Archive for the 'Commentaar' Category

Jaaroverzicht 2010


Naar (bijna) jaarlijkse gewoonte neem ik de gelegenheid om een overzicht te maken van mijn belevenissen in het voorbije jaar.

Daarbij wil ik bewust niet te veel ingaan op de nationale en internationale actualiteit. Er zijn andere en betere gelegenheden en fora om m’n teleurstelling over de politieke impasse of de schandalen rond seksueel misbruik in en buiten (!) de kerk te bespreken…

Diep ademhalen… daar gaan we:

1 januari 2010 werd m’n eerste jaarovergang in m’n nieuwe kamer. Door de nieuwe benoemingen in de abdijgemeenschap bleek het zinvol dat ik een andere stek kreeg binnen de abdijmuren. ‘k Kreeg enkele m² extra en wat meer hoogte (een hele verdieping). Ondanks de bange verzuchtingen van mensen die me wat beter kennen, slaag ik er nog altijd in m’n kamer behoorlijk opgeruimd en netjes te houden. Daarmee bewijs ik, IMHO, dat het “probleem” inderdaad ruimtelijk en niet persoonlijk was. Nèh! Tussen de klasbezinningen met de Sint-Michielscolleges van Schoten en Brasschaat door werd er ijverig geoefend aan de radio-eucharistieviering van 7 februari. Na een sfeervol gezinsweekend kon ik in het midden van de maand m’n kerstvakantie nemen. Die gaf me genoeg energie om het tweede trimester er helemaal voor te gaan.

Februari werd ingeluid met het begeleiden van de inleefdagen voor de Sint-Lutgardisschool te Antwerpen. De 7e werd onze zondagse eucharistieviering rechtstreeks uitgezonden via Radio 1. Voor mij was het de eerste keer als cantor… en de wet van Murphy sloeg toe: verkouden en behoorlijk schor, kon ik me eerder als dirigent dan als voorzanger verdienstelijk maken… Gelukkig dat de kwaliteit van een koor niet enkel afhangt van de koorleider.
Op 11 en 12 februari werd ik in het Sint-Angela-instituut te Tildonk verwelkomd om voor de tweede keer deel te nemen aan de “Diversiteitsdagen” waar ik voor verschillende klassen een getuigenis mocht brengen. Ook de ontmoeting met de andere genodigden tussendoor zorgde voor een extra aangename ervaring. Dat de wegen er hier en daar spekglad bij lagen, was voor mij eerder een plus- dan een minpunt: ’t leven mag ook eens spannend zijn, hé.
Intussen was mijn netbook door een technisch probleem compleet knock-out en moest in reparatie. De patiënt heeft de operatie goed doorstaan en blaakt sindsdien van gezondheid. Het departement Lerarenopleiding van de KHLeuven kwam op belevingsdagen, waar ik als begeleider de toekomstige leerkrachten mocht doen kennismaken met het abdijleven. De maand werd besloten met de klasbezinning van het Francescopaviljoen te Herentals en de doopviering van de 6-jarige Felix te Zitaart.

Van 12 tot 14 maart mocht ik samen met Klaartje het jongerenweekend “(Niet) om mee te lachen” begeleiden. Tussen de schater-, stuip-, hik-, en grijnslachen door werd er ook ernstig gepraat over de mogelijkheden en grenzen van de relatie tussen humor en geloof. Een lachmeditatiesessie velde de hele groep met lachkrampen en deed ons besluiten dat een wandeling toch voor een andere keer zou worden…
Daags nadien begon ik met de leerlingen van het Maris Stella-instituut te Malle aan een driedaagse klasbezinning. De week werd besloten met het prelaatsfeest,  een sfeervolle gezinsdag en een inspirerende uitvoering van de Johannespassie in onze abdijkerk.
Op 24 maart werd ik in Rillaar verwacht om in het rusthuis, zoals vorig jaar, samen met enkele priesters de ziekenzalving te vieren als slot van het ziekentriduum aldaar. Een intense ervaring, die vaak ook confronterend en zelfs ontroerend was.
Na de derde jeugd ging ik met de jongeren van het Don Bosco-instituut te Haacht aan de slag voor twee meeleefdagen. Het einde van de week bracht het begin van de Goede Week met Palmzondag en de jaarlijkse passievespers.

Op Goede Vrijdag 2 april kwamen leerlingen van het Sint-Pieterscollege te Jette de abdij bezoeken. Geïnteresseerd en enthousiast namen ze deel aan de diensten en volgden een rondleiding in de abdij. Pasen en de paasweek zijn in onze abdij altijd bijzonder door de Paasvespers, waarin we de band tussen het Paasmysterie en het doopsel uitdrukken door in processie naar de doopvont te gaan. Voor de leerlingen van de Skt. Norbertskole was het een uniek gebeuren. Die week kwam er een cameraploeg van de EO de abdij inblikken voor het programma God in de Lage Landen. Een kort getuigenis van ondergetekende schijnt de vergelijking tussen kloosterlingen en buitenaardse wezens weer een beetje verder de wereld uitgeholpen te hebben.
Van Pasen komt ook “paasvakantie”: drie dagen uitwaaien in het voor mij zeer bekende Wenduine brachten de nodige ontstressing na een drukke periode.
En zo begon de lente, met in haar kielzog: het huwelijksseizoen. Op 24 april trouwden Kelly en Kevin te Gestel.

Op 2 mei bliezen mijn familieleden verzamelen te Averbode voor de jaarlijkse herdenking van mijn in 1996 overleden grootvader. Daarna ging het naar Testelt voor een verkenning van de culinaire, culturele en kinderboerderij-gerelateerde aspecten van dit voor hen tot dusver onbekende pareltje uit de Demervallei. De beklimming van de Voortberg zal velen nog in het gebeente -euhm- geheugen geprent staan. Op 22 mei begeleidde ik voor het eerst een stiltedag voor volwassenen in de abdij, onder de titel “Als een stem, als een vuur in ons midden”, over de heilige Geest. Daags na Pinksteren waren we in Bois-Seigneur-Isaac uitgenodigd om feestelijk het afscheid te vieren tussen Averbode en de plaatselijke gemeenschap. De abdijgemeenschap heeft de kloostergebouwen ter beschikking gesteld van de Ordre Libanais Maronite. Daarmee komt een einde aan een boeiende geschiedenis van norbertijnse aanwezigheid in dit charmante abdijtje. Met een vorstelijk ontvangst op het kasteel, brachten de baron en de barones hun dankbaarheid tegenover de confraters die er jarenlang gewoond en gewerkt hebben tot uiting.
En dan kwam het klapstuk van het jaar: op 29 mei mocht ik in ons beider doopkerkje (Sint-Teresia Bunt) het kerkelijk huwelijk inzegenen van mijn broer Nicolas met mijn schoonzus Debby. Een zonovergoten dag (dat hoort zo) met feestelijke, intense momenten staat voorgoed in onze harten gegrift.

Een week later zagen ze me op den Bunt weer aankomen. Op 5 juni traden oud-mede-misdienaar Jeroen en Tine met elkaar in het huwelijk. Ook daar was de zon vanzelfsprekend van de partij. Maar dat kon je met zo’n stralend koppel moeilijk anders verwachten. Intussen begon ook de examenmaand. Voor mij was het de eerste keer in jààààren dat ik geen lessen volgde, dus moest ik niet voor mezelf stressen… maar ‘k leefde wel mee met de Zalige Blokbeesten die zich in ons bezinningscentrum aan hun noeste arbeid wijdden. Op 13 juni bracht ook ik mijn stem uit voor de regering die dat jaar niet gevormd zou worden. Die avond stapte ik op de trein richting Conques voor mijn vroege zomervakantie. Ik mocht er weer genieten van de mooiste plaats ter wereld, heel wat pelgrims ontmoeten en me uitleven op de orgels en de piano in de adembenemende abdijkerk. Wat kan een mens zich nog beter wensen? Goede lectuur? Check! Stieg Larsson werd voor mij één van de ontdekkingen van het literaire jaar. Een toptalent dat veel te vroeg overleed.
Op terugweg van de vakantie beleefde ik in Merelbeke met mijn grote familie het jaarlijkse Ceulemansweekend, waar ik tot mijn eigen verbazing opklom tot schaakkampioen van de familie, na enkele bloedstollende partijen. Zeker is dat ik volgend jaar m’n titel zal moeten verdedigen tegen ijzersterke tegenkandidaten. Morituri te salutant.

De zomer kan geen echte zomer zijn zonder de JOngerenVAkantieDAgen. Zo werd juli ingezet met een intense week rond de heilige Augustinus. Onder een genadige, en soms zelfs genadeloze, zon wandelden we door het Laakdal en de bossen rond de abdij.
Ook deze maand werd bekroond met een huwelijk. Twee van mijn dierbaarste vrienden, Eric en Ellen, huwden te Bornem in een viering waar nog lang over nagepraat zal worden: 2 abten, 8 priesters, ongeveer evenveel misdienaars, een enthousiast koor en een kerk die uit volle borst meezong. Dat beloofde voor ’s avonds… en het werd/bleef inderdaad een geweldig feest.
De zomer kabbelde rustig voort, met de ontdekking van de Olmense Zoo, samen met de andere leden van de werkgroep K van de KLJ. Op 20 augustus trouwde het sympathieke koppel Steffi en Nick te Zittaart. Einde augustus wordt in onze gemeenschap altijd gemarkeerd door de conventsretraite: onze stille voorbereiding op het hoogfeest van Augustinus op 28 augustus. Een grote dag voor de abdijgemeenschap, want we verwelkomden de eerste van twee nieuwe novicen dit jaar. Daags voordien werd onze medebroeder Philippe tot diaken gewijd. Op 29 augustus krioelde het op de parking van de uitgeverij van de Smarts. De Smartclub van België kwam op bezoek in de abdij en liet bij deze gelegenheid de auto’s zegenen in een korte, maar sfeervolle gebedsdienst.

Toen begon het nieuwe schooljaar. De eerste weken bleef ik gespaard, maar daarna kwamen de klasbezinningen er aan: ik mocht groepen uit Overijse, Deurne, Waregem, Gent, Lennik en Herk-de-Stad begeleiden tijdens het eerste trimester. Tussendoor waren er enkele grote momenten: op 24 september mocht ik voor het eerst één van mijn grote voorbeelden live zien optreden: Herman van Veen kwam in Scherpenheuvel samen met Edith Leerkens zijn Vlaamse tournee  inzetten. Een levensdroom kwam tot vervulling.
Daags nadien vierden we in de abdij het 25-jarig bestaan van de Zen-gemeenschap in de poortgebouwen. De ontroerende getuigenissen van meneer en mevrouw Kuijken haalden me definitief over de streep: dat moet ik ook proberen. Op 6 oktober, de feestdag van de heilige Fides (Sainte Foy) van Conques ging ik tussen twee klasbeziningen door (jawel) in Scherpenheuvel een bezinningsnamiddag begeleiden. Het aandachtige publiek leek geïnspireerd door m’n woorden, maar ook door m’n eigen muzikale brouwsels die ik meebracht om wat tijd voor overweging te geven. Zo’n week met drie bezinningen is niet niets. De rust lonkte: eerst was er nog de radio-eucharistieviering op 10 oktober, maar daarna kon ik als tevreden cantor op vakantie voor enkele dagen. Nieuwpoort had me al zo’n 18 jaar niet meer gezien. De hernieuwde kennismaking was kort maar aangenaam.
Op 6 november lachte ik me in goed gezelschap een kriek met de Frivole Framboos te Tessenderlo. Het weekend erna was het menens: ik nam deel aan de Zen-inleiding onder leiding van mijn medebroeder Staf Feyaerts. Een heel weekend in stilte kennismaken met deze eeuwenoude boeddhistische manier van mediteren en zoeken naar het transcendente. Zoals ik het achteraf op m’n Facebookprofiel zei: “Zen is moeilijk, Zen is saai, je lijkt er helemaal niets aan te hebben, dus lijkt het wel iets voor mij.” Sindsdien probeer ik gedisciplineerd elke dag tijd te maken voor een half uurtje meditatie en ook regelmatig op donderdagavond met de zengemeenschap te gaan “zitten”(Zazen betekent zoiets als “zittend zitten”).
Na zo’n stilteweekend was het contrast met het Liturgisch Congres te Blankenberge nogal groot, maar daarom niet onaangenaam. Als deelnemer en gastspreker voor een workshop rond gregoriaans was dit voor mij een totaal nieuwe, maar vooral aangename ervaring. Dat smaakt naar meer!

Op 4 december trotseerde ik de eerste sneeuwbuien om in Dendermonde deel te nemen aan de trefdag voor bovenlokale KLJ-medewerkers. Een combinatie van vorming, ontmoeting en feesteuh zorgde voor de optimale sfeer om te genieten van die verbondenheid die alleen jeugdbewegingen je kunnen bieden. Daarvoor rijd ik met plezier door de sneeuw!
Ook op 11 december begeleidde ik de stiltedag in ons bezinningscentrum onder de titel “Heilige zondaars die twijfelend geloven”, over de vruchtbare spanning die paradoxen brengen op spiritueel gebied.
Op 22 en 23 december begeleidde ik de meeleefdagen voor twee studentes uit Tielt, die ik ook meebracht naar de jaarlijkse kerstviering van de studenten bio-ingenieur van de KULeuven te Heverlee. Zoals elk jaar bracht het eigen studentenkoor er een warme sfeer, die dan feestelijk werd verdergezet in hun facbar. Zo eindigde 2010 in ’t wit.

Een schoonzus en talloze mooie herinneringen rijker, kijk ik tevreden terug op een goed gevuld jaar… bedankt iedereen!

Advertenties

Jaaroverzicht 2009


2009 begon erg ongewoon. Voor het eerst sinds mijn intrede in de abdijgemeenschap bracht ik de jaarovergang niet in mijn geliefde abdij door, maar elders. Op het einde van 2008 vond in Brussel de jaarlijkse internationale Taizé-ontmoeting “Pelgrimage van vertrouwen” plaats. Ruim 40.000 jonge mensen kwamen naar Expo Brussels (Heizel) om er elkaar te ontmoeten, samen te bidden en over hun geloof uit te wisselen. Om zoveel mensen te onthalen, hadden honderden gastgezinnen plaats gemaakt voor welkome onbekenden. Ook onze gemeenschap te Bois-Seigneur-Isaac had haar deuren geopend en met enkele jonge medebroeders mocht ik helpen hen te onthalen. In de nasleep van wat gezondheidsproblemen (de ontdekking van mijn lactose-intolerantie) beleefde ik de meeste dagen vanuit Bois-Seigneur mee in plaats van naar Brussel te gaan. Een heel rustige, maar niet minder sfeervolle jaarovergang, samen met nog twee medebroeders sloot een bewogen jaar 2008 af. Door mijn afwezigheid vond ik geen geschikt moment meer om van dat jaar een overzicht te schrijven. Dat zal u dus tevergeefs op de blog zoeken. Van 2007 en 2006 is er wel een jaaroverzicht… maar dat bent u nu niet aan het lezen.

Toen was het januari. Mijn belangrijkste activiteiten die maand hielden verband met de klasbezinningen voor de leerlingen van het Sint-Michielscollege van Schoten en het Sint-Janscollege te Meldert. Aan het einde van de maand mochten we de (door een perslekje een beetje “valse”) start van de jongerenblog van onze abdijgemeenschap aankondigen. Sindsdien mag ik mezelf  “tevens webmaster van de jongerenblog” noemen. Met zo’n 400 à 500 bezoekers per week mogen we zeker niet klagen…

In februari gingen de eerste voorbereidende werkzaamheden voor de nieuwe CD-opname van de abdijgemeenschap van start. Het muzikale voorjaar werd voor ons ingezet met het verzorgen van de radio-eucharistieviering op VRT Radio 1. Dan ging de veertigdagentijd van start, maar niet voordat ik me met enkele moedige medebroeders zich in de Hoge Venen in het adembenemende, uitgestrekte, maar soms verraderlijk gladde landschap waagde. De misdienaars van Zemst kwamen daags voor aswoensdag ook nog even op bezoek in de abdij en dat hebben we naar traditie met een zangstonde gevierd.
De kroon op de maand was voor mij de huwelijksviering van Veerle en Daan te Aarschot. We (en zij) hebben elkaar tijdens een jongerenweekend in de abdij leren kennen… het werd een sfeervolle en hoogst originele feestdag, waar nog lang van nagenoten is. Daarmee zette ik mijn rijtje huwelijksvieringen voor 2009 in… uiteindelijk mocht ik dit jaar 10 koppels elkaar het ja-woord horen geven.

Ook maart was een maand met klasbezinningen: 2 klassen van Maris Stella Oostmalle en de meeleefdagen voor de leerlingen van het Don Bosco-instituut te Haacht. Op 19 maart vierden we (op het naamfeest van onze abt) het prelaatsfeest. Een cultureel hoogtepunt was voor mij die maand het bijwonen van het concert met muziek van één van mijn lievelingscomponisten, John Rutter, te Aartselaar. Op de laatste zondag van de maand mocht ik Tibo gaan dopen in het Klina-ziekenhuis te Brasschaat, omdat hij na maanden nog steeds niet naar huis kon. Intussen is hij gelukkig thuis bij zijn ouders.

Op 1 april stond mijn eerste ziekenzalvingsviering in het RVT te Rillaar op m’n agenda. Een medebroeder die daar jaarlijks het triduüm gaat begeleiden had gehoord dat ik zoiets als priester nog nooit had meegedaan en nodigde me prompt uit. Het werd een intense ervaring. Intussen stond ook m’n KLJ-activiteit niet stil… op de vooravond van Palmzondag mocht ik samen met de collega’s van de Werkgroep ‘K’ een gebedsviering begeleiden in Malle. Daags nadien waren er naar jaarlijkse traditie de Passievespers met het koor Wodan Skalden in de abdijkerk, waarmee de Goede Week stevig van start kon gaan. Samen met medebroeder Jos begeleidde ik Op Weg naar Pasen voor jongeren rond het thema “Ik geef me over”. Elk jaar weer ben ik diep geraakt door de intensiteit waarmee jongeren samen met ons die centrale dagen van het kerkelijk jaar met ons mee komen vieren. Intussen stond ook Thagaste niet leeg: een groepje jongeren van JNM kwam werken in de bossen rond de abdij. Zoals steeds ging dat gepaard met hartelijke, en soms heel diepzinnige gesprekken. Op Beloken Pasen mocht ik Rik, Zeth en Siem dopen te Gestel en was er ’s avonds de ontmoeting met de Deense scholieren die in het Bezinningscentrum logeerden. En dan “was de gas op”, zoals mijn directeur dat pleegt te zeggen… tijd voor vakantie. Dit jaar was mijn paasvakantie een hartelijk weerzien van de Salesiaanse gemeenschap te Farnières. Om niet helemaal met een schuldgevoel terug te moeten keren naar de abdij, ben ik aan het einde van m’n vakantie nog een studiedag gaan volgen aan de Universiteit van Leuven over geloof en humor. Meteen een goede inspiratiebron voor ons jongerenweekend in het voorjaar 2010.
Doopsel, ziekenzalving, huwelijk, eucharistie… welk sacrament was nog niet onder de aandacht gekomen? Juist: het sacrament van boete en verzoening. Dat mocht ik samen met de vormelingen van Eindhout gaan vieren, als voorbereiding op hun vormsel. Een genadevol moment in vele opzichten. M’n familie werd ook niet uit het oog verloren. Naar intussen jaarlijkse traditie werd er verzamelen geblazen in Averbode om tijdens de eucharistieviering met de abdijgemeenschap te bidden voor m’n overleden grootvader en voor elkaar. Dan ging de karavaan richting Mol voor een goede maaltijd en een stevig potje bowling. Als afsluiter van de maand werd ik verwelkomd in het KTA te Brasschaat om in enkele klassen te vertellen over mijn levenskeuze en het leven in onze abdij. Een spervuur van vragen zorgde ervoor dat de tijd “in no time” voorbij vloog. Tijdens de middagpauze “ontsnapte” ik even uit de school om aan de overkant van de straat terug in Klina aan te komen… deze keer niet voor Tibo, maar om Ibe te gaan bezoeken. Dit sympathieke kereltje is het zoontje van David en Elke, twee oud-klasgenoten wier huwelijk in 2008 mocht inzegenen. (ook al zo’n onvergetelijke dag) Zo werd een stevig gevulde maand afgerond.

Ook in mei mocht ik enkele kindjes dopen: Anouk en Milan in Meerhout, Luca in Zittaart en Mathéo in Ekeren (Leugenberg). Maar mei 2009 zal me toch vooral bijblijven als dé trouwmaand: op 9 mei was het dubbel feest: in de voormiddag zegende ik het huwelijk van Hans en Evelien in te Ekeren (Bunt), in het kerkje waar ik ooit nog gedoopt werd. Dan ging het in vliegende vaart (maar toch nog netjes binnen de toegelaten snelheden) naar Lochristi om te Hijfte de huwelijksviering voor te gaan waarin Nathalie en Wouter (beide KLJ-leden) elkaar het ja-woord gaven. Op twee plaatsen kan je niet tegelijk zijn, maar na elkaar wel, dat heb ik bij deze uitgeprobeerd…
De week nadien: opnieuw een KLJ-huwelijk: Ward en Katleen stapten te Lint in het huwelijksbootje, in een viering waarin de KLJ-afdelingen van Lier (Noord en Zuid) voor de opluistering zorgden.
Maar voor het zover was, stonden er nog twee grote events op het programma: in diezelfde week vonden de opnames van “Klanken van stilte”, de nieuwe cd van onze abdijgemeenschap plaats en reed ik helemaal naar Berkel en Rodenrijs (ten noorden van Rotterdam) om professor Paul van Geest te interviewen voor ons abdijtijdschrift ‘Averbode’ over de inspiratie die Augustinus met zijn kloosterregel kan bieden voor het huwelijksleven. (jawel, u leest dat goed: een kloosterregel als huwelijksinspiratie)
Het werd een lange, maar toch vrij vlotte autorit, een hartelijk weerzien (professor Paul kwam al enkele keren in onze abdij een retraite begeleiden), besloten met een gezellige maaltijd in hét restaurant van Berkel (;-) ). Een reisje waar ik lang van heb nagenoten.
Was dat al voldoende qua mega-events? Nee hoor. Mei had nog enkele pareltjes in petto: de KLJ-bedevaart naar Scherpenheuvel met de ochtendlijke (6u30!) gebedsviering en de eucharistieviering met ruim 1000 deelnemers (toegegeven, vooral niet-KLJ-ers) en de opening van het nieuwe provinciale KLJ-secretariaat te Herentals (waar ik eventjes op bezoek kwam) mogen zeker niet onvermeld blijven.

Juni was iets rustiger… hoewel… op Pinkstermaandag ging ik voor de voorlaatste keer mee op bedevaart naar Bois-Seigneur-Isaac. Op 6 juni vierden we het hoogfeest van onze ordesstichter Norbertus en ’s avonds presenteerde ik de internationale taptoe op het voorplein van de abdij. Stressen! Maar de stress was er natuurlijk vooral voor de studenten die in het bezinningscentrum kwamen studeren: de Zalige Blokbeesten. Gelukkig mocht de meerderheid zich met succes door de examens wringen. Ook voor mij was er een proclamatie: in het provincialaat van de Broeders van Liefde te Gent werd ik samen met mijn medestudenten gecertifieerd als “Jeugdcoach”. Deze praktijkgerichte opleiding volgde ik om met nog wat extra bagage als bezinningsbegeleider in onze abdij aan het werk te kunnen. Het werd een intense en boeiende ontdekkingsreis, waar ik nog veel mee zal kunnen doen. Dat een groot deel van de opleiding in de abdij van Zevenkerken plaatsvond, was nog eens een extra voordeel.
De jaarlijkse conventsbarbecue liet ik voor was hij was, om met mijn familie in Merelbeke op weekend te gaan. Vooral de sfeervolle eucharistieviering in openlucht, in een stralend zonnetje en de spannende “De slimste mens van de familie” zinderden nog lang na.

En zo begon de zomer… en hoe kan een zomer in Averbode nu beginnen zonder JOVADA? Juist. Met de apostel Paulus als gids genoten we van een weekje bezinnend, ontspannend en inspannend samenzijn. De dagtocht naar Langdorp, Aarschot en Testelt was steviger dan gedacht, de Israëlische volksdans nog leuker (en veel vermoeiender) dan gedacht, de inspiratie die Paulus ons bood rijker dan gedacht… een JOVADA die heel wat verwachtingen overtrof.

In juli stapten Kris en Tinne te Eindhout in een smoorheet huwelijksbootje… de kerk werd door een genadeloze zon haast tot een sauna herschapen. Maar dat lieten we niet over onze kant gaan. Een ruime week later trouwden Davy en Kristel te Zittaart in een iets draaglijker temperatuur (en vervoerd met een mooie koets). Maar hét huwelijk van juli was ongetwijfeld dat van mijn nicht Marjolein met Glenn te Stabroek. Een prachtig kerkje, een smaakvolle en sfeervolle viering, de receptie met de rubber laarzen (“katsjoewe botten”) van de bruid (verhaal te lang om hier uit de doeken te doen), … moet er meer commentaar bij?
Een warme maand is ideaal om wat met water te spelen, dus ook doopsels stonden op het menu, en niet weinig: Bo, Louise, Nathan, (Zittaart) Axelle en Wenke (Klein-Vorst), Rein, Bente, Dora, Nathalina en Yarne (Gestel) werden door het doopsel opgenomen in de gemeenschap van Jezus Christus.
Dan was het tijd voor mijn eigen vakantie in twee delen: eerst een weekje de laatste kans grijpen om m’n zomervakantie in Bois-Seigneur-Isaac in een norbertijnse gemeenschap door te brengen (in 2010 geven we die abdijgebouwen door aan de Libische Maronieten), waarna ik me thuis mocht voelen bij mijn broer en toekomstige schoonzus in het oud-ouderlijke huis te Ekeren. Een daguitstap naar Zeeland met een goede vriend behoorde, naast de kasteeltuinen van Edingen, tot de ontdekkingen van de zomer. Je moet het niet ver gaan zoeken, dicht bij huis zijn heel wat mooie dingen te ontdekken. Dreischor maakte op mij een heel pittoreske indruk. Nooit van gehoord? Googlen maar!
Omdat ik de Israëlische dansmicrobe maar niet kwijtraakte, kon het niet laten met één van de deelnemers van JOVADA naar het Nachtegalenpark te gaan om daar de wekelijkse internationale volksdansinstuif mee te maken. Een aanrader voor al wie van muziek houdt en eens iets nieuws wil proberen. (Bedankt, Rik, voor de gouden tip!) Zo sloot ik m’n vakantie muzikaal af.

En zo was ik in augustus beland. Tijd voor het eerste Tel18-huwelijk dat ik mocht meemaken: Koen en Ilse trouwden te Kapellen.
Augustus was de maand van feestgedruis in de abdij: met 1134 als stichtingsjaar, konden we 875 jaar op de teller zien staan. Een goede gelegenheid om dankbaar achteruit en vooruit te blikken. De feestelijkheden bestonden uit een vesperdienst, een academische zitting, een verrukkelijk Monteverdi-concert en een gezellige familiedag. Honderden mensen konden op die manier meevieren met de medebroeders. Maar daarmee was de feesttrein nog niet uitgereden: op 28 augustus verbond fr. Philippe zich door plechtige geloften voor het leven aan onze abdijgemeenschap, na zich samen met ons tijdens de conventsretraite daarop voorbereid te hebben. Voor het eerst in heel wat jaren konden we dit jaar geen nieuwe novicen inkleden… maar gezien het leven in onze abdij voor mij en voor velen een bron van geluk is, ben ik er gerust in dat we de komende jaren nog kandidaten zullen mogen verwelkomen.

En toen viel er als een bliksemschicht bij heldere hemel onverwacht iets in mijn korf. In het begin van september kondigde de prelaat me aan dat hij me in het huiskapittel van 8 september zou benoemen tot cantor (voorzanger) van de abdijgemeenschap. Een taak die ik in dienstbaarheid en trouw zal proberen te vervullen. Dankbaar om de goede akker die ik van mijn voorganger Marc Fierens mag overnemen, heb ik toch ook geleerd dat er heel wat tijd en energie achter de schermen geïnvesteerd moet worden om de gebedsdiensten van de abdijgemeenschap tot een evenwichtig, inhoudsvol en afwisselend resultaat te helpen. Met Jan en Bart als succentores (assistent-voorzangers), Jos als organist en enkele medebroeders als “reserveploeg” weet ik me omringd door welwillende en enthousiaste medewerkers. ‘k Zal m’n best doen…
September was ook de maand waarin Maarten en Vicky in de Magdalenakerk te Reet in een doorleefde viering in het huwelijksbootje stapten. Nooit eerder had ik een bruid zien wimpelen… maar KLJ-tradities zijn er om te respecteren. Indrukwekkend! Twee weken later trouwden Leen en Joris te Gestel. Een mooi einde van het “trouwjaar 2009”.
Maar september was ook het begin van een jaar: dat van de klasbezinningen 2009-2010: twee klassen van het Scheppersinstituut te Antwerpen en één  van het Drievuldigheidscollege te Leuven mocht ik onder m’n hoede nemen. Ook de eerste meeleefdagen, voor de leerlingen van COLOMAplus te Mechelen, luidden het nieuwe werkjaar in.
Tussendoor doopte ik Ferre, Noor en Thorvald te Gestel en mocht ik (mijn stiekeme favoriet van het jaar) Ibe dopen te Kalmthout, gevolgd door één van de gezelligste doopfeesten die ik al mocht beleven. (Maar hoe kon het ook anders met zo’n mooi huwelijksfeest van zijn ouders het jaar daarvoor?)
Tenslotte kwamen de VOLL’ers van Rijmenam nog een dagje op bezoek om zich te bezinnen rond vergeving en verzoening, besloten met een verzoeningsviering, als ultieme voorbereiding op hun vormselviering begin oktober. Zo besloten ze een jarenlange groeiweg met een onvergetelijke viering, gevolgd door een gemeenschappelijk feest, opgeluisterd met de knotsgekke videofragmenten van hun avonturen.

Begin oktober was er één van mijn preekbeurten in de abdijkerk over… het huwelijk. Huwelijkspreek 11 van 2009 ging dus in de steigers. (Als ik het tegen dan nog niet begrepen zou hebben… hoewel het toch ook altijd een mysterie zal blijven waar ik nooit het laatste woord over gezegd zal hebben…)
In Meerhout werd ik uitgenodigd om op de ouderavond voor de vormelingen te vertellen over de betekenis van het vormsel en de rol die de ouders bij de voorbereiding ervan kunnen spelen. Op zondag 11 oktober hebben we met (bescheiden) tromgeroffel onze nieuwe CD+boek voorgesteld. “Klanken van stilte” blijkt bij bijzonder veel mensen in de smaak te vallen. Iemand vertrouwde me toe dat sinds 11 oktober onze gezangen al zijn autoritten begeleiden… en dat zijn er heel wat.H. Hartcollege van Waregem, de meeleefdagen van het Onze Lieve Vrouwecollege te Assebroek, Sint-Godelieve Lennik (die er zo van genoten hebben dat ze in december al terug naar Averbode kwamen om na hun examens in Thagaste te logeren) en de  leerlingen van de Sint-Martinusscholen van Herk-de-Stad.
Op 18 oktober werden Liam en Witse door mij in Gestel gedoopt.

Na het Allerheiligenweekend hielden we met onze abdijgemeenschap canoniekapittel, onze jaarlijkse grote vergaderdag. Wat klasbezinningen betreft stond november helemaal in het teken van de Sint-Bavohumaniora te Gent. De zondag daarop was Antwerpen mijn bestemming, meer bepaald de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal: daar mocht ik Livia dopen in de eeuwenoude doopvont in een straalkapel. Als je de toeristen meerekent was dat met ruime voorsprong het doopsel met de meeste aanwezigen. De dopelinge gedroeg zich waardig en ingetogen.
Op 14 november nam ik voor het eerst deel aan een Elia-avond. Dat zijn gespreksavonden voor jongvolwassen gelovigen. Die eerste avond rond ziekenhuispastoraal heeft me de smaak te pakken doen krijgen. Als ik kan, kom ik elke volgende keer meedoen…
Aan het einde van november werd ik enkele dagen gevolgd door twee studenten journalistiek, die me met camera en “Samson” bestookten voor hun portret-project. Heel wat uurtjes en talloze vragen, maar misschien nog meer one-liners later hadden ze genoeg materiaal bij elkaar. Het eindresultaat heb ik nog niet gezien… maar na die dagen was ik mezelf wel beu-gehoord.
Tenslotte wil ik niet onvermeld laten (hoe irrelevant dit ook mag klinken voor u, bloglezer): in november at ik voor het eerst in anderhalf jaar nog eens pannenkoeken, dankzij mijn lieve moeder, die de moeite deed een stapel lactosevrije exemplaren voor mij uit haar pan te toveren… en ze smaakten naar méér! Een kinderhand/mond is gauw gevuld…

En zo liep het jaar op z’n einde: december is een examenmaand voor humaniorastudenten, dus geen klasbezinningen te begeleiden. En dat kwam prima uit, want ik kreeg het signaal dat ik naar een andere kamer mocht verhuizen. Die verandering had voordeel voor verschillende personen, maar ook voor mezelf: ‘k heb nu een beetje meer plaats, zodat ik in m’n zithoek niet langer met opgetrokken knieën een boek moet lezen, maar zelfs plaats heb om een kop thee naast me op een tafeltje te plaatsen. Kwatongen beweerden dat “meer plaats” bij mij alleen maar “meer rommel” zou betekenen. Ruim 3 weken later kan ik alleen maar het tegendeel laten vaststellen: zowel mijn nieuwe werkruimte (in het bezinningscentrum, betrokken in november) als mijn nieuwe kamer staan er netjes tot zeer netjes bij. De dagen voor kerstmis kwamen enkele Nederlandse jongeren van Woesteland in Thagaste logeren om in de (sneeuwwitte) bossen rond de abdij vrijwilligerswerk te doen voor Natuurpunt. Een vrolijke en gezellige bende, waarvan er uiteindelijk 4 ook de kerstnacht doorbrachten in het jongerenverblijf. Enig! 😉
Kerstavond en Kerstmis werden naar goede gewoonte ook muzikaal luisterrijk gevierd. Tijdens de kerstwake brachten enkele medebroeders, waaronder ik, enkele Engelse en Duitse kerstliederen ten gehore, afgewisseld met het betere orgelwerk door medebroeder Jos  om de sfeer op te bouwen naar de middernachtmis toe, die dit jaar iets minder druk werd bijgewoond als de voorbije jaren, door de aanhoudende winterse wegensituatie. Dat belette ons niet om na de eucharistieviering chocomelk en soep uit te delen aan de vrij snel natgeregende kerkgangers.

En zo is weer een jaar voorbijgesneld. Met 2010 beginnen enkele medebroeders aan een nieuwe functie als overste of verantwoordelijke voor enkele afdelingen in de abdij. In januari hopen we ook te weten te komen wie de nieuwe aartsbisschop voor Mechelen-Brussel zal worden. (en eventueel wie dan diens huidige bisschopszetel zal toegewezen krijgen) Maar waar ik vooral naar uitkijk is het huwelijk van mijn jongere broer. Dan wordt definitief het “eerste generatie”-hoofdstuk afgesloten en begin ik samen met mijn leeftijdsgenoten tot de tweede generatie (die van ouders-met-jonge-kinderen) te horen… en de generatie van mijn ouders stilaan tot de grootouder-generatie. (jaja, wen er maar aan!)

De cijferfreaks krijgen hun zin op het einde van dit jaaroverzicht:
dit jaar 10 huwelijk (dus totaal: 17 sinds mijn diakenwijding) en 26 doopsels (totaal: 63 sinds mijn diakenwijding).
De voorbije dagen is mijn blogteller over de 60.000 pageviews gegaan.
Met een gemiddelde van zo’n 1500 bezoekers per maand, voel ik me zeker niet ongelezen.

Aan jullie allemaal, beste bloglezers, en aan allen die jullie nabij zijn of die jullie in het hart dragen: een gezegend 2010 met minstens één vervulde droom, één uitgevoerd creatief idee en één knotsgek moment!

Twee jaar


Vandaag is het twee jaar en een dag geleden dat ik door mgr. Van Looy tot priester werd gewijd.

Verjaardagen zijn vaak ook terugblikmomenten. Toen ik m’n eigen woorden van 29 april (dankviering in Ekeren) teruglas, dacht ik: ze blijven actueel…

Dus citeer ik mezelf (dat spaart een hoop gedoe rond copyright) om mij en u weer even in herinnering te brengen waar het voor mij om gaat:

Een tijd geleden werd mij, in het kader van een studiedag een de universiteit, gevraagd om eens na te denken over mijn levensverhaal. De diepe vraag die bleef nazinderen was: hoe wil ik dat mensen zich mij herinneren? Of om het met een beeld te zeggen: wat moet er op mijn grafsteen staan?
Mogelijk vindt u het een beetje luguber dat een jong iemand als ik op een feestelijke dag als deze zulke beschouwingen met u deel. Nochtans is dit een uitstekend moment om even bij deze vragen stil te staan. Hoe wil ik dat mensen aan mij denken? Wat beleef ik als de boodschap van mijn leven? Welk verhaal wil God met mijn leven vertellen?

Als ik één beeld mag kiezen dat voorgoed op ieders netvlies gebrand is, valt mijn keuze op het moment dat mgr. Van Looy de hostieschaal en de kelk aan mij overreikte.
Zo wil ik herinnerd worden: gewijd tot dienstbaarheid en herderschap, geknield als teken van mijn overgave aan God, met open handen als teken van mijn beschikbaarheid voor de mensen. En toen zei de bisschop: leef overeenkomstig het mysterie dat u in handen wordt gelegd. Dat wil zeggen: zorg dat je hele leven “eucharistie” is: dankzegging, gave, paasmysterie.
Het is nog veel te vroeg om uit te maken of dit inderdaad altijd zo zal zijn  in mijn leven. Het weze een troost: op een grafsteen staan niet alle kleine kantjes van de dierbare overledene gegrift, maar een totaalbeeld.

Van 2007-04-15 Priesterwijding

Augustinus schreef als bisschop over zichzelf en de priesters die hem bijstonden in het dienstwerk: wij weiden (herderen) u, met u worden wij geweid (geherderd) door Christus. De Heer geeft ons de kracht om u zozeer te beminnen dat wij voor u kunnen sterven, metterdaad of met het hart. (aut effectu, aut affectu).

Dag en nacht heb ik doorgebracht in gebed. Heen en weer geslingerd door gevoelens en gedachten zocht ik naar antwoorden op talloze vragen. Roeping is worsteling, daar kan ik van getuigen. Hoe meer ik vroeg om inzicht, hoe groter het mysterie werd. Hoe meer ik zocht naar zekerheid, hoe dieper de afgrond van de twijfel werd.
En dan ontdekte ik de woorden die Paulus getroost hebben: “Mijn genade is u genoeg.” In zwakheid wordt Gods kracht zichtbaar. En zo heb ik geleerd mijn zwakheid te zien als de plaats waar God zijn liefde kan tonen aan mij en aan mijn medemensen.
Mensen vragen me wel eens of ik nu fier ben. Natuurlijk ben ik dat wel. Maar net zoals Paulus kan ik zeggen: als er te roemen valt, dan in de eerste plaats op God, de Gever van alles; op de Zoon, de Verlosser van allen, op de Geest, de bezieler van allen.
Ik ben fier op de Kerk, het huis waar allen in mogen wonen.
Valt er dan nog te roemen? Uit mijzelf ben ik niets. Wat heb ik dat ik niet gekregen heb?
Juist in mijn menselijke kleinheid hoop ik een ruimte te kunnen maken waarin Gods liefde zich aan de mensen kan tonen.

In de Schrift lezen we: Wij hebben een hogepriester nodig, die in staat is mee te voelen met onze zwakheden. Iemand die de dood en de pijn doorstaan heeft. Iemand die ons begrijpt. Paulus schrijft dit over Jezus Christus, de Hogepriester in eeuwigheid. Nu ik mag delen in dat priesterschap, durf ik deze uitspraken ook toepassen op mijzelf. Mijn leven is al getekend door donkere periodes. Ik weet wat het is om “uit diepten van ellende” te roepen tot God, twijfelend of Hij wel luistert. De ervaring van een ballingschap, zoals het volk Israël in Babylonië, is mij niet vreemd. Maar ook de Uittocht, de Verrijzenis heeft zich in mijn eigen leven al doen opmerken. God zij dank.

In mijn jeugd vroeg ik me af “Wat moet ik doen, Heer?”
De Bijbel en de Kerk hebben me het antwoord geleerd: God beminnen en de naast zoals mezelf. Bidden en waken, opdat de bekoring van de onverschilligheid me niet zou strikken.
En net zoals Jezus de voeten wassen van mijn medemensen: dienstbaar zijn in woord en daad aan allen, vooral aan de kleinsten en zwaksten van mijn broeders en zusters.
Door het doopsel en de wijding ben ik geworden tot profeet, die Gods Woord verkondigen mag; tot priester, die in gebed en in de viering van de sacramenten Gods heilsdaden mag beleven en tot voorspraak mag zijn van mijn medemensen; tot koning, die in liefde het dienstwerk van de leiding vervult.

Met de profeten kan ik verzuchten “ach, Heer, ik ben nog zo jong”. Maar God zal antwoorden: “zeg niet: ik ben nog zo jong”. (God houdt wel wat van discussie)
Priester gewijd worden is een oefening in geloof, geloof in de waarheid van mijn zending. Vertrouwen dat de Kerk, die mij geroepen heeft, mijn dienstwerk zal erkennen en sturen.
“Mijn wolk zal voor u uitgaan”, heeft God aan het uitverkoren volk beloofd. Gods wolk, zijn aanwezigheid brengt rust, geluk, tevredenheid en geduld in mijn leven. Mijn leven zal nooit vrij zijn van lasten en lijden, van ongeluk. Maar zijn Geest zal me steunen en mijn wankele geloof steunen en voeden.

“Wat moet ik doen, Heer?”
“Leer van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Neem mijn juk op uw schouders.”

En de stem van de Heer weerklonk: “Wie zal ik zenden?”
En ik sprak: “Hier ben ik, God, uw wil te doen is mijn vreugde. Zend mij, Heer.”

En voor de liefhebbers van cijfertjes:
39 doopsels (sinds m’n diakenwijding):
Marie, Bryan, Tibo, Stien, Nore, Nick, Keano en Chiara (tweeling), Lisa Loewie, Jana, Giel, Sybe, Joshua, Senne, Nathan, Kyara Nina, Marit, Brent, Rube, Ella Jessy, Liese, Febe, Laerke, Toon, Daan, Nieke, Louise, Sem, Lena, Nel, Febe, Arnaud, Milly, Maja, Quintin en Tibo

en 8 huwelijken:
Jo en Ellen, Nico en Sofie, Bart en Kelly, Stefan en Monique, Ronny en Inge, David en Elke, Guido en Veerle en Daan en Veerle.

ex-Communicatie


De lange brief waarmee paus Benedictus de voorbije week zijn broeders in het bisschopsambt zijn visie en uitleg geeft voor de storm die door onze kerkgemeenschap verwoestend woedde door de affaire-Williamson, schijnt nieuw en uniek te zijn als pauselijk geschrift. Commentatoren benadrukken dat nog nooit een paus in een schrijven aan alle bisschoppen zijn beleid verduidelijkt of zijn spijt uitdrukt over de gevolgen die zijn beslissing, of beter de interpretatie ervan, hebben teweeg gebracht. Zo hyperconservatief blijkt Benedictus als paus dus niet te zijn. De teneur en de woordenschat van de brief zijn (om het met een populaire hedendaagse politieke uitdrukking te zeggen) “du jamais vu”.

Eén ding staat als een paal boven water, meer dan ooit: er is dringend nood aan een verbeterde communicatie tussen Rome en de rest van de wereld. Zoals vaak zijn er dramatische wendingen nodig om iets te doen aan een probleem dat al jaren gekend is, dat vaak geminimaliseerd of zelfs gewoon genegeerd werd. De gewone gelovige verneemt zijn “kerkelijk nieuws” immers niet via de officiële kanalen, maar via de plaatselijke televisie of krant. Veel tijd of ruimte voor nuancering en duiding hebben die niet, zeker niet als positieve of rustige aandacht voor de katholieke geloofsgemeenschap haaks staat op de, al dan niet verborgen, politieke agenda van de betreffende redacteur. In plaats van daar door zorgvuldig en bedachtzaam communiceren op in te spelen, heeft de Kerk zich tot nu toe beperkt tot een meewarig gevoel van misbegrepenheid of een verongelijkt “maar dat bedoelden we helemaal niet zo”.

Eerst en vooral: journalisten moeten beter hun huiswerk leren maken als het over religieus nieuws gaat. Een hilarisch, maar tegelijk frustrerend voorbeeld was een bericht over een bijeenkomst van gelovigen rond ecologie, waar de paus voorging in de eucharistie op een zondag door het jaar. De journalist beweerde in zijn commentaar dat de paus voor de gelegenheid van het thema in groene gewaden voorging. Een eenvoudige zoekopdracht op het Internet leert dat de kleur van de liturgische gewaden op zondagen in de tijd door het jaar altijd groen is. Een mooie coïncidentie, dat wel. Maar helemaal geen bedoelde. En zo kan het lijstje erg lang gemaakt worden. Veel mensen weten vandaag beter te vertellen welke regels er bij de Ramadan van toepassing zijn dan waar het in de christelijke vasten om gaat.

De paus benadrukte in zijn brief dat de prioriteit van zijn beleid de verkondiging van God is: “In onze tijd, waarin het geloof in grote delen van de wereld dreigt uit te doven als een vlam die geen voeding meer krijgt, is het de allereerste prioriteit God aanwezig te stellen in deze wereld en voor de mensen de weg naar God te openen.”
Misschien zou het goed zijn dat ook in de communicatie van de Kerk in de eerste plaats weer aandacht wordt besteed aan geloofsinhoud en -beleving. Zoals Chauvet het uittekende, en ik het graag aan mensen uitleg: christelijk geloof kan maar bestaan als de theologische (denken), morele/ethische (doen) en liturgische/biddende (danken) aspecten van dit geloof een plaats krijgen in een leven dat zich geworteld weet in de Kerk, onze geloofsgemeenschap. Wat dat morele betreft, zie ik op dit moment weinig problemen: als je aan jonge mensen (klasbezinningen, verloofden, ouders van doopkandidaten, vormelingen, …) vraagt waar het over gaat in het christendom, dan krijg je steevast morele antwoorden: goed doen voor elkaar, elkaar liefhebben, respect hebben voor elkaar, de kleine en zwakke beschermen, niet stelen of bedriegen, eerlijk zijn.
Maar is dat de kern van het christendom? Neen. Het is er het gevolg van. Dit is de kern: Gods liefde, die zich in Jezus Christus aan de mensen heeft getoond en die in de heilige Geest in ons is uitgestort.
Wie door die overvloedige liefde geraakt is, zal vanuit die inspiratie ook een moreel hoogstaand leven willen leiden. Met vallen en opstaan, zoals mensen nu eenmaal mensen zijn.

Misschien moet de Kerk maar eens een periode “radiostilte” inlassen over de morele thema’s (vooral dan die rond seksuele moraal) en weer focussen op de kern. Trouwens, dat was wat Benedictus XVI in de eerste jaren van zijn pontificaat ook zeer sterk en goed deed. Zijn encyclieken zijn pareltjes van christelijke spiritualiteit, net zoals zijn angelus-toespraken.

Heeft de paus dan niet het recht en de plicht ook over seksuele moraal zijn schapen te onderrichten en bij te sturen? Toch wel, want ook seksualiteit is een aspect van het leven dat door het geloof doordesemd kan en moet worden, wil men niet in een gespleten situatie terechtkomen. Christelijk geloof is immers niet bedoeld als een facet van het leven, maar als een rode draad, als zout in de soep. Maar als elke uitspraak rond seksualiteit zo wordt opgeblazen door de media en telkens een storm van protest uitlokt, is halsstarrig daarover blijven (s)preken geen dienst meer aan het evangelie.

Benedictus XVI is en blijft voor mij een bijzonder intelligent en spiritueel kerkvorst, zij het dan met af en toe nostalgische trekjes. (’t Schijnt dat dit wat bij zijn geboortestreek hoort.) Een sympathieke man, die zich bewust is van zijn sterke en zwakke kanten. Een moedig man ook, die bereid is zijn ivoren-toren-positie voor een stuk prijs te geven om aan zijn kudde uit te leggen wat hij “in Gods naam” bedoelde wanneer hij besluiten nam. Hij is misschien wel de paus die, meer nog dan zijn voorgangers, een bijzonder groot respect heeft voor de rol van de bisschop van Rome in de Kerk… en die “toevallig” ook zelf moet vervullen. Dat maakt hem tot een vaak nederige en voorzichtige paus.
Maar de lessen die hij trok uit de affaire Williamson, verdienen ook op de andere kerk-communicatieve domeinen een herexamen. Want in het aidsdebat heeft hij zich toch weer tot lapidaire uitspraken laten verleiden. Zoals een commentator zich in De Standaard afvroeg: Heeft iemand onder de critici wel de moeite genomen na te gaan wat paus Ratzinger echt bedoelde?

Misschien dat hij dat dan ook ietsje nauwkeurig had moeten zeggen…

Klasbezinning Maris Stella Malle


Van woensdagnamiddag 11 tot vrijdagnamiddag 13 maart 2009 mocht ik leerlingen van het zesde jaar van het Maris Stella Instituut uit Malle begeleiden tijdens hun klasbezinning. Een boeiende tocht rond de vraag naar zichzelf, de ander, de toekomst, het essentiële… Heel wat grappige en gezellige momenten vormden een evenwicht met de diepzinnige en boeiende gesprekken. Poëzie en beeldende kunst kregen er hun plaats in de toekomst-elfjes, waar originaliteit, ontroering en humor de toon zetten.

Dankjewel, beste mensen, voor deze fijne driedaagse. Het was heel aangenaam en boeiend met jullie op weg te mogen gaan. Blijf elkaar meedragen in deze laatste eindspurt naar het eerste grote diploma. Bewaar en koester de stilte die je in onze abdij hebt leren kennen en waarderen. …en kom gerust “bijtanken” als je ze lijkt kwijt te zijn.
Graag tot ziens!

De foto’s:

2009-03-13 Klasbezinning Maris Stella Malle

Belevingsdagen DLO KHLeuven


(Ook gepost op onze jongerenblog)

Op donderdag 26 en vrijdag 27 februari 2009 waren er 10 studentes van het departement Lerarenopleiding van de Katholieke Hogeschool Leuven op het bezinningscentrum te gast voor een belevingstweedaagse. Ze volgden het dagritme van de abdijgemeenschap en gingen met fr. Vincent op ontdekkingstocht “achter de schermen” van het abdijleven. Heel wat vragen en raadsels werden opgelost. Tussendoor was er ook tijd voor ontspanning, die af en toe een bloedige dodelijke afloop kende in het spel De Weerwolven van Wakkerdam, hoewel het er bij de Jungle Speed vaak ook heftig aan toe ging. De motregen tijdens de wandeling rond de abdij kon de sfeer niet bederven.

Bedankt, dames, voor jullie geïnteresseerde en positieve deelname, de open en boeiende gesprekken en het sympathieke gezelschap tijdens de ontspanningsmomenten en de maaltijden. ‘k Wens jullie toe dat jullie enthousiasme aanstekelijk mag zijn voor de leerlingen die jullie tijdens jullie engagement als leerkracht zullen ontmoeten.

Het hele foto-album:

2009-02-27 Meeleefdagen DLO KHLeuven

Begin van de veertigdagentijd


Met Aswoensdag zetten we vandaag de jaarlijkse veertigdagentijd in, de voorbereidingstijd op Pasen.

askruisjeHeilige Vader, machtige eeuwige God,
om recht te doen aan uw heerlijkheid,
om heil en genezing te vinden,
zullen wij U danken, altijd en overal.
Want Gij gunt uw gelovigen de vreugde jaarlijks
met een zuiver hart naar het paasfeest toe te gaan:
dit is een tijd van meer toeleg op het bidden
en grotere aandacht voor de liefde tot de naaste,
van grotere trouw aan de sacramenten, waarin wij zijn herboren.
Zo groeien wij tot de volheid der genade
die Gij uw kinderen hebt toegezegd.

(prefatie van de veertigdagentijd I)


Bezoekers:

  • 112,243 pageviews

Archief

Follow De blog van Vincent on WordPress.com

Voer je e-mailadres in om deze blog te volgen en om per e-mail meldingen over nieuwe berichten te ontvangen.

Doe mee met 2.215 andere volgers


%d bloggers liken dit: