze huid voelen, laten we dan God eventjes oprecht dankbaar zijn dat ons dat moment geschonken wordt. Zo kunnen ons vertrouwen en onze hoop een duwtje krijgen.

Homilie voor het hoogfeest van de H. Drieëenheid B


Toen ik in de Onze Lieve Vrouw in de Wijngaardkerk te Veerle mocht voorgaan op het hoogfeest van de H. Drieëenheid, op  zondag 27 mei 2018, had ik deze homilie voorbereid.

lezingen:
Deuteronomium 4,32-34.39,40
Romeinen 8,14-17
Matteüs 28,16-20

homilie:

“Ga, en maak alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden alles wat Ik u bevolen heb.”

Beminde broeders en zusters,
deze woorden uit het Matteüsevangelie vatten de zending samen die Jezus aan de apostelen geeft. Ze horen tot de laatste zinnen van dit Nieuwtestamentisch boek. Het gaat om drie opdrachten: verkondigen (alle volkeren tot Jezus’ leerlingen maken), sacramenten vieren (dopen, maar daarna ook de andere) en mensen leren hoe ze een christelijk moreel leven kunnen leven. (leer hen alles wat Ik u bevolen heb)

De leer van de apostelen was een breuk met de toen heersende religieuze ideeën. De christelijke theologie, zoals die zich in de daaropvolgende eeuwen zou ontwikkelen, is voor niet-christenen vaak raadselachtig en vreemd. En ik denk dat dit voor veel christenen eigenlijk ook zo is. We bidden elke week in de geloofsbelijdenis dat we geloven in de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Meer nog: bij elk kruisteken belijden we dat God een Drieëenheid vormt. En tegelijk zal elke eerlijke gelovige moeten toegeven dat dit nooit helemaal helder wordt. Het blijft een raadsel waar we met ons menselijke verstand niet helemaal achter kunnen komen.

Toen ik een paar jaar geleden met een groep jongeren een moskee in Diest bezocht, waar we zeer vriendelijk en open ontvangen werden, stelden we aan de imam en onze gids, die eveneens moslim was, heel wat vragen over hoe zij God beleefden en beschouwden. Maar op zijn beurt stelde de imam ook aan ons heel wat vragen over ons geloof in de heilige Drievuldigheid. Voor hem was het heel moeilijk om te begrijpen hoe we konden beweren in slechts één God te geloven, terwijl we het toch de hele tijd over drie Personen hadden.

Sommige mensen hebben dit in de loop van de eeuwen proberen op te lossen door van Jezus louter een goede mens te maken. Hij was misschien wel vervuld van de heilige Geest en vervulde de wil van de Vader, maar deelde dan niet in zijn Goddelijkheid. Hierover is de kerkgemeenschap steeds duidelijk geweest: Jezus was de Christus, de door God gezalfde, Gods eigen Zoon, die mens geworden is, geboren uit de maagd Maria (nog zo’n leerstelling die wenkbrauwen doet fronsen), die omwille van de wil van de Vader (die de wereld met zich wilde verzoenen) tot het uiterste is gegaan om aan de mensen te tonen wat echte liefde is: zijn leven geven voor zijn vrienden, ja voor heel de wereld.

Als we Jezus al te menselijk maken, dan wordt de draagkracht van die boodschap veel zwakker en brozer. Dan kan het ook gewoon het idee geweest zijn van een naïeve dromer, een sukkel, een looser, die ze terecht aan het kruis hebben genageld omdat hij de stabiliteit van de samenleving ondergroef.

Aan de andere kant was Hij ook echt mens: Hij heeft het bestaan van de mens op zich genomen, om samen met ons de moeilijkheden van het bestaan te beleven en te doorstaan, om te tonen dat je mag en kan vertrouwen op Zijn en onze hemelse Vader, die ons liefheeft als zijn kinderen.

En dan heb je nog de heilige Geest. Vorige week vierden we hoe God de heilige Geest aan de kerkgemeenschap heeft geschonken als gids en bezieler. Maar tegelijk moeten we toegeven dat we aan die heilige Geest vaak erg weinig aandacht geven. Misschien is dat omdat we de persoon van de heilige Geest het minst kunnen voorstellen of concreet maken. Hij is als het suizen van de lichte bries op de berg Horeb, waar de profeet Elia hopeloos zat te tobben. Hij is de kracht die profeten, rechters en koningen in het ouder Israël bezielde om het volk te leiden. Hij heeft Johannes de Doper de moed gegeven om een totaal nieuwe boodschap te verkondigen en de weg te bereiden voor Jezus.

Wat zorgt er nu voor dat die drie toch een éénheid vormen? Het antwoord kregen we enkele weken geleden in de lezingen uit de eerste brief van de heilige apostel Johannes: God is liefde. Liefde is de band en de kracht dit van God een éénheid maakt, die alles overstijgt en vervult. De Schepper heeft ons in het bestaan geroepen, omdat hij van ons allemaal persoonlijk houdt, méér dan wij ons kunnen voorstellen. De Zoon, Jezus Christus, onze Heer, is mens geworden, heeft ons bestaan gedeeld en heeft zijn leven gegeven op het kruis om verzoening te bewerken tussen de hemel en de aarde. De heilige Geest is over de aarde gezonden om onze harten te vervullen met de liefde die Jezus voor ons had en ons te bezielen met de liefde die er ook tussen de Vader en de Zoon is.

Liefde, liefde en nog eens liefde. Dat is de band die van God een onverwoestbare éénheid maakt. Als we op de eerste bladzijden van de Bijbel lezen dat God ons geschapen heeft naar zijn beeld en gelijkenis, hoor ik daarin een oproep om ook zelf zo veel mogelijk een teken van liefde te zijn, om liefde te brengen tot in de kleinste en donkerste hoeken van de wereld. Dáár is het waar Jezus zelf gegaan is om het evangelie te verkondigen. Dáár is het waar Hij ook zijn leerlingen naartoe stuurt. Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken. Jezus kwam niet de volmaakten roepen, maar de zondaars, de gebroken, uitgestoten en kleine mensen.

Jezus besluit zijn woorden met “Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld.” Dat zijn ook de laatste woorden van het Matteüsevangelie. Het slotakkoord van dit evangelie is dus een boodschap van hoop en troost. De Heer laat ons niet in de steek, Hij is ons nabij, altijd en overal. Laten wij die in Gods naam gedoopt zijn, telkens weer leven vanuit die hoop en vreugde. Laten we, elke keer wanneer we het kruisteken maken, ons vervullen van de liefdesrelatie die in onze God, Vader, Zoon en heilige Geest, is. Amen.

Homilie voor de 7e zondag van Pasen B – Abdijkerk Averbode 13 mei 2018


Deze homilie is misschien wel één van mijn meest spraakmakende tot nu toe… niet omdat ik ketterijen of grofheden verkondig. Maar omdat ik een kijkhoek kies, die niet vaak gekozen wordt voor deze lezingen. Het feit dat zowel medebroeders als kerkgangers na de viering hierover nog druk in gesprek waren, moge een getuigenis zijn dat ze in elk geval de aandacht wist te vangen. 😉

Lezingen:
Handelingen 1, 15-17.20a.20c.26
1 Johannes 4,11-16
Johannes 17,11b-19

Homilie:

Beminde broeders en zusters, we beluisterden vandaag uit de Handelingen van de Apostelen eigenlijk het vervolg op de eerste lezing van vorige donderdag, toen we feestelijk de Hemelvaart van de Heer vierden. Dit is Petrus’ eerste toespraak na de Hemelvaart. De leerlingen en de vrouwen zijn na de hemelvaart samengekomen in het huis waar ze gewoonlijk bij elkaar waren, niet ver van de Olijfberg. De apostelen zijn nu met elf, want één van hen, Judas Iskariot, heeft hen verlaten om Jezus aan te geven bij de autoriteiten en is op een behoorlijk onsmakelijke manier aan zijn einde gekomen.

We kennen meestal de versie uit de passieverhalen, waarbij Judas de dertig zilverlingen, de prijs voor een gewone slaaf, terug naar de tempel brengt en ze daar op de grond gooit wanneer de oversten van de tempel het geld weigeren terug te nemen omdat het “bloedgeld” is. De evangelisten Matteüs en Marcus vermelden dat Judas spijt had omdat hij een onschuldige ter dood had helpen veroordelen. Daarna zou hij zich opgehangen hebben. Johannes vertelt niets over Judas’ einde. Maar Lucas, die ook als auteur van de Handelingen wordt beschouwd, vertelt er wél iets over in z’n tweede boek. Dat wordt er elke drie jaar zedig uit gelaten. Maar misschien is het, om de afkeer van de Nieuwtestamentische auteurs te begrijpen, belangrijk om het heel af en toe eens een keer wél voor te lezen. Ik geef toe, het is niet voor gevoelige oren.

Petrus zei: Beste vrienden, jullie weten wat er met Judas gebeurd is. Judas was een leerling van Jezus. Hij hoorde bij ons en deed hetzelfde werk als wij. Maar hij heeft Jezus verraden. Hij hielp de mensen die Jezus gevangen wilden nemen. En hij kreeg daar geld voor. Met dat geld heeft Judas een stuk land gekocht. En daar, op dat land, is hij gevallen. Hij viel zo hard dat zijn buik openscheurde en zijn ingewanden naar buiten kwamen. Iedereen in Jeruzalem heeft gehoord wat er gebeurd is. Ze noemen dat stuk land nu Akeldama. Dat betekent “bloedland”.

Petrus zei verder: Het moest zo wel aflopen met Judas. Dat staat al in de heilige boeken. In het boek Psalmen zegt David “Laat zijn huis leeg zijn, laat er niemand meer wonen.” Dat zijn woorden van de heilige Geest, die over Judas gaan. Maar in het boek Psalmen staat ook dit: “Laat een ander zijn werk gaan doen.”

Met de gruwelijke details er bij, vind ik deze passage meer aan belang winnen. Wellicht was het de bedoeling van de samenstellers van het lectionarium na het Concilie om de toehoorders niet al te hard te bruuskeren en werden de grofste verzen daarom weggeknipt. En zo blijft eigenlijk de aandacht vooral op Petrus en Mattias gericht.

Maar ik denk dat het zinvol is om, zéker met het gebed van Jezus in het evangelie van zonet in gedachten, wat langer stil te staan bij die figuur van Judas. Doorheen de eeuwen is Judas Iskariot het symbool bij uitstek geworden van een verrader, een onbetrouwbaar sujet dat helemaal gedreven wordt door het kwaad. Omdat de naam “Judas” ook verwijst naar “Jood”, is het in de loop van de eeuwen een argument geweest om onze broeders en zusters uit het jodendom te discrimineren en vervolgen als godsmoordenaars.

Nochtans zijn er in de loop van de eeuwen heel wat interessante theorieën opgedoken, vooral in de voorbije vijftig jaar, waar Judas niet als de slechtste, maar als één van de leerlingen die juist het meest in Jezus als de Messias geloofde. In de roman “Judas” van Amos Oz komen verschillende van die theorieën aan bod. Daar wordt ook een wat afwijkende tijdlijn in het verhaal verondersteld. Judas zou tot op het allerlaatst gehoopt hebben dat Jezus inderdaad van het kruis zou af komen om te bewijzen dat Hij inderdaad Gods Zoon was en zo het Rijk Gods duidelijk en definitief inluiden. Vanuit dat rotsvaste geloof in Jezus nam Judas dan ook de rol die de heilige boeken al eeuwen voorzegden op zich: één van zijn vrienden zou hem overleveren.

Judas was dan één van de weinige leerlingen die wél aan het kruis stonden en hoopte op een wonder. En het geld dat zijn verraad hem opbracht is niet meer in de tempel gegooid, maar er is een stuk grond mee gekocht dat achteraf als vervloekt werd beschouwd, volgens Lucas.

Wat kunnen wij vandaag met deze beschouwingen doen? Volgens mij is het meer dan een Bijbels weetje of een alternatieve bespiegeling op een figuur die in het verloop van Jezus’ levensverhaal een bijzondere sleutelrol speelde.

Volgens mij kan dit alles ons helpen om ook zelf te leren met grotere nuance en openheid naar mensen te kijken, zowel in het verleden als in het heden. De geschiedenis wordt zo goed als altijd door de overwinnaars geschreven. Maar het verhaal van elk individu in de grote en kleine geschiedenis van de mensheid kan ons helpen om met grote mildheid en eerlijkheid naar gebeurtenissen, woorden en daden te kijken.

Je zal mij niet horen zeggen dat “Judas nog de kwaadste niet was”, of “dat hij gewoon zijn bestemming volgde”. Want voor mij staat Judas in de eerste plaats symbool voor ons allemaal, die in goede tijden Jezus van harte volgen, heel wat van Hem verwachten, maar niet altijd op de meest integere of eerlijke manier met teleurstelling of niet ingeloste verwachtingen omgaan. En dan Jezus verraden. Misschien niet zo overduidelijk als Judas, of Petrus, toen Jezus gearresteerd werd. Maar wel in onze woorden, daden en gedachten.

Laten we daarom in deze tijd voor Pinksteren vurig bidden dat de heilige Geest in onze harten alle liefdeloosheid en duisternis verjaagt, zodat we in de waarheid aan de Vader toegewijd worden. Amen.

Homilie voor de 3e zondag van Pasen B – Abdijkerk Averbode – 15 april 2018


Lezingen:

Handelingen 3,13-15.17-19
Psalm 4,2.4.7.9
1 Johannes 2,1-5a
Lucas 24,35-48

Openingswoord en boeteritus met doopwater:

Genade en vrede voor U vanwege God onze Vader en onze Heer Jezus Christus.

Genade en vrede… Het zijn twee kernwoorden die in de lezingen van deze derde Paaszondag een sleutelrol spelen. We hebben allemaal nood aan Gods genade, we hunkeren allemaal naar  zijn vrede. Zeker in deze tijden, waarin oorlogstaal vaak klinkt uit de monden van wereldleiders. Laten we in deze viering bidden dat Gods genade en vrede in ons hart en dat van onze medemensen altijd weer winnen van hardheid en angst.

In deze Paastijd worden we door de besprenkeling met doopwater herinnerd aan ons doopsel, het moment waarop we voorgoed herboren zijn als Gods geliefde kinderen. Moge deze besprenkeling ons vervullen van de frisheid en vreugde van Gods genade.

*besprenkeling

*afsluitend gebed:

De almachtige God zuivere ons van zonden, en make ons waardig, door de viering van deze eucharistie, eenmaal deelgenoten te worden aan het gastmaal van zijn koninkrijk.

Homilie:

Broeders en zusters, Johannes begint het tweede hoofdstuk van zijn eerste brief met de nogal vreemde woorden “Vrienden, ik schrijf u met de bedoeling dat ge niet zoudt zondigen. Maar ook al zou iemand zonde bedrijven: we hebben een voorspreker bij de Vader, Jezus Christus.”. Had Johannes werkelijk de idee dat dank zij zijn brief mensen zouden ophouden met zondigen? Hoe vaak zijn brief ook is voorgelezen in onze kerkgemeenschappen, we moeten toegeven dat er nog werk aan de winkel is. Johannes ziet het als bewijs dat we God kennen, wanneer we ons houden aan zijn geboden.

Met andere woorden: als we niet zondigen, getuigen we met heel ons leven dat we God kennen, dat we Hem begrepen hebben. “Kennen” betekent hier trouwens veel meer dan verstandelijk begrijpen.

In de teksten van Johannes is “kennen” een vorm van innig liefhebben. Het is het begrijpen vanuit het hart, zoals mensen die al jarenlang een koppel vormen elkaar vaak zonder woorden begrijpen.

Kennen wij God? Begrijp ik God? Hoe weet ik dat? Wel, de tweede lezing van vorige zondag kan ons daar duidelijkheid in geven: daar hoorden we uit dezelfde brief voorlezen: “Willen wij God liefhebben en zijn geboden onderhouden, dan moeten wij ook Gods kinderen liefhebben. Dat is onze maatstaf. God beminnen wil zeggen zijn geboden onderhouden.”. En op de zesde Paaszondag zullen we twee hoofdstukken verder lezen: “Iedereen die liefheeft is een kind van God en kent God. (…) God is liefde.”

Ik geef toe: daarmee heb ik het misschien wel duidelijk, maar niet eenvoudig gemaakt. De liefde is soms een grote uitdaging, een alles verterende opdracht, een eervolle, maar veeleisende plicht. En tegelijk is het de kern van alle genadegaven van God en het ijkpunt om te begrijpen wat Hij van ons wil, wat het goede is en wat tegen zijn wil in gaat.

De allergrootste in de beoefening van de liefde was Gods zoon, Jezus Christus. Hij heeft zichzelf gegeven tot het uiterste toe. Hij verscheen na zijn lijden, dood en begrafenis aan zijn leerlingen, die Hem in de steek gelaten hadden. Hij overlaadt hen niet met verwijten. Hij is niet kwaad of verdrietig. Zijn boodschap is bevrijdend en schokkend: “Vrede zij met u.” Hij verklaart niet de oorlog aan zijn bange volgelingen, maar schenkt hen de vrede. Het Hebreeuwse woord voor vrede, schaloom, gaat niet zozeer om geen oorlog of geweld, maar om een situatie waarin alle rekeningen vereffend zijn, waarin niemand een ander nog iets schuldig is. Wanneer Jezus aan zijn leerlingen de vrede wenst, zegt Hij: “Het is goed nu. Jullie hebben niets goed te maken. Mijn liefde voor jullie is niet kleiner geworden.” Zo groot kan liefde zijn!

De laatste zin van de evangelielezing van deze zondag is misschien snel weer vergeten, maar hij is fundamenteel: “Te beginnen met Jeruzalem moet gij van dit alles getuigen.” De stad van God, de stad van vrede, die de Zoon van God aan het kruis heeft genageld, is de eerste toehoorder van het evangelie van de verrijzenis, het evangelie van de hemelse vrede. En van daar moet dit Goede Nieuws zich over de hele aarde verspreiden.

Wanneer aan het einde van deze eucharistieviering de aansporing klinkt “Gaat nu allen heen in vrede, alleluia”, is dat niet zomaar een teken dat het gedaan is, en dat we naar huis mogen. Het is een echte zending: “Gaat heen, en verkondig waar je ook gaat, de vrede van Christus, die we hier hebben ontvangen en aan elkaar hebben gewenst.” De Heer is uit de doden verrezen, Hij is aan zijn leerlingen verschenen, niet als een geest of een spook, maar als een boodschapper van vrede, van goddelijk leven, van hoop, maar bovenal van Gods liefde. En wij worden aan het einde van de viering als herauten van die liefde de wereld in gezonden.

Laten we in de week die begint eens extra aandacht schenken aan die zending. We mogen in Jezus’ naam vrede en liefde brengen in de wereld. Deze eretaak mogen we niet verwaarlozen. Het is Gods gebod: bemin uw naaste. Want God is liefde. Amen.

Homilie LBK Kerstviering 20 december 2017 – Sint Lambertuskerk Heverlee


Naar nagenoeg jaarlijkse traditie ging ik de woensdag voor de kerstvakantie voor in de LBK-kerstviering te Heverlee. Deze studentenkring houdt de mooie traditie om hun kerstfeest te beginnen met een eucharistieviering, waar ook steeds met een ad-hoc koor voor zeer stemmige muziek gezorgd wordt. Daar worden ook steeds de buurtbewoners en faculteitsmedewerkers (docenten en andere) bij uitgenodigd. In 2017 was ik er weer graag bij en bracht ik deze homilie mee.

lezingen:
Jesaja 7,10-14
Lucas 1,26-38

We hebben dit jaar een erg korte advent: zondag begint de vierde week van de advent, maar volgende maandag is het al Kerstmis.
In deze dagen voor Kerstmis lezen we in de kerkgemeenschap de Bijbelteksten die ons voorbereiden op die blijde dag. Door die lezingen worden we ook bevraagd.

Zijn wij klaar om Jezus te verwelkomen? Zijn wij klaar om Hem in onze armen te nemen?

En zijn wij klaar om Hem in de armen te vallen? Wanneer machteloosheid, eenzaamheid en tegenslag ons vertrouwen in het leven teistert, durven wij dan onze toevlucht nemen tot Jezus? Kunnen wij ons nog zo klein maken?

Wat mij opvalt in deze twee lezingen, en in veel andere Bijbelverhalen, is dat het initiatief niet bij de mens, niet bij ons, ligt, maar bij God.

Zelfs wanneer de profeet Jesaja koning Achaz uitnodigt om aan God een teken te vragen, doet hij dat eigenlijk al in naam van God.

En wanneer Achaz weigert om dat te doen, zelfs een zeer vroom tegenargument geeft, wordt hem ongevraagd een teken aangezegd: een jonge vrouw zal zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. Hij zal de naam Immanuel dragen. Dat betekent: God is ons nabij.

God wil ons tonen hoezeer Hij ons nabij wil komen. En niets zal Hem tegenhouden.

Ook Maria zat niet te vragen om een wonder, toen onverwacht de engel Gabriël haar het goede nieuws kwam brengen dat zij de moeder zou worden van de Zoon van God. Je zou kunnen stellen dat zij niet klaar was om Jezus te verwelkomen. Ze argumenteert zelfs tegen de engel in: ik heb geen man, hoe kan dat dan?

Maar ook hier is het tegenargument niet opgewassen tegen Gods wil: voor God is niets onmogelijk. Hij heeft ons, mensen, zó lief, dat Hij zich door niets laat tegenhouden om in ons midden te komen wonen.

Nu keer ik terug naar de vragen van in het begin: zijn wij klaar om Jezus te ontvangen? En zijn wij klaar om Hem in de armen te vallen?

Hebben we de openheid en het vertrouwen om God het initiatief te laten nemen om in ons leven binnen te komen, in ons hart te komen wonen en zo zijn liefde te tonen aan de hele wereld?

Zijn we bereid om Hem te verwelkomen en te volgen? Of zullen we Jezus diep in het stro van de kribbe ingraven, zodat we niet te veel geconfronteerd worden met wat zijn geboorte voor ons kan betekenen?

Aan het begin van het eucharistische gebed zullen we belijden wat Jezus voor ons kan betekenen: Hij is de Redder, een licht in onze duisternis, recht en gerechtigheid, kracht en genezing voor mensen zonder hoop in deze wereld.

Zijn komst nodigt ook ons uit om zo voor onze omgeving te zijn: mensen die licht, gerechtigheid en hoop brengen voor elkaar. Dat is wellicht het mooiste kerstgeschenk dat we elkaar kunnen aanbieden. Amen.

Homilie voor de 28e zondag door het jaar A


Abdijkerk Averbode – zondag 15 oktober 2017

lezingen:
Jesaja 25,6-10a
Filippenzen 4,12-14.19-20
Matteüs 22,1-14

homilie:

Broeders en zusters,
als ik de parabel beluister, die Jezus ons vandaag voorhoudt, krijg ik eerlijk gezegd een beetje de kriebels. Wanneer ik aan een bruiloftsfeest denk, komen bij mij namelijk eerder vrolijke en aangename beelden voor de geest. Het feest in dit verhaal kan ik niet bepaald leuk noemen: de gasten die weigeren te komen vermoorden eerst zelf de dienaren van de koning, worden op hun beurt zelf afgeslacht en hun stad wordt platgebrand. De andere gasten worden haast willekeurig van de straat geplukt. En wanneer de koning dan rondgaat in de feestzaal en zo’n willekeurige gast ziet die geen geschikt kleed draagt, spreekt hij hem wel aan met “vriend”, maar hij laat hem ook vastbinden en buitengooien in de duisternis. Met zo’n grimmige feest heb ik eigenlijk liever niet te maken.

Maar omdat Jezus zijn verhaal begint met de woorden “Het Rijk der Hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon”, geef ik het verhaal nog een tweede kans, ook in het licht van de andere lezingen.

De toehoorders van Jezus kenden de profetie van Jesaja over de maaltijd voor alle volken heel goed. Op de berg Sion, de tempelberg, wordt een overvloedige maaltijd aangericht. Een feestmaal dat de mensheid ten diepste toe zal veranderen: de sluier die over de volkeren ligt, die hen verblindt voor de waarheid over God, zal Hij verscheuren. De tranen zullen van alle gezichten worden afgewist. En iedereen zal zeggen: dát is de God, op wie wij hoopten: Hij heeft ons gered!

Paulus schrijft het op een andere manier in de brief aan de christenen van Filippi: “Ik kan alles verdragen, omdat de Heer mij kracht geeft.” Hij heeft doorheen zijn ervaringen als gelovige geleerd om de weldaden en de steun van God te ervaren en te herkennen. Hij heeft overvloed en gebrek gekend. En in beide situaties wist hij zich door God gedragen en bemind.

Als we vanuit dit perspectief naar de gelijkenis van Jezus kijken, krijgen we een nieuw inzicht in dit nogal grimmige verhaal: het bruiloftsfeest is Gods onnoemelijk rijke en gulle uitnodiging om zijn liefde te ontvangen en te beantwoorden. Net zoals bij de parabel van vorige zondag heeft Matteüs kritiek op zijn joodse volksgenoten, die de boodschap van de profeten naast zich neer leken te leggen en zich van hun verbond met God niet veel aan trokken. Deze kritiek is niet helemaal terecht, maar ze wil des te sterker laten zien hoe zeer Jezus de ultieme door God gezondene is. En dat wie in Jezus gelooft een nieuw, door God uitverkoren volk is, dat bij Hem minstens zo veel in aanzien staat als het oude volk.

De vraag dringt zich nu onvermijdelijk en glashelder op: wat doen wij vandaag? Zijn wij als de eerste genodigden? Trekken we ons eigenlijk, als het er op aankomt, niets aan van Gods uitnodiging en doen we gewoon verder met ons leven alsof Hij ons niet aan zijn goddelijke feestmaaltijd heeft uitgenodigd? Of zijn we als de gasten die door de dienaren van de straten geplukt zijn, goeden en slechten door elkaar? Of zijn we zoals die ene, die zich niet gekleed heeft voor de bruiloft? Dat wil zeggen: die wel zegt op de uitnodiging in te gaan, maar niets verandert, zich niet echt bekeert en de oude kleren gewoon blijft dragen. Of om het nog anders uit te drukken: die man in het foute kleed was als de gedoopte die zijn witte doopkleed, uitdrukking van het bekleed zijn met Christus, weer aan de haak hing en verder leefde als voorheen.

Broeders en zusters, wij worden, telkens weer, uitgenodigd om er bij te zijn op dat grote feest. En niet zomaar een feest: de bruiloft van Gods Zoon. En mocht u zich afvragen wie dan wel de bruid was: dat is de Kerk. En al wie gedoopt is, behoort tot de Kerk. Jezus Christus wil dus met ons allen, de hele kerkgemeenschap, gehuwd zijn. Hij belooft ons liefde en trouw. Wat is ons antwoord? Wat is uw antwoord? En hoe kan Hij dat in uw leven merken?

Laten we deze eucharistieviering beleven als een voorsmaak van die hemelse maaltijd. Laten we ons bekleden met die nieuwe mens, met het nieuwe bruiloftskleed, ons feestkleed. Dan zal de Koning ons zien aanzitten aan het feestmaal en zeggen: ’t is goed dat je er bij bent! Amen.


Bezoekers:

  • 116.301 pageviews

Archief

Follow De blog van Vincent on WordPress.com

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 211 andere volgers

Advertenties

%d bloggers liken dit: