Posts Tagged 'homilie'

Homilie voor de 3e zondag van de advent A


Deze zondag ging ik in onze abdijkerk voor in de eucharistieviering. Deze woorden sprak ik er uit:

lezingen:
Jesaja 35,1-6a.10
Jakobus 5,7-10
Matteüs 11,2-11

gezangen:
Introitus: Gaudete
Alleluia: Excita Domine potentiam tuam
Ber. gaven: Rorate Coeli

openingswoord:

Broeders en zusters, welkom in deze eucharistieviering. Zoals de kaarsen op de adventskrans aangeven is het de derde zondag van de advent. Het licht begint te groeien, de verwachtingen stijgen. Het beeld van de vervulling van Gods beloften wordt steeds duidelijker. Dit is de tijd om ons daarvan bewust te zijn en aan de kant te zetten wat de komst van de Heer in ons leven belemmert. Daarom willen we ook aan het begin van deze viering vragen om barmhartigheid.

homilie:

Broeders en zusters, in het openingslied zongen we ‘De Heer is nabij. Wees onbezorgd. Laat al uw wensen bij God bekend worden in gebed en smeking.’ Dit citaat uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen in Filippi werd vorig jaar nog op de derde adventszondag voorgelezen. Vandaag kregen we als tweede lezing een stukje uit de Jakobusbrief aangereikt: ‘Heb geduld tot de komst van de Heer’.

Wat zal de Heer ons brengen met zijn komst? De profeet Jesaja zegt het in prachtige woorden: ‘Woestijn en steppe zullen zich verheugen, jubelen en bloeien de dorre vlakte. Pronken zal zij met lelies, van blijdschap jubelen en juichen.’ Je kan zulke woorden natuurlijk letterlijk nemen, de woestijn in trekken en hopen dat daar op een dag bloemen zullen staan. De onheilspellende berichten over de opwarming van de aarde en de verwoestijning van de continenten lijken dat echter behoorlijk tegen te spreken.

Misschien hebt u, net zoals ik zelf trouwens, wel eens de ervaring gehad dat u zich zelf een woestijn, een steppe of een dorre vlakte voelde. Wie een tijd lang geen bloemen meer ziet bloeien in haar of zijn eigen leven, of er blind voor is geworden, stelt op de duur alles in vraag. De donkere schaduwen van de zwaarmoedigheid en de wanhoop verdringen het licht van het geloof, van de hoop, ja zelfs van de liefde uit je leven en zoals een door en door dorre grond snak je naar water, naar een teken van leven en toekomstperspectief.

Jesaja schrijft deze woorden aan de ballingen die naar Babylon weggevoerd zijn. Ook zij hadden het gevoel dat ze totaal uitgedroogd waren, als het op Gods liefdevolle ontferming aan kwam. Wat God door de profeet aan zijn volk belooft, is niet min: het ondenkbare zal gebeuren: wat woestijn was, zal een bloeiende tuin worden, blinden zullen weer zien, doven zullen horen, de stomme zal weer spreken, de lamme zal rondhuppelen als een hert. En vooral: er zal vreugde zijn. Intense, onstuitbare vreugde, die doet jubelen en juichen. Niet zomaar een beleefd applausje, of een gelukzalige glimlach. Nee: jubelen en juichen. Het uitroepen van geluk. Niet meer stil kunnen zitten van opperste vreugde. Dat is wat Jesaja belooft.

Kunnen we ons nog voorstellen dat God zoiets in ons leven teweeg brengt? Of misschien nog veel fundamenteler: zouden we het aanvaarden wanneer Hij zoiets probeert te realiseren? Wat staat er allemaal niet in de weg? Johannes de Doper kan voor ons een inspirerende figuur zijn om daar af en toe, maar vooral heel bewust mee bezig te zijn. Zijn rauwe en ruwe optreden schudde mensen wakker. Maar ook hij durfde twijfelen en vragen stellen. Wanneer Jezus aan Johannes’ leerlingen bijna dezelfde woorden meestuurt als de profeet Jesaja, is de boodschap niet mis te verstaan: het is begonnen! God heeft een begin gemaakt met de vervulling van zijn beloften.

Durven wij dat nog zien? Durven en kunnen wij in de komst en het optreden van Jezus ook iets zien aanbreken van de dageraad van onze eigen vreugde? Horen wij vanuit onze eigen situatie, die misschien ook een woestijnperiode doormaakt, in de verte de malse voorjaarsregens al aankomen? Kunnen wij het geduld opbrengen om dit te laten gebeuren zonder dat ons vertrouwen en onze hoop vervliegen?

Broeders en zusters, ik denk dat we elk jaar weer die opdracht mee krijgen van Jezus: ‘Gaat zeggen wat ge hoort en ziet.’ We praten vooral en graag over de negatieve dingen die er in deze wereld gebeuren. En die zijn talrijk en mogen nooit ontkend of geminimaliseerd worden. Maar we komen op die manier in een negatieve spiraal terecht, waarin geen plaats meer is voor goed nieuws, voor hoopvolle boodschappen. Net zoals Jesaja, Johannes de Doper, Jakobus en Jezus, worden wij allemaal geroepen om boodschappers te zijn van hoop, van Gods belofte dat zelfs de dorste vlakte weer bloemen kan dragen. We mogen vertrouwen, geduldig vertrouwen. En trouwens… niets verbiedt ons om af en toe zelf een gieter boven te halen en God een handje toe te steken.

In het Engels is er de uitdrukking ‘count your blessings’, tel je zegeningen. Je kan het ook hertalen als: ‘Tel de bloemen in je leven en vertel er over aan al wie oren heeft.’ De steppe zàl bloeien. Er zal blijdschap, gejuich en gejubel zijn. De Heer is nabij. Amen.
voorbede:

Zusters en broeders, laten we onze gebeden richten tot onze Heer, die komen zal om zijn volk te bevrijden uit de duisternis.

Om licht voor wie geen perspectief meer zien in hun leven
Om woorden van hoop voor wie doof zijn geworden voor het goede nieuws.
Om kracht voor wie moedeloos in zak en as is neergezeten.
Dat de Heer zijn beloften in vervulling brengt voor al onze medemensen in nood.
Laat ons bidden.

Om inspiratie en daadkracht voor onze medemensen die zich inzetten voor een wereld waarin armoede en kansarmoede verdreven worden.
In het bijzonder bidden we voor de medewerkers van Welzijnszorg.
Voor hulpverleners en vrijwilligers die zich inzetten voor daklozen, vluchtelingen en slachtoffers van geweld of discriminatie.
Laat ons bidden.

Om profetische durf, die ons aanzet tot een getuigenis van hoop en dankbaarheid.
Om waardigheid en fijngevoeligheid in ons handelen en spreken in de geest van Jezus, onze Heer. Laat ons bidden.

Om vrede en barmhartigheid voor onze dierbare overledenen.
Om steun en bemoediging voor onze zieken.
Om verhoring voor de intenties die ons werden toevertrouwd.
Laat ons bidden.

Heer, onze God, altijd zijt Gij bezorgd om ons geluk. Geduldig en getrouw bereidt Gij uw volk voor op de komst van de Heiland. Doorbreek onze onmacht, ontsluit ons hart. Dat wij onbevangen Hem herkennen die midden onder ons zal komen: Jezus Christus, uw Zoon, onze Heer. Amen.

 

Homilie voor de 28e zondag door het jaar C


Op zondag 9 oktober 2016 ging ik in onze abdijkerk voor in de eucharistieviering. Deze viering was voor mijn familie ook de jaarlijkse herdenkingsdag voor mijn overleden grootouders.

lezingen:
1 Koningen 17,17-24
Psalm 30
Galaten 1,11-19
Lucas 7,11-17

Gezangen:
int. Si iniquitates
al. Qui timent Dominum
ZJ 712 Jezus wand’lend langs de wegen

 

inleidingswoord:

Broeders en zusters, welkom op deze zondag om samen met ons eucharistie te vieren. We komen samen om Gods liefde te vieren. Hij is bezorgd om ons en wil ons genezen van alles waar wij onder gebukt gaan. Laten wij in dankbaarheid samen zijn en gedenken hoe God zich in de Schrift, maar ook in ons leven toont als een God van barmhartigheid.

Laten wij alle onreinheid achter ons laten, ons tot God bekeren en Hem smeken om zijn ontferming, zodat we deze eucharistie met een zuiver en oprecht hart kunnen vieren.

 

[…]

Moge de almachtige God zich over ons ontfermen, onze zonden vergeven, onze harten genezen en ons geleiden tot het eeuwig leven. Amen.

homilie:

Broeders en zusters, hebben wij het wel nodig dat God ons geneest? Waarschijnlijk zal de meerderheid onder u bijna meteen en misschien zelfs een beetje verontwaardigd denken “ja, natuurlijk. Weet je wel niet hoe zwaar en moeilijk ik het heb?” En misschien ook nog iets als “en hoe veel ik ook bid, het lijkt wel alsof God me helemaal niet hoort en er niets aan wil doen.” Anderen dan weer zullen zeggen: “Daar heb ik dokters of andere mensen voor, dat is niet iets dat ik van God verwacht.”

Vaak zijn mensen tot heel buitenissige dingen bereid om genezing te bereiken. Zeker wanneer een ziektebeeld maar niet verbetert, wanneer de klassieke geneeskunde weinig antwoorden biedt of de ene na de andere mislukte poging doet om genezing te bewerken, durven radeloze patiënten zich wenden tot allerlei alternatieven. Sommige daarvan lijken te helpen, bij andere alternatieven kunnen we in alle eerlijkheid niet anders dan spreken over kwakzalvers en geldwolven. In het ergste geval raden die zelfs aan om de medische wetenschap volledig overboord te gooien, geen medicatie te nemen en enkel te vertrouwen op vreemde rituelen, amuletten, mengsels en verdunningen, zogenaamd oude oosterse of Afrikaanse tradities enzovoort.

Ook in het christendom bestaan er, bijvoorbeeld in de Amerikaanse staat Texas, gemeenschappen rond gebedsgenezers die duizelingwekkende bedragen ophalen tijdens zogenaamde genezingsdiensten waarin mensen door allerhande slimme trucs en illusies bedrogen worden en met de valse indruk weer naar huis gaan dat ze genezen zijn. En wanneer ze tot de conclusie moeten komen dat ze niet genezen zijn, hebben ze een schuldgevoel “omdat hun geloof niet sterk genoeg zou zijn”. Dit soort bedrog begint ook hier en daar in Europa voet aan de grond te krijgen, vooral in bepaalde evangelicale gereformeerde kringen. Gelukkig zijn er af en toe initiatieven die het bedrog van deze zogenaamde gebedsgenezers doorprikken en de gelovigen sensibiliseren om kritisch en voorzichtig met dit soort fenomenen om te gaan.

Als we naar de twee genezingsverhalen in de lezingen van deze zondag kijken, dan merken we dat zowel de profeet Elisa als Jezus helemaal geen grote offers vragen voor een genezing: Naäman moet zich maar gaan wassen in de rivier en de tien melaatsen hoeven zich zelfs maar aan de priesters te laten zien en worden onderweg genezen. Van Naäman staat in de langere versie van deze lezing beschreven hoe hij eerst tegenstribbelt: “zoiets simpels? Dat is toch wel wat te minnetjes. Dat gaat nooit werken.”

Toch blijken het juist die twee kleine gebaren te zijn die in hun leven genezing brengen. Vergelijk het met het mosterdzaadje uit het evangelie van vorige zondag. Met iets heel kleins kan iets heel groots beginnen. Met een kleine daad van vertrouwen begint een proces van reiniging, van genezing.

Maar als ik de vraag van zonet opnieuw stel “Hebben wij het wel nodig dat God ons geneest?”, dan gaat het niet alleen en misschien zelfs in de eerste plaats niet om onze lichamelijke of psychische kwalen. God is in de eerste plaats bekommerd om onze diepste spirituele, geestelijke of zielenpijn en gebrokenheid. De woorden en daden van Jezus waren voor zijn tijdgenoten deugddoende balsem op hun gekwetste geloofswonden. De leerlingen van Jezus leefden in een tijd van bezetting, uitbuiting en onzekerheid. Omdat ze in hun geloof het lot van Israël als een teken van Gods handelen in hun midden zagen, trokken ze uit die conclusie dat de Heer hen verlaten had, achtergelaten, gedumpt. De geboorte en het optreden van Gods Zoon onder de mensen heeft radicaal het tegendeel getoond.

Heeft niet ieder van ons zulke zielenwonden? Teleurstelling en vervlogen hoop is voor heel veel gelovigen een thema in hun relatie met God. Bidden lijkt meer dan eens op roepen in de woestijn. Ook de profeet Habakuk riep vorige week nog uit: “Hoe lang moet ik nog roepen, Heer, terwijl Gij maar niet luistert?”. In het openingsgezang zongen we met de psalmist “Als Gij zonden blijft gedenken, Heer, wie houdt dan stand? Maar bij U is vergeving, God van Israël.” en “Uit de diepte roep ik, Heer, luister naar mijn stem.” Kreten van vertwijfeling, van onmacht. Maar ook van vertrouwen, hoe klein ook, dat het uiteindelijk God is die ons kan redden en genezen.

En toch pasklaar antwoord op zulke vragen krijgen we niet. Maar we krijgen van Paulus wel een hint in zijn tweede brief aan Timoteüs: Als wij met Christus gestorven zijn, zullen wij met Hem leven. Als wij ontrouw zijn blijft Hij trouw, zichzelf verloochenen kan Hij niet.” Daarmee worden we op het spoor van het vertrouwen gezet dat de Vader, die zijn Zoon uit de doden heeft opgewekt, ook ons ten leven zal wekken. Want onze God is een trouwe God, die zijn geliefde kinderen niet in de steek laat. Zo werd het ook in de antwoordpsalm gezongen: “De Heer bleef zijn erbarmen indachtig, zijn trouw jegens Israëls huis.”

Laten wij dan de Heer in deze eucharistieviering oprecht danken voor de genezing die Hij ons belooft, ook al lijkt ze op zich te laten wachten. Want deze dankbaarheid zelf is al een stap naar een gelukkiger leven.

voorbede:

De Heer is een trouwe en barmhartige God, die zich ontfermt over wie zich in vertrouwen tot Hem wenden. Bidden wij vanuit dit geloof tot Hem.

Voor wie door ziekte of beperkingen aan de rand van de samenleving     komt te staan. Om mensen die door hun aandacht en zorg de barmhartigheid van God in hun leven zichtbaar maken. Laat ons bidden.

Voor wie door wanhoop of angst het vertrouwen in God en de medemensen verloren hebben. Om trouwe tochtgenoten die vrede en hoop brengen. Laat ons bidden.

Voor onze dierbaren die we in ons hart koesteren en voor de overledenen die wij aan Gods liefde hebben toevertrouwd. In deze eucharistieviering bidden we voor de intenties van de abdijgemeenschap, voor Robert en Irène Ceulemans (en …eventueel intenties op apart blad) Laat ons bidden.

Voor ons allen. Om de gave van nederige dankbaarheid die ons hart kan openen voor Gods genezende aanwezigheid. Laat ons bidden.

Almachtige God, uw goedheid is groter dan wij durven dromen. Aan wie nederig van hart zijn, schenkt Gij de volle maat van uw menslievendheid. Bevrijd ons van de hoogmoed die ons ongenaakbaar en zelfgenoegzaam maakt. Raak ons met uw reddende barmhartigheid. Door Christus, onze Heer.

 

Homilie voor de huwelijksviering van Ken Ceulemans en Daisy Martens


Op zaterdag 1 oktober 2016 ging ik in de Sint-Bernadettekerk te Mortsel samen met pastoor Tom Schellekens voor in de huwelijksviering van mijn neef Ken en zijn bruid Daisy. Ik sprak er deze woorden uit tijdens de homilie:

lezingen:
1 Johannes 4,7-12
Matteus 19,3-6

homilie:

Het stond op de uitnodiging en het staat ook op de eerste bladzijde van jullie boekje: liefde is op weg zijn naar: jezelf te vinden in elkaar.
Dank zij de liefde die je van andere ontvangt kan je ook leren jezelf op een nieuwe, liefdevolle manier te ontdekken en te aanvaarden, ja te beminnen.
Sommige mensen beweren dat tegenpolen elkaar aantrekken, anderen vinden juist dat het vooral belangrijk is om genoeg gemeenschappelijke punten te hebben. De waarheid zal wellicht in ’t midden zitten.

De eerste woorden van dat citaat van Toon Hermans kan je ook apart zien: liefde is: op weg zijn. Het is een boeiende tocht, vaak met rare bochten en onverwachte valkuilen, maar ook met onnoemelijk mooie momenten, dromen en vergezichten. Want liefde brengt het beste in een mens naar boven, en vaak nog méér dan dat. Het is ook een weg die geen einde kent, als een honger die nooit helemaal gestild raakt. En toch… als je de liefde in je leven vindt, voelt het tegelijk als thuiskomen: je ontdekt iemand bij wie je helemaal en zonder schaamte jezelf kunt zijn.

De apostel Johannes zag het vanuit zijn geloofservaring in nog een ander perspectief. Zijn ervaring met God en zijn omgaan met de boodschap en de leerlingen van Jezus leerde hem om zijn geloof in drie woorden samen te vatten: God is liefde. Mensen die geen liefde kennen, kennen God niet. En wie liefheeft is een kind van God en kent God. In de Bijbel gebruikt men het woord ‘kennen’ voor iets anders dan wetenschappelijke kennis. Het is een relatie, waardoor je elkaar op een diepe manier begrijpt. In sommige streken zegt men daarom ook wanneer twee mensen een koppel vormen dat “ze kennis hebben”.

God die liefde is, heeft zichzelf helemaal aan ons gegeven in Jezus, zijn Zoon. Aan zijn liefde mogen wij ons spiegelen en door zijn liefde mogen we ons laten inspireren. En het is uitgerekend die liefde die zichtbaar wordt in het sacrament van het huwelijk: liefde die geeft en aanvaardt, grenzeloos, bodemloos, oeverloos.

Lieve Daisy en Ken, wanneer jullie straks beloven elkaar trouw te blijven in goede en kwade dagen, in ziekte en gezondheid, dan zijn dat geen holle woorden. Jullie weten welke ups en downs het leven voor mensen in petto heeft. En helaas is de liefde geen garantie tegen pijn, tegenslag of verdriet. Maar ik geloof vast dat de liefde, zowel bij God als bij de mensen, de kracht in zich heeft om altijd het laatste woord te krijgen. Het is vanuit dat geloof dat ik er het volste vertrouwen in heb, dat de weg die jullie samen ingeslagen zijn, leidt naar geluk. Dankjewel om dit bijzondere moment met ons te delen, een moment waarop wij God aan het werk mogen zien in het leven van twee mensen van wie we veel houden. Jullie mogen rekenen op de steun van ons allemaal!

Homilie voor de 10e zondag door het jaar C


Abdijkerk Averbode – zondag 5 juni 2016

openingswoord

Hartelijk welkom, broeders en zusters, om op deze zondag met ons samen eucharistie te vieren. Elke zondag laten we ons dankbaar inspireren door ons geloof dat de Heer is opgestaan, maar ook dat Hij anderen doet opstaan uit ziekte en dood. Laten wij elkaar bemoedigen door de zorgende troost die we van God ontvangen. Laten we in alle eerlijkheid voor God gaan staan, in het besef dat we zijn hulp en barmhartigheid nodig hebben.

lezingen

1 Koningen 17,17-24
Psalm 30
Galaten 1, 11-19
Lucas 7-11-17

homilie

Wanneer ik een klasbezinning begeleid, is er een groepsoefening, waarbij de deelnemers per twee worden gezet om korte interviews van elkaar af te nemen. Op die manier leren ze elkaar op een heel nieuwe manier kennen. Vanzelfsprekend neem ik als begeleider ook deel aan die opdracht. Eén van de vragen die ik dan graag aan mijn gesprekspartners stel is: ‘Stel je voor dat je, zoals een held in de tekenfilms of stripverhalen, een superkracht zou hebben. Welke superkracht zou je dan graag hebben?’.

Natuurlijk passeren veel van de populaire antwoorden regelmatig de revue: onoverwinnelijk zijn, kunnen vliegen, onzichtbaar kunnen zijn, onsterfelijk zijn, een blik die overal doorheen kijkt (bij die pubers gaat het dan wellicht voornamelijk om kledij), supersterk zijn om zware dingen te kunnen verplaatsen, … Maar één van de superkrachten die ik ook vaak hoor terugkomen is de gave om mensen met één aanraking helemaal te genezen.

Vandaag kregen we zowel in de eerste lezing als in het evangelie zo’n genezingsverhaal te horen. Ook al worden veel van die verhalen vaak wat weggerelativeerd als symbolische voorstellingen, toch blijven ze tot de verbeelding spreken. Het is duidelijk dat de mensen die in Jezus’ omgeving leefden, zijn aanwezigheid en optreden als helend en zelfs levengevend ervaren hebben. De profeet Jesaja kondigde het al aan als één van de tekens dat de Messias onder het volk zou zijn: blinden zullen zien, doven horen, melaatsen worden gereinigd en doden staan op. En ook Jezus antwoordde aan de leerlingen van Johannes deze tekenen, wanneer hij hen vanuit de gevangenis naar Hem toestuurde met de vraag of Jezus de Komende was, of dat ze een ander te verwachten hadden.

We zien in de genezings- en opwekkingsverhalen een bezorgde en bekommerde Jezus, die zich laat raken door het leed van de zieken of het verdriet van de nabestaanden. Vooral wanneer een kind of zijn vriend Lazarus gestorven zijn, toont Hij zich emotioneel betrokken. Het eerste dat Hij doet is de rouwenden geruststellen: ween niet, wees niet verdrietig, heb geloof, heb vertrouwen.

Zoals bij de genezing van het dochtertje van Jaïrus, is de genezing van de jongeman in Naïm de hele doden-kermis al op gang: met veel misbaar wordt gerouwd om een kind. De hoop op de toekomst heeft een knauw gekregen.

Vooral bij wat Lucas ons vandaag verhaalt is dat radeloze gevoel sterk: de enige zoon van een weduwe sterft. Al haar hoop op een nageslacht, maar ook op toekomstig levensonderhoud dank zij de vruchten van zijn arbeid, vallen weg. Jezus geeft zowel de jongen als zijn moeder weer een toekomst.

Vandaag kunnen ook wij naar zulke verhalen luisteren. En dan halen we misschien onze schouders op en zeggen: ‘Zoiets kan ik toch niet.’ En in zekere zin is dat wel realistisch. Maar aan de andere kant kunnen we toch weer wél iets doen dat ongetwijfeld een positieve evolutie zal betekenen in het leven van zieken en rouwenden. Ook al missen we misschien de superkracht van onmiddellijke genezing, er zijn ons enkele andere superkrachten gegeven, die we vaak sterk onderschatten en ook onderbenut laten.

We kunnen door onze aanwezigheid, ons gezelschap, onze aandacht een teken van Gods liefde zijn in het leven van wie ziek is of rouwt om het verlies van een nabije. Niet de grote theorieën of grootste gebaren, maar gewoon het geduld, de ruimte en de aanvaarding die we de andere aanbieden, kunnen al wonderen doen. Oog en oor hebben voor onze lijdende medemens vraagt vaak veel minder dan we vooraf vrezen. Het duurste dat we er in moeten investeren is tijd. En vooral als patiëntlief een eerder zagerig type is, vraagt het ook wat extra motivatie om regelmatig te gaan. We zijn vaak bang van de ellende, het deprimerende verhaal, de oeverloze herhalingen, het machteloze gevoel dat ons bekruipt, omdat we het gevoel hebben dat we iets moeten zeggen of doen en we weten niet wat.

Zieken of rouwenden bezoeken zijn werken van barmhartigheid, die zeker in dit jubeljaar van de goddelijke barmhartigheid even in het voetlicht geplaatst mogen worden. Niet iedereen heeft dat talent. Bepaalde basishoudingen en vingerwijzingen kan je ook leren, soms ook met vallen en opstaan, zoals zoveel dingen.

In het bisdom Antwerpen heeft men voor de zeven werken van barmhartigheid in de zeven collegiale kerken een bedevaartsroute uitgewerkt. De Sint Dimpnakerk in Geel is elke zondagnamiddag en dinsdagnamiddag geopend voor mensen die er voor zieken willen bidden. Er is ook de gelegenheid om in een kort en sfeervol moment de ziekenzalving te vieren. Zulke initiatieven zijn ook mooie momenten om onze verbondenheid met zieke medemensen te versterken.

Het zijn misschien geen spectaculaire genezingen die we er door verrichten, het is misschien geen superkracht zoals in de tekenfilms. Maar op een heel diep niveau blijft het toch een wonder dat in een wereld waar volgens sommigen het recht van de sterkste heerst, mensen door liefde en mededogen bewogen worden om elkaar bij te staan in hun strijd tegen een ziekte of hun omgaan met het verlies van een geliefde medemens.

Laten we God vandaag danken om die verbondenheid en dat stille vermogen om werkelijk een verschil te maken voor wie te lijden heeft. Want zo wil God doorheen onze handen en ons luisterend oor onze naasten nabij zijn.

Homilie voor de huwelijksviering van Remy Bellekens en Annelies Beyers


 

Op zaterdag 7 mei 2016 ging ik in de Parochiekerk OLV van Bezoeking en Bijstand te  Achterbroek voor in de huwelijksviering van Remy en Annelies, beiden zeer geëngageerd in de KLJ. Tijdens de sfeervolle viering mocht ik deze homilie uitspreken:

Lezingen:
Hooglied 2,8-10.14.16a;8,6-7a
Matteüs 19,3-6

Trouwen doe je met je hoofd en met je hart. En natuurlijk ook met elkaar.

Broeders en zusters, mensen zijn gelukzoekers. We streven naar wat ons en onze medemensen gelukkiger maakt, wat het leven mooi en aangenaam maakt. Vaak moeten we daar zelf hard voor werken, maar het gebeurt evenzeer dat het geluk ons in de schoot geworpen wordt, als een geschenk dat we niet verdiend hebben, waar we oeverloos dankbaar voor kunnen zijn.

Remy en Annelies leven allebei zowel vanuit hun hoofd als vanuit hun hart. Zij hebben ons hier vandaag uitgenodigd om getuige te zijn van hun huwelijk. Stijn en Laetitia zullen in ons aller naam straks naast dit bruidspaar staan om te horen hoe Remy en Annelies zichzelf aan elkaar geven en elkaar aanvaarden als man en vrouw.

Iemand aanvaarden als je echtgenoot… dat is geen kleine stap. Beste Remy en Annelies, jullie kennen elkaar nu al een hele tijd. Wat in de KLJ begon als een aangename samenwerking, krijgt vandaag een bekroning in een engagement met een perspectief op oneindig. Niet alleen maar omdat jullie voelen dat dit een zinvolle volgende stap is in jullie relatie, maar ook vanuit het bezinnings- en reflectieproces dat we naar deze dag toe samen hebben doorgemaakt.

Jullie huwelijksverhaal is op dit moment een nog bijna helemaal onbeschreven boek. De inleiding staat er al in, maar de inhoudstafel ga je tevergeefs zoeken. De schrijfstiften, dat zijn jullie zelf, met alle kleuren en lettertypes die je maar in je hebt. Je leven boeiend maken en houden, is iets dat je ook zelf in de hand hebt. Hoewel er natuurlijk altijd onverwachte avonturen, hopelijk vooral leuke, op jullie weg zullen te vinden zijn.

Iemand aanvaarden als je echtgenoot… dat houdt in een christelijk huwelijk ook in dat jullie zich door God laten verbinden tot een eenheid die geen mens scheiden mag of kan. In tijden als de onze, waarin engagementen op langere termijn bijna een taboe lijken geworden te zijn, is dat een krachtig signaal van vertrouwen en idealisme. Ongetwijfeld hebben jullie juist die twee eigenschappen ook op de KLJ leren kennen en appreciëren. In een jeugdbeweging een engagement opnemen, en zeker als dat bovenlokaal is, vraagt heel wat vertrouwen en idealisme. Jonge mensen durven uitdagen om zich in te zetten voor hun medemensen, voor een boeiende en leuke vrijetijdsbesteding is een dienst aan onze samenleving die vaak nog geweldig onderschat wordt.

Iemand aanvaarden als je echtgenoot… dat doe je in de eerste plaats met je hart, waar de liefde brandt die nodig is om de ander te accepteren, soms zelfs meer dan dat hij of zij zichzelf al heeft geaccepteerd. Maar je doet het ook met je hoofd, vanuit wat je over en van elkaar weet.

Vanaf vandaag vormen jullie een éénheid, een gezin. Door te trouwen vragen jullie de erkenning,  het respect en de steun van de samenleving en in het bijzonder van onze geloofsgemeenschap. Wij aanvaarden jullie als man en vrouw, als gehuwden.

Aanvaard worden als echtgenoot… dat is meer dan ooit mogen thuis zijn bij je allerliefste. Het is mogen ervaren en beseffen dat je bemind bent, dat je echt mag zijn wie je bent. Het is meer dan wat we tegenwoordig zo goedkoop “respect” noemen: het tolereren van je aanwezigheid. Aanvaard worden als echtgenoot betekent dat de ander voor jou kiest, dat jij haar of zijn uitverkorene bent, bemind om wie en wat je bent, zoals je bent. Zonder voorwaarden of restfracties. Het is de liefdevolle blik van God, die door de ogen van je allerliefste straalt en jou uitnodigt, ja uitdaagt om met zo’n liefdevolle blik naar je medemensen te kijken.

Beste Remy en Annelies, ik wens jullie toe dat wat er vandaag in deze huwelijksviering wordt gezegd en gedaan in jullie hoofd en jullie hart een blijvend merkteken van liefde en inspiratie zet. Dat het een krachtbron moge zijn om doorheen alle dagen van jullie toekomst, mooie zowel als moeilijke, de goede weg van de liefde te zoeken, te vinden en te volgen. Amen.

Homilie voor de 2e zondag van Pasen C


 

Uitgesproken in de abdijkerk te Averbode op zondag 3 april 2016.

lezingen:
Handelingen 5,12-16
Apokalyps 1,9-11a.12-13.17-19
Johannes 20,19-31

inleidingswoord:

Broeders en zusters, hartelijk welkom om samen de tweede zondag van Pasen te vieren. De vreugde om de verrijzenis van Jezus Christus en de barmhartigheid van God brengen ons hier vandaag samen. Deze zondag draagt namelijk naast “Beloken Pasen” ook te naam van “Zondag van de goddelijke barmhartigheid”. In dit bijzondere jubeljaar van de goddelijke barmhartigheid worden we uitgenodigd om ons bewuster te worden van de goedheid en menslievendheid van God. Zo worden we opgeroepen om zelf met liefde en barmhartigheid onze medemensen te tonen hoe nabij de Heer ons wil zijn.

 

homilie:

Broeders en zusters, wie hebben de leerlingen in hun midden gezien? Wat is de betekenis van wat de apostelen beleefd hebben? En wat kan dat voor onszelf betekenen? Dat zijn de vragen die ik mezelf stelde toen ik over de lezingen van deze zondag nadacht.

We horen dit evangelie elk jaar voorlezen, waardoor we misschien een beetje gevoelloos zijn geworden voor de stuitende boodschap die er in zit.

Jezus verschijnt te midden van zijn bange leerlingen. En zijn eerste woorden zijn: “vrede zij u”. Niet “awel, lafaards, waar waren jullie toen Ik jullie het hardste nodig had? Mooi stelletje leerlingen zijn jullie. Allemaal afgedropen en gevlucht en nu als bange wezels in een zaaltje samenhokken in de hoop dat het toch nog goed komt…” Is Goede Vrijdag dan vergeten? Of de verlatenheid en doodsangst van Jezus in de Hof van Olijven?

Als we even terugkeren naar die avond en die verschrikkelijke dag, en we bekijken die in het perspectief van wat er voorheen in het leven van Jezus gebeurde, zien we een totale omwenteling: de man die weldoende rondging en zieken en kwalen genas, zonden vergaf en vreugde bracht, zit in doodsangst te wenen in de tuin van Getsémane. De man die de pijn verlichtte van wie al jaren gebukt ging onder kwalen en discriminatie, lijdt zelf pijn, wordt gegeseld, bespot en gedood. Hij die barmhartig was zoals zijn Vader in de hemel, had toen de barmhartigheid van de mensen nodig. Maar Hij kreeg ze niet. Hij neemt alles op zijn onschuldige schouders, draagt het, strompelend en vallend, naar Golgota en laat zich daar met onze zonden en lasten kruisigen. En zo vernietigt Hij onze schuld. Hij kondigt door zijn leven en lijden de genade van God af, zoals het door de profeet Jesaja voorzegd is, de passage die Jezus zelf voorlas in de synagoge. Hij breekt de sloten en stelt de beveiligingen in vraag, Hij slaat een bres om de stortvloed van Gods barmhartigheid in de wereld, in onze harten, binnen te laten stromen. Paus Franciscus zei vorige week nog: “De barmhartigheid van onze God is oneindig en onuitwisbaar; en wij drukken de dynamiek van dit mysterie uit als een “steeds grotere” barmhartigheid, ik zou zeggen, barmhartigheid die onderweg is, barmhartigheid die alle dagen middelen zoekt om een stap vooruit te gaan, een kleine stap vooruit, vooruit op de onbekende grond van onverschilligheid en geweld.”

God overdrijft door een steeds grotere barmhartigheid. Hij geeft zich helemaal in zijn geliefde Zoon.

En die geliefde Zoon is het die in het midden van de apostelen staat en hen de vrede wenst. In de Bijbel betekent vrede meer dan “geen oorlog”. Het is een situatie waarin alle onevenwicht opgelost is, de schulden zijn vereffend.

En die genade schenkt Jezus aan zijn apostelen: Hij blaast over hen, schenkt hen de heilige Geest, en vertrouwt hen het dienstwerk van de vergeving van de zonden toe. Die vergeving is de meest intense ontmoeting met Gods barmhartigheid, die alles herstelt en aan de mens zijn oorspronkelijke waardigheid terugschenkt. Als we naar God terugkeren van dwaalwegen, dan staat Hij ons zoals in de parabel van de verloren Zoon, op te wachten, niet om ons als dienstknecht, maar als geliefd kind op te nemen.

Deze Jezus is volgens de Apokalyps de Eerste en de Laatste, de Levende. Hij die gestorven was, maar lééft in de eeuwen der eeuwen. Hij heeft de sleutels van de dood en het dodenrijk. Met andere woorden: wat er ook met ons gebeurt: Hij is ons nabij, meer dan we ooit hadden durven hopen. Hij blijft als een wig de deur naar het Koninkrijk van God open houden.

Jezus toont ons de barmhartigheid van de Vader, door de weg naar Hem steeds weer open te maken. Als we straks de hymne voor het jubeljaar weer zingen, dan mogen we vervuld zijn van dankbaarheid om die barmhartigheid en nabijheid.

Paus Franciscus noemde die barmhartigheid een bron van vreugde, gemoedsrust en vrede. Als we dit op deze zondag in onze overweging mogen meenemen, vertrouw ik er op dat de heilige Geest ons kan helpen om in deze tijden van onzekerheid, onverdraagzaamheid, haat en angst de goede houding en woorden helpt te vinden om Gods Rijk zichtbaar en voelbaar te maken voor alle mensen rondom ons. Amen.

voorbede:

Broeders en zusters, laten we ons toevertrouwen aan Gods barmhartigheid en bidden voor wat onze kerkgemeenschap en ons allen ter harte gaat.

Voor alle gedoopten, in het bijzonder voor wie zich voorbereiden om in deze Paastijd het Vormsel of de eerste Communie te vieren. Dat de heilige Geest ons allen tot vrijmoedige en aanstekelijke getuigen maakt van Jezus’ verrijzenis. Laat ons bidden.

Voor slachtoffers van haat, geweld, terreur of discriminatie. Dat hun lijden niet ongezien blijft, maar anderen oproept tot daden van vrede en barmhartigheid. Laat ons bidden.

 

Voor de hulpbisschoppen Leon Lemmens en Jean Kockerols, die 5 jaar geleden gewijd werden. Dat de Heer hun dienstwerk in ons aartsbisdom zegent en goede vruchten doet voortbrengen. Laat ons bidden.

Voor de mensen om wie we bezorgd zijn en de intenties die aan ons werden toevertrouwd. Dat de vreugde van Pasen alle mensen vrede en geluk zal brengen. Laat ons bidden.

Liefdevolle en barmhartige Vader, laat uw overvloedige goedheid altijd onze hoop zijn. Maar ons bereid om uw liefde steeds weer gestalte te geven in woord en daad, zoals het ons is voorgedaan door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Homilie voor de kerstviering van de LandBouwKring 2015


Naar jaarlijkse traditie ging ik op woensdag 16 december 2015 voor in de kerstviering van de LBK in de Sint-Lambertuskerk te Heverlee.

Lezingen:
Jesaja 11,1-11      De twijg uit de stronk van Isaï
Lucas 7,18b-23    Zijt Gij de komende, of hebben wij een ander te verwachten?Vredestekst          (Lore Debaye)

Beste mensen,

Johannes de Doper stelt vandaag via zijn leerlingen vanuit de gevangenis een prangende vraag aan Jezus: “Zijt Gij de Komende, of hebben we een ander te verwachten?”. Op het eerste zicht lijkt deze evangelielezing niet zo veel met Kerstmis te maken te hebben. Toch wordt zij op deze dag in heel de kerkgemeenschap voorgelezen. In deze laatste dagen van de advent zal stilaan steeds meer het accent liggen op het geboorte verhaal van Jezus. Maar voor dat we daar aan toe zijn, brengen de lezingen van de advent ons bij het geheel van Jezus’ leven, optreden en leer.

Het valt op hoezeer de advent in onze samenleving steeds meer weggedrukt wordt door een veel te vroeg opgeklopt en uitgehold idee van Kerstmis. Mensen willen niet meer uitkijken-naar, maar meteen al volop in de feeststemming staan, in de hoop dat hun twijfelen, hun pijn, hun leegheid dan een beetje overstemd kan zijn. De duisternis wordt zo veel mogelijk verjaagd door lichtjes, zo veel en zo spetterend mogelijk. De advent als voorbereidingstijd op Kerstmis, kiest voor de trage aanpak: één kaarsje per week komt er bij… op een trage, maar duurzame manier wordt de duisternis bestreden. Met minstens zoveel succes. Want de advent leert ons geduld te oefenen, te wachten en uit te kijken naar Jezus. Want kern van de vraag blijft ook voor ons actueel: is Jezus Degene naar wie de wereld uitkijkt? Is Hij het antwoord op de diepste vraag naar verbondenheid, met elkaar en met God? Is Hij de Zoon van God, die naar ons gezonden wordt om Gods liefde openbaar te maken? En hoe zouden we dat dan kunnen zien?

De profeet Jesaja schreef eeuwen eerder in een soort orakel hoe we zouden kunnen merken dat de redding, die de wereld nodig heeft, aangebroken is: rechtvaardigheid en vrede. De rechtvaardigheid komt voor de verdrukten rechtvaardigen als een boodschap van vreugde en erkenning. Maar voor de verdrukkers en de onrechtvaardigen zullen de woorden van de rechter als striemende zweepslagen neerkomen: ze zullen niet ontkomen aan de waarheid van hun wandaden.

De vrede die de Messias brengt, klinkt in onze oren als een utopie. (En voor LBK-ers misschien ook wel wat toepasselijk) De wolf woont samen met het lam, de panter en het geitje vlijen zich naast elkaar neer, kalf en leeuwenjong eten samen gras. Koe en berin (niet koe en boerin! onze lezers hebben het goed gezegd) hebben vriendschap gesloten. En kleine kindjes kunnen zonder gevaar spelen bij de slangen en de adders. Ergens anders schrijft Jesaja: zwaarden worden omgesmeed tot ploegijzers, van lansen maakt men sikkels. Nergens wordt kwaad nog met kwaad vergolden.

Jezus zelf geeft een ander antwoord, dat eveneens wordt gezien als een vervulling van de profeten: blinden zien, lammen lopen, doven horen en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd.

Daar hebben wij in onze tijd evenzeer nood aan als de mensen in Jezus’ tijd: ook in onze tijd zijn mensen blind voor het lijden van hun medemensen, verlamd door angst en onmacht, doof voor het evangelie van Gods liefde, arm in sociaal of spiritueel opzicht. Ook vandaag hebben we nood aan iemand die onze duisternis komt doorbreken met licht. En het evangelie leert ons wie dat is: Jezus Christus.

Laten we daarom ook dit jaar Kerstmis vieren. Niet omdat het een gewoonte is, niet omdat we daarmee op een kunstmatige manier onze duisternis eventjes kunnen vergeten. Maar omdat Kerstmis inderdaad het aanbreken betekent van hoop die uiteindelijk niet stukgemaakt kan worden. Want Gods liefde krijgt het laatste woord. En het begint niet spectaculair en opgeklopt, maar heel bescheiden en klein: met een klein kindje, in een koude stal, in een kribbe, zonder poespas, zonder weelde. Maar met overdonderend veel hoop.


Bezoekers:

  • 110,894 pageviews

Archief

Follow De blog van Vincent on WordPress.com

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 2.191 andere volgers


%d bloggers liken dit: