Posts Tagged 'Pasen'

Homilie voor de 2e zondag van Pasen A


Precies 10 liturgische jaren na mijn priesterwijding (en 10 jaar en 7 dagen na diezelfde gebeurtenis) mocht ik voorgaan in de eucharistieviering in onze abdijkerk op Beloken Pasen, 23 april 2017. Om het eens niet enkel over geloof en twijfel bij Thomas te hebben, nam ik de eerste en tweede lezing als kapstok voor mij homilie.

 

Lezingen:   Handelingen 2,42-47
1 Petrus 1, 3-9
Johannes 20, 19-31

inleidingswoord:

Broeders en zusters, hartelijk welkom om samen de tweede zondag van Pasen te vieren. De vreugde om de verrijzenis van Jezus Christus en de barmhartigheid van God brengen ons hier vandaag samen. Deze zondag draagt namelijk naast “Beloken Pasen” ook te naam van “Zondag van de goddelijke barmhartigheid”. We zetten de viering van Pasen verder. De lezingen van deze zondag tonen ons de weg naar het geloof in de Verrezen Heer en hoe we dit in ons leven gestalte kunnen geven. In ons midden staan de Paaskaars en de doopvont de verwijzing naar het moment dat we zelf deel kregen aan het Paasmysterie van Christus. In deze Paastijd worden we door de besprenkeling met doopwater herinnerd aan dat doopsel, het moment waarop we herboren werden als Gods geliefde kinderen. Moge deze besprenkeling ons helpen om met groeiende geestdrift en een hernieuwd engagement onze levensweg op God te richten.

 

homilie:

Zusters en broeders, de beschrijving van de eerste christengemeenschap, die we zonet hoorden voorlezen uit de Handelingen van de Apostelen, is wellicht wat geïdealiseerd. En toch is ze in al haar eenvoud ook te lezen als de eerste leefregel van onze christelijke gemeenschap: trouw blijven aan het gemeenschappelijk leven, ijverig het brood breken (dat is: de eucharistie vieren), eensgezind zijn, onze bezittingen delen zodat er geen armoede is in onze gemeenschap, dagelijks trouw en eensgezind de tempel bezoeken, samen maaltijd houden in blijdschap en eenvoud van hart en God loven. In de kloosterregel van onze orde komen uitgerekend deze elementen ook naar voren als belangrijke steunpunten van het kloosterleven. In de loop van de eeuwen lijkt dit ideaal voor heel de christelijke gemeenschap doorgeschoven te zijn naar de “specialisten”. Deze Paastijd kan een mooie en zinvolle aanleiding zijn om onze eigenheid als christelijke geloofsgemeenschap opnieuw te ontdekken of uit te diepen.

Misschien zetten sommigen onder u zich al een beetje schrap met als gedachte “daar komt er weer één die zegt dat we meer moeten weggeven en uitdelen”. Mocht dat bij u het geval zijn, dan zou het overbodig zijn om die boodschap nog eens te herhalen. Dat laat ik dus voor uw eigen inzicht. Tenzij het delen over iets anders gaat dan geld of goederen. Mag ik u naar aanleiding van de lezing uit de Handelingen uitnodigen om in de komende week eens na te denken over op welke manier u uw geloof en uw leven deelt met uw medegelovigen en de andere medemensen? Mogen zij delen in uw vreugde, omdat Christus is opgestaan uit de doden en ook ons, door ons doopsel, nieuw en eeuwig leven schenkt? En als die vreugde een beetje onder het stof is geraakt: laat u het toe dat anderen die blijde boodschap in u weer tot leven wekken? Al was het maar door, zoals ik vandaag, met een paar gedachten de frisheid van dit alles in herinnering te brengen? Het is lente: alles in de natuur jubelt het uit in kleuren en geuren, want de doodse winter is overwonnen. Ook wij mogen jubelen, want de dood is overwonnen!

Over de evangelielezing hebt u in de voorbije jaren al heel wat boeiende en inspirerende gedachten gehoord. Dit jaar ga ik die bewust links laten liggen om nog eventjes stil te staan bij de tweede lezing uit de Eerste brief van Petrus. Want wat daar staat is geen klein bier. Eerst zegent Petrus God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in zijn grote barmhartigheid deed herboren worden tot een leven van hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de dood.

Daar staat het: misschien is dit wel één van de meest kernachtige samenvattingen van de band tussen Pasen en ons doopsel. In één zin. Petrus verzekert ons dat er voor ons een erfenis is weggelegd, die onvergankelijk, onbederfelijk en onaantastbaar is. Wat God ons geven wil, leven in overvloed, kan ons door niets afgenomen worden. Niets kan er iets af snijden of het bederven. Het is het puurste leven dat bestaat: het leven met en in God zelf. En daarom, schrijft Petrus, mogen we nu al juichen, ook al is het nu zo dat er lijden in ons leven is, beproevingen. Petrus beschouwt die beproevingen als een manier om ons geloof te bewijzen. Persoonlijk weet ik niet of ik er ooit in zal slagen om het lijden dat mijn medemensen en mij overkomt te zien als een soort examen, een test voor mijn geloof. Want juist in die beproevingen heb ik God zelf het hardst nodig. Net wanneer mijn geloof het kleinst en het zwakst is, heb ik het harder nodig.

Aan het einde van de lezing, hoorden we drie zinnetjes die naar mijn gevoel de band leggen met wat Thomas en Jezus uit te klaren hadden in het evangelie. Christus hebt gij lief zonder Hem ooit gezien te hebben. In Hem gelooft gij, ofschoon gij Hem ook nu niet ziet. Hoe onuitsprekelijk, hoe hemels zal uw vreugde zijn, als gij het einddoel van uw geloof, uw redding, bereikt. Ook al is ons geloof nu soms een onzeker tasten in het duister, we mogen hopen en vertrouwen op de belofte dat onze vreugde ‘hemels’ zal zijn. Door ons geloof en door ons doopsel zijn wij een verbond binnengegaan met God, die altijd zijn beloften houdt. Moge die bron van vreugde, vertrouwen, hoop en liefde onze kracht zijn, alle dagen van ons leven. Amen.

Advertenties

Homilie voor de 2e zondag van Pasen C


 

Uitgesproken in de abdijkerk te Averbode op zondag 3 april 2016.

lezingen:
Handelingen 5,12-16
Apokalyps 1,9-11a.12-13.17-19
Johannes 20,19-31

inleidingswoord:

Broeders en zusters, hartelijk welkom om samen de tweede zondag van Pasen te vieren. De vreugde om de verrijzenis van Jezus Christus en de barmhartigheid van God brengen ons hier vandaag samen. Deze zondag draagt namelijk naast “Beloken Pasen” ook te naam van “Zondag van de goddelijke barmhartigheid”. In dit bijzondere jubeljaar van de goddelijke barmhartigheid worden we uitgenodigd om ons bewuster te worden van de goedheid en menslievendheid van God. Zo worden we opgeroepen om zelf met liefde en barmhartigheid onze medemensen te tonen hoe nabij de Heer ons wil zijn.

 

homilie:

Broeders en zusters, wie hebben de leerlingen in hun midden gezien? Wat is de betekenis van wat de apostelen beleefd hebben? En wat kan dat voor onszelf betekenen? Dat zijn de vragen die ik mezelf stelde toen ik over de lezingen van deze zondag nadacht.

We horen dit evangelie elk jaar voorlezen, waardoor we misschien een beetje gevoelloos zijn geworden voor de stuitende boodschap die er in zit.

Jezus verschijnt te midden van zijn bange leerlingen. En zijn eerste woorden zijn: “vrede zij u”. Niet “awel, lafaards, waar waren jullie toen Ik jullie het hardste nodig had? Mooi stelletje leerlingen zijn jullie. Allemaal afgedropen en gevlucht en nu als bange wezels in een zaaltje samenhokken in de hoop dat het toch nog goed komt…” Is Goede Vrijdag dan vergeten? Of de verlatenheid en doodsangst van Jezus in de Hof van Olijven?

Als we even terugkeren naar die avond en die verschrikkelijke dag, en we bekijken die in het perspectief van wat er voorheen in het leven van Jezus gebeurde, zien we een totale omwenteling: de man die weldoende rondging en zieken en kwalen genas, zonden vergaf en vreugde bracht, zit in doodsangst te wenen in de tuin van Getsémane. De man die de pijn verlichtte van wie al jaren gebukt ging onder kwalen en discriminatie, lijdt zelf pijn, wordt gegeseld, bespot en gedood. Hij die barmhartig was zoals zijn Vader in de hemel, had toen de barmhartigheid van de mensen nodig. Maar Hij kreeg ze niet. Hij neemt alles op zijn onschuldige schouders, draagt het, strompelend en vallend, naar Golgota en laat zich daar met onze zonden en lasten kruisigen. En zo vernietigt Hij onze schuld. Hij kondigt door zijn leven en lijden de genade van God af, zoals het door de profeet Jesaja voorzegd is, de passage die Jezus zelf voorlas in de synagoge. Hij breekt de sloten en stelt de beveiligingen in vraag, Hij slaat een bres om de stortvloed van Gods barmhartigheid in de wereld, in onze harten, binnen te laten stromen. Paus Franciscus zei vorige week nog: “De barmhartigheid van onze God is oneindig en onuitwisbaar; en wij drukken de dynamiek van dit mysterie uit als een “steeds grotere” barmhartigheid, ik zou zeggen, barmhartigheid die onderweg is, barmhartigheid die alle dagen middelen zoekt om een stap vooruit te gaan, een kleine stap vooruit, vooruit op de onbekende grond van onverschilligheid en geweld.”

God overdrijft door een steeds grotere barmhartigheid. Hij geeft zich helemaal in zijn geliefde Zoon.

En die geliefde Zoon is het die in het midden van de apostelen staat en hen de vrede wenst. In de Bijbel betekent vrede meer dan “geen oorlog”. Het is een situatie waarin alle onevenwicht opgelost is, de schulden zijn vereffend.

En die genade schenkt Jezus aan zijn apostelen: Hij blaast over hen, schenkt hen de heilige Geest, en vertrouwt hen het dienstwerk van de vergeving van de zonden toe. Die vergeving is de meest intense ontmoeting met Gods barmhartigheid, die alles herstelt en aan de mens zijn oorspronkelijke waardigheid terugschenkt. Als we naar God terugkeren van dwaalwegen, dan staat Hij ons zoals in de parabel van de verloren Zoon, op te wachten, niet om ons als dienstknecht, maar als geliefd kind op te nemen.

Deze Jezus is volgens de Apokalyps de Eerste en de Laatste, de Levende. Hij die gestorven was, maar lééft in de eeuwen der eeuwen. Hij heeft de sleutels van de dood en het dodenrijk. Met andere woorden: wat er ook met ons gebeurt: Hij is ons nabij, meer dan we ooit hadden durven hopen. Hij blijft als een wig de deur naar het Koninkrijk van God open houden.

Jezus toont ons de barmhartigheid van de Vader, door de weg naar Hem steeds weer open te maken. Als we straks de hymne voor het jubeljaar weer zingen, dan mogen we vervuld zijn van dankbaarheid om die barmhartigheid en nabijheid.

Paus Franciscus noemde die barmhartigheid een bron van vreugde, gemoedsrust en vrede. Als we dit op deze zondag in onze overweging mogen meenemen, vertrouw ik er op dat de heilige Geest ons kan helpen om in deze tijden van onzekerheid, onverdraagzaamheid, haat en angst de goede houding en woorden helpt te vinden om Gods Rijk zichtbaar en voelbaar te maken voor alle mensen rondom ons. Amen.

voorbede:

Broeders en zusters, laten we ons toevertrouwen aan Gods barmhartigheid en bidden voor wat onze kerkgemeenschap en ons allen ter harte gaat.

Voor alle gedoopten, in het bijzonder voor wie zich voorbereiden om in deze Paastijd het Vormsel of de eerste Communie te vieren. Dat de heilige Geest ons allen tot vrijmoedige en aanstekelijke getuigen maakt van Jezus’ verrijzenis. Laat ons bidden.

Voor slachtoffers van haat, geweld, terreur of discriminatie. Dat hun lijden niet ongezien blijft, maar anderen oproept tot daden van vrede en barmhartigheid. Laat ons bidden.

 

Voor de hulpbisschoppen Leon Lemmens en Jean Kockerols, die 5 jaar geleden gewijd werden. Dat de Heer hun dienstwerk in ons aartsbisdom zegent en goede vruchten doet voortbrengen. Laat ons bidden.

Voor de mensen om wie we bezorgd zijn en de intenties die aan ons werden toevertrouwd. Dat de vreugde van Pasen alle mensen vrede en geluk zal brengen. Laat ons bidden.

Liefdevolle en barmhartige Vader, laat uw overvloedige goedheid altijd onze hoop zijn. Maar ons bereid om uw liefde steeds weer gestalte te geven in woord en daad, zoals het ons is voorgedaan door Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.

Homilie voor de 3e zondag van Pasen


Uitgesproken op zondag 4 mei 2014 in de Abdijkerk  van Averbode.

Lezingen:

Handelingen 2,14.22-28
1 Petrus 1,17-21
Lucas 24,13-35

 

“Brandde ons hart niet in ons, zoals Hij onderweg met ons sprak en ons de Schriften ontsloot?”

Broeders en zusters, met deze uitroep vatten de leerlingen die Jezus ontmoet hebben onderweg naar huis hun ervaring samen. Ze beseffen achteraf wat hen overkomen is en ontdekken hoe de Heer heel subtiel bij hen aanwezig is geweest. Pas nadat ze de Heer als een levende in hun midden hebben herkend, begrijpen ze wat er daarvoor allemaal aan de hand was. Zo is het eigenlijk ook met heel het evangelie. De evangelisten hebben het leven en de woorden van Jezus neergeschreven vanuit het perspectief van de verrijzenis. Het licht van Pasen is nodig om helder te kunnen zien wat Jezus zei en deed.

Als we goed kijken naar het verhaal, kunnen we in het Emmaüsgebeuren de oervorm van de eucharistieviering herkennen. Ook vandaag komen we samen om naar de Schrift te luisteren, om het Oude en het Nieuwe Testament vanuit het Evangelie van Jezus Christus in een nieuw licht te zien. We leren hoe die oude woorden ook voor ons vandaag een betekenis hebben, hoe ze zinvol kunnen zijn voor ons eigen leven. En we vragen aan de Heer: “Blijf bij ons”. En Hij komt bij ons, om bij ons te blijven. We herkennen Hem aan het breken van het brood, dat gebaar dat sinds het Laatste Avondmaal voor ons zo’n rijke en onuitwisbare betekenis heeft gekregen. En net zoals de leerlingen blijven we niet in ons huisje zitten, maar worden we in de kracht van de Geest naar buiten gestuurd om te verkondigen wat ons is overkomen. Die Geest is het die ons hart doet branden.

Elk van ons heeft wel een lievelingspassage uit de Bijbel, of een bepaald gebed of een ander aspect van de liturgie die haar of zijn hart doet branden. Want in elk woord en elk gebaar van deze samenkomst wil de Heer tot ons spreken. Voor de ene is dat de vreugde van de herinnering aan ons doopsel, waardoor we mogen delen in die levende dynamiek van Christus’ verrijzenis, voor anderen is het de schoonheid van de gezangen, weer anderen vinden diepe verbondenheid in de communie of voelen zich dichter bij God door de geur van de wierook. Anderen weer putten hoop uit dat kleine vlammetje bovenop de paaskaars, dat vertelt hoe zelfs de kleinste vlam van vertrouwen op God de duisternis uit ons leven kan verjagen. Of misschien is er een detail in het beeldhouwwerk of de andere kunstvoorwerpen, dat uw geloof symboliseert of wakker maakt.

Om door die zaken of woorden geraakt te kunnen worden, is het nodig dat ons hart open staat en we bereid zijn om Gods aanwezigheid te herkennen in kleine dingen. Als we van God eisen dat Hij zich alleen maar in grote, spectaculaire tekenen aan ons toont, zullen we wellicht altijd teleurgesteld worden. Niet zo zeer de gebeurtenissen zijn uitzonderlijk, maar de manier waarop wij erdoor in ons hart worden geraakt, hoe God ons door kleine tekenen wil aanraken, rakelings nabij wil zijn. Hij wil bij ons blijven, Hij laat ons niet in de steek.

Door naar Jezus te luisteren en te leren hoe Hij de profetieën en de Schriften in vervulling heeft doen komen, wordt onze blik op de wereld verbreed en verdiept.

Dan kan de Geest ons hart doen branden met een vuur dat zo hartverwarmend is, dat we het willen doorgeven naar onze medemensen.

“Brandde ons hart niet in ons?” Niet elke eucharistieviering zal met evenveel kracht dat vuur in ons aansteken. En toch: telkens weer gaat Jezus met ons op weg. Zelfs als wij van het hemelse Jeruzalem wegwandelen, gaat Hij met ons mee, luistert Hij naar onze zorgen en brengt Hij ons tot inzicht. Ook wanneer wij de reis willen onderbreken of beëindigen, wanneer we terug naar af zijn gegaan, wil Hij bij ons blijven en het brood voor ons breken. Dan kunnen we zoals David in de eerste lezing geciteerd werd, en ook in de antwoordpsalm weerklonk,  uitroepen: “Wegen ten leven hebt Gij mij doen kennen. Gij zult mij met vreugde vervullen voor uw aanschijn.”

 

 

Homilie voor de 3e Paaszondag A


Uitgesproken in de abdijkerk van Averbode op zondag 8 mei 2011

Lezingen
Handelingen 2,14.22-32
1 Petrus 1,17-21
Lucas 24,13-35

Mensen hebben nood aan tochtgenoten, die met hun blik op de weg voor ons nieuwe perspectieven openen en in moeilijke tijden bemoediging en steun kunnen bieden. Zo was het ook voor de twee leerlingen die terugkeerden naar Emmaüs. Voor een goed verstaander was de zaak heel duidelijk: het spel was uit. Die Jezus, op wie ze zo hun hoop gesteld hadden, bleek een mislukkeling. Wéér zo’n type dat met een veelbelovende boodschap de hoofden en de harten van de mensen op hol had weten te krijgen en daarna al dan niet spectaculair ten onder ging.
Moedeloos, met lood in de sandalen, druipen ze af.
Zusters en broeders, ook wij hebben wellicht heel wat redenen om de schouders te laten hangen en bijna beschaamd onze geloofsweg verder te zetten zonder al te veel enthousiasme en vertrouwen. We kunnen uitgebreide klaagzangen aanheffen over hoe onze geloofsgemeenschap door allerlei moeilijkheden en allerminst fraaie situaties gebukt gaat, aangevallen wordt of gewoon lijkt te verdorren en af te sterven. Net zoals de Emmaüsgangers kunnen we daar onderweg met elkaar over lopen of staan te keuvelen.
Maar misschien kunnen we op die aftocht net zoals die twee leerlingen een tochtgenoot toelaten. Iemand die vraagt “Waar lopen jullie zo over te tobben?” En dan zal ook ons antwoord wellicht zijn: “Weet gij dat dan niet? Leest ge geen kranten? Kijkt ge niet naar ’t nieuws? Zijt gij dan de enige die niet weet hoe zo’n veelbelovend verhaal samen met onze hoop de grond is ingeslagen?”
En dan kan die tochtgenoot eveneens vragen: “Waar hebben jullie het over?”
Dan kunnen wij aan het vertellen gaan over hoe mooi en fris ons geloof ooit wel was, en hoe aanstekelijk en inspirerend onze geloofsgemeenschap. In onze ogen kan die gloed van begeestering eventjes opflakkeren wanneer we vertellen over hoe we in ons leven houvast gevonden hebben in het geloof, hoeveel we vertrouwd hebben op God en hoe we door de hartverwarmende betrokkenheid van medegelovigen al een voorsmaak van de hemel hebben geproefd.
En dan kunnen we eens diep zuchten. Want dat lijkt nu allemaal aan diggelen gegooid. Jezus is dood. Punt. Niks aan te doen. Bedankt voor de aandacht. Goede reis verder.

Maar zo is het niet gelopen… en zo hoeft het ook voor ons niet te zijn. Laten wij ons nog aanspreken door iemand die met een heldere blik op het verleden en het heden ons wegen naar een hoopvolle toekomst aanwijst? Staan onze oren en ons hart nog open voor de levenwekkende woorden van het evangelie?
De Emmaüsgangers dachten dat ze het begrepen hadden… maar zo als zo vaak in het evangelie toont die vreemde tochtgenoot dat ze de puzzelstukken wel in handen hebben, maar de oplossing nog niet beseffen.
Natùùrlijk moest de Messias zo lijden om zo zijn glorie binnen te gaan. Dat vind je bij de profeten en in de andere Bijbelse geschriften. God heeft van oudsher niet nagelaten dit aan zijn volk te openbaren. Maar ze waren verblind en zochten het heil op dwaalwegen.
Zusters en broeders, zijn wij er per se beter aan toe? Zoeken wij de diepe zin van ons leven in het verhaal van God met de mensen? Of hebben we ons geluk gezocht in allerlei zaken die ons vroeg of laat uit de handen gerukt kunnen en zullen worden? Door met een nieuwe blik naar onze levensweg te kijken, door er het licht van het evangelie, het licht van de verrijzenis over te laten schijnen, kunnen we op zoek gaan naar waar het onvergankelijke geluk te vinden is.
Omdat we het al zo vaak gehoord of zelf gezegd hebben, zijn we er als het ware gewoon aan geraakt: die gekruisigde Jezus, die in de ogen van de hele wereld een mislukkeling was, is door de Vader uit de doden opgewekt. Zijn verrijzenis is de ultieme bevestiging dat de boodschap van liefde en redding, die het evangelie is, wààr is. Die kern van ons geloof wordt ons telkens weer aangereikt onderweg.

Net zoals de leerlingen gaandeweg vanuit de Schrift open komen voor die boodschap van vreugde, hebben wij ons door de lezingen van deze zondag laten openbreken voor wat nu volgen zal: in die kleine en toch grootse gebaren van het breken van het brood en het delen van de beker mogen we Jezus herkennen. Niet als een schim uit het verleden, maar als een Levende in ons midden.
Door te delen in de gaven die Hij schenkt, zijn eigen Lichaam, zijn eigen Leven, krijgen we ook deel aan het geluk dat voor Gods uitverkorenen is weggelegd en dat ons door niemand afgenomen kan worden.
Laten we verbonden in dat geloof eucharistie vieren, God de Vader dankend voor het onnoemelijke geschenk dat Hij ons in Jezus’ verrijzenis openbaart, zodat ook onze harten branden met een vuur dat aanstekelijk is voor onze medemensen.

De Goede Week en Pasen in onze abdijgemeenschap meevieren…


De Goede Week en Pasen bevatten de belangrijkste momenten van het liturgische jaar. We vieren met de hele kerkgemeenschap het lijden, de dood en de verrijzenis van Jezus Christus.

Dit jaar verlopen de diensten in onze abdijkerk volgens onderstaande planning. Al wie wil komen meebidden en -vieren is van harte welkom.

PALMZONDAG 28 MAART

11.00 uur: Eucharistie met zegening van de palmen en passieverhaal
15.00 uur: Passievespers met koor Wodan Skalden
18.00 uur: Completen

WITTE DONDERDAG 1 APRIL

12.10 uur: Middaggebed
16.30 uur: Boetedienst
20.00 uur: Plechtige eucharistieviering, gelegenheid tot aanbidding tot 22.30 uur

GOEDE VRIJDAG 2 APRIL

12.00 uur: Middaggebed
15.00 uur: Kruisweg
20.00 uur: Dienst van Goede Vrijdag

STILLE ZATERDAG 3 APRIL

12.00 uur: Middaggebed
18.00 uur: Vespers in kapittelzaal

21.30 uur: Paaswake

PAASZONDAG 4 APRIL

11.00 uur: Pontificale Eucharistieviering
16.00 uur: Gregoriaanse Paasvespers volgens de Premonstratenzertraditie
18.00 uur: Gregoriaanse completen

PAASMAANDAG 5 APRIL

11.00 uur: Eucharistieviering
18.00 uur: Paasvespers

Elke dag tot en met Beloken Pasen 11 april:

18.00 uur: Paasvespers volgens de Premonstratenzertraditie

ALLE DAGEN: BIECHTGELEGENHEID in de abdijkerk

Homilie 4e Paaszondag – Roepingenzondag


Lezingen:
Hand. 4, 8-12
1 Joh. 3, 1-2
Joh. 10, 11-18

inleidingswoord

Broeders en zusters,

de Heer brengt ons vandaag bijeen, zoals een herder zijn kudde.
Op deze vierde Paaszondag blijven wij de verrijzenis van Jezus vieren,
want door zijn dood en verrijzenis heeft Hij ons getoond
hoe groot de liefde is die de Vader ons betoond heeft.
Laten wij God loven en danken voor de grote dingen die Hij aan ons deed.

homilie

Stel u voor: u opent de krant en leest:
“Grote multinational zoekt voor langdurig engagement als leidinggevend en bezielend medewerker jonge dynamische en geïnspireerde gelovigen. Aanbod: uitdagende en afwisselende werkomgeving, kans tot evenwicht tussen zelfstandig werk en werken in teamverband. Wettelijk statuut, verloning en faciliteiten afhankelijk van concrete takenpakket. Boeiend spreken voor publiek, zin voor improvisatie en zangtalent vormen een pluspunt. Vereiste opleiding wordt door de organisatie verzorgd. Kandidaten kunnen zich melden bij hun filiaal naar keuze.”

of

“Gezocht: herders. Goede Herder zoekt nieuwe herders voor zijn kudde. Alle talenten worden gewaardeerd. Wie zich geroepen voelt, kan zich wenden tot de plaatselijke herder voor meer info. De schapen zullen u dankbaar zijn.”

Vandaag, op roepingenzondag, willen we met de hele kerkgemeenschap in het bijzonder bidden om roepingen tot het religieuze leven en het gewijde dienstwerk als diaken, priester of bisschop. Zo’n advertentie klinkt misschien leuk of interessant om mensen te “lokken”, maar de ervaring leert dat hier zelden de gewenste respons op komt.

“Roeping” is een eigenaardig, misschien wel mysterieus fenomeen, waar weinig goede woorden voor te vinden zijn. En toch weet haast elke gelovige waar het om gaat. Diep in ons hart voelen we dat we door God opgeroepen worden om mee te bouwen aan zijn Rijk, door onze talenten niet in de grond te stoppen, zoals de angstige knecht in de parabel van de talenten, maar er mee te woekeren, er winst mee te maken, er iets mee te doen.

Met advertenties en campagnes alleen zullen we er niet komen. Maar ze zijn wel nodig om de aandacht van ons allemaal af en toe naar dit onderwerp te trekken.

Want roepingen komen niet zomaar uit de lucht gevallen. Voor de meesten gaat het om een traag groeiproces, een proces van zoeken, twijfelen, groeien naar zekerheid en keuzes maken.

En dan is er toch die “klik”, dat ene duwtje in de rug, dat iemand nodig heeft om de sprong te maken.

Misschien hebt u het zelf wel eens meegemaakt, zo’n roeping. Plots rinkelt de telefoon of staat er iemand voor de deur met de vraag of u niet zou willen meehelpen met dit of dat project. Zelf had u misschien wel eens over nagedacht om zoiets te beginnen, maar het kwam er nooit van. Nu krijgt u de vraag in de schoot geworpen. En dan zeg je “ja”. En dat antwoord maakt u gelukkig, het doet iets met u, het geeft vervulling en vrede.

Als dit voor religieuze roepingen ook geldt, dan hebben we drie dingen nodig:

ten eerste: werken aan een geloofsgemeenschap waar mensen mogen groeien, zowel in hun relatie met God als die met de rest van de gemeenschap. Gemeenschappen die zichzelf dompelen in de azijn van de mismoedige gelatenheid verschrompelen en sterven uit. Natuurlijk kunnen we klagen. Vaak hebben we daar zelfs goede redenen voor. Maar het helpt niemand vooruit. Je concentreren op het positieve is geen naïeve vlucht, maar een houding die kansen en perspectief schept. Zo krijg je een gemeenschap waar leven in zit, waar mensen zich thuis kunnen voelen, die aanstekelijk werkt. De wereld kent en begrijpt ons niet, omdat ze niet geloven in de verrezen Heer. (vgl. 1 Joh 3, 1-2)  Het is aan ons om door ons kerk-zijn een waarachtige en geloofwaardige verkondiging van het Rijk Gods te worden. Als Jezus de hoeksteen van onze gemeenschap is en zijn verrijzenis de grond van onze hoop, dan mogen wij ons niet laten wegzakken in negatieve gedachten, maar worden we uitgedaagd om ook in moeilijke situaties ons steentje bij te dragen voor een positief klimaat, of zoals we in het openingsgebed gebeden hebben: de gemeenschap waar Gods vreugde heerst.

ten tweede: een volgehouden en vertrouwvol bidden. Jezus Christus, onze Opperherder, weet wat wij nodig hebben. Hij is met ons begaan en gaat ons voor op de goede weg. Hij kent ons en door het evangelie en de inspiratie van de Geest mogen wij Hem kennen.

We doen wat Jezus ons heeft opgedragen: vraagt aan de Heer van de oogst om arbeiders te zenden om te oogsten. Want de oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig. (Mt. 9, 37-38)

Ons gebed hoeft niet wanhopig te klinken. De Herder zal zijn kudde niet in de steek laten.

ten derde: het is belangrijk en noodzakelijk dat we het ook zelf aandurven om mensen aan te spreken, om hen te roepen. Niet enkel Gods stem in het binnenste van onze ziel is belangrijk, ook de roeping door de geloofsgemeenschap speelt een cruciale rol in de roeping van religieuzen, diakens, priesters en bisschoppen. Het is de gemeenschap die concrete mensen oproept tot dienstbaarheid, tot herderschap, tot verkondiging. Gods stem klinkt door onze moedige vraag: kom voor ons zorgen, wij zullen je dragen. Heb vertrouwen, de Heer roept je. En wij zullen je steunen.

Want onze geloofsgemeenschap heeft mensen nodig, mannen en vrouwen, die met hun leven een getuigenis willen worden van Gods liefde. Met vallen en opstaan, want we blijven immers mensen, proberen kloosterlingen het Rijk Gods aanwezig te brengen in deze wereld. De ene gemeenschap doet dat door een biddende oase van stilte te zijn, die bidt voor een wereld met mensen die het te druk hebben om te bidden, of die zo gekwetst zijn dat ze niet meer kunnen of durven bidden. De andere gemeenschap probeert dit door voelbaar Gods liefde gestalte te geven bij de armen en kleinen van deze wereld.

Zo’n radicale levenskeuze klinkt vandaag op een nieuwe manier uitdagend. De eeuwen door heeft God zijn volk door woestijnen teruggeleid naar het Beloofde Land. Laten we Hem in deze eucharistieviering ook danken voor de herders en getuigen die Hij aan de Kerk geschonken heeft en voor hen bidden, dat ze ons kunnen samenbrengen als één kudde van broers en zussen, kinderen van God, waarvan Jezus Christus de ene Herder is. Amen.


Bezoekers:

  • 112,243 pageviews

Archief

Follow De blog van Vincent on WordPress.com

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 2.215 andere volgers


%d bloggers liken dit: