Archive Page 2

Homilie voor de huwelijksviering van Remy Bellekens en Annelies Beyers


 

Op zaterdag 7 mei 2016 ging ik in de Parochiekerk OLV van Bezoeking en Bijstand te  Achterbroek voor in de huwelijksviering van Remy en Annelies, beiden zeer geëngageerd in de KLJ. Tijdens de sfeervolle viering mocht ik deze homilie uitspreken:

Lezingen:
Hooglied 2,8-10.14.16a;8,6-7a
Matteüs 19,3-6

Trouwen doe je met je hoofd en met je hart. En natuurlijk ook met elkaar.

Broeders en zusters, mensen zijn gelukzoekers. We streven naar wat ons en onze medemensen gelukkiger maakt, wat het leven mooi en aangenaam maakt. Vaak moeten we daar zelf hard voor werken, maar het gebeurt evenzeer dat het geluk ons in de schoot geworpen wordt, als een geschenk dat we niet verdiend hebben, waar we oeverloos dankbaar voor kunnen zijn.

Remy en Annelies leven allebei zowel vanuit hun hoofd als vanuit hun hart. Zij hebben ons hier vandaag uitgenodigd om getuige te zijn van hun huwelijk. Stijn en Laetitia zullen in ons aller naam straks naast dit bruidspaar staan om te horen hoe Remy en Annelies zichzelf aan elkaar geven en elkaar aanvaarden als man en vrouw.

Iemand aanvaarden als je echtgenoot… dat is geen kleine stap. Beste Remy en Annelies, jullie kennen elkaar nu al een hele tijd. Wat in de KLJ begon als een aangename samenwerking, krijgt vandaag een bekroning in een engagement met een perspectief op oneindig. Niet alleen maar omdat jullie voelen dat dit een zinvolle volgende stap is in jullie relatie, maar ook vanuit het bezinnings- en reflectieproces dat we naar deze dag toe samen hebben doorgemaakt.

Jullie huwelijksverhaal is op dit moment een nog bijna helemaal onbeschreven boek. De inleiding staat er al in, maar de inhoudstafel ga je tevergeefs zoeken. De schrijfstiften, dat zijn jullie zelf, met alle kleuren en lettertypes die je maar in je hebt. Je leven boeiend maken en houden, is iets dat je ook zelf in de hand hebt. Hoewel er natuurlijk altijd onverwachte avonturen, hopelijk vooral leuke, op jullie weg zullen te vinden zijn.

Iemand aanvaarden als je echtgenoot… dat houdt in een christelijk huwelijk ook in dat jullie zich door God laten verbinden tot een eenheid die geen mens scheiden mag of kan. In tijden als de onze, waarin engagementen op langere termijn bijna een taboe lijken geworden te zijn, is dat een krachtig signaal van vertrouwen en idealisme. Ongetwijfeld hebben jullie juist die twee eigenschappen ook op de KLJ leren kennen en appreciëren. In een jeugdbeweging een engagement opnemen, en zeker als dat bovenlokaal is, vraagt heel wat vertrouwen en idealisme. Jonge mensen durven uitdagen om zich in te zetten voor hun medemensen, voor een boeiende en leuke vrijetijdsbesteding is een dienst aan onze samenleving die vaak nog geweldig onderschat wordt.

Iemand aanvaarden als je echtgenoot… dat doe je in de eerste plaats met je hart, waar de liefde brandt die nodig is om de ander te accepteren, soms zelfs meer dan dat hij of zij zichzelf al heeft geaccepteerd. Maar je doet het ook met je hoofd, vanuit wat je over en van elkaar weet.

Vanaf vandaag vormen jullie een éénheid, een gezin. Door te trouwen vragen jullie de erkenning,  het respect en de steun van de samenleving en in het bijzonder van onze geloofsgemeenschap. Wij aanvaarden jullie als man en vrouw, als gehuwden.

Aanvaard worden als echtgenoot… dat is meer dan ooit mogen thuis zijn bij je allerliefste. Het is mogen ervaren en beseffen dat je bemind bent, dat je echt mag zijn wie je bent. Het is meer dan wat we tegenwoordig zo goedkoop “respect” noemen: het tolereren van je aanwezigheid. Aanvaard worden als echtgenoot betekent dat de ander voor jou kiest, dat jij haar of zijn uitverkorene bent, bemind om wie en wat je bent, zoals je bent. Zonder voorwaarden of restfracties. Het is de liefdevolle blik van God, die door de ogen van je allerliefste straalt en jou uitnodigt, ja uitdaagt om met zo’n liefdevolle blik naar je medemensen te kijken.

Beste Remy en Annelies, ik wens jullie toe dat wat er vandaag in deze huwelijksviering wordt gezegd en gedaan in jullie hoofd en jullie hart een blijvend merkteken van liefde en inspiratie zet. Dat het een krachtbron moge zijn om doorheen alle dagen van jullie toekomst, mooie zowel als moeilijke, de goede weg van de liefde te zoeken, te vinden en te volgen. Amen.

Advertenties

Homilie voor de 2e zondag van Pasen C


 

Uitgesproken in de abdijkerk te Averbode op zondag 3 april 2016.

lezingen:
Handelingen 5,12-16
Apokalyps 1,9-11a.12-13.17-19
Johannes 20,19-31

inleidingswoord:

Broeders en zusters, hartelijk welkom om samen de tweede zondag van Pasen te vieren. De vreugde om de verrijzenis van Jezus Christus en de barmhartigheid van God brengen ons hier vandaag samen. Deze zondag draagt namelijk naast “Beloken Pasen” ook te naam van “Zondag van de goddelijke barmhartigheid”. In dit bijzondere jubeljaar van de goddelijke barmhartigheid worden we uitgenodigd om ons bewuster te worden van de goedheid en menslievendheid van God. Zo worden we opgeroepen om zelf met liefde en barmhartigheid onze medemensen te tonen hoe nabij de Heer ons wil zijn.

 

homilie:

Broeders en zusters, wie hebben de leerlingen in hun midden gezien? Wat is de betekenis van wat de apostelen beleefd hebben? En wat kan dat voor onszelf betekenen? Dat zijn de vragen die ik mezelf stelde toen ik over de lezingen van deze zondag nadacht.

We horen dit evangelie elk jaar voorlezen, waardoor we misschien een beetje gevoelloos zijn geworden voor de stuitende boodschap die er in zit.

Jezus verschijnt te midden van zijn bange leerlingen. En zijn eerste woorden zijn: “vrede zij u”. Niet “awel, lafaards, waar waren jullie toen Ik jullie het hardste nodig had? Mooi stelletje leerlingen zijn jullie. Allemaal afgedropen en gevlucht en nu als bange wezels in een zaaltje samenhokken in de hoop dat het toch nog goed komt…” Is Goede Vrijdag dan vergeten? Of de verlatenheid en doodsangst van Jezus in de Hof van Olijven?

Als we even terugkeren naar die avond en die verschrikkelijke dag, en we bekijken die in het perspectief van wat er voorheen in het leven van Jezus gebeurde, zien we een totale omwenteling: de man die weldoende rondging en zieken en kwalen genas, zonden vergaf en vreugde bracht, zit in doodsangst te wenen in de tuin van Getsémane. De man die de pijn verlichtte van wie al jaren gebukt ging onder kwalen en discriminatie, lijdt zelf pijn, wordt gegeseld, bespot en gedood. Hij die barmhartig was zoals zijn Vader in de hemel, had toen de barmhartigheid van de mensen nodig. Maar Hij kreeg ze niet. Hij neemt alles op zijn onschuldige schouders, draagt het, strompelend en vallend, naar Golgota en laat zich daar met onze zonden en lasten kruisigen. En zo vernietigt Hij onze schuld. Hij kondigt door zijn leven en lijden de genade van God af, zoals het door de profeet Jesaja voorzegd is, de passage die Jezus zelf voorlas in de synagoge. Hij breekt de sloten en stelt de beveiligingen in vraag, Hij slaat een bres om de stortvloed van Gods barmhartigheid in de wereld, in onze harten, binnen te laten stromen. Paus Franciscus zei vorige week nog: “De barmhartigheid van onze God is oneindig en onuitwisbaar; en wij drukken de dynamiek van dit mysterie uit als een “steeds grotere” barmhartigheid, ik zou zeggen, barmhartigheid die onderweg is, barmhartigheid die alle dagen middelen zoekt om een stap vooruit te gaan, een kleine stap vooruit, vooruit op de onbekende grond van onverschilligheid en geweld.”

God overdrijft door een steeds grotere barmhartigheid. Hij geeft zich helemaal in zijn geliefde Zoon.

En die geliefde Zoon is het die in het midden van de apostelen staat en hen de vrede wenst. In de Bijbel betekent vrede meer dan “geen oorlog”. Het is een situatie waarin alle onevenwicht opgelost is, de schulden zijn vereffend.

En die genade schenkt Jezus aan zijn apostelen: Hij blaast over hen, schenkt hen de heilige Geest, en vertrouwt hen het dienstwerk van de vergeving van de zonden toe. Die vergeving is de meest intense ontmoeting met Gods barmhartigheid, die alles herstelt en aan de mens zijn oorspronkelijke waardigheid terugschenkt. Als we naar God terugkeren van dwaalwegen, dan staat Hij ons zoals in de parabel van de verloren Zoon, op te wachten, niet om ons als dienstknecht, maar als geliefd kind op te nemen.

Deze Jezus is volgens de Apokalyps de Eerste en de Laatste, de Levende. Hij die gestorven was, maar lééft in de eeuwen der eeuwen. Hij heeft de sleutels van de dood en het dodenrijk. Met andere woorden: wat er ook met ons gebeurt: Hij is ons nabij, meer dan we ooit hadden durven hopen. Hij blijft als een wig de deur naar het Koninkrijk van God open houden.

Jezus toont ons de barmhartigheid van de Vader, door de weg naar Hem steeds weer open te maken. Als we straks de hymne voor het jubeljaar weer zingen, dan mogen we vervuld zijn van dankbaarheid om die barmhartigheid en nabijheid.

Paus Franciscus noemde die barmhartigheid een bron van vreugde, gemoedsrust en vrede. Als we dit op deze zondag in onze overweging mogen meenemen, vertrouw ik er op dat de heilige Geest ons kan helpen om in deze tijden van onzekerheid, onverdraagzaamheid, haat en angst de goede houding en woorden helpt te vinden om Gods Rijk zichtbaar en voelbaar te maken voor alle mensen rondom ons. Amen.

voorbede:

Broeders en zusters, laten we ons toevertrouwen aan Gods barmhartigheid en bidden voor wat onze kerkgemeenschap en ons allen ter harte gaat.

Voor alle gedoopten, in het bijzonder voor wie zich voorbereiden om in deze Paastijd het Vormsel of de eerste Communie te vieren. Dat de heilige Geest ons allen tot vrijmoedige en aanstekelijke getuigen maakt van Jezus’ verrijzenis. Laat ons bidden.

Voor slachtoffers van haat, geweld, terreur of discriminatie. Dat hun lijden niet ongezien blijft, maar anderen oproept tot daden van vrede en barmhartigheid. Laat ons bidden.

 

Voor de hulpbisschoppen Leon Lemmens en Jean Kockerols, die 5 jaar geleden gewijd werden. Dat de Heer hun dienstwerk in ons aartsbisdom zegent en goede vruchten doet voortbrengen. Laat ons bidden.

Voor de mensen om wie we bezorgd zijn en de intenties die aan ons werden toevertrouwd. Dat de vreugde van Pasen alle mensen vrede en geluk zal brengen. Laat ons bidden.

Liefdevolle en barmhartige Vader, laat uw overvloedige goedheid altijd onze hoop zijn. Maar ons bereid om uw liefde steeds weer gestalte te geven in woord en daad, zoals het ons is voorgedaan door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Homilie voor de kerstviering van de LandBouwKring 2015


Naar jaarlijkse traditie ging ik op woensdag 16 december 2015 voor in de kerstviering van de LBK in de Sint-Lambertuskerk te Heverlee.

Lezingen:
Jesaja 11,1-11      De twijg uit de stronk van Isaï
Lucas 7,18b-23    Zijt Gij de komende, of hebben wij een ander te verwachten?Vredestekst          (Lore Debaye)

Beste mensen,

Johannes de Doper stelt vandaag via zijn leerlingen vanuit de gevangenis een prangende vraag aan Jezus: “Zijt Gij de Komende, of hebben we een ander te verwachten?”. Op het eerste zicht lijkt deze evangelielezing niet zo veel met Kerstmis te maken te hebben. Toch wordt zij op deze dag in heel de kerkgemeenschap voorgelezen. In deze laatste dagen van de advent zal stilaan steeds meer het accent liggen op het geboorte verhaal van Jezus. Maar voor dat we daar aan toe zijn, brengen de lezingen van de advent ons bij het geheel van Jezus’ leven, optreden en leer.

Het valt op hoezeer de advent in onze samenleving steeds meer weggedrukt wordt door een veel te vroeg opgeklopt en uitgehold idee van Kerstmis. Mensen willen niet meer uitkijken-naar, maar meteen al volop in de feeststemming staan, in de hoop dat hun twijfelen, hun pijn, hun leegheid dan een beetje overstemd kan zijn. De duisternis wordt zo veel mogelijk verjaagd door lichtjes, zo veel en zo spetterend mogelijk. De advent als voorbereidingstijd op Kerstmis, kiest voor de trage aanpak: één kaarsje per week komt er bij… op een trage, maar duurzame manier wordt de duisternis bestreden. Met minstens zoveel succes. Want de advent leert ons geduld te oefenen, te wachten en uit te kijken naar Jezus. Want kern van de vraag blijft ook voor ons actueel: is Jezus Degene naar wie de wereld uitkijkt? Is Hij het antwoord op de diepste vraag naar verbondenheid, met elkaar en met God? Is Hij de Zoon van God, die naar ons gezonden wordt om Gods liefde openbaar te maken? En hoe zouden we dat dan kunnen zien?

De profeet Jesaja schreef eeuwen eerder in een soort orakel hoe we zouden kunnen merken dat de redding, die de wereld nodig heeft, aangebroken is: rechtvaardigheid en vrede. De rechtvaardigheid komt voor de verdrukten rechtvaardigen als een boodschap van vreugde en erkenning. Maar voor de verdrukkers en de onrechtvaardigen zullen de woorden van de rechter als striemende zweepslagen neerkomen: ze zullen niet ontkomen aan de waarheid van hun wandaden.

De vrede die de Messias brengt, klinkt in onze oren als een utopie. (En voor LBK-ers misschien ook wel wat toepasselijk) De wolf woont samen met het lam, de panter en het geitje vlijen zich naast elkaar neer, kalf en leeuwenjong eten samen gras. Koe en berin (niet koe en boerin! onze lezers hebben het goed gezegd) hebben vriendschap gesloten. En kleine kindjes kunnen zonder gevaar spelen bij de slangen en de adders. Ergens anders schrijft Jesaja: zwaarden worden omgesmeed tot ploegijzers, van lansen maakt men sikkels. Nergens wordt kwaad nog met kwaad vergolden.

Jezus zelf geeft een ander antwoord, dat eveneens wordt gezien als een vervulling van de profeten: blinden zien, lammen lopen, doven horen en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd.

Daar hebben wij in onze tijd evenzeer nood aan als de mensen in Jezus’ tijd: ook in onze tijd zijn mensen blind voor het lijden van hun medemensen, verlamd door angst en onmacht, doof voor het evangelie van Gods liefde, arm in sociaal of spiritueel opzicht. Ook vandaag hebben we nood aan iemand die onze duisternis komt doorbreken met licht. En het evangelie leert ons wie dat is: Jezus Christus.

Laten we daarom ook dit jaar Kerstmis vieren. Niet omdat het een gewoonte is, niet omdat we daarmee op een kunstmatige manier onze duisternis eventjes kunnen vergeten. Maar omdat Kerstmis inderdaad het aanbreken betekent van hoop die uiteindelijk niet stukgemaakt kan worden. Want Gods liefde krijgt het laatste woord. En het begint niet spectaculair en opgeklopt, maar heel bescheiden en klein: met een klein kindje, in een koude stal, in een kribbe, zonder poespas, zonder weelde. Maar met overdonderend veel hoop.

Homilie voor de 29e zondag door het jaar B


Op zondag 18 oktober 2015 ging ik voor in de eucharistieviering van de abdijgemeenschap. De lezingen brachten me bij deze woorden: 

lezingen:

Jesaja 53, 10-11
Hebreeën 4,14-16
Marcus 10,35-45

gezangen:

ZJ 572         De aarde is vervuld
Psalm 33
ZJ 550         Welzalig wie Gods rechte wegen gaan

openingswoord en schuldlitanie:

Beminde broeders en zusters,hartelijk welkom om op deze zondag eucharistie te vieren met onze abdijgemeenschap. In het bijzonder verwelkomen we de deelnemers aan het jongerenweekend en de catechese op zondag.

Vandaag brengen we God dank voor het voorbeeld dat zijn Zoon voor ons is in liefde en nederige dienstbaarheid. Hij is onze gastheer, Hij is het die ons bedient. Laten we ons hart klaarmaken voor deze ontmoeting en ons aan zijn barmhartigheid toevertrouwen.

Heer Jezus, Gij zijt niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Open onze ogen voor de noden van onze medemensen. Heer, ontferm U over ons. Kyrie eleison.

Heer Jezus, Gij wilt dat de ene mens niet met ijzeren vuist regeert over de andere. Beweeg ons hart tot vriendelijkheid en mededogen. Christus, ontferm U over ons. Christe eleison.

Heer Jezus, Gij zijt onze Hogepriester bij de Vader. Spreek voor ons ten beste en voel mee met onze zwakheden. Heer, ontferm U over ons. Kyrie eleison.

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven. Amen.

homilie:

Broeders en zusters, ik herneem enkele zinnen uit de lezingen die we zonet gehoord hebben:

Uit de profeet Jesaja: “De Heer heeft besloten zijn dienaar te vernederen en hem te doen lijden. (…) Na zijn lijden zal hij het licht zien en verzadigd worden. Door zijn zwoegen zal mijn rechtvaardige dienaar velen rechtvaardigen.” (Jesaja 53,10-11)
Uit Psalm 33: “Het is God die zijn dienaars bewaakt, hen die op zijn gunst vertrouwen, dat Hij hen redden zal van de dood.”
Uit de Hebreeënbrief: “Wij hebben een Hogepriester die in staat is mee te voelen met onze zwakheden. Hij werd zelf op allerlei manieren op de proef gesteld, precies zoals wij, afgezien dan van de zonde.”
Uit het Marcusevangelie: “Zijt ge in staat de beker te drinken die Ik drink en met het doopsel gedoopt te worden waarmee Ik gedoopt word? (…) De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en om zijn leven te geven als losprijs voor velen.”

Met deze citaten bij elkaar, zie ik een belangrijke rode draad, die soms erg moeilijk te vatten valt. Als ik daarnet tijdens de catechese op zondag sprak over God die liefde is en nu deze woorden klinken, dan lijkt het wel alsof er een heel ander akkoord klinkt in de lieflijke melodie van daarstraks. Hoe kan een God, die liefde is, nu verlangen dat zijn Zoon lijdt? Hoe kan een liefdevolle Vader zijn geliefde Zoon beproeven? Waarom heeft de Vader niet verhinderd dat Jezus aan het kruis geslagen werd?

Deze vragen zijn voor mij niet eenvoudig te beantwoorden. Ik zou me er met enkele clichés en theologische gemeenplaatsen vanaf kunnen maken, maar dat wil ik juist vermijden. Door de jaren heen heb ik met deze woorden geworsteld. Helemaal klaar ben ik er nog lang niet mee. Maar ik gun u graag even een blik in wat ik er tot nu toe van heb kunnen maken.

In de psychologie en de pastoraal zegt men dat “waarom?” een vraag is die beter niet gesteld wordt. Een waarom-vraag roept de ander op tot verdediging door middel van argumenten. Je krijgt geen echte, diepe dialoog, maar een defensieve tactiek of iemand die zich in het nauw gedreven voelt.

Daarom ga ik mijn vraag van zonet anders stellen: “Wat betekent het dat Jezus heeft geleden als losprijs voor velen en dat de Vader dit heeft laten gebeuren, ja zelfs gewild heeft?”

De beker waar Jezus het over heeft, is niet de feestelijke wijnbeker, de beker van de vreugde en de overvloed. Het is de beker van de straf, van de verlatenheid en de ballingschap. In het Oude Testament wordt de ballingschap de “beker van Gods woede” genoemd. En wanneer God zijn volk laat terugkeren uit Israël worden er worden gebruikt als “de Heer heeft de losprijs voor zijn volk betaald en hen vrijgekocht”.

Jezus spreekt bij het Laatste Avondmaal over de beker van zijn bloed, van het Nieuwe Altijddurende Verbond, vergoten voor velen. Een beker die zijn leerlingen drinken (van velen is het bloed vergoten omwille van hun geloof en leerling-zijn), maar vooral een beker die Jezus zélf drinkt, tot op de bodem. Jezus besefte dat Hij, als Hij trouw zou zijn aan zijn zending, dit met zijn leven zou bekopen en veel zou moeten lijden.

Vond God dat dan leuk? Zat God met een spreekwoordelijke zak popcorn geamuseerd toe te kijken toen zijn Zoon aan het kruis hing te sterven? Dat kan ik niet geloven. Veel schrijnender is het dat veel van de omstaanders wél vooral de amusementswaarde van de Gekruisigde zagen en niet de ongeziene betekenis en kracht die er van dat gebeuren uitging.

Wat vond God er van? Wel, ik denk dat we niet veel verder moeten zoeken dan wat er bij Jezus zelf gebeurde: Hij leed. Hij nam alles op zich. Hij deed het niet voor zichzelf maar voor ons. Dàt is voor mij een van de belangrijkste kernbetekenissen van het Kruis. God doet alles wat maar denkbaar is om aan zijn geliefde mensen te tonen hoeveel Hij van hen houdt. Desnoods neemt Hij het risico om aan het kruis te eindigen. En dan komt Hij opnieuw tussenbeide: want op de derde dag krijgt het Leven het laatste woord.

Sinds ik dat heb ingezien vraag ik me niet meer zozeer af waarom God dat liet gebeuren. Ik ben veeleer dankbaar dàt het is gebeurd. En ik ben dankbaar dat mensen mij het geloof in Jezus Christus hebben verkondigd en voorgeleefd, zodat ik bewust kan leven vanuit dat besef: Hij is voor mij gestorven. Hij is voor mij door de pijn en de dood gegaan om mij te tonen dat Liefde altijd het laatste woord krijgt. Niet de zonde, niet de onverschilligheid, niet de dood. De liefde. Hij heeft getoond dat mijn zonden ook op Zijn schouders liggen. En zo nodigt Hij mij uit om een beter leven te lijden, elke dag opnieuw.

Johannes en Jakobus lijken het helemaal niet begrepen te hebben. In het Matteüsevangelie is het zelfs de moeder van deze twee apostelen die de vraag aan Jezus stelt voor hen. “Geef ons, als U in uw glorie bent gekomen, een plaats aan uw linker- en rechterhand.” Hoe ironisch is het dat die plaatsen aan het kruis uiteindelijk niet voor zijn vrienden, maar voor twee rovers voorbestemd bleken te zijn. Zijn leerlingen hadden Hem verlaten, in de steek gelaten. Als er roem te rapen valt, zien ze er als de kippen bij, maar als de knuppels en de speren verschijnen in de Hof van Olijven, maken ze dat ze weg zijn.

Jakobus en Johannes zaten nog helemaal vast aan het oude idee dat de Messias zou komen om te regeren, om die ellendige Romeinen het land uit te jagen en een Godsrijk te stichten dat Israël tot de machtigste natie van de wereld zou maken. Een natie waar andere volkeren voor zouden knielen.

Jezus maakt duidelijk dat God zo helemaal niet wil zijn. Hij die het meest pure en duidelijke beeld van God was, is voor zijn leerlingen op zijn knieën gaan zitten en heeft hen de voeten gewassen. Hij heeft melaatsen aangeraakt en bezetenen bevrijd. Hij woonde als een gewone mens tussen de gewone mensen. Dat moet heel ergerlijk geweest zijn voor hen die totaal andere verwachtingen hadden.

Hoe ironisch is het dan ook dat in het evangelie van volgende week (ik zal het u al verklappen) een blinde wordt genezen. Bij Matteüs zijn het er zelfs (en niet toevallig) twee. De twee blinde leerlingen worden door die genezing geconfronteerd met hun beperktheid van denken. Hopelijk hadden ze het dan door.

En wij? Hebben wij het door? Begrijpen wij nu waar het bij Jezus om ging? Hopelijk konden deze gedachten u alvast weer één stapje vooruit helpen. Moge het kruis voor ons niet de verwijzing zijn naar een bloeddorstige, wraakzuchtige god, maar ons de weg wijzen naar de liefdevolle en barmhartige God, die zelfs bereid is om zélf te lijden om zo te tonen wat echte liefde is. Amen.

Voorbede:

Laten wij onze gebeden nu toevertrouwen aan God, die liefde is.

Voor allen die verantwoordelijkheid en macht hebben over medemensen. Dat ze als goede herders en liefdevolle vaders onzelfzuchtig het welzijn van allen behartigen. Laat ons bidden.

Voor slachtoffers van machtsmisbruik en manipulatie. Dat ze erkenning krijgen voor het onrecht dat hun is aangedaan en dat ze waarachtige troost en hulp krijgen. Laat ons bidden.

Voor al wie zich dienstbaar inzet voor haar of zijn medemensen. Dat hun dienstwerk hun verbondenheid met Jezus Christus, de dienaar bij uitstek, versterkt. Laat ons bidden.

Voor de deelnemers aan het jongerenweekend en aan de catechese op zondag. Dat het zoeken naar inspiratie en verdieping vreugde en verbondenheid brengt. Laat ons bidden.

Voor de intenties van de abdijgemeenschap, voor de intenties die ons zijn toevertrouwd, [in het bijzonder voor….] en voor de intenties van allen die in deze abdijkerk komen bidden. Laat ons bidden.

Goede God, om onzentwille heeft uw Zoon zich belast met onze schuld en het lijden op zich genomen om allen te rechtvaardigen. Beziel ons met zijn gezindheid; dat wij bereid zijn ook de last van anderen te dragen zoals Hij heeft gedaan: de dienaar van ons allen, Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Homilie voor de huwelijksviering van Lech Schelfout en Greet Vantieghem


In de stemmige Sint-Petruskerk te Kerkem-Maarkedal zegende ik op zaterdag 5 september 2015 het huwelijk in van Greet Vantieghem en Lech Schelfout, een oud-klasgenoot uit het middelbaar. Behalve een bescheiden muzikaal intermezzo, verzorgde ik er natuurlijk ook de homilie:

Lezingen
1 Korintiërs 13, 1-13     Het hooglied van de liefde
Lucas 10, 25-37             De parabel van de barmhartige Samaritaan

Homilie

De liefde is niet zelfzuchtig, schreef Paulus aan de christenen van Korinte. Ze is geduldig en vol goedheid. Ze verheugt zich niet over het onrecht, maar vindt vreugde in de waarheid.

Een goede school om onzelfzuchtigheid, goedheid en gerechtigheid te leren is bijvoorbeeld een jeugdbeweging. We gaan hier de discussie niet aan of dat nu scouts of chiro of een andere jeugdbeweging moet zijn… we willen het gezellig houden. Wat je er in elk geval leert, en dat geldt voor zover ik weet in alle jeugdbewegingen, is dat mensen maar echt mens zijn als ze met elkaar verbonden zijn en elkaar steunen en helpen.

Jezus krijgt in de evangelielezing die we voor deze huwelijksviering kozen 2 vragen: “Wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?” en “Wie is mijn naaste?” De antwoorden zijn niet meteen wat we zouden verwachten…

Eerst kaatst Jezus de bal terug naar de wetgeleerde: komaan, dat weet je toch zelf? Het is je eigen corebusiness.

Het tweede antwoord kennen we. We hebben dit verhaal al zo vaak gehoord. De uitdrukking “een barmhartige Samaritaan” is eveneens gemeengoed.

En toch… mag ik u uitnodigen om eens met een nieuwe aandacht naar het verhaal te luisteren? Want één van de belangrijke boodschappen van het leven van Greet en Lech zit er in vervat.

Een man wordt door rovers overvallen, beroofd van goederen en kleren, mishandeld en voor dood achtergelaten. Het slachtoffer is hulpeloos en eigenlijk ook ten dode opgeschreven. Wie in dat klimaat in die toestand een tijdje ligt te zieltogen, haalt de volgende ochtend niet. Zijn aanwezigheid alleen al is een schreeuw om hulp.

De priester en de Leviet staan symbool voor de mensen die zichzelf zien als “zij die in orde zijn”. Ze onderhouden de Wet, met alle regels en geboden, nauwkeurig en voorbeeldig. Ze zijn bedienaars in de tempel en worden door het volk met eerbied en ontzag behandeld.

En toch, met al hun kennis van de Schrift, doen ze iets dat de wenkbrauwen doet fronsen: ze lopen met een boog om de man heen. Want ze zijn er heilig van overtuigd dat rituele reinheid voor God belangrijker is dan daadwerkelijke naastenliefde. Ze willen bij God kunnen zijn in de tempel, in hun gebed. De medemens is voor hen van bijkomstig belang.

De man die een naaste van het slachtoffer blijkt uitgerekend de mens te zijn die voor de wetgeleerde, maar ook voor de priester en de Leviet, een buitenstaander is, die zéker niet met God in orde kan zijn. De Samaritanen hebben op een bepaald moment een eigen tempel gebouwd op de berg Gerrizim. De joden beschouwden hen niet meer als volksgenoten, want zij erkenden enkel de tempel te Jeruzalem.

De haat zat erg diep. Het valt bijvoorbeeld op dat de wetgeleerde zelfs het woord “Samaritaan” niet over zijn lippen krijgt als hij Jezus’ vraag beantwoordt.

Als je Jezus’ antwoord en de vraag aan het einde goed beluisterd, merk je dat Hij de vraag van de wetgeleerde omdraait: de vraag moet niet zijn “Wie is mijn naaste?”. De vraag moet niet zijn welke grenzen ik mag stellen aan mijn naastenliefde om toch “in orde” te zijn. De vraag is: voor wie kan ik een naaste zijn? Wie heeft mijn solidariteit nodig? Wie is er in nood, in de problemen?

De recente actualiteit kan ons een heel wrange bril geven om deze parabel te herlezen: terwijl zo veel mensen in nood zijn, zitten wij ons af te vragen: “zijn al die vluchtelingen onze naaste?” “Hebben zij wel recht op onze hulp?” enzovoort.

Vanuit deze parabel zou de vraag moeten zijn: “Aan wie kunnen we hulp bieden?” De man die door rovers overvallen was, had geen recht op hulp. Het is geen kwestie van rechten. Het is een kwestie van noden.

Het is hoopgevend en hartverwarmend om te horen en te zien hoe veel mensen met kleine, maar daadwerkelijke initiatieven proberen om te antwoorden op die tweede vraag. Ze proberen mensen te vinden om voor hen een naaste te zijn.

En vaak zijn het niet de succesvolle en gevestigde mensen die dit doen, maar mensen die vanuit hun eigen ervaring goed weten dat deze vluchtelingen dit broodnodig hebben: mensen die het zelf niet breed hebben, maar ook migranten en vluchtelingen die al langer hier zijn. Zij die in de ogen van veel van onze landgenoten hedendaagse Samaritanen zijn: outcasts, die er nooit helemaal bij zullen horen. Zij zijn ons voorbeeld.

Lech en Greet, met de keuze voor deze evangelielezing, hebben jullie ons een boodschap en uzelf een programma aangereikt. Vanuit jullie ervaringen en engagementen was dit als het ware dé vanzelfsprekende tekst om op dit moment voor te laten lezen. Dit in praktijk brengen als gehuwden, als gezin, is geen gemakkelijke opdracht. Het zal inzet, maar ook een gezond gevoel voor evenwichten en grenzen van jullie vragen. Want ook je wederhelft, en later jullie kinderen, zijn bij uitstek mensen voor wie jullie ‘naaste’ kunnen en moeten zijn. Dat is jullie roeping. Moge God jullie in dit engagement altijd zegenen en gelukkig maken. Want de echte liefde is te vinden waar mensen met open hart en open handen voor medemensen klaar staan. Amen.

Homilie voor de huwelijksviering van Seppe Vleminckx en Cathy De Backer


In een zonnig Lillo trouwden op zaterdag 29 augustus 2015 mijn oud-klasgenoot Seppe Vleminckx en Cathy De Backer. Tijdens de stemmige viering sprak ik er deze homilie uit, met als achterliggend thema de zes kruiken wijn op de bruiloft van Kana.

Lezingen:
Tobit 8, 5-10
1 Korintiërs 12, 31-13-8a
Johannes 2,1-11

 

Homilie

Niets is vanzelfsprekend in het leven, niets komt er zomaar, zonder dat er iemand moeite voor moet doen. Dat is zo wanneer het om de gewone basisbehoeften als eten en drinken gaat, maar ook en vooral als het om de liefde gaat. Wat wij hier vandaag samen komen vieren, is geen go-with-the-flow-gebeuren. Het gaat om een sprong, een keuze, een engagement.

Broeders en zusters, het huwelijk is één van de mooiste en ontroerendste engagementen die een mens op zich kan nemen. Het begint met een – hopelijk – mooie en sfeervolle trouwdag en prachtige wittebroodsweken. Samen bouw je verder je gezin en je thuis uit. En na een tijdje verwelkom je kinderen om in jullie liefde te laten delen. Naarmate de kinderen groeien, groeit ook de uitstraling en invloed van een gezin naar de omgeving, want ook zij bouwen een sociaal leven op. Zo groeit een gezin als een kleine eenheid van twee mensen uit tot een bouwsteen in onze samenleving. Zo zet die prachtige traditie van huwen en samen door het leven gaan zich verder, generatie na generatie.

Trouwen, daar begin je niet zomaar aan. Daarmee bedoel ik meerdere dingen.

Ik zou er zes willen aanstippen.

Ten eerste is het belangrijk dat je samen goed nadenkt of dit inderdaad is wat je wil doen. En ik kan u geruststellen: samen met Seppe en Cathy heb ik er urenlang over gepraat en dat zit helemaal goed.

Ten tweede is er het gegeven dat mensen niet “zomaar” met elkaar trouwen. Trouwen is niet vanzelfsprekend. Mensen voelen zich er toe geroepen om te trouwen. Anderen dan weer niet. Trouwen betekent dat je bereid bent de ander als levens- en lotgenoot te aanvaarden, als levenspartner. En dat jij accepteert en apprecieert dat de ander jou ook zo aanvaardt. Misschien nog meer dan je jezelf kunt aanvaarden.

Ten derde betekent het dat je redenen hebt om met die bepaalde persoon te trouwen. En toch is het geen goed idee om aan iemand te vragen “waarom?”, want het mysterie van de liefde is zo ongrijpbaar dat je, wanneer je zou proberen om het in woorden uit te drukken, die woorden als gebroken scherven voor je voeten zouden neervallen. De liefde laat zich niet in woorden of argumenten gieten. Maar je kan ze zien en voelen, in heel grote en in heel kleine dingen.

Ten vierde markeert een huwelijk ook de bijzondere betekenis van dit gebeuren. De kerkgemeenschap rekent het huwelijk onder de zeven sacramenten, onder de zeven tekens die in onze geloofsgemeenschap beleefd worden als momenten waarop God op een heel bijzondere manier bij ons wil zijn en ons de kracht wil geven om te leven, ten volle. Je schenkt in het huwelijk jezelf aan de ander, maar eigenlijk krijg je vanuit een ander perspectief de ander van God cadeau.

Ten vijfde betekent “trouwen doe je niet zomaar” dat je huwelijk begint met een bijzonder moment, een plechtigheid of een viering om het verschil met je leven daarvoor te markeren. Zoals in de eerste lezing Tobias en Sara samen bidden om Gods zegen over hun huwelijk, zo zitten Seppe en Cathy hier in ons midden.

Ten zesde betekent trouwen ook feesten. Ik hoor u al denken, hoe zit het nu met die wijn? Wel, voor wie daar al de hele tijd aan zit te denken: hij was op. De hoeveelheid wijn die het echtpaar had voorzien was voor de gasten blijkbaar niet voldoende gebleken. Maar als Jezus welkom is op het feest, dan gebeurt er iets eigenaardigs. Zes enorme kruiken water blijken in wijn veranderd te zijn. Ooit rekende ik uit dat voor een gemiddeld trouwfeest die zes kruiken wijn (zo’n achthonderd flessen), een surplus van vier en een halve fles per persoon betekenden bovenop wat de gasten voordien al gekregen hadden. Zonder zwanzen: veel feesten is er dan niet meer aan, vrees ik.

Als je op zoek gaat naar de bedoeling van dat teken, in plaats van in de letterlijke tekst vast te blijven zitten, komt er iets bovendrijven dat een grotere waarde heeft. Het gaat er om dat de aanwezigheid van God in de persoon van Jezus het feest een ongekende boost geeft. Deze ten zesde kan ik dus samenvatten met deze zin: Seppe en Cathy, vergeet nooit Degene tegenover wie jullie dadelijk jullie ja-woord zullen uitspreken. Want God zal jullie nooit vergeten, Hij zal over jullie geluk waken en jullie nooit in de steek laten. Dat heeft Hij voor jullie apart bij het doopsel al beloofd, vandaag vernieuwt Hij dat verbond met jullie als echtpaar en gezin.

Zes kruiken water werden wijn. Zes betekenissen van “trouwen doe je niet zomaar” heb ik zonet wat proberen te verduidelijken.

Sara bad aan het einde van de eerste lezing, Heer, houd ons beiden gezond tot op onze oude dag.

Wij gaan het waarschijnlijk korter zeggen straks: gezondheid!

Homilie voor de huwelijksviering van Kris Theunis en Shana De Bie


Op zaterdag 18 juli ging ik in de Sint-Bavokerk te Zittaart voor in de huwelijksviering van Shana en Kris. Ik hield er deze homilie over het sacrament van het huwelijk.

Lezingen:
verhaal over het sacrament van de verzoening
Wijsheid van Jezus Sirach 26,1‑4.13‑16
1 Johannes 4,7-12
Johannes 15,9-12

Homilie:

Broeders en zusters,

we hebben in deze viering veel mooie en belangrijke lezingen beluisterd. Ze bouwen eigenlijk heel netjes op naar de kern van de zaak.

Eigenlijk kan je de tekst bij het vergevingsmoment al zien als een opstapje naar de betekenis van deze feestelijke dag.

Vandaag vieren we in deze kerkdienst twee van de zeven sacramenten: het huwelijk en de eucharistie. Ooit zijn Shana en Kris door het sacrament van het doopsel opgenomen in de kerkgemeenschap. Vandaag vieren ze door het huwelijk dat ze voortaan als gezin willen samenleven, de toekomst tegemoet. En door de eucharistie zeggen we God dank voor al het goede waarmee Hij ons en dit bruidspaar zegent.

Sacramenten… misschien klinkt het woord u nogal oubollig of onbekend in de oren. En zeker als ik het huwelijk een sacrament noem, zal dit voor veel mensen weinig zeggen. Misschien is het goed dat ik daarom heel kort vertel waar het om gaat.

Een sacrament is een viering van het christelijke leven, waarbij we een teken stellen dat uitdrukt wat we geloven en tegelijk ook echt iets verandert of doet gebeuren. Het is meer dan een symbool, dat op zich niet veel bijzonders verandert, maar wel ergens naar verwijst.

Sacramenten in het christelijke leven zijn momenten waarop we Gods nabijheid tastbaar, hoorbaar en merkbaar mogen weten. Hij wil ons als het ware een knuffel geven. De eerste knuffel, die onze verhouding met God voorgoed verandert, is het doopsel. God neemt ons op in Zijn liefde. Hij schrijft onze naam in de palm van zijn hand. Voorgoed mogen we op Hem rekenen.

In het sacrament van het vormsel vieren we dat de heilige Geest in ons hart woont en ons sterk maakt om in ons leven van het evangelie van Jezus Christus te getuigen.

Het sacrament van de verzoening is de viering van Gods barmhartigheid. Wanneer we onze zonden opbiechten en er berouw over tonen, omarmt Hij ons met zijn genade en geeft Hij ons nieuwe kansen en kracht voor de toekomst.

Met het sacrament van de ziekenzalving tonen kerkgemeenschap en ook God op een heel voelbare manier hoe nabij we de zieken en stervenden willen zijn in hun lijden. Wanneer ze zelf niet naar de kerk kunnen komen, komt de kerk naar hen toe met troost en verbondenheid.

Het huwelijk is ook zo’n teken: Shana en Kris zullen vandaag hun trouwbelofte uitspreken. Daarmee drukken ze de liefde en het vertrouwen uit dat in de loop van de jaren gegroeid is. Maar door hun woorden worden ze ook voor ons en voor God tot een eenheid gesmeed. Ze worden man en vrouw, gehuwden, een gezin. Hun ja-woord is niet alleen een getuigenis, maar ook een gebeurtenis die iets verandert aan wie ze zijn voor elkaar, voor ons en voor God.

Natuurlijk zullen ze voor heel veel van het dagdagelijkse leven niet veranderd lijken. Ze zullen dezelfde interesses hebben als vroeger, aan hun geschiedenis wordt er niets veranderd… Maar de toekomst ziet er plots wel helemaal anders uit. Shana en Kris gaan een verbond van liefde aan. Dat lijkt heel sterk op het verbond dat God met de mensen wil aangaan. Dat heeft Hij getoond in het leven, de dood en de verrijzenis van Jezus. God wil ons aanvaarden, voor ons zorgen. Hij respecteert en waardeert ons. Hij wil onze beschermer zijn. En dat is ook wat Shana en Kris voor elkaar willen doen en zijn.

Zo komen we bij wat de Bijbellezingen elk op hun manier aangeven als wat het allerbelangrijkste is in onze relatie met elkaar, met onszelf en met God: de liefde.

Laten we in deze viering dankbaar en met vertrouwen tot God bidden, dat Hij dit bruidspaar altijd bij zal staan op hun levensweg als gehuwden.

Dan zal de liefde, die God is, altijd het laatste woord hebben over hun bestaan.


Bezoekers:

  • 111,541 pageviews

Archief

Follow De blog van Vincent on WordPress.com

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 2.191 andere volgers


%d bloggers liken dit: